is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 23, 1942, no 5, 1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke bouwkunde en ingenieurswetenschap: een man, die filosofeerde over de inrichting van den Staat en over de wetgeving en tevens op de bres stond voor een zuivering der Nederlandsche taal. Maar tevens een practicus, die zich bezig hield met de invoering van het decimaal stelsel, met de populariseering van het Italiaansch boekhouden en met de toepassing van de koopmansboekhouding op de Staatsfinanciën, die watermolen en zeilwagen construeerde en die als superintendent van de Financiën van Prins Maurits en Quartiermeester Generael van ’t Leger een dubbele en zeer belangrijke openbare functie vervulde.

Op het gebied van den vestingbouw publiceerde hij twee geschriften: ~Sterckten-Bouwingh" in 1594 en ~Niewe Maniere van Stercktebouw door spilsluysen” in 1617. Met deze werken, is hij de grondlegger geweest van de wetenschappelijke beoefening van de versterkingskunst: op gelukkige wijze paarde hij practische ervaring aan theoretisch inzicht. ~Simon Stevin heeft zonder twijfel aan de geesten van zijn tijd de aansporing en aanwijzingen gegeven, welke zij behoefden en hebben overgenomen en zij het vereenvoudigd in hun werken toegepast. Als Nederlander heeft hij (en is dit niet zijn grootste verdienste?) in de Nederlandsche taal de denkbeelden en bouwconstructies van de Italianen zoowel als van den Duitscher Speckle in zijn boek ~Sterckten Bouwingh” voor onze bodemtoestanden omgewerkt.” Aldus het oordeel van een hedendaagsch deskundige, den Heer W. H. Schukking. t)

En F. A. J. Vermeulen 2) teekent zijn verdienste op dit gebied aldus: ~Eerst sedert Stevin kunnen we spreken van een wezenlijke Nederlandsche vestingbouwkunst, eene kunst, die werken van eigen karakteristieke schoonheid zou voortbrengen. En al bleef ons ook geen enkele zijner scheppingen bewaard, de invloed van Stevin’s theorieën spreekt uit alle Nederlandsche versterkingswerken sedert omstreek.'' l 600: zijn gedachten stuwen en richten de geheele verdere ontwikkeling.”

Ten aanzien van zijn stedebouwkundige inzichten zijn wij aangewezen op zijn nagelaten handschriften, die zeer geruimen tijd na zijn dood door zijn zoon zijn uitgegeven 3) en waarvan het eerste gedeelte handelt over ~de Oirdeningh der Steden”.

In een zeer wijdloopige en gezwollen inleiding draagt de zoon dit werk op aan de bestuurders van de ~vermaerde seer groote en volcrijcke Stadt Amstelredam”, welke hij ten voorbeeld stelt, omdat ~deur het constigh beleydt der regieringh het volck in sulcken Loflicken Staat ghehouden wort, dat men niet en gelooft huyden op den Aertbodem een Stadt gevonden te worden daert dienaengaende veyliger en geruster te wone is”. Gelukkig is de vader nuchter en zakelijk: hij staat met beide beenen op den grond !

Belangrijk is al dadelijk Stevin’s pleidooi voor een rechthoekigen hoofdvorm van de stad :

~De viersydige rechthouck op een plat evenlandt is myns' bedunckens der Steden bequaemste Form om daerin te

In een opstel ~Over de Ontwikkeling van de Militaire Techniek van den Vestingbouw” in het Oudheidkundig Jaarboek 1937.

In zijn voortreffelijk ~Handboek der Nederlandsche bouwkunst" Ile deel, blz. 426,

■') Simon Stevin Burgerlicke Stoffen, uyt sijn nagelate Hantschriften bij een gestelt door syn soon Hendrick Stevin (1649).

crijgen geschickte rechthouckige blocken, erven, huysen, hooven, mercten en plaetsen, welke in andere formen soo niet vallen en connen: Want vijfhouckighe en veelhouckighe Steden al synse int ront beschrijvelick met een oirdentlicke merckt int midden en straten van daer totte bolwercken, alles met Lycksijdige gestalt, soo vallen nochtans veel huysen, blocken en erven scheefhouckigh, en opt eene einde breeder als opt ander, soomen sien mach in Palma, Coevooren met meer ander Steden en sterckten also niew ghebout.”

Dit betoog is merkwaardig, omdat juist in Stevin’s tijd de polygonale stad uit aesthetische overwegingen, maar vooral ook op grond van militaire motieven werd verkozen door degenen, die over stedebouw theoretiseerden. En dat waren er velen, zooals wij hebben gezien. De door Stevin zelf genoemde steden Palma Nuova (gesticht in 1593) en Coevorden (herbouwd 1597 1607) zijn zuiver in polygoonvorm tot stand gekomen, i) Maar ook in de plattegronden van andere gestichte steden als b.v. Vitry Ie Franqois (1545), Philippeville (1555) en Willemstad (1585) 2) weerspiegelt zich de voorkeur voor de veelhoekige vestingstad.

De plattegrond van Stevin’s schema van stadsaanleg is in afb. 12 weergegeven.

Vooral treft ons Stevin’s betoog voor den rechthoekigen grondvorm als middel om het rechthoekig bouwblok te behouden, omdat hij in hart en nieren vestingbouwer was en de rechterhand van den veldheer, dien hij diende. Dat hij desniettemin een open oog had voor de practische eischen der bebouwing pleit zeker voor zijn ruimen blik en zijn veelzijdigheid.

Aan de straten geeft hij een uniforme breedte van 60 voet, ~mits welverstaende datter over elcke sijde voor de huysen comme een Loove van 10 voeten om menschen in te gaen sonder wagens of paerden”; voor den eigenlijken rijweg blijft dus 40 voet. Op die ~looven” (de Lauben, die wij in de Zuid-Duitsche en Zwitsersche steden zoo dikwijls aantreffen) is Stevin bizonder gesteld: „men can al de Stadt deur gaen buyten reghen, buyten slijck, onverhindert van wagens en paerden die over de straat tusschen beide de Looven deur rijden. Als de son heet schijnt so canmen op d’een of ander syde in de coele schauwe gaen”. En hij bepleit deze wijze van aanleg vooral ~tot voordeel der Aermen, die den cost moeten winnen al gaende langs de straeten, wiens cleeren eens door reghent sijnde tottet lijf toe, gheen ander drooge en hebben, om aen te trecken”.

De straten zijn gerioleerd gedacht: ~een overwelfde waterloop int middel onder de straet 3 of 4 voeten hooch en oock soo breet, met overwelfde sijd’ling gootkens. Gommende van voor de huysen tot in de waterloop”.

Van het beloop der straten geeft Stevin zich aldus rekenschap: „In deze form (teekening) sijn over al lange rechte straten geteyckent. En hoewel an sommighe de cromme ghevallen, achtende vermakelick te sijn datmen al voortgaende t’elckens verandering van Ghestichten siet, soo mochtmen daer op antwoorden : Ten eersten dat veel schoone ghestichten t’seffens te sien, aenghe-

De heer Schukking vestigde onze aandacht op het feit, dat in het handschrift van Hendrick Stevin’s werk, aanwezig op de Nationale Bibliotheek, Coevorden niet genoemd wordt.

2) In Willemstad is de stadsaanleg rechthoekig niettegenstaande den polygoonvorm der vestingwerken.