is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 21, 1940, no 11, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebracht, ten einde te voorkomen dat voorbereiding en beslissing ten deele in één hand komen . Over de wenschelijke instelling van provinciale bureaux voor het streekplanwerk zwijgt het wetsontwerp. De bepalingen omtrent het nationale plan laten belangrijke punten ongeregeld, die alleen in de toelichting vermeld worden. De regeling van de rooilijnen, die schr. niet bevredigt, geven hem aanleiding tot een uitvoerige beschouwing. Met name acht hij het onzeker of bepalingen geoorloofd zullen blijven, die de rooilijn voor geheele groepen van wegen aangeven, voorzoover geen bizondere rooilijn is vastgesteld. De bepalingen betreffende de bebouwde kom doen de vraag opkomen of de door Gedeputeerde Staten vast te stellen grens van de kommen telkens verlegd zal moeten worden, naarmate de bebouwing zich ontwikkelt. De verhouding van bouwverordening en monumentenverordening reeds vroeger door schr. in hetzelfde tijdschrift behandeld zou hij aldus geregeld willen zien, dat strijd met de monumentenverordening behpuden blijft als weigeringsgrond voor bouwvergunning, zonder de restrictie, die de geldende wet bevat. Bij de regeling van het bouw- en woningtoezicht herinnert schr. aan zijn denkbeelden tot het verleenen van geldelijke bijdragen van de provincie in de kosten van dit toezicht. De oplossing van het vraagstuk van de ordening der woningproductie door middel van bovengemeentelijke bouwschappen met verordenende bevoegdheid laat vele vragen onbeantwoord, o.m. wat de verhouding tot de gemeentebesturen betreft. Hoofdbezwaar van de nieuwe artikelen omtrent de schadeloosstelling bij onteigening is, dat bij het ontwerpen geen rekening is gehouden met de jurisprudentie van den Hoogen Raad. Aan het slot verklaart Mr. Kruseman dat hij het betreurt thans niet, gelijk op sommige vroegere ontwerpen, opbouwende critiek te hebben kunnen leveren. De Staatscommissie is niet geslaagd in het bewijs dat een geheel nieuwe wet noodig is. Haar omvangrijke arbeid kan zijn nut hebben als studiemateriaal. Een nieuwe regeling van streekplan en bouw- en woningtoezicht is urgent, maar overigens houde men een algemeene redactioneele herziening van de wet tot rustiger tijden aan.

Duitschland

Bauen Siedeln Wohnen, No. 19, 1 October 1940

In dit nummer worden afbeeldingen en uittreksels gepubliceerd uit een dezer dagen verschenen boek, getiteld ~Die landschaftlichen Grundlagen des deutschen Bau.schaffens ~Der Osten” ".

Monatshefte für Baukunst und Stadtebau, No. 10, October 1940

Vom Sportbau, von der konstruktiven Form und vom Stadtebau im allgemeinen, door Otto Ernst Schweizer. Schr. ontwikkelt enkele gedachten over de genoemde onderwerpen. Hij wijst erop dat alle groenelementen in het stadsplan een minimale breedte moeten hebben, die bepaald wordt door den eisch, dat de daarin aanwezige beplanting zich naar haar wezen moet kunnen ontplooien. Sportterreinen behooren ondergeschikt te zijn aan de natuur. Met afbb.

Weg und Ergebnis einer 20 jahrigen Bauberatung, door Labes. Nadat in Kassei bijna een eeuw lang elke stedebouwkundige leiding ontbroken had, werd in 1915 de bouwpolitie van den staat overgenomen door het stadsbestuur en als uitvloeisel daarvan een ~Bauberatungsstelle” ingericht, die haar wettelijk steunpunt vond in een plaatselijke verordening, gebaseerd op de bekende Pruisische wet van 1907 tegen de ontsiering. De bizondere ligging van Kassei in het Fuldadal en de aanwezigheid van uitgestrekte parken leidden ertoe het grootste deel van het stadsgebied onder de werking van deze verordening te brengen. In twee groote stadswijken, de middeleeuwsche oude stad en de klassicistische nieuwe bovenstad, zijn de oude huizen over het geheel nog weinig veranderd. Ook het behoud van de oude dorpskernen van de geannexeerde voorstadsgemeenten vereischt zorg. Bij de Bauberatung wordt voor eiken nieuwbouw in de oude stad vastgehouden aan den eisch van onvoorwaardelijke ondergeschiktheid aan de eigenaardigheid van de omgeving, met een individueele vrijheid binnen het raam, waarin ook de bouwmeesters van de 18e eeuw bleven. Een zelfde eisch geldt voor het stadsdeel, dat het klassicistische stempel draagt. Bij de nieuwe bebouwing staat het den eersten bouwlustigen vrij, hetzij bij de middeleeuwsche, hetzij bij de klassicistische periode, aansluiting te zoeken. De volgenden hebben zich naar die eerste keuze te richten, al wordt zooveel mogelijk met de wenschen der architecten rekening gehouden. In de periode van 1924 tot 1929 werd overwegend aansluiting gezocht bij het klassicistische type, daarna meer bij het huis uit de oude

stad. Het zadeldak van dit type bood voordeelen, wat de ruimte betreft en ook door de onafhankelijkheid van axiale en symmetrische bindingen. In stedebouwkundig opzicht kwam hierbij een voordeel ten aanzien van het straatbeeld. In de jaren van 1930 tot 1933 ontstond verzet; de architecten beklaagden zich dat alleen in Kassei, anders dan in alle andere steden, een afwijzende houding werd aangenomen tegenover de eischen van den modernen bouw. De nationaal-socialistische wetgeving maakte een verdergaanden invloed op de vormgeving, de bouwstoffen enz. mogelijk. Voor twee jaar is begonnen met den bouw van een nieuwe voorstad met 10.000 inwoners. Plaats en afmetingen der gebouwen en de inrichting van de ruimte tusschen huis en straatgrens wordt beheerscht door een maquette van het uitbreidingsplan. Met afbb.

Raumforschung und Raumordnung. No. 9, 1940

Luftkrieg und Stadtebau, door Karl Otto. Schr. vraagt zich af welke stedebouwkundige factoren de uitwerking van luchtaanvallen mede bepalen en komt dan o.m. tot de volgende consequenties voor den stadsaanleg: onderlinge scheiding van de wijken door een net van groote wegen en groenstrooken; open bebouwing, veel open terreinen; de verkeerswegen mogen niet door de bebouwde gebieden gevoerd worden; het samenbrengen van het spoorwegvervoer in een centraal station moet vermeden worden; emplacementen en havens dienen ver van de bebouwing te liggen; de wegen moeten breed zijn, om het verkeer nog ruimte te kunnen geven, als de gebouwen ingestort zijn; voortuinen kunnen hiertoe bijdragen; gesloten bouwblokken kunnen slechts bij uitzondering worden toegelaten; industriewijken moeten door open ruimte van ten minste 500 m breedte van andere wijken worden gescheiden. Ook in bestaande steden moet getracht worden deze denkbeelden eenigszins in praktijk te brengen, bijv. door nieuwe wijken te isoleeren, verder door zoning en doorbraken. Met afbb.

Die Wohnung, No. 10, October 1940

Wohnungsnot und Grundstücksspekulation vor 70 Jahren! door O. Lehmann. Ook de Fransch-Duitsche oorlog van 1870/71 heeft woningnood ten gevolge gehad, met name in Berlijn. Het artikel geeft daarover mededeelingen, ontleend aan artikelen in het tijdschrift „Gartenlaube” van 1875. In de jaren van 1867 tot 1872 daalde het aantal leegstaande woningen snel, van 8600 tot 1100. De huren stegen tot het twee- en drievoud. Het artikel schetst de bezwaren, die hieruit voortkwamen; vele gezinnen moesten in de openlucht kampeeren, in primitieve bouwsels wonen of naar den omtrek emigreeren. De grof geld verdieniende beursspeculanten en hun aanhang dreven de huren omhoog en namen de voornaamste wijken in beslag. De koopprijzen der huizen werden verder opgejaagd, doordat er speculatie in huizen ontstond, en in bouwterreinen. Na de ineenstorting van deze speculatieve bedrijvigheid, die het artikel verder beschrijft, kwam aan den woningnood een einde.

Zum zukünftigen Wohnungsbau, door Dr. von Schmeling. Het artikel behandelt eenige vragen betreffende den woningbouw in Duitschland na den oorlog. Reeds nu moet de omzetting van den woningbouw van de oorlogsomstandigheden naar den komenden toestand van vrede worden voorbereid. Schr. gaat vooral in op de financieringsmoeilijkheden.

Wetten, Besluiten, enz.

Maatregelen ter besparing op bouwmaterialen Bouwverordeningen

Circulaire van den Algemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw van 17 October 1940, No. 9224, afd. BP., aan de gemeentebesturen

Vervolg op rondschrijven No. 4237 11, dd. 21 Augustus 1940

Rondschrijven, bestemd voor de Gemeentelijke Diensten van Bouwen Woningtoezicht

Maatregelen ter besparing op bouwmaterialen

De in den laatsten tijd steeds ongunstiger wordende voorraadspositie van hout, (vooral van heipalen en van gezaagd naaldhout), bene-