is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 28, 1947, no 9, 1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

, No. 1574, 9 Juli 1947 De houtvoorziening van Nederland, door J. W. Gonggrijp en Dr. D. Burger. Bespreking van de mogelijkheid hout uit Suriname voor onze ■wederopbouw te gebruiken.

■, No. 1581, 27 Augustus 1947

Het huurvraagstuk, door Dr. Ir. H. G. van Beusekom. Na een korte algemene beschouwing doet schr. enkele mededelingen over de regeling van de huur en de feitelijke hoogte daarvan in verhouding tot de kosten van levensonderhoud in enige landen. Voor Nederland schat schr. dat op het ogenblik de huur a 9 % van het inkomen van de industrie-arbeiders bedraagt. Hij wijst echter op de sterke afschuiving van het onderhoud op de huurders, waardoor de belangstelling van de eigenaren voor een huurverhoging niet groot is.

Het Eigendomsrecht, No. 6, Juni 1947

Initiatief van de huiseigenaar tot verruiming van de woningvoorraad, door Ir. K. L. van der Schaar. Critische beschouwing over de afwijzing van het plan-bet Lam tot Inrichting van zolders tot tijdelijke woningen door Ir. van Teylingen in een artikel in Bouw. Schr. wil de gedachte van de Heer het Lam ook uitbreiden tot de huizen met halve zolderverdiepingen.

De Gemeente, No. 12, Juli~Augustus 1947

Een streekplan in Zuid-Kennemerliand, door F. S, Noordhoff. Schr. schetst de administratieve moeilijkheden bij de voorbereiding 'Vian dit streekplan en knoopt daar enkele algemene beschouwingen aan vast. Aanschrijvingen tot het verbeteren van woningen, door A. J. A. Rikkert. Artikel over de bekende kwestie-Beverwijk. Schr. acht een noodwet wenselijk, waarin de bepaling van art. 8 c der \Voningnoodwet wordt hersteld. De huren der nieuwe woningen, door J. Bommer. Schr. acht de nieuwe regeling duidelijk, niet te ingewikkeld en ook principieel juist.

De Gemeenteraad, No. 10, ApriKMei 1947

Het vraagstuk der gemeentegrenzen, door Drs. G. H. L. Zeegers. Een breed opgezette beschouwing, waarin veel aandacht wordt besteed aan de ruimtelijke ontwikkeling. Met kaartjes.

, No. 1, Juli 1947

Het vraagstuk der gemeentegrenzen, door Drs. G. H. L. Zeegers. Slot. Met grafieken.

De Ingenieur, No. 28, 11 Juli 1947

Collectieve huisvesting van de industrie. Industrieparken en industrieflats. Verslag van twee inleidingen, resp. van drs. A. G. van der Veen en de Heer H. A. Maaskant, en van de beraadslaging. MèF"jfbb.

■, No. 34, 22 Augustus 1947

Planologische aspecten van de industrialisering van Nederland, door Ir. L. H. J. Angenot. Verslag van een voordracht voor de Afdeling Technische Economie van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Schr. wijst op de beslissende betekenis van de vestiging van de industrie bij de verdeling van de bestaansbronnen. De jaarlijkse toeneming van de industrie in Nederland brengt mee dat per jaar 1350 ha grond een ander gebruik zal krijgen. De vestiging in het polderland heeft de noodzakelijkheid van een ongunstige wijze 'van huisvesting voor de arbeiders, namelijk in etagewoningen, meegebracht. Juist waar de technische voorwaarden voor de nederzetting het ongunstigst zijn, heeft de grote bevolkingsconcentratie plaats gehad. Is deze trek naar het Westen ook bij verder industrialiseren noodzakelijk? De aanwezige concentratie versterkt haar eigen oorzaken; met name bij het verkeersapparaat is zij in het voordeel. Andere factoren werken in verschillende richting; de verbeterde transportmiddelen bekorten de afstanden. De verschillen in lonen worden genivelleerd, evenals de belastingen. De voorziening met gas en electriciteit wordt gelijkmatiger. De verdeling van de industrie en van de bevolking kan van kleine factoren afhangen. Bij de vestiging van niet aan bepaalde plaatsen gebonden industrieën bestaat keuze. Aangezien de toekomstige industrie hoofdzakelijk zal besOaan uit kwaliteitsproducten, zullen de transportkosten weinig tellen en zal de vrijheid van keuze groot zijn. Het meest interesseren ons in dit verband de stuwende industrieën. De terreinaccomodatie weegt zwaarder dan vroeger. De verzorging hiervan is een taak voor de gemeenten. Blijven de kleine hier achter, dan zal wederom de tfekkracht van de grote versterkt worden. Het nadeel van een verdere bevolkingsconcentratie in het Westen ligt in de ongunstige grondgesteldheid met haar invloed op het woningtype en het gemis aan groen. Wil men de industrialisatie in hoofdzaak leiden naar de Noordelijke, Oostelijke en Zuidelijke provincies, dan moet aan positieve maatregelen <— bevordering van accomodatie de voorkeur worden gegeven boven een verbodsbepaling. Provincie en Rijk dienen zwakke gemeenten hier te helpen. Bij de keuze van de plaats moet naast het bedrijfseconomisch gezichtspunt ook het stedebouwkundige, en dat van een goede verdeling van de bevolking en van de welvaartskansen meetellen, evenals de demografische factor, de groei van de bevolking ter plaatse. Vervolgens wordt in het bizonder besproken de vraag of en in hoeverre onze toekomstige fabrieken aan zeehavens moeten liggen. Schr. trekt uit verschillende feiten de conclusie dat de vestiging op kostbare zeehaventerreinen steeds minder in aanmerking komt. De andere verkeersinrichtingen zijn echter van groot belang. De noordelijke, oostelijke en zuidelijke provincies zullen door de aanleg van industrieterrein en de vestiging van goede verbindingen moeten worden geactiveerd. Ook een verslag van de beraadslaging is afgedrukt.

Katholiek Bouwblad, No. 22, 9 Augustus 1947 .

Het nummer wordt gevuld met uittreksels uit inleidingen en een samenvatting over het onderwerp „parochie- en wijkvorming”, uitgesproken op een bijeenkomst van de vakgroep Bouwkunst van de Algemene Katholieke Kunstenaarsvereniging. Inleiders waren Ir. Thomas Nix, Pastoor Jos. Poels en G. Holt. De samenvatting was van Prof. Ir. M. J. Granpré Molière. Met afbb.

Maandblad van N. Samson N.V., No. 7, Juli 1947 Vorderingsbesluit woonruimte. Schets der nieuwste jurisprudentie. In dit voortgezette overzicht worden twee kwesties aangeroerd. Een vonnis van de president van de rechtbank te Arnhem had betrekking op de bekende ministeriële richtlijn, dat vordering alleert met machtiging van de Minister mag geschieden, als door de vordering een ontruiming van wege de rechter zou worden verijdeld of daarop zou worden vooruitgelopen. De President stelde zich op het standpunt dat dit ook in acht genomen moet worden als beide bevoegdheden elkaar ondersteunen. In de tweede plaats wordt een scherpe aanval besproken van Prof. van Oven in het Nederlands Juristenblad op het wetsontwerp ter bevordering van een doelmatige verdeling van woongelegenheid.

No. 8/9, Augustus-September 1947

Gemeentelijke woningbouw met gebruikmaking van de Financieringsregeling woningbouw 1947. Eerst huldigde het departement de opvatting dat bouw van verenigings- en gemeentewoningen alleen dan volgens de Financieringsregeling mogelijk zou zijn, als het middenstandswoningen e.d. betrof. Later zijn echter aanvragen om steun ook voor arbeiderswoningen ingewilligd. Schr. stelt de voor- en nadelen van de geldende regeling volgens de Woningwet en van de Financieringsregeling tegenover elkaar. In het voordeel van de laatste komt, dat geen min of meer belangrijk deel van het tekort ten laste van de gemeente blijft. Men vergete echter niet dat de Rijksbijdrage op de voet van de Woningwet achteraf bepaald wordt op grond van de werkelijke stichtingskosten, die volgens de Financieringsregeling vooraf op grond van de geraamde stichtingskosten. Een andere moeilijkheid voor de gemeenten bij bouw ingevolge de Financieringsregeling is de kapitaalvoorziening, immers ten aanzien van rente en looptijd van gemeentelijke geldleningen zijn zij gebonden aan de richtlijnen van de Minister van Financiën. Op grond van een en ander en van de overweging dat voor de exploitatie van specifieke arbeiderswoningen de Woningwet de aangewezen regeling is, schijnt de Minister van mening te zijn dat de Woningwet de voorkeur heeft voor de bouw van arbeiderswoningen. Het verschil in huurpeil tussen Woningwetwoningen en andere in het voordeel van de eerste wordt ook nu gehandhaafd. Een voordeliger bijdrageregeling volgens de Woningwet is in voorbereiding.

De Nederlandse Gemeente, No. \25, 20 Juni 1947

Het nieuwe Walcheren, door Jhr. Mr. J. Schuurbeque Boeye. Kort artikel naar aanleiding van de verschijning van het streekplan-rapport van de z.g. Snelcommissie Walcheren.

No. 27, 11 Juli 1947

Het woonwagenvraagstuk, door J. Koeckes. Schr. bespreekt dit probleem voornamelijk van gemeentelijk standpunt. Hij beveelt aan dat voor elke provincie het aantal woonwagenvergunningen aan, een. maximum wordt gebonden.

No. 33, 22 Augustus 1947

De inwerkingtreding van de Woonruimtewet 1947, door M. L. van Putten. Schr. wijst er op, dat de inwerkingtreding van deze wet, die aanvankelijk op 1 September was bepaald, moeilijkheden doet ontstaan. De wet komt immers slechts twee dagen tevoren in het Staatsblad en dit zal misschien niet voor de inwerkingtreding op de secretarieën aanwezig zijn. De tekst is nu rechtstreeks aan de gemeentebesturen toegezonden. Verder moeten de gemeentelijke adviescommissies nog worden samengesteld en wel volgens ministeriële richtlijnen. Schr. beveelt aan, hetzij uitstel van de inwerkingtreding, hetzij ontheffing voor korte tijd van de plicht om een adviescommissie te horen.

Publieke Werken, No. 6, Juni 1947

Planning Administration in Gloucestershire, door Eric L. Higgins. Een kort artikel over de inrichting van de stedebouwkundige dienst in dit graafschap, van het hoofd van de dienst.

No. 7, Juli 1947

Horizontale ventilatie van woningen, door A. H. M. Basart. Schr. beschrijft na een inleiding een ventilatiesysteem, dat thans in de proefwoningen te Rotterdam in toepassing wordt gebracht. Met afbb.

No. 8, Augustus 1947

Uitbreidingsplannen der gemeente Velsen, door Ir. A. L. H. R. Gerla. Beknopte uiteenzetting van de strekking van de plannen met drie reproducties.

Technisch Gemeenteblad, No. 6, September 1947

De woningbouw in Engeland. Beschouwingen over de moeilijkheden bij de uitvoering van het woningbouwprogramma in Engelland met beschrijving aan de hand van plattegronden en andere afbeeldingen van enkele woningtypes.