is toegevoegd aan je favorieten.

De woningbouwvereniging, jrg 7, 1947, no 1, 1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de Heeren Heukelom en Linschoten is bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde vertegenwoordiging van de gemeenten. Zij maken hun bezwaren op basis van een onpleizierige houding van bepaalde gemeentebesturen. Deze critiek mag echter niet als algemeen worden aanvaard. Het is, zegt spreker, ook wel eens andersom, waarbij woningbouwverenigingen een onpleizierige houding aannemen. Spreker was zelf anderhalf jaar wethouder van Amsterdam en spreker heeft niet gemerkt, dat zijn standpunt ten aanzien van de oplossing van de problemen der volkshuisvesting daardoor werd beïnvloed. In de loop der jaren heeft spreker ook wel eens besturen van woningbouwverenigingen ontmoet, die behept waren met een geest, welke niet bevorderlijk was voor de gang van zaken. Wanneer er tegen bepaalde gemeentebesturen critiek bestaat, dan moeten de inwoners maar zorgen dat dit verbetert, dat is niet onze taak. Waarom, vraagt spreker, bent U zo benauwd? Heeft U zo weinig vertrouwen in Uw eigen capaciteiten, dat U niet op voet van gelijkheid in één organisatie met deze mensen wil samenwerken? Met nadruk wijst spreker er op, dat heel onze geest doortrokken moet zijn van de wil tot samenwerking, anders komen wij er niet. Deze geest nu, zegt spreker, komt in de samenstelling van de tot uiting.]

[ Door den afgevaardigde uit Vlaardingen wordt gevraagd of de gemeenten de voorschriften, te stellen door de Nationale Woningraad, niet kunnen doorkruisen. De organisatie zal algemene voorschriften geven, gelijk thans het Rijk doet, terwijl de gemeente aanvullende voorschriften geeft. Hoe een en ander zich zal ontwikkelen, zullen we a£ moeten wachten. Ook is gevraagd, hoe het gaat met toegelaten verenigingen, die niet met steun van het Rijk hebben gebouwd. Deze worden lid van de nieuwe organisatie, want de toevoeging, dat men woningwetwoningen moet exploiteren, slaat alleen op gemeenten.

Vanzelfsprekend zal met een organisatie als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten steeds moeten worden samengewerkt. Echter niet door opname van deze vereniging in het nieuwe orgaan. In dat geval zouden de betrokken gemeenten tweemaal worden vertegenwoordigd, éénmaal als lid van de Nationale Woningraad en éénmaal ais lid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hoe de samenwerking met deze vereniging in de practijk zal zijn, zal nader onder ogen worden gezien.

Verder zijn er nog een aantal vragen gesteld over practische werkzaamheden in de toekomst. Spreker zal hierop niet nader ingaan, omdat deze werkzaamheden alvorens ze aan de orde komen, nog voldoende onderling zullen worden besproken.

Bij de beantwoording van het ingediende amendement door de R.K.- Woningbouwvereniging ~Het Oosten” en de toelichting van den Heer De Groot zegt spreker, is het hem erg gemakkelijk gemaakt, door het betoog, dat door den Heer Steinmetz is gehouden. De Heer De Groot is uitgegaan van de gedachte van de drie zuilen, welke op ons maatschappelijk leven zo’n belangrijke stempel heeft gedrukt. De ontwikkeling op het terrein van de volkshuisvesting is echter, wat de landelijke organisatie betreft, een andere geweest.

De Heer De Groot, zegt spreker, wil waarborgen dat de vrijheid van de R.K.-woningbouwverénigingen om zich te organiseren voor bepaalde R.K. belangen, wordt geëerbiedigd. Ons voorstel tast geen enkel principe, van welke richting ook, aan. Wanneer bepaaide groepen van woningbouwverenigingen, er behoefte aan hebben, om onderling hun specifieke belangen op het terrein van de volkshuisvesting te bespreken, dan zal daar door niemand bezwaar tegen worden gemaakt, zeker niet door het bestuur van de Nationale Woningraad. Tijdens de bezetting, toen het voorstel met enige deskundigen werd besproken, heeft spreker de nota ook voorgelegd aan den lateren voorzitter van de Katholieke Volkspartij, den Heer Witteman. Deze verklaarde zich een warm voorstander van het in de nota neergelegde voorstel en zou dat stellig niet hebben gedaan als enig beginsel in het gedrang kwam.

Ons voorstel tast niet alleen geen enkel principe aan, maar wanneer spreker het vergelijkt met het voorstel van ~Het Oosten”, dan, aldus spreker, zijn de principiële rechten in ons voorstel zelfs het beste gewaarborgd. In het amendement van „Het Oosten” zijn deze waarborgen niet voldoende gesteld. Ons bestuur heeft vooral bezwaren tegen dit voorstel, omdat daarin niet voldoende de democratie wordt verzekerd. Volgens het voorstel van het bestuur, zal het congres de hoogste instantie zijn, welke zich over de gang van zaken uitspreekt. Daarnaast zijn er nog door de leden gekozen organen als ledenraad en het bestuur, dat door de ledenraad wordt gekozen.

Het voorstel van „Het Oosten” komt neer op een stichting met een bijna almachtig bestuur. Hiertegen hebben wij bezwaren, omdat wij onze belangen niet aan zo'n klein gezelschap willen toevertrouwen. Bij ons hebben alle leden gelijke rechten. ~Het Oosten” wil aan één groep speciale rechten geven en een kleine groep evenveel vertegenwoordigers doen aanwijzen als de andere grotere groepen.

Indien het R.K.-Instituut dezelfde rechten bij de vorming van de stichting zouden worden gegeven, dan zouden de R.K.-woningbouwverenigingen bovendien én als lid van de Nationale Woningraad én als lid van het R.K.- Instituut hun stem uitbrengen bij de samenstelling van het nieuwe stichtingsbestuur. Maar het belangrijkste is. dat het gevaar, dat ten onrechte, d.w.z. om andere redenen dan de bescherming van het belang der volkshuisvesting, de oprichting van R.K. bouwverenigingen zou worden geweerd, in ons voorstel geringer is dan in het voorgestelde amendement. Stel, dat het voorgestelde stichtingsbestuur, waarin de R.K. vertegenwoordigers toch niet de meerderheid in handen zullen hebben, de toelating aan een bepaalde R.K. vereniging weigert, wat gebeurt er dan? Dan gebeurt er volgens het amendement niets, want recht van beroep heeft een dergelijke vereniging niet. Volgens het bestuursvoorstel heeft zo'n

vereniging dan echter beroep op de Regering, hetgeen in een democratisch geregeerd land de juiste figuur is.

Spreker wil een ernstige waarschuwing doen horen. Na 1918, aldus spreker, waren er plannen tot vorming van provinciale adviesbureaux, een plan dat voor de bouwverenigingen van de grootste betekenis was. De Regering was in principe bereid financiële steun te verlenen. Toen ontstonden er nog drie centrales .van woningbouwverenigingen, die allemaal een deel van deze steun wensten te ontvangen. Het gevolg hiervan was, dat na veel geharrewar de Regering zich terugtrok en de boel was kapot gemaakt. Dit mag thans niet worden herhaald. Wij zijn allemaal overtuigd van dé noodzakelijkheid van een nieuw orgaan voor de volkshuisvesting. Laten wij dan eensgezind daarvoor strijden en aan de wereld niet het beeld geven van onderlinge naijver. Daarvan kan alleen het resultaat zijn, dat de boel opnieuw kapot wordt gemaakt.

Tientallen jaren hebben wij eensgezind samengewerkt binnen de Nationale Woningraad. Het is thans een groot ogenblik in de geschiedenis van de woningwetbouw. Laten wij er voor zorgen, dat wij in dit grote ogenblik niet te klein zijn!

WONINGBOUWVERENIGING ~DE GEMEENSCHAP”, NIJMEGEN

De Heer van Herwaarden deelt ter stemmotivering mede, dat hij als Katholiek-bestuurslid van een algemene woningbouwvereniging, zich aanvankelijk achter het voorstel van „Het Oosten” had geschaard, maar dat hij thans, na de uiteenzetting van den Heer Hommer te hebben gehoord, daarvan is teruggekomen.

De voorzitter brengt daarop het amendement van de R.K.-Woningbouwvereniging „Het Oosten” in stemming. Het voorstel wordt door acht stemmen ondersteund.

De voorzitter brengt daarop het voorstel van het bestuur in stemming, dit wordt met op drie na algemene stemmen aanvaard. Hierna sluit de voorzitter de vergadering en opent hij de nieuwe vergadering, welke nodig was in verband met de bepalingen der statuten inzake wijziging van de statuten.

Na enige discussie wordt met algemene stemmen besloten tot het aanbrengen van de volgende wijziging in de statuten van de Nationale Woningraad; ,, Artikel 10.

1 In dit artikel wordt als derde alinea de volgende nieuwe [bepaling opgenomen:

„In gemeenten, waar dit naar het oordeel van het bestuur nodig is, kunnen plaatselijke afdelingen worden opgericht ter behartiging van de plaatselijke belangen der leden. De leden der plaatselijke afdelingen blijven aangesloten bij de provinciale afdeling.”

De voorzitter stelt vast, dat deze wijziging met inachtneming van alle bepalingen der statuten is tot stand gekomen.

De voorzitter sluit hierop het congres met de volgende woorden: Wij hebben, zegt hij, thaps een belangrijke beslissing genomen. De Nationale Woningraad zal in een andere vorm verschijnen. Velen van U, zegt hij, zijn van het begin af van deze organisatie lid geweest; ook onder het bestuur zijn er, die de gehele periode van de Nationale Woningraad hebben meegemaakt en er zal wel iets in U omgaan, wanneer deze Nationale Woningraad zal worden opgeheven en in andere vorm opnieuw zal verschijnen.

Nieuwe gedachten eisen nieuwe vormen. Wij weten, dat thans na de oorlog, veel van het oude zal moeten verdwijnen om plaats te maken voor nieuwe denkbeelden.

I Wij hopen, dat ook de nieuwe Nationale Woningraad een steunpunt voor de verbetering van de volkshuisvesting zal worden. Wij hopen ook, dat de saamhorigheid, welke steeds tussen ons heeft bestaan en de vriendschappelijke verhoudingen, welke ons steeds hebben verbonden, in de nieuwe organisatie even sterk aanwezig zullen zijn. ~Eendracht maakt macht” en wij weten, wat door goede samenwerking kan worden bereikt. In ons bestuur, waar alle stromingen van godsdienstige aard zijn vertegenwoordigd, heerste altijd een kameraadschappelijke geest, waar altijd uitsluitend en alleen het gemeenschappelijk doel voor ogen stond. Eenieder had zijn eigen opvattingen, maar dit heeft nimmer tot moeilijkheden geleid. Ik hoop, zegt spreker, dat dit in de toekomst zo zal blijven. Wij weten, wat er op het terrein van de volkshuisvesting is bereikt, maal wij weten ook, wat er nog meer bereikt moet worden. Laten wij aan dit werk al onze krachten geven.

De Nationale Woningraad, die zijn bestaan steeds heeft gerechtvaardigd, zal zich ook in het nieuwe orgaan weten te rechtvaardigen.

Spreker dankt de verschillende sprekers, die op het congres het woord hebben gevoerd, in het bizonder de Heren dr. ir. Van der Meer en J. Bommer. Een hartelijk woord van dank dient ook van deze plaats te worden uitgesproken voor het werk, dat door den Heer Hommer als secretaris is verricht. Gedurende de jaren, die hij voor de Nationale Woningraad werkte, heeft hij zijn beste krachten gegeven en spreker hoopt, dat ook zijn opvolgers in dezelfde stappen zullen voortgaan. Wij danken hem namens het congres en wij hopen, dat hij altijd met genoegen op het werk, dat hij voor de Nationale Woningraad heeft gedaan, zal mogen terugzien.

Spreker gelooft te mogen zeggen, dat dit een mooi congres is geweest, hoewel niet allen tevreden naar huis zullen gaan. Laat ons echter eendrachtig voortgaan met het werk voor de verbetering van de volkshuisvesting.