is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 22, 1941, no 1, 1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel niet, dat voor een soortgelijke oplossing reeds vroeger in overeenkomstige omstandigheden de aandacht is gevraagd.

Men vindt het denkbeeld n.l. terug in het door Ir. J. Goudriaan Jr. voor het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting uitgebracht prae-advies over de instelling van een woningfonds. ) Prof. Goudriaan omschreef daarin de bedoeling van het woningfonds in vrijwel dezelfde bewoordingen, als hiervóór gebruikt: ..de oude goedkoop gebouwde woningen althans voor de eerstvolgende jaren te bezwaren met een belasting, drukkende op den huurder, maar te innen en af te dragen door den huiseigenaar, welker totaal bedrag wordt aangewend om de huren der dure. nieuwe woningen te verlagen tot een zoodanig peil. dat tusschen beide een evenwicht ontstaat.”

Prof. Goudriaan verduidelijkte zijn bedoeling met de onderstaande grafiek I.

Op de X as wordt de omvang der productie uitgezet, op de Y as de productiekosten. De lijn A B geeft dan weer het verloop der productiekosten. Bij vrije (Prof. Goudriaan spreekt van individualistische) prijsvorming geeft de lijn OB’ den niveauprijs aan. Het oppervlak ABB' is de maat van de ..producer’s rent”, de producentenrente of de conjunctuurwinst. door de verschillende producenten in totaal genoten.

Bij de sociale prijsvorming wordt de niveauprijs niet bepaald door den grensproducent, maar door de gemiddelde productiekosten van het geheel. De niveauprijs komt dan niet op OB', maar op OC, waarbij de lijn CD zoodanig getrokken moet zijn, dat het oppervlak ACE gelijk is aan EBD.

Hetgeen wil zeggen, dat er van producentenrente of conjunctuurwinst in dit geval geen sprake is. De hoogere huuropbrengst van de in de goedkoope jaren gebouwde woningen wordt gebruikt om de huren van de in de dure jaren verrezen woningen gelijk te kunnen maken aan die van de andere.

Het denkbeeld lijkt logisch en billijk. Toch kwam er veel verzet, zóó hevig, dat het plan het niet tot verwerkelijking heeft kunnen brengen.

') Het praeadvies is behandeld in een vergadering te Arnhem op 16 Juni 1922.

Heeft het dan wel veel nut er nu opnieuw de belangstelling voor te vragen?

Ik meen deze vraag bevestigend te mogen beantwoorden, omdat in tweeërlei opzicht de voorwaarden nu gunstiger zijn dan in 1922.

In de eerste plaats is er een belangrijke wijziging gekomen in de opvattingen. Het geloof in de zegenrijke werking van het vrije spel der maatschappelijke krachten gaat steeds meer verdwijnen: de noodzakelijkheid van een ~geleide economie” en met name van een beheersching zooveel mogelijk van de conjunctuur wordt steeds meer aanvaard. De neiging om maatregelen te accepteeren, welke tot strekking hebben het huurpeil te stabiliseeren, moet in gelijke mate toenemen.

De ervaringen van de achter ons liggende depressiejaren hebben tot dezen omslag in de geesten ongetwijfeld bijgedragen. Het mag immers zeer verleidelijk zijn om in de jaren van stijgende prijzen een extra-conjunctuurwinst in den zak te steken, het is minder verheugend, wanneer men in de daarop volgende depressiejaren de noodzakelijke ~stroppen” krijgt te incasseeren. Grafiek I geeft daarom geen volledig beeld. Voor het verkrijgen van een juist inzicht is het noodig de lijnen

door te trekken en naast de stijgingen in bouwkosten en huren ook de dalingen weer te geven. De figuur wordt dan als boven. In deze figuur geeft de lijn ABCDE het verloop van de productiekosten weer. De huren zuilen dit verloop wel ongeveer volgen, zij het met vertraging, die vooral in de periode van daling vrij aanzienlijk kan zijn. De niveauprijs B’B heeft nu slechts beteekenis voor de eerste jaren van opgang. Zoodra de daling intreedt, komen de ..stroppen”, omdat het in de woningen belegde kapitaal in de verlaagde huren geen voldoende rende – ment meer vindt.

Bij de sociale prijsvorming ligt de niveauprijs op de lijn EG. waarbij deze zoodanig getrokken moet zijn. dat de oppervlakte van de horizontaal gearceerde driehoeken gelijk is aan die van de verticaal gearceerde.

Een dergelijke stabilisatie van de huren moet ook voor de huiseigenaren aantrekkelijk zijn. omdat tegenover het verlies van conjunctuurwinst in de jaren van opgang staat de beveiliging tegen ..stroppen” in de perioden var. depressie.

Toch kwam in 1922 het hevigste verzet tegen de instelling van een woningfonds juist van de zijde der huiseigenaren. Hoe is dit te verklaren? Naar het mij voor komt. omdat men alleen oog had voor het direct voor de hand liggende verlies van conjunctuurwinst en zich