is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 27, 1946, no 8-9, 1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als gevolg verlies aan energie en tijd, de groote toename van verkeer en lawaai. Deze debetlijst van de moderne groote stad zou gemakkelijk aangevuld kunnen worden.

b. De verhouding tot den medemensch. Het is niet onze bedoeling hier in een herhaling te vervallen van de reeds bijna tot gemeenplaats geworden constateeringen en klachten omtrent den modernen massamensch. Waar het ons hier om te doen is, is het feit dat de groote stad de vermeerdering van den massamensch, de versterking van zijn karaktertrekken mogelijk heeft gemaakt en in de hand werkt. De massamensch ik gebruik dit begrip met alle reserves die noodig zijn zoekt de aansluiting bij zijn medemenschen in gezelligheid, partijtjes, allerlei vormen van oppervlakkige vermaken. Hij bloeit in cafés en restaurants, in dancings, in het veelvuldig samenzijn in meetings en vergaderingen. Hij heeft een afkeer van alleen-zijn, van stilte ook. Vandaar dat hij graag is opgenomen in een niet-ophoudenden stroom van oppervlakkige gesprekken. Of hij laat de radio, dit speeltuig van groote menschen, de gevreesde stilte verdrijven met geluiden waarnaar hij nauwelijks luistert. Deze massamensch komt voor in alle standen en klassen. Zelfs intellectueele vorming biedt tegen zijn optreden allerminst voldoenden waarborg. Zijn eigenschappen, die in ons allen aanwezig zijn, kunnen slechts op een hooger plan gebracht worden door critisch denken, door innerlijkheid, door verdieping van het contact met den medemensch en, naar het uiterlijk aspect, door betere omstandigheden, waartoe niet in de laatste plaats behoort een goede woonomgeving.

De groote stad, zooals die thans is, geeft een oneindige mogelijkheid aan vluchtige contacten, doch zij mist de beslotenheid, de vertrouwde sfeer, waarin de mensch zich voortdurend thuis voelt. En daarom gaat voor zeer velen het opgaan in de vluchtige contacten juist gepaard met innerlijke eenzaamheid, met een zich meer of minder los geslagen en ontworteld gevoelen. Natuurlijk wil dit niet zeggen, dat alle of zelfs de meerderheid der stadsbewoners massamenschen zijn. Daarvoor zijn de verschillen tusschen menschen en toestanden te groot. Daarvoor ook biedt juist de groote stad teveel gelegenheid tot diepere contacten tusschen verwante geesten en tot cultureele verrijking. En daarvoor, tenslotte, is er te weinig reden om het vaak bekrompen en stilstaande leven in kleine steden te idealiseeren. Het gaat echter in het bestek van ons onderwerp slechts om de vaststelling, dat de groote stad een verheviging beteekent in het proces van het massale en het richtinglooze en tegelijkertijd van het vereenzaamde en geïsoleerde leven.

c. Het contact met de natuur. Behalve tot de hier kort aangeduide vervluchtiging van menschelijke contacten, heeft de enorme uitbreiding der steden geleid tot een vermindering, vaak zelfs tot een verschrompeling van onze betrekkingen met de natuur. De feiten zijn in groote lijnen bekend, i) De troostelooze afwezigheid van groen, de afgeslotenheid van frissche lucht en zonlicht, die zoo vele woonwijken der 19de eeuw kenmerkt, de aanwezigheid van stof en rook, het zijn verschijnselen, die thans wel iedereen als kortzichtigheden en gebreken van ons vroegere bouwen en van onze vroegere opvattingen zal beschouwen. Ook zijn de nadeelen voor gezondheid van lichaam en ziel, die uit het verlies van contact van den stedeling met de natuur voortvloeien, meer en meer onderkend. Tot het lange zondenregister der stadsuitbreiding (en der industrialisatie) behoort nog, dat het gebied der natuur zeer is ingekrompen, dat uit gebrek aan inzicht en diepere gevoelens ontzaglijk veel natuurschoon is geschonden en dat er irt vele opzichten een wanverhouding tusschen stad en land is ontstaan. Ook wanneer in de laatste decennia een deel der bevolking meer en meer heeft kunnen profiteeren van verbeterde woonomgevingen, omringd door meer openheid en meer groen dan voorheen het geval was, dan is toch nog in

Vgl. voor dit onderwerp mijn; De houding van den mensch tegenover de natuur, 1945.

de meeste gevallen bet vlugge contact met de wijdere natuur versperd of belemmerd door steeds aangroeiende complexen voorsteden en door lintbebouwing.

d. Andere aspecten. Zonder bij deze korte opsomming van de debetzijden van het grootstadsleven ook maar eenigermate naar volledigheid te streven, moeten wij nog het belangrijke feit van de correlatie tusschen stad en klein gezin in herinnering brengen. De verschillende oorzaken, die daarvoor bestaan, kunnen wij hier in het midden laten. De groote stad, vooral de wereldstad, is geworden tot de plaats, die de menschen, vooral de besten, tot zich trekt en hen verbruikt. Idet inzicht van een dichter als Rilke en de conclusies van verschillende wetenschappelijk bevoegden stemmen overeen in dit oordeel over de wereldstad. 3) De inwerking van de groote stad op ons gansche psychische leven, op ons zenuwleven, op desintegratie der persoonlijkheid, de inwerking van lawaai, van klimaat en lucht der stad, zijn gebieden die nog nauwelijks zijn onderzocht, doch die, al zijn zij van subtielen aard, zeer belangrijk zijn.

3. Gezochte oplossingen

a. Algemeen karakter der oplossingen. In de critiek op onze wijze van wonen, op den aard en inrichting der steden, in de oplossingen die voorgesteld en geprobeerd zijn, doen zich aanzienlijke verschillen voor. Deze verschillen hangen ten deele samen met radicaliteit van gezichtspunt, ten deele met het verschijnsel waarmee de oplossingen zich in het bizonder bezig houden, ten deele ook met veranderende omstandigheden. Men zou gedeeltelijke en synthetische oplossingen kunnen onderscheiden. Gedeeltelijke oplossingen, zich richtend op het afzonderlijke verschijnsel, zijn reeds lang aan de orde en, meer of minder geslaagd, verwerkelijkt. Zij hebben synthetische oplossingen omtrent verbetering van de stad als algeheel woon- en werkgebied, oplossingen waarvoor thans de tijd rijp schijnt te worden, voorbereid. Want men moet het zich niet zóó voorstellen, alsof reacties op het ongunstige en pogingen tot verbeteringen een betrekkelijk plotseling, een recent verschijnsel zijn. Inzicht wordt bijna steeds slechts uit fragmenten, geleidelijk of door schokken verkregen, opgebouwd.

Alle pogingen- tot verbetering hebben betrekking op sanitaire, op ruimtelijke of op sociale aspecten van woon- en werkgelegenheid. Het is echter moeilijk hier scherpe onderscheidingen aan te brengen. Bijna alle problemen vertoonen meer dan één dezer aspecten. Wel kan men zeggen, dat de zooeven genoemde volgorde van aspecten opk'limt in belangrijkheid en in omvattendheid van gezichtspunten.

b. Gedeeltelijke oplossingen. De massabouw van hygiënisch uiterst onvoldoende huizen, die tijdens het begin der industrieele ontwikkeling ontstond, wekte reeds in de eerste helft

„Die Stadte aber wollen nar das Ihre

und reissen alles mit in ihren Laaf.

Wie hohles HOI 2 zerbrechen sie die Tiere

und brauchen viele Völker brennend auf’.

(Das Stundenbuch)

) „Les villes, a I origine lieu de protection, de développement, sont devenues des cimetières, de simples lieux de passage, de consommation Elles ne s’accroissent que par une immigration intensive: Ia banlieue, la région, la nation, I'étranger leur ont foumi, jusqu'ici, la chair humainé nécessaire tont comme leur viande da boucherie” (Gaston Bardet Problèraes d'Urbanisme, 1941, blz. 294). En: „En effet, les grandes ’ villes ne pourront plus longtemps vampiriser les campagnes, dont elles ont besoin comme garde-manger et comme haras. Elles ne pourraient subsister, maintenir Ie chiffre de leur masses agglutinées qu'en su?ant jusqu' a 1 agonie les villes secondaires en lesquelles s’équilibrent précisément les lavantages de la ville et de la campagne et ou se conservent les vertues de la race. La mort de ces dernières aménerait, a l'intérieur des régions, un déséquilibre fonctionnel et social tel qu'il entraineriait la destruction définitive de la campagne. Le problème qui se pose d’une fa?on pressante est donc doublé: Refaire la: structure rurale pour éviter la débacle urbaine. Refaire la structure urbaine pour que la vie humaine y devienne possible" (blz. 295).