is toegevoegd aan je favorieten.

De woningbouwvereniging, jrg 8, 1948, no 4-5, 1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woonruimtewet en woningbouwverenigingen

Wanneer wij wet en vereniging in onderling verband willen beschouwen, zullen we even moeten terukeren tot de tijd waarin de woningbouwverenigingen werden gesticht. Vooral bij de oprichting der eerste verenigingen waren niet de mensen betrokken, wier doel het was zelf deze woningen te betrekken. Veelmeer was de opzet een ideëel doel na te streven, arbeiders te helpen aan een goede, zo mogelijk goedkope woning en dus de gemeenschap te dienen met het bouwen van goede, frisse en ruimere woongelegenheid- Ook de latere oprichting der arbeiderswoningbouwverenigingen sloten het persoonlijk ..ik uit en richtten zich meer naar het belang van volksgezondheid en het bevorderen van het gezinsleven. Vanzelfsprekend is. dat zij, die zich bij de verenigingen aansloten, ook het directe voordeel van de bereikte resultaten ondervonden. Ook de toelating der verenigingen ingevolge de woningwet bepaalt, dat zij ~uitsluitend in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam” moeten zijn. Het was dus de de toestand op woongebied die de oorzaak was. dat bouwverenigingen tot stand kwamen- Niet zozeer het tekort aan woningen, als wel de slechte woningtoestanden waarin ons volk verkeerde.

Thans is het weer de toestand der woongelegenheid die de regering heeft doen besluiten om met de woonruimtewet te komen, welke zoals zij in de memorie van toelichting zegt. tracht orde te brengen in de chaotische toestanden, waarvan de economisch zwakkere het slachtoffer dreigt te worden. Het spreekt vanzelf dat ook de woningbouwver. aandacht aan het vraagstuk van deze tijd zullen moeten besteden en het spreekt eveneens vanzelf dat bij een billijke verdeling der woongelegenheid het bezit der bouwverenigingen niet buiten de te stellen regelen kan worden geplaatst.

Ik meen echter ook dat de bestuurders der bouwverenigingen door hun jarenlange ervaringen op dit gebied de beste waarborgen bieden voor een eerlijk medewerken aan de uitvoering der genoemde wet.

Moet dit nu betekenen dat de belangen der leden ener bouwvereniging naar de achtergrond worden geschoven? Dat het dus geen zin meer heeft om lid van een bouwver. te zijn of te worden? Mijn inziens, neen! Evenzeer als de bestuurders hun sociale taak hebben begrepen bij de oprichting der bouwver.. evenzeer hebben de leden hun sociale plicht begrepen door hun aansluiting. En evenals bij een ziekte- en levensverzekering hebben zij zich offers getroost in de vorm van contributie- en aandelenbetaling om zich te eniger tijd van een goede woning te kunnen voorzien. Diverse bouwverenigingen kennen leden met een wachttijd van 12 en 15 jaar, soms vrijwillig, maar evenvaak gedwongen. Volkomen billijk is het dan ook dat bij toewijzing van woningen ener bouwvereniging met de belangen der leden wordt rekening gehouden en zij dus het eerst, boven niet-leden. daarvoor in aanmerking komen. Dit betekent dus dat de uitvoerende organen der wet rekening zullen moeten houden met de wachtlijsten der bouwverenigingen-

Hiermede wil ik niet beweren dat de woningen der bouwver. buiten de wet zouden moeten worden geplaatst. Elke mutatie in de verhuur zal de goedkeuring van het verantwoordelijk gezag moeten hebben. Maar evenmin zal men het verantwoordelijkheidsbesef van de bestuurders ener bouwver. moeten neerhalen door de verhuur der woningen uitsluitend van het bevoegde gezag te doen uitgaan. De juiste oplossing zal moeten worden gevonden door overleg tussen het bestuur ener bouwver. en het gemeentebestuur.

Natuurlijk betekent dit dat de betrokken gemeentebesturen aan de bouwverenigingen eisen zullen moeten stellen t.o.v. de verhuur.

Wij leven nu eenmaal in een abnormale tijd en deze tijd stelt ook aan de besturen der bouwver- andere eisen. Voorheen was het zó. dat de woningbouwver. er een ledenlijst en een candidaat-huurderslijst op na hielden en de vrijkomende of nieuw

gebouwde woningen werden in rangorde aan de leden verhuurd. Met deze methode zal men niet meer kunnen volstaan. De woningbouwver. zullen zich er aan moeten wennen dat zij de organisatie hunner vereniging op een adminuistratief bredere basis weten te plaatsen.

Daarvoor is het nodig dat alle mogelijke gegevens van de leden worden verzameld. Dit geldt evenzeer voor de leden-'bewoners, maar natuurlijk in sterkere mate voor de leden-niet-bewoners. Wil men volledig zijn dan is het nodig dat van elk lid een kaart wordt aangelegd, waarop de volgende gegevens moeten voorkomen;

Volledige naam, adres, hoofdbewoner, of inwonend, type bewoond huis, beroep en werkgever, inkomen, naam vrouw, geboortedata. lidmaatschapsnummer en datum van toetreding, geboortedatum en sexse der kinderen, studerenden, zieken, huiseigenaar, huurprijs, onderverhuur met alle mogelijke gegevens hiervoor genoemd, beschikbare ruimte hoofdbewoner en onderhuurder, bewoning, zuiverheid, de gewenste woning, te besteden huurprijs, enz.

De informaties dver deze gegevens zullen moeten worden gegeven door de leden, onder uitdrukkelijk beding, dat onjuiste of onvolledige voorlichting voor de verantwoordelijkheid van het betrokken lid komen en dus een eventuele verhuur in gevaar kunnen brengen.

Hoe zal het bestuur ener bouwver. nu te werk moeten gaan bij de verhuur? Laten we aannemen dat een woningbouwver. door nieuwbouw de beschikking krijgt over 100 woningen, b.v. 50 gezinswoningen. 25* woningen voor grote gezinnen en 25 woningen voor oude van dagen.

Het bestuur zal nu aan de hand van de beschikbare gegevens en de rangorde, moeten bepalen welk lid voor de nieuwbouw in aanmerking kan komen. Het bestuur zal dus een voordracht moeten maken voor de 50 gezinswoningen, 25 gr. gezinnen en 25 o.v.d. In bepaalde gevallen zal men echter van de rangorde moeten afwijken, terwijl met de gezinssterkte, huiselijke omstandigheden, ziektegevallen enz. rekening moet worden gehouden. M.i. komt b.v. een gezin van man. vrouw met 1 of 2 kinderen, in bepaalde gevallen 3 kinderen, niet in aanmerking voor een woning met 4 slaapkamers.

Wanneer men deze methode gaat volgen komt men vaak tot verrassende uitkomsten. Sommige leden houden op andere plaatsen in de stad op oneconomische wijze woonruimte bezet. Gezinswoonruimte kan worden opgebouwd door verplaatsing van oude van dagen naar zeer kleine woningen, het slapen van T.8.C.-patiënten met gezonde gezinsleden in één vertrek kan worden opgeheven, enz.

Wanneer het bestuur der bouwvereniging nu op deze wijze de verhuur heeft bepaald, levert zij de voordrachten tot ver-

Foto ~Goed Wonen”