is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 28, 1947, no 7-8, 1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juli-Aug. 1947

28e Jaargang – No. 7/8 : Maandblad

Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw

Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de Nationale Woningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de Wederopbouw

Redactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, ]hr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach, Ir. L. S. P. Scheller, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der Weijde

Adres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, ’s Gravenhage, Telefoon 115720

Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C., Telefoon 49128

In Memoriam Ir. Herman van der Kaa

De geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland tussen de beide wereldoorlogen is onlosmakelijk verweven met de persoon en de arbeid van Ir. Herman van der Kaa, onze eerste en feitelijke enige Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid voor de Volkshuisvesting.

Het was ongeveer een jaar na de eerste wereldoorlog, dat in ons land een nieuwe wettelijke organisatie van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, waaronder ook begrepen de uitvoering van de Woningwet, tot stand kwam. Tot deze organisatie behoorde ook de benoeming van een vakkundig Hoofdinspecteur voor de Volkshuisvesting voor het gehele land en daarvoor viel de keus op van der Kaa.

Tot dat ogenblik wilde het met de woningvoorziening niet vlotten. Ondanks del honderden millioenen, die aan de Woningwetbouw en de particuliere middenstandsbouw ten koste werden gelegd, bleef de aanbouw sterk achter bij de behoeften. Men zocht een andere weg en meende, dat die door van der Kaa was gewezen.

Deze had de aandacht op zich gevestigd, doordat hij in Amsterdam de gewone particuliere bouwers voor de woningbouw had weten te interesseren door het verlenen van gelimiteerde bijdragen a fonds perdu, welk systeem voor de overheid geringere lasten medebracht. Dit systeem heeft van der Kaa na zijn benoeming voor het gehele land tot uitvoering gebracht. De zogenaamde ~premieregeling” van December 1920 bracht inderdaad de particuliere bouw tot herleving.

Men mag over dit stelsel thans denken zoals men wil en het had ook ernstige fouten, waarvoor een eerlijk man als van der Kaa niet blind was maar men kan niet ontkennen, dat eerst na zijn optreden een woningproductie tot ontwikkeling kwam, die zoden aan de dijk zette, en die ertoe medewerkte, dat in enkele jaren tijd het woningtekort als ingehaald kon worden beschouwd.

Van der Kaa heeft dit niet gedaan, omdat hij aan de particuliere bouw de voorkeur gaf integendeel hij had in zijn Amsterdamse bouwtoezichtperiode de bezwaren van de particuliere bouw duidelijk genoeg gezien en was evenzeer overtuigd van de grote sociale en culturele betekenis van de Woningwetbouw maar hij was innig overtuigd dat zonder de medewerking van het vrije bedrijf nooit een voldoend ruime woningproductie zou kunnen worden verkregen.

Zijn systeem was er tevens op gericht, de bouwkosten te doen dalen. Daartoe werden de premies per woning in iedere opvolgende periode verlaagd.

Dit alles heeft strijd gekost. Van der Kaa heeft strijd gevoerd tegen de te hoge bouwkosten, tegen beperkingen van het vrije verkeer, die het bouwen dreigden duurder te maken, tegen te hoge lonen, te hoge prijzen van bouwmaterialen en te zware

overheidslasten, tegen in zijn oog te hoog opgevoerde eisen ten aanzien van woningtype en woningpeil.

Velen hebben dit vaak niet begrepen. Men heeft hem beschuldigd van neerdrukken van het woningpeil en van gemis aan sociaal gevoel. Dezulken hebben vergeten, dat van der Kaa slechts één doel voor ogen had: een zo ruim mogelijke woningvoorziening zonder hulp van de Overheid, en dat hij zich meedogenloos verzette tegen alles, wat daaraan in de weg stond.

Zijn ideaal was niet zoveel mogelijk hulp van overheidswege maar zoveel mogelijk hinderpalen wegruimen, die een vlotte woningvoorziening belemmerden. Niet de Overheid moest bouwen, maar het vrije bedrijf moest aan de gang worden gezet. Fn zijn grootste genoegdoening gedurende zijn eerste ambtsjaren was, wanneer hij op zijn vele reizen uit de trein de rode daken van nieuwe woningen zag, die zonder zijn toedoen waren tot stand gekomen, maar waarvoor hij door zijn strijd de weg tot de bouw had geeffend.

Van der Kaa heeft nooit een grote dienst willen hebben. Het bureau in de ten Hovestraat is altijd uiterst zwak bezet geweest. Met een paar mensen zijn in de loop der jaren de tienduizenden aanvragen verwerkt en is het vele wetenschappelijk werk verricht. Ik denk hier aan de Leidraad voor Bouwverordeningen en de Model Verordening, die hij tezamen met Mr. Lietaert Peerbolte in het licht gaf, en die tot een grote mate van eenheid in de Nederlandse bouwverordeningen hebben geleid, aan de Wenken en Normen voor het Onderhoudsbeheer van Woningwetwoningen, aan de studiën over de wenselijkheid en de mogelijkheid van het eengezinshuis, waarvan hij door overtuiging een enthousiast voorstander is geworden, aan de studiën over de woningbehoefte, aan de vele grafieken en andere publicaties op statistisch gebied, en aan zijn vele werkzaamheden op internationaal gebied.

Op de Congressen van de International Federation for Housing and Townplanning was hij een figuur van betekenis, in zijn latere jaren ook in de conferenties van deskundigen, die de Hygiënische Sectie van het Secretariaat van de Volkenbond te Genève organiseerde.

Deze werkzaamheden culmineerden in een studiereis naar Amerika iri 1937 met een zestal deskundigen, waarbij hij gelegenheid kreeg ter plaatse van de resultaten van de New Deal kennis te nemen. En een ander hoogtepunt was het bezoek van de Franse Minister Justin Godart, die zo onder de indruk kwam van hetgeen hij van de Nederlandse volkshuisvesting had gezien, dat hij van der Kaa verzocht een rapport te maken over de wijze, waarop in Frankrijk het woningvraagstuk zou kunnen worden opgelost.

Dit alles heeft hij gedaan niet als hoofd van een grote staf, maar zelf en met een heel klein personeel. Fn wanneer Nederland ook thans nog op het gebied van de volkshuisvesting een goede naam heeft en ook nu buitenlanders van heinde en