is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 30, 1949, no 10, 1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

summier gebleven tot heden. Uitvoeriger werd destijds bericht over de aanleg van de Wieringermeer. Ik verwijs naar artikelen in dit Tijdschrift van Juli 1930 en September 1932. Uit het eerste artikel van de hand van Ir. S. J. van Embden blijkt, hoe de opzet van het stedebouwkundige plan diverse stadia heeft doorlopen en hoe Granpré Molière zijn aandacht vooral heeft gewijd aan het beloop van de hoofdwegen en de verzorging van de dorpskernen.

liT het tweede artikel schrijft Molière zelf 0.m.: „Ik wil van niemand vragen, zich zodanig op te ichroeven, tot hij het plan van aanleg mooi gaat vinden: daarvoor is het ■Biheidsbeginsel ten aan-Bien van het verkeersnet ■iet helder genoeg uitgedrukt. Maar daar tegenover moet men erkennen, dat het ■et overleg en rekening houdend met veel omstandigheden Is opgemaakt: er is hard en door velen aan gewerkt, en daarvan draagt het ook het stempel: het al te schematische, wat het kenmerk is van onverschilligheid, is er wel uit: en daarmee biedt het een stramien, waarop zich heel goed een prettig landschap kan ontwikkelen.” Het artikel geeft voorts een belangwekkende toelichting bij een twaalftal dorpskernen, die in ontwerp zijn afgebeeld.

; WJB GC Wieringermeer heett gekend, vóór de verwoesting, die de bezetting er in heeft aangericht, zal erkennen, dat Molières werk ook hier schone vruchten had gedragen. Het Iverlies is niet onhersteljbaar. Men mag hopen 'dat het indrukwekkende !beeld van landschaps- en 'dorpsaanleg, dat hier iwas ontstaan over enige j'aren opnieuw zal kunnen worden genoten.

Tuindorp Vreewijk

In een rapport, gewijd aan de wettelijke regeling van het gewestelijk plan, uitgebracht door een Commissie uit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw nam Molière een standpunt in, afwijkend van de meerderheid en liet dit in een minderheidsnota vastleggen. Hij nam het op voor de zeggenschap van de gemeenten, die hij de natuurlijke verzorgsters achtte van de stedebouwkundige ontwikkeling binnen haar grondgebied. Het streek-

plan had daarbij een aanvullende taak te vervullen, die het best kon worden behartigd door onderlinge samenwerking van gemeenten.

Dit denkbeeld van Molière heeft uitdrukking gevonden in de Woningwet, zoals deze sindsdien is geworden en op heden nog van kracht is. De streekplanparagraaf is echter achterhaald door maatregelen, tijdens de bezetting genomen. Deze maatregelen leggen het gewestelijk plan geheel in handen van de provinciale overheid. De zaak is op het ogenblik opnieuw aan de orde. Het bezwaar van de Woningwetregeling bleek hierin te zijn gelegen, dat de samenwerkende gemeenten niet zonder hogere leiding konden komen tot de vereiste verzor-

Tuindorp Vreewijk