is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 29, 1948, no 4, 1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat er op de eveneens te verbreden spoordijk dubbel spoor komt.

Afb. 9. Overzicht van een gedeelte van de Brink bij de Waag naar het Wederopbouwplan

Waarschijnlijk wordt de opgeblazen Spoorbrug weer op de oude plaats hersteld, en naar gehoopt wordt ingericht voor dubbel spoor en gelegenheid voor fietsers en voetgangers. In deze wijk kan men dus vrijwel los van het verleden geheel opnieuw beginnen te bouwen, met de nodige vrijheid.

Dit kan echter in het vierde schade-centrum D, de Bagijnenstraat, niet. Hier toch is het historische grond, vanwaar uit, door toedoen van Geert Grote, die hier zijn woning had en zijn eerste zusterhuis stichtte, in de middeleeuwen het licht der Moderne Devotie heel West-Europa overscheen; hier ook stonden, en staan nog, talrijke liefdadige instellingen, met gebouwen meest uit het midden der 19e eeuw, maar wier eerbiedwaardige historie teruggaat tot de jaren 1267, 1342 1346 1465, 1471, 1545, 1580, 1590.

De eenvoudige neoklassieke gevels, de bedaagde bewoners en bewoonsters, het groen en de bloemen, met de historie, geven deze straat een zeer bizondere en eigen sfeer, die gelukkig bij de wederopbouwplannen niet alleen ontzien, maar naar het zich laat aanzien, waar mogelijk, nog versterkt zal worden.

Grotendeels verwoest zijn hier het Grote- en Voorster- (zie afb. 12) en het St. Jurrien-gasthuis. De nieuwe gebouwen die een waardig, maar niettemin vriendelijk voorkomen zullen moeten krijgen, worden om een centrale binnenhof, waaromheen kleinere binnenplaatsen, gegroepeerd, terwijl er, terecht, veel zorg aan het groen en de tuinen besteed zal worden.

De wederopbouw van de ook veel minder beschadigde nieuwere buitenwijken als de Ceintuurbaan en nabij gelegen straten. levert uiteraard stedebouwkundig geen problemen op daar het hier slechts incidentele verwoestingen van één huis of enkele panden betreft.

Moeilijker zal het zijn van het woongedeelte op de Linker Ilsseloever, de Hoven, een geheel te maken. In de 17de eeuw ontstaan uit de tuinen met koepels, die de gegoede Deventer burgers daar ter plaatse hadden, heeft deze wijk langzamerhand een tweeslachtig karakter gekregen. Waar de meeste koepels helaas zijn verdwenen of verminkt, is er nog wel een groot aantal tuinen overgebleven, maar hebben zich ook langzamerhand hele huizenrijen gevormd. De in de oorlog aange-

richte verwoestingen zijn hier niet zo intensief, dat een geheel nieuw plan ontworpen kon worden. Wel zal hier, naast bebouwingsvoorschriften, met een gefundeerd uitbreidingsplan, de wijkgedachte, met haar toepassingen, een dankbare voedingsbodem kunnen vinden.

In bovenstaande uiteenzetting is, zonder al te zeer op de details in te gaan, een overzicht gegeven van de in Deventer te herstellen oorlogsschade. Behalve een uitbreidingsplan, waarop hier niet nader ingegaan zal worden, bevatten de wederopbouwplannen ook ontwerpen voor veranderingen en verbeteringen van verschillende aard, die nu meteen ter hand genomen kunnen worden.

In hoofdzaak betreffen deze het markt- en verkeerswezen. Deventer, van oudsher handels- en Hanzestad heeft, behalve zijn Dinsdag-, Vrijdag- en, nieuwere, Zaterdagmarkt voor bloemen, groente, fruit en allerhande waren op het oude marktplein, de Brink —■ met kleinere nevenmarkten op het Grote Kerkhof en tot voor kort de Nieuwe Markt . een vroeger zeer drukke eiermarkt en veemarkt.

Voor de eiermarkt, die in de openlucht werd gehouden, is nu op de vrijkomende kazerne-terreinen een overdekte hal ontworpen, die ook voor groenteveilingen en voor massale bijeenkomsten gebruikt kan worden.

Daarbij is tevens een groot parkeerterrein gedacht. Het tweede kazerneterrein, bij de Pikeursbaan, is bestemd voor centralisatie van de bodediensten. Ongeveer vijftig vrachtrijders verzorgen voor de verre en nabije omtrek nog heden ten dage een groot gedeelte van het vervoer en hebben, s nds tientallen van jaren, hun traditionele stand- en aanbrengplaatsen in vaste café s, door de gehele stad verspreid. Hoewel er nu weer een stukje historie en gemoedelijkheid zal verdwijnen, behoeft het geen betoog, dat, vooral voor de gebruikers, een gecentraliseerde plaats, waar alle diensten afrijden en aankomen, zeer veel voordelen heeft.

Op de bestaande Beestenmarkt is een kleine markthal gedacht, waarbinnen de gewone markten voor gebruiksvee gehouden kunnen worden, terwijl buiten plaats is voor de zeer drukke z.g. vette- en magere beestenmarkten en voor parkeerterrein, ' 1 i ] I, , !

Ook op een stuk van het Emmaplein. waar het laatste res-