is toegevoegd aan je favorieten.

De woningbouwvereniging, jrg 10, 1950, no 2, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Februari 1950 10e Jaargang – No. 2

De Woningbouwvereniging

Uitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen

Verschijnt tUdatldelijks

Adres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298

Adres voor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C., Telefoon 49128

Revolutie in de vroningbouvr ? (2)

In ons eerste artikel over de z.g. goedkope woningbouw voorspelden wij, dat het Bussumse voorbeeld wel door zeer velen zou worden nagevolgd, maar wij meenden tevens, dat deze ~vrije bouwsector” zeker niet onbegrensd zou zijn. De ontwikkeling gedurende de inmiddels verlopen maand leert, dat wij in beide gevallen het gelijk aan onze zijde mogen rekenen. Bescheidenheid gebiedt op te merken, dat de voorspellingen dan ook allesbehalve gewaagd waren!

Een brede stroom van bouwplannen a la Bussum is het Ministerie binnengevloeid. leder plan vergezeld van hoop en verwachting. Wij vrezen, dat in vele gevallen de hoop de bodem zal worden ingeslagen en de verwachting zal worden beschaamd. Verscheidene persberichten spreken er reeds van, dat plannen voor honderden ~goedkope woningen” buiten bezwaar van het normale bouwvolumen zouden kunnen worden uitgevoerd. Wij menen te weten, dat tot op dit ogenblik nog geen enkel plan definitief is goedgekeurd. Allerwege in den lande werd en wordt er getekend en gerekend. Geen Burgemeester en geen Wethouder voelt zich langer verantwoord, wanneer hij niet aan zijn Gemeenteraad kan mededelen, dat ook hij ~doelbewuste” pogingen heeft ondernomen om van het extra-vrije-bouwvolumen te profiteren. Men vertelde ons van een architect, die opgetogen het Bureau van een Provinciale Directie betrad, een map ~uitgekookte” bouwplannen onder de arm. De vrij hoge ambtenaar, die hem te woord stond, bekoelde aanstonds zijn hete begerigheid door laconiek te vertellen, dat de Bussumse stunt niet verder doorgang zou vinden. Heb ik daarvoor drie dagen en nachten aan één stuk doorgewerkt?” zo luidde de in woede gestelde, vertwijfelde en toch nutteloze vraag van de architect. Men moet vrezen, dat er in de naaste toekomst vele ontgoochelde plannenmakers in ons land zullen ronddolen. Uit goede broji welde voorts de mededeling, dat de aandacht van alle gemeentebesturen blijkbaar zozeer door het Bussumse voorbeeld in beslag wordt genomen, dat er geen gelegenheid overblijft voor het indienen van normale bouwplannen, die uitgevoerd kunnen worden op grond van het normale woningcontingent. Wij hebben ons laten vertellen, dat men op het Bureau van een bepaalde Provinciale Directie met de armen over elkaar zit, omdat men radicaal door de voorraad gewone plannen heen is en men met de hoge stapel buitengewone plannen niets kan beginnen. Onweerstaanbaar dringt zich aan ons op het beeld van de ezel, die door de aan zijn kop gebonden suikerwortel tot steeds harder lopen wordt bewogen. Zonder resultaat overigens, zoals ieder zinnig mens begrijpen zal...

Het schijnt, dat er binnenkort een Ministeriële Beschikking verwacht kan worden, die de goedkope woningbouw uit het ongebaande vrije veld weer brengen zal op de geëffende en afgebakende paden. Dat betekent dan toch nog weer een verdeling van de bouwmogelijkheden via de Colleges van Gedeputeerde Staten. Hoe moeten die beklagenswaardige autoriteiten een keus doen uit de grote hoeveelheid plannen, waarvan er immers slechts een deel binnen het raam van het bouwplan tot uitvoering kan komen? Dat betekent verder het aangeven van niet-overschrijdbare normen voor huurvaststelling, voor

exploitatielasten, zoals onderhoud, algemene onkosten e.d. Dat betekent vervolgens het stellen van grenzen aan de te verlenen bijdragen en het verwijzen naar technische voorschriften, die geen geweld mogen worden aangedaan. De gemeentebestuurders zullen zich gevoelen als schooljongens, die hun vacantie in vrijheid hebben doorgebracht en die, nu de school weer is geopend, het klaslokaal nóg muffer en bedompter vinden dan voorheen

Voorlopig heerst er intussen nog een groot gebrek aan officiële directieven en wij moeten, ter informatie van onze lezers, dan ook volstaan met de vermelding van hetgeen de Minister over deze zaak bij de behandeling van de Wederopbouwwct in de Tweede Kamer heeft medegedeeld. Als we dat zo eens mogen zeggen: Deze mededelingen van de Minister hebben iets van een pleidooi.

De Minister sprak aldus:

~Ik zal wel zorgen, dat er niet meer woningen worden uitge.,geven in totaal dan met het oog op de beschikbare bouw,,materialen en arbeiders verantwoord is.”

~Het is juist, dat met de extra-toewijzingen, die ik in uitzicht ~heb gesteld voor uit financieel oogpunt gezien bijzon,,der aantrekkelijke woningbouwplannen, wordt afgeweken ~van het oorspronkelijke uitgangspunt, de acute woningnood. ~Ik zou willen zeggen, dat de Kamer aan de Minister hier ~toch wat armslag moet gunnen. Er staan hier namelijk grote ~financiële belangen van het Rijk op het spel. Het gaat niet ~om kleinigheden, maar het gaat om honderden millioenen ~en in deze millioenendans rond de woningbouw meen ik, dat ~het mijn plicht is, ook op zo zuinig mogelijke besteding van ~het rijksgeld met de meeste nauwlettendheid toe te zien.”

~Ik had al lang het gevoel, dat de bouwkosten naar omlaag ~konden, mits meer rationeel zou worden gebouwd. Toen ~wethouder Bouma uit Bussum met zijn plan voor de dag ~kwam, zag ik de kans schoon. Ik zou nu met nadruk willen ~zeggen, dat men verkeerd doet, de resultaten van de uitda,,ging, die ik kort geleden naar aanleiding van het plan Bus,,sum heb gericht tot de bouwerswereld en tot de gemeente,,besturen en de woningbouwverenigingen, om mede te werken ~aan plannen tot goedkope woningbouw, alleen af te meten ~naar het plan Bussum. Dit is niet meer geweest dan een aan.,leiding.”

~Dit plan Bussum bedoelde alleen aan te tonen, dat, wanneer ~men maar ernstig zoekt naar mogelijkheden, deze mogelijk,,heden er ook zijn. Dit is ook gebleken. Na mijn uitdaging ~wordt het Departement overstroomd met plannen voor goed,,kope bouw uit alle delen van het land. Wij hebben er op ~het ogenblik zeker al tussen de 50 en 100. Er zit natuurlijk ~wel veel bij, waarvan men zegt: dit is niet veel! Er zijn ~echter ook tal van plannen, die een zeer serieuze indruk ma,,ken,Men roept er meestal met een zekere trots bij uit: dit ~hebben wij kunnen bereiken zonder afwijking van de bouw,,verordening en zonder de huren op te drijven boven een ~peil, dat niet verantwoord is.”

~Wij zullen nu moeten trachten uit al deze plannen de nodige ~nuttige ervaring op te doen en aan de hand daarvan zullen ~wij trachten te komen tot meer algemene richtlijnen. Het ..gaat dus niet alleen om het plan Bussum.”