is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 24, 1943, no 1, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en middenstandswoningen. Het is dus niet goed in te zien waarom het uitbreidingsplan genormaliseerd zou moeten worden.

Wel is het noodzakelijk, dat iedere gemeente in haar uitbreidingsplan naar behoefte voldoende bouwrijpe grond beschikbaar stelt, waar dan eventueel, aan de hand van de genormaliseerde minimumeischen, woningen kunnen worden gebouwd voor de minst draagkrachtigen. lets, wat de volkshuisvesting zeer ten goede zou komen en haar allerminst zal schaden.

3. ~De sterk uiteenloopende woonzeden, die gevarieerde bouwverordeningen tot natuurlijk gevolg hebben, verzetten zich tegen een ver toegepaste normalisatie.” (Mogelijk van het woningtype !)

4. „Deze laatste leidt, landelijk toegepast, tot monotonie en eenvormigheid en dus tot cultuurschade; een woning is essentieel iets anders dan een auto of een kano.”

Beter is het de zaak zoo te stellen: „De sterk uiteenloopende woonzeden vormen een waarborg, dat geen gevaar bestaat voor monotonie en eenvormigheid.” |

Puntsgewijze behandeld, aan de hand van sprekende voorbeelden, kom ik tot de conclusie, dat de uiteenloopende woonzeden een voorbehoedmiddel vormen voor het eenheidshuis. In Tilburg b.v. bouwt men geen huis zonder bijkeuken en geeft men de keuken geen afmeting van 2.75 X 1.80 m. In Maastricht bouwt men niet zonder kelder en in Den Haag niet met een closet zonder waterspoeling. Omgekeerd neemt men in Den Haag genoegen met een huis zonder bijkeuken, met een keuken van 2.75 X 1.80 m en een kelder is allerminst vereischt. Bouwers, die tegen deze woonzeden in gaan, verdwijnen automatisch van het tooneel, zoodra er weer normaal gebouwd kan worden en er weer concurrentiestrijd is. Overigens bestaat er momenteel, ook zonder verdere normalisatie dus, reeds een zekere mate van eentonigheid in den woningbouw, die alleen op te heffen zou zijn door gewilde versieringen of door doelbewuste verdoezeling van de doelmatigheid van de vormgeving.

En dan de opmerking, dat een huis geen auto is !

Inderdaad is dit niet het geval: men zal overigens maar slecht kunnen beweren, dat de auto, althans voor den oorlog, een eentonige verschijning was. In zekere opzichten toch ware het te wenschen, dat de productie van woningen een voorbeeld aan de auto-productie nam. Hoe toch is deze in normalen tijd? leder jaar wordt, naar behoefte, met een voldoende keuzeoverschot in verschillende prijsklassen een aantal auto’s geproduceerd; echter ieder jaar komt een nieuw type uit, mooier van lijn, luxueuser, comfortabeler en technisch meer volmaakt. Werkelijk, het ware te wenschen, dat wij met den woningbouw reeds zoo ver gevorderd waren.

5. „Gelet op het reeds bereikte, zal met verdere normalisatie weinig voordeel meer zijn te behalen.” Men behoeft slechts met betrekkelijk weinig kennis van zaken

het bij dit artikel behoorende overzicht te bestudeeren om er van overtuigd te raken, dat nog zeer veel te bereiken is. 6. ~Het bouwbedrijf zelf kan allerlei onderdeelen ongetwijfeld nog verder normaliseeren.” |

Indien hier maar weinig voordeel meer mede te behalen is, dan lijkt het mij overbodig, dit te doen. Het is evenwel goed mogelijk, nog veel onderdeelen te normaliseeren; het overzicht toont evenwel duidelijk aan, dat dit niet loonend kan zijn, voordat de bestaande verschillen, die niets uitstaande hebben met woonzeden, cultuur of wat dan ook, zijn opgeheven. Of moet het niet, op zijn minst, hoogst merkwaardig heeten, dat die onderdeelen welke op een loonende wijze zijn genormaliseerd, zooals b.v. de binnendeuren aan geen voorschrift, van welke bouwverordening dan ook, onderworpen zijn.

7. „Deze normalisatie is uitsluitend voor de minimumwoning van belang.”

Dit is niet gAeel juist, zij zal voor de minimumwoning van hel meeste belang zijn, evenwel voor de iets, en zeDs veel grooteri woninflen kan ook van flroote importantie blijken; eveni^

Schrijver.

goed als de Bruynzeel-binnendeur en keuken, zoowel in de goedkoopste woning als in villa’s gebezigd wordt. 8. ~De bouwverordeningen zijn reeds zeer ver genormaliseerd.”

Zie overzicht, commentaar overbodig. 9. ~Alleen op het gebied der bepalingen, die de uitwerking vormen van wetenschappelijk te bepalen grootheden, ligt nog noemenswaard terrein braak (verlichtingsoppervlak, ventilatie, afvoer van rook en water, isolatie betreffende warmte en geluid, brandveiligheid e.t.q.); de Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland is hiervoor het aangewezen orgaan." |

I Indien het eerste woord „alleen” door „ook” wordt vervan* gen, ben ik het geheel met de schrijvers eens.

10. „Normalisatie zal de ontwikkeling der wooncultuur niet mogen remmen.” Zeer zeker mag dat niet, het is alleen moeilijk in te zien, waarom dit zou geschieden. Deze conclusie is overigens nogal negatief gesteld; indien de schrijvers meenen, dat de normalisatie de wooncultuur zal remmen, dan zie ik gaarne doorslaande argumenteering van deze stelling tegemoet, die ik in het artikel niet kon vinden. Persoonlijk zie ik als gevolg van verdere normalisatie een meer perfecter woningtype. |

11. „Een genormaliseerd minimaal woningtype, bruikbaar voor het geheele land, is ondenkbaar, mede omdat de grondpolitiek zich niet voor normalisatie leent.” |

De grondpolitiek is mogelijk niet geschikt om genormaliseerd te worden; het lijkt mij toch wel mogelijk, de grondpolitiek ondergeschikt te maken aan het belang van de volkshuisvesting. Overigens, indien de schrijvers dat werkelijk meenen, is niet goed te begrijpen, waarom zij bang zijn voor de door hen opgesomde gevolgen van een ver doorjevoerde normalisatie.

Arnhem I. W. F. M. Keulemans

Onderschrift

Met erkentelijkheid maken wij gebruik van de gelegenheid, ons door Uw redactie geboden, om eenige kantteekeningen te maken op het artikel van den Heer Keulemans. Dit kan naar onze meening het kortst en duidelijkst geschieden door eenige toelichting te geven op onze conclusies. Wij volgen deze mitsdien op den voet. Deze toelichting kan soms bestaan uit een bloote onderstreping van een klaarblijkelijl te vluchtig gelezen passage. |

[ 1. „Daar ons niets bekend is van de technische en economi» sche mogelijkheden, zelfs van een nabijen tijd, is hel onder de tegenwoordige omstandigheden niet vruchtdra» gend te achten een verdere normalisatie in den woning* bouw voor te bereiden.”

Uitdrukkelijk zij hier aangestipt dat het hier uitsluitend gaat over een verdere normalisatie, en dat over het gansche gebied van den woningbouw, dus zoowel wat betreft de Bouwverordeningen als het type. Het verschil tusschen die beide is ons niet geheel onbekend.

2. „Een normalisatie tot het uiterste zou moeten beginnen met het plan van uitbreiding: het offer is in dit geval niet evenredig met de winst, die bovendien slechts volledig kan worden geboekt bij het ontwerpen van ideaal-steden op niet geaccidenteerd maagdelijk terrein." |

3. ~De sterk uiteenloopende woonzeden, die gevarieerde bouwverordeningen tot natuurlijk gevolg hebben, verzetten zich tegen een ver toegepaste normalisatie.” |

Onzerzijds worden die sterk uiteenloopende woonzeden als objectieve grootheid aanvaard. Een normalisatie, zoo ver toegepast dat één type over het gansche land kan worden toegepast, achten wij practisch nutteloos, en voor onze nationali cultuur schadelijk. De „Gleichheitswalze” verbrijzelt, naai van den historicus Scherr, uitsluitend de toppen.

') Cursiveering van schrijver.