is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 31, 1950, no 5, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Limburg Bergen 122 Stein 63 Elsloo 16 2Ol 1.405

Aanvankelijk lag het in de bedoeling de arbeiders te onderscheiden in landarbeiders en niet-landarbeiders. Dit bleek niet juist te zijn, omdat in verschillende gemeenten naast industriearbeiders een tamelijk aantal voorkwamen, die zonder landarbeider te zijn toch zeker niet op een lijn liggen met de industriearbeiders. Dit zijn de gemeentewerklieden, de veenarbeiders, de steenfabrieksarbeiders, de arbeiders bij de wegenbouw en de vissers. Deze zijn samengevat in een derde categorie, de overgangstypen.

Oppervlakte cultuurgrond bij de woning

In de literatuur is de laatste jaren nog al eens gesproken over de tuingrond bij de arbeiderswoning op het platteland. Bij oppervlakkige beschouwing vindt men het vanzelfsprekend, dat een plattelandswoning beschikt over voldoende grond voor verbouw van eigen aardappelen, groente en ev. voer voor kippen of ander vee. Toch is hiertegen wel bezwaar gemaakt. Men grondt dit dan op het gebrek aan cultuurgrond voor de boerenbedrijven en het verschaffen van een tuin van b.v. 10 are aan elke plattelandsarbeider zou zeer veel grond aan de boerderijen onttrekken en bovendien het bouwen veel duurder maken door een zo grote vermindering van de woningdichtheid op een bepaalde oppervlakte (hogere grondprijs en hogere kosten voor publieke voorzieningen).

Daarnaast werd als bezwaar genoemd, dat de bewerking van de tuin veelal op de schouders van de vrouw komt te rusten. En tenslotte zouden de arbeiders bang zijn, dat het bezit van een grote tuin weer gemakkelijk een rol zou kunnen spelen bij de bepaling van het loon volgens de redenering, dat de opbrengst van de tuin het leven goedkoper zou maken.|

I Het was van belang om hier de stem van de arbeiders zelf te vernemen. Vandaar de vraag naar de oppervlakte bouwgrond, die men wenselijk vond. In de toelichting bij deze vraag werd nog opgemerkt: ~Degene, die grond vraagt, moet daarbij bedenken, dat daardoor de huurprijs iets zal stijgen. Als de vraag bevestigend wordt beantwoord dan betekent dit, dat hij de rente van de hogere grondkosten voor het gebruik van de grond over heeft”.

Het resultaat is als volgt geweest:

L Landarbeider O = Overgangstype I = Industriearbeider. Grond is uitgedrukt in ares.

Groningen L O I Grotegast 7 2)^ Termunten 14 1 Ezinge * 3 2 2 Bellingwolde 113/2 7 Uithuizermeden 133^ Vlagtwedde — 103^ Oude Pekela — 43/2

Friesland 2 1%

Drenthe Havelte 111/2 10 7

Zeeland Wolphaartsdijk 4 IJzendijke 3

Gelderland Deil 6 5 41^ Steenderen 8 6 6

Heerde 8 7 5 Buren 7 3M Utrecht

Vinkeveen 3 2 Bunschoten 1M 1 1 Kockengen 4 4

Limburg Bergen HM 13 9 Stein 5 Elsloo 7

Men ziet dat de getallen nogal uiteenlopen. Dezerzijds is het niet mogelijk hiervoor een verklaring te geven. Wel is het hier en daar opgevallen, dat de wens in hoge mate bepaald werd door Wat men van ouds gewend is geweest. Het verschil tussen de drie categorieën arbeiders is dikwijls niet groot, maar nooit gaan de wensen van de industriearbeiders uit boven die van de landarbeiders en in de regel vragen ze duidelijk minder grond.

Uit het onderzoek komt duidelijk naar voren, dat de behoefte aan grond groter is dan in de meeste gevallen beschikbaar gesteld zal kunnen worden.

Op de vraag wat men zou willen verbouwen werd vrijwel altijd geantwoord: groenten en aardappelen. Een enkele specificeert zijn wensen verder als verbouw van vroege groenten en een enkele keer komt ook rogge voor.

Inrichting Woning

Bij dit onderdeel werd gevraagd een keus te maken uit verschillende combinaties met het doel om de wensen te leren kennen met betrekking tot de verhouding van wonen, koken en eten.

Als vertrek met de combinatie van deze drie huiselijke bezigJ heden kan de woonkeuken gelden en ook de woonkamer mei een schoorsteen met een wasemkap. De eetkeuken is bedoeld voor de combinatie van koken en eten, terwijl men dan in dJ woonkamer woont. |

Landarbeiders wasemkap zonder i met Overgangstypen wasemkap zonder i met Industriearbeiders wasemkap zonder | met Grotegast 6 1 1 3 — Termunten 18 2 – 1 Ezinge 11 — 6 — Bellingwolde 20 — — 11 ! ~ Uithuizermeden 42 3 ,—. Vlagtwedde 15 1 1 8 1 2 Oude Pekela 11 '—’ 1 ■ 25 --

jUit de beantwoording van de vragen bleek, dat de vraagsteU jling te moeilijk was, vooral ook omdat met ondeskundig® ; enquêteurs gewerkt moest worden. Zo was met name nielj I duidelijk of men bij het kiezen van een eetkeuken, dez® 'toch ook niet bedoelde om er tegelijkertijd in te wonen, du® |dat men feitelijk de woonkeuken had moeten kiezen. Et| moeilijkheid bij deze keuze was ook nog dat men dikwijls! i’s zomers anders woont dan ’s winters en b.v. gedurende dc zomer de eetkeuken praktisch gebruikt als woonkeuken en| ;’s winters alleen als eetkeuken. ,

|Als eerste punt van belang is of men in de woonkamer een| gelegenheid wenst om te kunnen koken, dus de schoorsteen| ;met wasemkap en dan blijkt, dat men dit in het algemeen be-l ipaald niet wil ra er zelfs zo afkerig van is, dat men de ge-i legenheid niet eens wenst. De woonkamer moet er echt alsj jwoonkamer uitzien en door de wasemkap gaat dit aanzien, wat vlrfow. i

Per gemeente is het resultaat als volgt: