is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 24, 1943, no 7-8, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juli-Aug. 1943 24e Jaargang No. 7/8 Maandblad

Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw

Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den Nationalen Woningraad Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen. opgenornen de mededeelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den Wederopbouw

Redactie: H P. J. Bloemers, ]. Bomraer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Elleraeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut. Mr. ]. Vink, Drs. H. van der Weijde. Ir. J. M. A. Zoetmulder

Medewerker voor den Wederopbouw: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Algemeen Secretaris van den Algemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw en de Bouwnijverheid

Adres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, ’s Gravenhage, Telefoon 115720

Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128

Rijksdienst voor het Nationale Plan

Bescherming terpen en wierden in de provincies Groningen en Friesland

De President van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, Gezien het daartoe strekkend voorstel van de Vaste Commissie van genoemden dienst, Gelet op artikel 5 lid 2 van het Besluit van 15 Mei 1941 (No. 91/1941), betreffende de instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan;

Bepaalt, dat het verzoek, bedoeld in artikel 5 lid 2 van het genoemde besluit, geacht wordt te zijn gericht tot ieder, die het voornemen heeft een werk uit te voeren, en tot openbare lichamen mede in de gevallen, waarin deze het voornemen hebben grond aan te koopen ■— het een en ander op de terpen en wierden in de provincies Groningen en Friesland met dien verstande, dat door tusschenkomst van den Burgemeester van de betreffende gemeente, tijdig daarvan mededeeling moet worden gedaan aan het Bureau van den Rijksdienst voornoemd. Lange Voorhout 19, ’s Gravenhage.

Apeldoorn, 2 Augustus 1943

De President van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, (get,) Frederiks

Apeldoorn, 2 Augustus 1943

Het zal U bekend zijn, dat men, tengevolge van het gebrek aan kunstmest, den laatsten tijd in toenemende mate is overgegaan tot het gebruik van terpaarde voor verbetering van cultuurgronden. De terpen en wierden werden eertijds n.l. gebruikt als vluchtoord voor het vee, waardoor zich tusschen de kleilagen lagen stalmest bevinden, welke aan die aarde een zeer vruchtbaar karakter geven.

Bij het afgraven van terpen en wierden zijn echter, behalve agrarische belangen, ook verschillende andere belangen betrokken. In het bizonder voor de bebouwde terpen moet rekening worden gehouden met belangen van stedebouwkundigen aard.

|De organische groei der IttilMlorpen mag dotir verdere afgraving niet nog meer worden scheefgetrokken en verbrokkeld dan in sommige plaatsen meer, in andere minder, reeds thans het geval is. Een concentrische wijze van uitbreiding met logische verbindingen naar het hoogste punt van de terp, waarop als regel de kerk is gelegen, moet gehandhaafd blijven. Het afgraven van terreinen binnen den ring, waarbinnen de voor bouwterrein meest geschikte grond gelegen is, dient in het algemeen voorkomen te wor! den. Wordt hieraan niet de hand gehouden, dan dringt men de bebouwing ! automatisch naar de buitenzijde van den ring en naar de toegangswegen, waar zij niet thuis hoort en waardoor stedebouwkundig i dorpen ontstaan, linten, die zich groepeeren om een kern van vergraven ! terrein, dat zijn centrumfunctie verloren heeft en waar de kerk vereen-Lzaamd komt te staanu .

De terpen en wierden zijn ook uit een landschappelijk oogpunt van belang, aangezien zij een karakteristiek onderdeel vormen van het landschapsbeeld in Uwe gewesten, waar in sommige gedeelten vrijwel elk dorp, elk kerkje, somtijds haast elke boerderij op een groote of kleine terp is gebouwd, waardoor deze objecten in het bizonder naar voren komen en een geheel van groote bekoring opleveren. _ |

Tenslotte vragen dë archaeologische belangen onze aandacht. Deze zullen eenerzijds veelal medebrengen, dat geheele of gedeeltelijke afgraving noodig is ten behoeve van een systematisch onderzoek door middel van het aanhrengen van horizontale en verticale sneden in de terpen en wierden. Deze werkzaamheden dienen met zorg te geschieden en meestal niet te vereenigen met het afgraven van de terp ter verkrijging van de vruchthare aarde. |

Anderzijds is het uit archaeologisch oogpunt van belang, dat niet alle terpen thans worden afgegraven, doch dat voor de archaeologische behoeften van latere geslachten terpen en wierden gespaard blijven, die deze geslachten t.z.t. in staat zullen stellen, zich niet slechts uit de literatuur, doch ook uit eigen aanschouwing een beeld te vormen van de woonwijze onzer voorouders, die periode na periode, laag na laag, haar sporen heeft nagelaten, |

Op grond van het bovenstaande ben ik van meening, dat, in bet kader Van bet nationale plan een terpenplan ware vast te stellen, welk plan zich voorloopig dient te beperken tot de provincies Groningen en Friesland. Bij een zoodanig plan ware alsdan te bepalen welke terpen en wierden ongeschonden behouden moeten blijven, welke terpen en wierden geheel of ten deele (verder) vergraven mogen worden en onder welke voorwaarden deze V—«ving zal dienen te geschieden. |

Het verdient aanbeveling, dat de Rijksdienst voor het Nationale Plan tijdens de voorbereiding van een z.g. terpenplan tijdig kennis draagt van op de terpen en wierden voorgenomen werken c.q. grondaankoopen, opdat dezerzijds, met toepassing van het bepaalde in artikel 5 lid 3 van het Besluit No. 91/1941, daartegen zoo noodig bezwaar kan worden gemaakt. In verband hiermede heb ik de beschikking genomen waarvan ik U hierbij een afschrift doe toekomen. .

Ik verzoek U de Burgemeesters van de betreffende gemeenten, onder medewerking voorzooveel noodig van het vorenstaande, uit te noodigen, voorzooveel hunne gemeente betreft, op de meest geëigende wijze aan mijn beschikking algemeene bekendheid te geven waarbij de aandacht van belanghebbenden erop ware te vestigen, dat ingevolge artikel 7, eerste lid, van het onderhavige besluit, het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, genoemd in artikel 5, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden. U gelieve voorts aan de burgemeesters te verzoeken hunnerzijds zooveel mogelijk zorg te dragen, dat aan het bedoelde verzoek gevolg wordt gegeven. __|

Ik zou het verder op prijs stellen, indien die burgemeesters aan het Bureau van den Rijksdienst kennis'geven van een begin van uitvoering van een voorgenomen werk in de gevallen, dat met die uitvoering wordt aangevangen, voordat hun vanwege den Rijksdienst een nadere mededeeling ter zake heeft bereikt. |

Tenslotte zou aan de Burgemeesters kunnen worden medegedeeld dat zij zich voor nadere inlichtingen omtrent eventueele vragen nopens den omvang der terpen en wierden alsmede omtrent hetgeen in verband met de bedoeling der onderhavige beschikking (het te beschermen belang) onder ~voorgenomen werken moet worden verstaan kunnen wenden tot het Bureau van den Rijksdienst. |

De President van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, (get.) Frederiks

Aan de Commissarissen der provinciën Groningen en Friesland