is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 27, 1946, no 10, 1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het blad zegt den indruk te hebben dat Nederland werkelijk een oplossing tentoonstelt voor zijn woningvraagstuk en de andere landen meer modellen van kleine paviljoens exposeeren.

Dat er gebreken zijn, kan niet ontveinsd worden. De afwerking is niet altijd ideaal te noemen. Zoo zijn bijv. vele woningen aan de binnenzijde van gevoegd schoon metselwerk. Bovendien moest voor enkele complexen een dakbedekking worden aangebracht van het Engelsche dakleer met permasec-kleefstof van zeer slechte kwaliteit, welke destijds door de Nederlandsche Regeering was aangekocht. Ook moest t.a.v. verschillende vloer-, dak- en wandconstructies in verband met het niet beschikbaar zijn van normale bouwmaterialen vaak worden geïmproviseerd, o.a. door toepassing van mecriet-dakplaten en scholtolite-plafonds, terwijl de meeste sloten en krukken eveneens van slechte kwaliteit zijn.

Momenteel wordt zooveel mogelijk getracht de bezwaren te ondervangen door de bouwonderdeelen van inferieure kwaliteit, welke noodgedwongen waren toegepast, te vervangen door betere, opdat de klachten hierover tot het minimum worden beperkt.

4. Financieele gegevens

Door de Afdeeling Noodwoningbouw sinds 1 Aug. '46 subbureau Techn. afw. noodwoningbouw wordt alleen de zuivere opbouw van de noodwoningen verzorgd. De bijkomende werkzaamheden als bouwrijp maken van den grond en de aanleg van rioleering, waterleiding, gas en electriciteit, voorzoover deze werkzaamheden geschieden buiten den gevel, behooren tot de taak van de gemeente. In verband hiermede en in verband met het feit dat de bouw gedeeltelijk in regie is geschied, waarvan de uiteindelijke resultaten nog niet bekend zijn, is het onmogelijk reeds thans de totale bouwkosten vast te stellen.

Op grond van de tot nu toe opgedane ervaringen kunnen de bouwkosten met inbegrip van de kosten van grondaankoop, bouwrijp maken, rioleering, enz. worden geschat op fl. 7000. per woning, een totaal uitmakende van rond fl. 57.400.000. voor ongeveer 8200 woningen. Ongeveer 6/7 van dit bedrag, dus fl. 49.200.000 maakt het totaal der kosten uit van den zuiveren bouw.

Kr mocht nog geen beslissing van de Centrale Directie van de Volkshuisvesting worden ontvangen t.a.v. de wijze waar op de financieele verhouding tusschen het Rijk en gemeenten zal worden geregeld voor wat betreft het totaal der stichtingskosten der noodwoningen en het te verwachten exploitatieverlies. Zoodra deze regeling tot stand is gekomen en de noodwoningen zijn voltooid, zal per gemeente en bouwobject moeten worden nagegaan welke kosten ten laste van het bouwobject zullen worden gebracht, waarna de administratieve afwikkling haar beslag kan krijgen. Bij het opstellen van deze regeling zal rekening moeten worden gehouden met de zeer abnormale en moeilijke omstandigheden en arbeidsvoorwaarden, welke heerschten in het eerste jaar na de bevrijding gedurende hetwelk de bouw der noodwoningen plaats vond. Nog ongeacht de stijging van materiaalprijzen en arbeidsloonen zijn deze omstandigheden de oorzaak geweest van het, zij het onvermijdelijk, uitzonderlijk kostenpeil.

In afwachting van deze financieele regeling zullen de burgemeesters na voltooiing der noodwoningen of, indien de afwerking (bijv. binnenschilderwerk) wordt vertraagd tengevolge van gebrek aan ambachtslieden, zoodra de woningen bewoonbaar zijn, zorgdragen voor het beheer en de huur der woningen. De huren moeten worden gebaseerd op den ter plaatse geldenden normalen huurprijs voor arbeiderswoningen. Het moet n.l. voorkomen worden dat een daarvan afwijkende lage huur de verhoudingen t.o.v. de voor andere woningen geldende huren verstoort en tenslotte zal leiden tot het in gebruik houden van deze woningen, langer dan uit overwegingen van algemeen belang noodzakelijk of gewenscht is.

5. Het beheer (zie ook onder 4)

Wanneer de noodwoningen gereed zijn voor bewoning, worden deze aan de Burgemeesters der betrokken gemeenten overgedragen.

De woningen worden door de gemeenten geëxploiteerd of in beheer gegeven aan een woningbouwvereeniging of stichting.

Door het gemeentebestuur wordt bepaald wie de bewoners zullen zijn, terwijl ook het sociale werk geheel aan het inzicht van de gemeenten wordt overgelaten.

Enkele mededeelingen over het planologische werk in Nederlandseh Indië

door Ir. Jac. P. Thijsse

Vóór den Japanschen inval in Nederlandsch Indië gold nog als basis voor het planologische werk het Bijblad 11272 (1927), waarin aan de stadsgemeenten het vervaardigen van een uitbreidingsplan werd opgedragen. De eischen, die daarbij gesteld zouden moeten worden, waren niet of te summier daarin omschreven. Het lag in de bedoeling om dit Bijblad te vervangen door een ordonnantie, waarvan het concept reeds enkele jaren te voren door de Commissie-Logemann aan de Regeering was aangeboden, maar waarvan de behandeling door de oorlogsvoorbereiding vertraagd was. In deze Stadsvormingsordonnantie in concept, bedoeld voor de stadsgemeenten op Java, werden nauwkeurige richtlijnen gegeven betreffende de in te dienen plannen, waardoor men, na in werking stellen van de ordonnantie, verzekerd zou zijn van het verrichten van nuttig planologisch werk bij alle gemeenten gebaseerd op denzelfden stedebouwkundigen grondslag. ~Verzekerd” is wel een te groot woord, want niet alle gemeenten beschikten over voldoende deskundige krachten voor het vervaardigen van de plannen, en bij de instanties, die bedoeld waren om de stadsplannen en detailplannen te beoordeelen, gold dit te kort zelfs in nog grootere mate. De noodzakelijkheid om met spoed geschikte krachten tot deskundigen op te leiden, demonstreerde zich hierbij reeds duidelijk. Dat hiermee tijd gemoeid zou zijn realiseerde men zich volkomen en men hoopte hieraan tegemoet te kunnen komen, door naast het stimuleeren van planologisch onderwijs, ook op de reeds gevolgde wijze door te gaan, n.l. doordat de gemeenten, die niet in staat waren met eigen krachten het plannenwerk tot stand te brengen, de hulp in zouden roepen van een particulieren deskundige. Dit betrof dus in Indië speciaal het kantoor van Thomas Karsten.

Uiteraard zou het invoeren van de Stadsvormingsordonnantie ook de consequentie met zich medebrengen, dat de bestaande Bouwverordeningen, die veelal nog op verouderde principes gebaseerd waren, vervangen zouden moeten worden door nieuwe, die zouden aansluiten bij de ordonnantie. Door den inval van de Japanners werd de ontwikkeling van het stedebouwkundig werk volledig lamgelegd.

Als we nu op het oogenblik den toestand bezien, dan blijken de omstandigheden aanzienlijk minder gunstig dan voorheen.

le. De politieke status van de Stadsgemeenten op Java is nog niet met zekerheid te bepalen: evenmin de richting, waarin de plaatselijke gemeenschappen in de Buitengewesten hun zelfbestuur zullen kunnen realiseeren.

2e. Karsten en ook andere vooraanstaande stedebouwkundige krachten zijn Indië door den dood ontnomen of physiek niet in staat om hun krachten aan dit zoo noodige opbouwende werk te wijden.

3e. Vele steden, zoowel grootere en kleinere, op Java en in de Buitenbezittingen, hebben van het oorlogsgeweld en na-oorlogsgeweld in mindere of meerdere mate te lijden gehad, zoodat wederopbouw aan de orde is, waarbij intensieve planologische leiding uiteraard niet gemist kan worden.