is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 31, 1950, no 12, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plannen veel aandacht besteed, doch het lijkt mij beter dit later eens te bespreken, wanneer meer kan worden verteld over de daadwerkelijke uitvoering van wijkgebouwen en dergelijke. In dit verband zij slechts opgemerkt dat er in de naoorlogse plannen consequent naar is gesteefd de winkels op enkele punten, die als buurt- respectievelijk wijkcentrum dienen, te concentreren en dat gebroken is met het systeem van het concentreren van winkels langs de hoofdverkeerswegen, hetgeen zowel voor het verkeer als voor het winkelen ernstige nadelen heeft.

Ten aanzien van de verkavelingswijze zij opgemerkt, dat de kwestie van de woningdichtheid en van het percentage bestrate oppervlakte een punt van aanhoudende zorg heeft uitgemaakt. Enerzijds dringen gemeentewerken en verkeerspolitie gezien hun ervaringen in de bestaande stadswijken steeds opnieuw aan op bredere rijwegen (voor verkeer en parkeren) en op bredere trottoirs (voor het leggen van leidingen, vooral daar, waar de straten worden geasfalteerd). Andererzijds dringen Rijk en Provincie ter besparing op de grondkosten per woning en met de critieke terreinindex als zwaard van Damocles boven het gemeentelijke hoofd aan op dichtere bebouwing en minder bestrate oppervlakte.

De dienst van Stadsontwikkeling tracht dan het gulden midden te vinden door een zo scherp mogelijke scheiding van verkeers- en woonfuncti«,‘S door te voeren, zonder nochtans in dorre ~Gleichmacherei” of in al te theoretisch verkavelingsschema’s te vervallen.

Op deze wijze zijn in de nieuwere Haagse uitbreidingsplannen tal van verkavelingsmethoden door elkaar te vinden, aangepast aan de plaatselijke eisen (oriëntatie, klasse van bebou-

wing) en zonder de pretentie van één alleen zaligmakende oplossing.

Afb. 3. Verkaveling in plan Morgenstond

Enkele voorbeelden, ontleend aan vastgestelde of in voorbereiding zijnde uitbreidings- en wederopbouwplannen zijn op de afbeeldingen te vinden.

De strokenbouw is in de verschillende uitbreidingsplannen van de heer Dudok niet als enig systeem doorgevoerd, doch alleen als mogelijkheid tot het brengen van variatie op plaatsen, die daartoe aanleiding gaven (afbb. 1 en 2). Een vaste oriëntering op de zon is niet nagestreefd. Wel zijn lange bouwblokken in strokenbouw consequent vermeden, niet slechts ter voorkoming van te lange loopwegen tussen de stroken zijn voetpaden van drie meter breedte gedacht doch ook om het systeem van galerijbouw, dat bij grote lengte der bouwstroken is, mogelijk te maken. |

De in Engeland gebruiTcelijke cul-de-sac bebouwing is in enkele gevallen (langs het Zuiderpark) toegepast (afb. 3). De in afbeelding 4 aangegeven verkavelingswijze (verspreide groepering van hoge gebouwen van zeer beperkte lengte in een parkachtige omgeving) is enigszins te vergelijken met die der Zweedse punthuizen, doch met het oog op de bezonningsmoeilijkheden der punthuizen is de voorkeur gegeven aan strookjes met vier woningen per étage.]

Op de a’s norm aanvaarde gemeenschappelijke binnentuin werd in het eerste artikel reeds de aandacht gevestigd. Bij df bouw in vier en meer woonlagen zal worden getracht deze ook bij particuliere exploitatie zoveel mogelijk door te voeren.

Waarschijnlijk zal bij menig lezer, die zich rekenschap heeft gegeven van de korte periode, waarvoor de gemeente ’s Gravenhage, bekneld als zij is tussen de zee, de waterwinningsduinen, de ~glazen stad” en de gemeentegrenzen, haar woningbouwprogramma kan projecteren, de vraag rijzen: ~en wat daarna?”

Ik kan u verzekeren, dat deze vraag ook mij en niet minder het gemeentebestuur vervolgt. Ik kan er u helaas geen antwoord op geven, doch moge de hoop uitspreken, dat de beantwoording van deze vraag op korte termijn want wat zijn 6 a 10 jaar, vergeleken bij de perioden, die voor de voorbereiding van bestuurlijke maatregelen van ingrijpende betekenis nodig zijn onder ogen wordt gezien door hen, die verantwoordelijk zijn voor een toestand, waarbij een levenskrachtige stad niet langer zelf in staat is haar ontwikkeling in goede banen te leiden.

De lijnen van de woningpolitiek

door Drs H. v. d. Weijde

De grote revue van de volkshuisvesting, die elk jaar om deze tijd door de Tweede Kamer wordt afgenomen, heeft ook nu weer plaats gehad. De Minister heeft in de Memories van Toelichting en van Antwoord en daarna nog in de mondelinge gedachtenwisseling zijn beleid kunnen toelichten en verdedigen, de Kamer heeft opheldering kunnen vragen en de zwakke plekken kunnen aanwijzen. Is het beeld, dat ons hierbij van de woningpolitiek ontrold is, veel anders dan dat van verleden jaar? In wezen is het onveranderd, maar er valt een nieuwe schaduw over.

Verleden jaar schemerde de hoop dat de bouwkosten begrepen waren in een gestadige daling, waardoor de noodlottige tegenstelling tussen huren en exploitatiekosten van nieuwe woningen iets van haar scherpte ging verliezen. Nu valt over het gehele beeld de inktzwarte schaduw van de algemene stijging van prijzen en lonen, terwijl de internationale spanningen weinig ruimte laten voor hoop op beter in de naaste toekomst. Het vraagstuk van de evengenoemde tegenstelling, dat de spil van de gehele woningpolitiek vormt, nijpt dus weer sterker dan te voren, toen wij door dalende kubiekemeterprijzen en Bouma-actie althans iets van een uitweg zagen. Nu rijzen de onverzettelijke barrières weer aan alle

Afb. 4. Verkaveling in plan Meer en Bos