is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 26, 1945, no 5, 1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kosten van den bouwgrond voor arbeiderswoningen

Een geschrift, uitgegeven door de Hoofdinspectie voor de Volkshuisvesting (publicatie 1945 No. 1), als overdruk uit de Verslagen en Mededeelingen betreffende de Volksgezondheid, geeft de uitkomsten weer van een onderzoek naar deze kosten. Het onderwerp, onder alle omstandigheden van groot belang voor de volkshuisvesting, heeft nu nog aan beteekenis gewonnen, immers in de eerstvolgende jaren zal een onevenredig groot aantal woningen tot stand moeten komen en daarbij zal in ongewonen omvang overheidssteun noodig zijn. Inzicht in de grondkosten onder invloed van allerlei factoren het rapport noemt inzonderheid de perceelsbreedte beteekent dus inzicht in een bestanddeel van de overheidsuitgaven, of anders gezegd, in een van de elementen, die het effect voor de volkshuisvesting bepalen van de middelen, die de overheid voor dit belang ter beschikking kan stellen.

Het onderzoek is begonnen met het vaststellen van de bestanddeelen van den prijs van den bouwgrond. Er zijn vervolgens een aantal berekeningen uitgevoerd, die ten doel hebben na te gaan welke kwantitatieve beteekenis elk bestanddeel heeft. Een serie tabellen laat ons zien tot welk resultaat dit rekenwerk heeft gevoerd. Wij vinden hierin bijv. opgegeven op welke kosten per m perceelbreedte allerlei ruwe grondprijzen neerkomen, bij varieerende blokdiepte. straatbreedte en bloklengte, hetzelfde voor de kosten van ophooging van straatgrond en perceelgrond, van rioolaanleg. van straataanleg, inclusief kleine plantsoenen, enz. Voor de kosten van technische werken is uitgegaan van loonen en materiaalprijzen voor den oorlog, ontleend aan gegevens, welke uit een aantal gemeenten zijn verzameld.

Op dezen grondslag wordt meer in het bizonder onder oogen gezien de mogelijkheid tot verkleining van de diepte van een grondperceel bij verbreeding daarvan om de daarvoor noomge vergrooting van de perceel-oppervlakte te reduceeren. Het is niet mogelijk alle gevallen, die in dit verband worden onderscheiden, hier samen te vatten. Letten wij slechts op de eindconclusies. Twee wegen worden genoemd, waarlangs de woningexploitanten hebben getracht een ruim rendement van hun kapitaal te bereiken, t.w. vermindering van de perceelbreedte en beperking van de blokdiepte. De geriefelijkheid van de woning heeft hieronder geleden; er zijn slechte woningtypes uit voortgekomen met smalle vertrekken, diepe en te breede uitbouwen, gebrekkige toetreding van licht en lucht en overlast van vocht.

Het streven naar breedere perceelen is thans algemeen. Bij de voorbereiding van een serie woningtypes door de Hoofdinspectie is gebleken dat beneden een breedte van 4,75 m geen behoorlijke woningen kunnen worden ontworpen. De eengezinsrijenhuizen inmiddels gepubliceerd hebben een breedte van 4,75 tot 7,10 m. Het thans verschenen rapport wijst erop dat eerstgenoemde breedte aan den lagen kant is, het noemt een minimum van 5 m stellig gewenscht. Tegenover het streven naar een grootere perceelbreedte staat de eisch van een economische verantwoording. Deze zou ertoe kunnen leiden dat t.a.v. de grondkosten maxima worden vastgesteld, welke voorwaarde zouden zijn voor medewerking van de overheid. De vaststelling van zoodanige maxima IS moeilijk. Ruwe-grondprijzen en ophoogingskosten loopen immers uiteen en wel op een wijze, die niet parallel loopt aan de grootte der gemeenten: ook binnen één gemeente komen voor en er zijn bovendien prijsschommelingen.

Het rapport geeft een suggestie voor een indeeling der gemeenten voor dit doel in zeven groepen. *

Ten slotte worden voor enkele gemiddelde gevallen voor de door de Hoofdinspectie gepubliceerde serie types de kosten van het bouwterrein per woning opgegeven. Daaruit blijkt f bouwperceel een maximum van t 600 wordt gesteld, in gemeenten met lage ruwe-grondprijzen / c ™ perceelbreedte) en lage ophoogingskosten Hot t 20 per m perceelbreedte) alle types van de serie tot

een breedte van 7,10 m kunnen worden uitgevoerd, indien men genoegen neemt met het minimale achtererf van 8 m diepte. Wenscht men een achtertuin, die 5 m dieper is, dan bedragen de kosten f 100 meer. \Vil men den prijs toch handhaven op f 600, dan kan men met de perceelbreedte niet verder gaan dan ongeveer 6 m.

Verder zijn enkele types vergeleken, die alle een bebouwd oppervlak hebben van rond 43 en een breedte, varieerend van 4,75 tot 6,25 m en vervolgens enkele types, met een iets grooter bebouwd oppervlak (44 tot 45 m 2) en een breedte varieerend van 5 m tot 7,10 m. In het eerste geval ziet men de kosten van het bouwterrein klimmen met ongeveer f 6 per 10 cm meer breedte en bij 5 m extra-achtertuin met ongeveer f 7 tot f 7,50 per 10 cm meer breedte; in het tweede geval eveneens met ongeveer f 6 per 10 cm meer breedte (bij de allergrootste breedte slechts met f 4,50) en bij 5 m extra-achtertuin met f 7 per 10 cm meer breedte (bij de allergrootste breedte f 6). In al deze gevallen moet dus worden gerekend op een toeneming van de huur met 6 a 7 cent per wee!k voor elke 10 cm, die aan de breedte van de woning wordt toegevoegd. De kosten van het bouwterrein nemen in beide gevallen wel toe met de breedte van de woning, wanneer een grootere breedte gecompenseerd wordt door een geringere diepte, maar lang niet evenredig met de toeneming van de breedte. ..Voor betrekkelijk weinig meer kosten blijkt een woning een aanmerkelijk grootere breedte te kunnen verkrijgen, waardoor een betere woningindeeling mogelijk wordt en dus de volkshuisvesting wordt gebaat.”

H. V. d, W.

Binnenland

De Troonrede en de volkshuisvesting

De Troonrede bevatte de volgende passage! inzake de volkshuisvesting. In het jaar 1946 zulfen de 300.000 licht beschadigde en de 40.000 zwaar beschadigde woningen definitief worden hersteld. Daarnaast zullen IU.UÜÜ nieuwe woningen worden gebouwd, terwijl het drievoudige van het hiervoor benoodigde materiaal voor den wederopbouw van de industrie en het herstel van het verkeerswezen zal worden) gebruikt. De plannen voor volledige bevrediging van de behoeften van volkshuisvesting en industrie worden krachtig ter hand genomen.

maatregelen zijn in voorbereiding tot verzekering van de doeltreffende uitvoering van dit bouwprogramma.

Vorderingsbesluit dienst- en woonruimte ’s Gravenhage en omgeving

Bij Kon. Besluit van 13 October 1.1. is een afzonderlijke regeling getroffen voor de vordering van dienst- en woonruimte in de Haagsche agglomeratie. De regeling omvat, behalve de centrale gemeente ’s Gravenhage, ook Leidschfendam, Rijswijk, Voorburg en Wassenaar. Er is een speciaal bureau voor de huisvesting ’s GraVenhage en omgeving ingesteld, onder een commissie van beheer, waarin vertegenwoordigers van eenige departementen van algemeen bestuur zitting hebben, naast leden, aangewezen door het Militair Gezag, en de burgemeesters der gemeenten in het ressort van het bureau, In dit gebied worden de bevoegdheden tot vordering van woonruimte en inkwartiering uitsluitend uitgeoefend door den directeur van het bureau. Blijkens artikel 1 van het besluit heeft in de eerste plaats de voorziening voorgezeten in de huisvesting van publieke diensten, ambtenaren van deze diensten en onderdeelen van leger en vloot, ten in de tweede plaats de huisvesting van de burgerbevolking.

Woningruilcentrale Utrecht

In Utrecht is overgegaan tot de instelling van een woningruilccntrale, ondergebracht bij den bouw- en woningdienst. Zij zal bemiddeling verleenen voor ruilingen, waarbij één of beide woningen in de gemeente Utrecht zijn gelegen. De centrale zal zich niet begeven op het terrein van de particuliere woningbureaus; zij beperkt er zich toe de gegadigdfen ’’’ contact te brengen. De verdere regelingen tusschen de gegadigden onderling en met de huiseigenaren moeten op de tot dusver gebruikelijke wijze, dus eventueel door bemiddeling van een woningbureau, tot standkomen. Ook dienen de gegadigden zelf te zorgen voor Imt verkrijgen van de noodige vestigings- of verhuisvergunningen. De diensten van de dentrale zullen kosteloos worden verleend.