is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 24, 1943, no 5, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der perceelen en de in het landelijk gebied aanwezige wegen met hun beplanting.

Hiervoor is derhalve het opmaken van een agrarisch bestemmingsplan eveneens van groote beteekenis, omdat de bestemming van den bodem en de daarop voorkomende beplanting een aanwijzing in deze richting kunnen geven.

Arnhem, Maart 1943

Handleiding bij de voorbereiding van uitbreidingsplannen

door Jhr. Ir. J. de Ranitz

In 1942 is bovengenoemde Handleiding bij Samsom N.V. te Alphen verschenen. De Handleiding is samengesteld door een commissie onder voorzitterschap van den Oud-Inspecteur van de Volksgezondheid (Volkshuisvesting) Jhr. Ir. G. de Graeff, waarvan de leden waren Mej. Ir. E. F. van den Ban, Mr. A. J. Backer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. P. K. van Meurs en Ir. W. A. C. Herman de Groot. De Commissie was ingesteld door het Ned. Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de uitgave is vanwege dit Instituut geschied (publicatie XLVII). Hoe groot de behoefte aan een dergelijke Handleiding was, blijkt uit het feit, dat de geheele eerste druk al uitverkocht is. Dit was te verwachten, omdat op dit gebied slechts weinig literatuur bestaat. De achter in de Handleiding opgenomen literatuuropgave bevat slechts zes titels ! Een tweede druk is in voorbereiding en dit feit is de aanleiding om enkele regelen aan deze uitgave te wijden. De algemeene indruk, die na bestudeering van dit boek wordt gevestigd, is dat een klaar en veelomvattend overzicht is gegeven van vrijwel alle zaken, die met het uitbreidingsplan en de daarbij behoorende bebouwingsvoorschriften verband houden. Een overzicht, dat groote waarde heeft, omdat hieruit blijkt van hoe groote beteekenis voor de toekomstige ontwikkeling van stad en land het uitbreidingsplan is. De bedoeling, de vorm en de inhoud van het uitbreidingsplan worden in de inleiding kort uiteengezet, het verband met streek- en nationaal plan aangetoond. Na deze algemeene beschouwing wordt onmiddellijk de eigenlijke materie in beschouwing genomen. De dwingende noodzakelijkheid tot het maken van voorstudies in het stedebouwkundig jargon survey genaamd voor bodemgesteldheid, hoogte-ligging, bodemgebruik nu en in de toekomst, eventueele industrialisatie, aard van den grondeigendom, landschapsstructuur, bestaansbronnen, demografische ontwikkeling, woningvoorraad en verkeer wordt zoo duidelijk aangetoond, dat ik mij niet kan voorstellen, dat iemand een uitbreidingsplan durft vast te stellen zonder zich van al deze vragen rekenschap te geven. Eerst wanneer het inzicht in de mogelijke en waarschijnlijke ontwikkeling der gemeerite min of meer duidelijk geworden is, kan worden begonnen met het ontwerpen van het eigenlijke uitbreidingsplan, dat de vormgeving, de neerslag van dit inzicht is, voor zooveel het een wel overwogen geordende bodembestemming betreft. Ten aanzien van deze vormgeving worden suggesties gegeven. Zoo wordt gewaarschuwd tegen te groote versnippering van de bebouwde kernen en gepleit voor concentratie. Ook op andere punten als bijv. industrievestiging en rioleering bevat dit hoofdstuk waardevolle wenken, waarvan vele bij tal van plannen over het hoofd worden gezien; volledigheid is hier niet nagestreefd. Het zou onmogelijk zijn om aan de tallooze problemen, die zich bij het ontwerpen van concrete plannen voordoen, alle aandacht te schenken. |

In het volgende hoofdstuk over den aard der bestemmingen en haar verwezenlijking worden de vier groepen van bestemmingen betreffende werken, wonen, ontspanning, verkeer behandeld. De algemeene grondslagen voor de regeling der betrokken bestemmingen wordt aangeduid. Verder zijn de samenstellers niet gegaan.

Ook hier is geenszins naar volledigheid gestreefd. De wijzen van bijv. agrarische bestemmingen te regelen zijn veelvuldiger dan de handleiding aangeeft. De practijk zal hier den weg wel wijzen. Een gedetailleerde beschouwing over al deze problemen zou de handleiding echter zeer zeker tot een lijvig handboek doen uitgroeien. De betrekkelijke beknoptheid (het zijn altijd nog 186 bladzijden) zal het werk juist in vele handen brengen, en daarmede zal reeds zeer veel resultaat worden geboekt. De markante punten, waar bij de voorbereiding van uitbreidingsplannen aan gedacht moet worden, zijn vermeld. Eigenlijk zou iedere Burgemeester zijn ontwerp-plan of zijn plan eens aan deze handleiding moeten toetsen. Ik ben er van overtuigd, dat tal van plannen dan op verzoek van deze Burgemeesters aan een herziening voorbereid door deskundigen zouden worden onderworpen. Het is niet moeilijk om op meerdere puntep dit hoofdstuk te completeeren; dit zou echter de duidelijkheid te niet doen. Dit vooropstellende komt het mij voor, dat juist voor het doel dat deze handleiding beoogt het aanbeveling verdient om een overzicht te geven van de vele andere publiekrechtelijke regelingen, die direct of indirect de bodembestemming of het bodemgebruik beïnvloeden. Slechts bij de behandeling van de recreatieruimten worden deze regelingen, voor zooveel zij op de recreatie betrekking hebben, even aangestipt. Valt verder, nu het geheele hoofdstuk als een globaal overzicht is opgevat, de gedetailleerde behandeling van aan parken e.d. te stellen eischen (blz. 58 e.v.) niet wat uit den toon? Ik mis verder in dit hoofdstuk de meest voorkomende en kenmerkende middelen om het streekeigene te behouden of te accentueeren. Enkele voorbeelden zouden duidelijk kunnen maken van hoeveel invloed een wel begrepen opvatting van het kenmerkende van dorpen in bepaalde streken is op den vorm der uitbreidingsplannen. Hoofdstuk VI geeft een overzicht van de inrichting van het plan. De benoodigde bescheiden worden kort en duidelijk behandeld. |

De bezwaren van een korte samenvatting doen zich eenigszins voelen waar de teekentechniek der kaarten wordt behandeld. Voor hen die deze kaarten moeten vervaardigen, zijn deze aanwijzingen onvoldoende. Hetzelfde kan ten aanzien van de behandeling van de ~Techniek” der bebouwingsvoorschriften worden opgemerkt. Toch kan dit gedeelte niet worden gemist en binnen het kader van deze Handleiding zijn de voornaamste aanwijzingen gegeven. Duidelijk en overzichtelijk is weer al hetgeen, wat verder met de inrichting van het plan samenhangt, weergegeven. i " ■ – * ■ – J I

Met bewondering heb ik kennis genomen van de knappe, bondige wijze, waarop de rechtskracht en de rechtsgevolgen van het uitbreidingsplan zijn behandeld. De ontwikkeling van het stedebouwkundig denken komt in de vele aangehaalde administratieve en rechterlijke beslissingen naar voren; helder en klaar wordt de structuur van het geheel geschetst. Een hoofdstuk waarvan de inhoud in een groote behoefte voorziet, omdat zeer velen, die met uitbreidingsplannen bemoeiing hebben, niet of niet meer op de hoogte zijn van het kader, waarbinnen zich dit alles afspeelt. Zij, die de enorme hoeveelheid Besluiten op het gebied van uitbreidingsplannen kennen, zullen deze ruim 50 bladzijden, die een alleszins voldoende overzicht op de belangrijkste punten geven, weten te waardeeren. Alle hulde in het bizonder voor dit laatste hoofdstuk ! Een aanhangsel is aan de Handleiding toegevoegd, waardoor de Handleiding „bij” is tot in 1942.

Als geheel een uitstekend overzicht van hetgeen bij het uitbreidingsplan te pas komt, waarvan ook de ~deskundige” naast veel, wat ook hij niet wist (of vergeten was i) kan genieten, omdat het goed is een panorama te zien van een bekend landschap. Voor den nieuweling of voor hen, die lang uit de stedebouwkundige wereld afwezig waren, is dit uitzicht vóór hij het niet geheel ongevaarlijke gebied betreedt, onmisbaar.

April 1943