is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 23, 1942, no 2, 1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo zal er gelegenheid zijn om een tweede W.C. onder te brengen in de op die verdieping gelegen douche-ruimte. Uit diezelfde douche-ruimte zal de trap opgaan naar de vliering.

•nwAfitS Pf?or/£l ovsp

. cf/TUA T/£. tfT/ZAA rWAfVO £// DWACöPff o£A£l.

Afb. 2

In aanmerking genomen de reeds beschreven winsten en de belangrijke, tot nu toe nog niet genoemde voordeelen van hygiënischen aard, welke aan de verhoogde ligging van de hoofd-étage verbonden zijn, zooals ideale bodemafsluiting, verminderde hinder van stof en nevels, doorluchtingsmogelijkheid gedurende den nacht, zullen de kosten van dit woning-type niet hoog zijn.

De eigen-stoep, welke de woning passend zal scheiden van het trottoir en dus te beschouwen valt als een reminiscentie van den voortuin zal goede diensten kunnen bewijzen voor het tijdelijk parkeeren van fietsen, voor het wachten bij de voordeur, voor het rustig onderhandelen met leveranciers e.d. Een straatbreedte van 12 m en een gevelhoogte van ± 6.50 m zullen tezamen een dwarsprofiel opleveren (afb. 2), dat practisch en aesthetisch zeker zoo goed zal voldoen als de voor dergelijke straten veelal gevolgde profielen.

Teneinde het karakter van eengezinshuis duidelijker te laten spreken, het geheel rijziger te doen schijnen en een bepaald rhythme, alsmede eenige plasticiteit in den straatwand te brengen, werd de plaats der bouwmuren gemarkeerd door lisenen. Dat het uiterlijk der woning aldus tevens een zekere statigheid zal verkrijgen, zal het gevoel van eigenwaarde der bewoners slechts ten goede kunnen komen.

Tenslotte werd nog aandacht geschonken aan het introduceeren van het noodige groen in de woonstraat. Zooals b.v. menige weldadig aandoende dorpsstraat uitwijst, is het geenszins noodzakelijk om tot dit doeleinde de straat over haar geheele lengte met boomen te beplanten, doch kan worden volstaan met een paar forsche boomkruinen vóór den straatwand te laten uitsteken en de gevels van enkele woningen met klimop of dergelijke te laten begroeien.

De berekening van het aantal gezinnen en de methode van Halle

Over de z.g. methode van Halle ter bepaling van de woningbehoefte is de laatste jaren weinig meer in het midden gebracht. Tot zekere hoogte is dit gelukkig te noemen, want de disputen over de waarde van deze methode hadden langzamerhand een omvang aangenomen, die door het belang van de kwestie geenszins gerechtvaardigd kon worden. Nu is plotseling het stilzwijgen verbroken door het Centraal Bureau voor de Statistiek, in een publicatie, getiteld ~Berekeningen over het aantal gezinnen en de gemiddelde gezinsgrootte in Nederland, 1930-1939” en opgenomen in de Augustus-Septemberaflevering van den vorigen jaargang van het Maandschrift, van dit Bureau.

Het onderwerp van deze publicatie is ook op zichzelf een korte uiteenzetting in dit Tijdschrift waard, daar de gemiddelde gezinsgrootte of anders gezegd het aantal gezinnen bij een bepaald bevolkingscijfer een gegeven vormt, dat zoowel bij de voorbereiding van stedebouwkundige maatregelen als bij het berekenen van de woningbehoefte een nuttig hulpmiddel kan zijn. De aanleiding voor het Centraal Bureau om te trachten dit, gegeven te benaderen ligt in de omstandigheid dat de Volkstelling van 1940, die het bedoelde cijfer onmiddellijk zou hebben opgeleverd, is uitgesteld, terwijl de uitkomsten van de voorafgaande Volkstelling ook op dit punt geheel achterhaald zijn.

Hoe heeft het Centraal Bureau zijn berekening opgezet? Het is begonnen met de gezinnen naar hun samenstelling in verschillende categorieën te onderscheiden, waarbij als uitgangspunt heeft gediend de omschrijving van het begrip gezin, die bij de laatste Volkstelling is vooropgesteld. Als criterium heeft hierbij toepassing gevonden het huiselijk verkeer, dat de samenwonende personen met elkaar hebben.