is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 31, 1950, no 5, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is van oudsher een twistappel hij uitnemendheid. De moeilijkheid zit vooral hierin, dat de woningbehoefte een wisselvallige grootheid is, die b.v. in tijden van woningnood terugloopt. De beschouwingen van de Minister, die een zekere afwijzing inhielden van een ~theoretische”, hoven de reële vraag uitgaande woningbehoefte, hebben in elk geval deze gevaarlijke zijde, dat men later, als de nood op papier gelenigd is, allicht voor de aanvankelijk verwaarloosde behoefte zal komen te staan van degenen, die dan hun samenwoningen willen beëindigen. De ogenschijnlijk nuchtere en praktische zienswijze, die tot een gunstig cijfer van het tekort leidt, heeft zodoende toch een bijsmaak van ongegrond optimisme en van politiek op korte termijn.

In de beoordeling van de politiek van vaste bijdragen voor goedkope Woningwetwoningen wordt nog altijd veel te veel gewicht gehecht aan het eerste openbaar geworden bouwplan, het Bussumse. De heer Woudenberg, die dit onderwerp ook aanroerde, nam een houding van afwachtende reserve aan. De heer Kraayvanger wees als hoofdbron van besparing in Bussum de goedkope financiering aan. Maar dit werd door de Minister rechtgezet. Het verschil in bijdrage is z.i. ca. ƒ 150,—, waarvan niet meer dan ca. ƒ 60,^— te danken is aan het rente-voordeel van 3J4% tegenover 4%. De uitvoering in grote complexen leidt daarnaast tot belangrijk voordeel, dat zich echter nu nog niet laat becijferen. Naast dit alles werden begrijpelijkerwijs sommige kwesties, die al dikwijls aan de orde waren, andermaal ter sprake gebracht, zoals de duplexwoning en de houw van woningen in het hizonder voor kleine gezinnen. De heer Nijkamp, die een zekere differentiatie van de woningen naar de grootte wel aanvaardde, waarschuwde toch tegen de houw van kleine woningen, d.w.z, de woningen, die in tegenstelling met de duplexwoningen als blijvend klein bedoeld zijn. Ten slotte werd ook nog de bouw van landarbeiderswoningen aangeroerd, met name door de heren Reijers en Schipper. Ook voor dit onderwerp kon de Minister verwijzen naar een juist voltooid rapport, van de commissie-Bommer, die het in het ruimere kader van de eigen woning onder het oog heeft gezien. Het rapport is doorgegeven aan de Staatscommissie-van den Bergh, die er bij het ontwerpen van haar voorstellen van wet dus rekening mee heeft kunnen houden.

H. V. d. W.

Instelling Adviescommissie voor de toelating van W oningbouwcorporaties

Bij beschikking van de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting van 1 April 1950, Centrale Directie van de Wederopbouw en de Volkshuisvesting, Afdeling Algemene Zaken, no, 40263/V.T., is ingesteld een Adviescommissie voor de toelating ingevolge de Woningwet van woningbouwcorporaties,

In deze commissie worden benoemd: a. tot voorzitter, tevens lid: Mr P. A. rvan der Drift, te Wassenaar, raadadviseur bij het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting; b. tot leden: A. in ’t Veld, te Amsterdam, vertegenwoordiger van de Nationale Woningraad en F. C. van der Gun, te Utrecht, secretaris van het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting, terwijl aan de commissie als secretaresse wordt toegevoegd: mejuffrouw Mr, J. S, Verhagen, te Voorburg, commies bij het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting.

Woningbouw in Februari 1950

Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek kwamen in Februari 1950 3158 nieuwe woningen gereed. In de maanden Februari van de jaren 1946 t/m 1949 werden resp. Voltooid 29, 69, 1528 en 2821 woningen.

De in Februari 1950 gereedgekomen woningen waren als volgt over de provinciën en de grote steden verdeeld (tussen haakjes de cijfers van Februari 1949).

Groningen 112 (207); Friesland 183 (101): Drenthe 165 (201); Overijssel 193 (106); Gelderland 334 (529); Utrecht 98 (93); Noord-Holland (excl. Amsterdam) 511 (194); Zuid-Holland (excl. Rotterdam en ’s Gravenhage) 308 (307); Zeeland 137 (302); Noord-Brabant 396 (343); Limburg 243 (206); Amsterdam 158 (52); ’s Gravenhage 211 (49); Rotterdam 73 (130); N.O. Polder 36 (1); Nederland 3158 (2821). In Februari werd begonnen aan de bouw van 3854 (in Februari 1949 aan 1793) woningen. Daar er veel minder woningen gereedkwamen dan het aantal waaraan werd begonnen, steeg het aantal in uitvoering zijnde woningen op het eind van de maand belangrijk, n.l. van 38.744 tot 39.579. In Februari 1949 bedroeg het aantal nieuw begonnen woningen en het aantal in uitvoering zijnde woningen resp. 1739 en 83.265.

Het aantal in uitvoering zijnde woningen is in de provincie Zuid-Holland het hoogst, n.l. 4785, daarna volgt met 4326 de gemeente ’s Gravenhage. Deze gemeente had eind Februari zelfs meer woningen in aanbouw dan de provincie Noord-Brabant (4043).

Bizondere bouwsystemen

Op 1 Maart 1950 bedroeg het aantal in voorbereiding zijnde systeemwoningen 2.227. In totaal waren op die datum 8.725 woningen gereed gekomen.

Woningbouwplannen met verminderde bijdrage

In Februari 1950 waren in 32 gemeenten plannen goedgekeurd voor woningbouw met verminderde bijdrage. In 20 gemeenten was reeds met de bouw begonnen. De prijs per woning der verschillende ontwerpen varieert van ƒ 5550, (Deventer en Almelo) tot ƒ 8592, (Leimuiden). De bijdrage per jaar van ƒ 80,— (Deventer) tot ƒ 145, (Sassenheim), De huurprijs per week van ƒ 4,55 en ƒ 4,60 (resp. Kampen, Deventer en Almelo), Over het algemeen geldt het hier de uitvoering van een aanzienlijk aantal woningen tegelijkertijd; In Deventer en Almelo 100 woningen, in Leeuwarden 200 en in Bussum (waar echter verder van prijzen nog niets hekend is) 311. Een uitzondering hierop maakt Rauwerderhem, waar het slechts gaat om een complex Van 4 woningen.

Duplexwoningen

Blijkens gegevens van het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting werden tot 1 Februari 1950 in totaal 4182 duplex-woningwetwoningen goedgekeurd en aanhesteed. De extra-voorzieningen om deze woningen als duplex-woning geschikt te maken, vereisten een bedrag van ƒ 3.461.457,^ of wel gemiddeld ƒ 827,^ per woning. In 1948 en 1949 kwamen resp. 647 en 1248 duplex-woningen gereed. In Januari 1950 239.

Grondreservering Zuidwijk Rotterdam

Een voordracht van B. en W. van Rotterdam heeft betrekking op de uitvoering van het bekende plan Zuidwijk. Reeds heeft het college omtrent de woningbouw in dit plan te kennen gegeven, dat in de Noordelijke helft van deze wijk de Oostelijke en de Westelijke buurt in systeembouw zullen worden uitgevoerd, mits de plannen, door de Stichting „Zuidwijk” ontworpen' en de prijs der woningen, aanvaardbaar worden geacht.

Er heerst echter onenigheid in het College omtrent de vraag, of de grond van het gehele plan Zuidwijk gereserveerd zal blijven voor de Stichting of dat ook aan particulieren en andere woningbouwverenigingen de gelegenheid gegeven zal worden bouwplannen te ' ontwerpen, om t.z.t, op basis daarvan een beslissing te nemen over de wijze waarop en door wie de bouw zal worden uitgevoerd. Het college heeft deze vraag aangaande de grondreservering aan de gemeenteraad ter overweging gegeven.

Vastgestelde wederopbouwplannen

In het tijdvak van 10 Maart tot 9 April j.l. werden de volgende plannen vastgesteld: Kleinpolder (Rotterdam) Bemmel

Laren (Gld.) Katwijk aan Zee Noordwijk aan Zee Velsen (Santpoort)

Velsen (Driehuis) Hoek van Holland (Oost)

Bergen aan Zee Megchelen (gem. Gendringen) wijziging Arnhem (Klarendal) Hellevoetsluis

Arnhem (Zuid) Marken-Binnen

Zeearendstraat (’s Gravenhage) Gendt.

Buitenland

Engeland

Woningpolitiek

Het laatste nummer van het Housing Centre Bulletin bevat een uiteenzetting van het programma, dat deze organisatie voor de woningpolitiek in de komende jaren ontwikkelt.

Men gaat ervan uit dat over het geheel gezien de acute woningbehoefte nu gedekt is. De becijferingen van het woningtekort, bijv, van M. J. Elsas, legden het zwaartepunt echter bij de behoefte aan vervanging van krotten (volgens Elsas 3,700.000 woningen tot 1965) en aan woningen voor kleine gezinnen, met name voor bejaarden. Het cijfer voor de krotten, die vervangen moeten worden, is trouwens door een stilstand gedurende 10 jaar aangegroeid.

Op deze beide elementen van de woningbehoefte, die nu aan de orde komen, legt het programma van het Housing Centre de nadruk. In de tweede plaats geeft het in overweging een deel van de taak, die de gemeentebesturen bij de woningbouw vervullen, over te dragen aan