is toegevoegd aan je favorieten.

De woningbouwvereniging, jrg 10, 1950, no 6-8, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stichtingen dragen, waardoor slechts weinig mensen daadwerkelijk aan de te verrichten organisatorische arbeid kunnen deelnemen. Daar komt nog bij, dat plaatselijke spanningen enige woordvoerders van de in deze gemeente werkzame corporaties aanleiding gaven tot de verklaring, dat personen, die tot de minderheid behoren, nooit in aanmerking zouden kunnen komen voor een door de bestaande verenigingen beheerde woning. Het behoeft bij deze stand van zaken niet te verwonderen, dat de minderheid zich heeft aangegord en pogingen onderneemt om een eigen woningbouwvereniging op te richten. In deze moeilijke zaak vraagt men nu onze raad. Wij zullen graag proberen een oplossing te vinden, die de minderheid bevredigt en die tevens de volkshuisvesting dient. Eenvoudig is dat niet altijd—Uit de vrij omvangrijke correspondentie (eerste halfjaar van 1950 bijna 2.000 brieven!) is één geval in deze rubriek vermeldenswaard. Een bouwvereniging in een Zuidhollandse gemeente vroeg ons of zij genoegen moest nemen met het besluit van het gemeentebestuur, waarbij bepaald werd, dat het kapitaal aan de vereniging zou worden verstrekt tegen 4% rente ’s-jaars. Wij hebben op deze vraag verwezen naar de wens van de Minister, dat het rentevoordeel, dat ontstaat doordat de gemeente zelf leent tegen een rentetype van 334 of ten goede zal komen aan de exploitatie der woningen. Wie schetst onze verbazing toen wij daarna moesten horen, dat het College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de gemeente had verplicht 4% in rekening te brengen! Natuurlijk hebben wij aan dit College nu om opheldering gevraagd, waarbij wij echter voorzichtigheidshalve eerst maar hebben geïnformeerd of het verhaal wel juist is! Aan het antwoord van deze Gedeputeerde Staten zullen wij t.z.t. bekendheid geven.

Op een zeer gewaardeerde uitnodiging mochten wij de tweede dag van het Congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten meemaken. De burgemeesters van Boxtel en Deventer spraken over de woningbouw. In de inleidingen kwam ook de „tegenstelling” tussen woningwetbouw en particuliere bouw nog even om de hoek kijken. Het trof ons, dat de woningwetbouw bij verschillende deelnemers aan de discussie warme en goed gedocumenteerde verdediging vond. De Heer Bakker Schut wees er zeer terecht nog eens op, dat het onjuist is de tegenstellingen te accentueren door te spreken van ~overheidsbouw”. Die bestaat, naar de Heer Bakker Schut onthulde, alleen maar in Den Haag, waar het bouwbedrijf de ~Hawoma” een bepaald systeem tot uitvo'Zring brengt. Verder worden alle woningwetwoningen door particulieren gebouwd. Natuurijk is dit een waarheid als een koe, maar het blijkt nodig te zijn, dat die waarheid bij tijd en wijle wordt herhaald. De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting sprak het congres van gemeentelijke autoriteiten toe op een wijze, die veel indruk maakte. Wij achten ons ontslagen van de plicht van deze rede zelfs maar een beknopt verslag te geven. In dit omvangrijke nummer van ons orgaan staat al zoveel over ons eigen congres nietwaar?

W. S.

Bezichtiging van Duplexwoningen

De deskundigen hebben ons voorgehouden, dat de oplossing van de heersende woningnood in een tijdsbestek van tien jaren kan worden bewerkstelligd, mits gebruik wordt gemaakt van de z.g. duplexwoningen. ~Duplexwoningen zijn eengezinswoningen, die tijdens de bouw worden ingericht voor de bewoning door twee gezinnen. Na uiterlijk tien jaren worden zij weer ingericht voor bewoning door één gezin”. Deze, tussen aanhalingstekens geplaatste omschrijving ontlenen wij aan een beschouwing over de duplexwoning, afkomstig van het Ministerie van Wederop-

bouw en Volkshuisvesting. Wanneer geen gebruik zou worden gemaakt van de duplexwoning zou, naar het oordeel van de deskundigen, de oplossing van de heersende woningnood vijftien jaren moeten duren. Het gaat hier dus om vijf jaar levensgeluk van ettelijke tienduizenden gezinnen.

Er zijn nogal wat bezwaren ingebracht tegen de bouw van duplexwoningen. De bezwaarden vrezen een duurzame aantasting van het woonpeil en zij beroepen zich niet ten onrechte op de ervaring met vroeger gebouwde noodwoningen, die veel langer in gebruik zijn gebleven dan oorspronkelijk de bedoeling was. We zijn niet ongevoelig voor deze bezwaren; desondanks zijn wij van oordeel, dat gezien de beklagenswaardige toestand, waarin duizenden gezinnen verkeren, de bouw van duplexwoningen aanbeveling verdient, omdat wij de voordelen aanmerkelijk groter achten dan de nadelen.

Er is trouwens al een keuze gedaan. Er zijn reeds meer dan drieduizend duplexwoningen gereed gekomen en er zijn er momenteel ongeveer 4.500 in uitvoering. Bovendien bestaat het voornemen om gedurende de komende jaren tot 1955 tienduizend duplexwoningen per jaar te bouwen. Het gaat dus in genoemde periode van jaar tot jaar om tienduizend gezinnen extra, die zelfstandig gehuisvest kunnen worden. Wij hebben door eigen aanschouwing kennis kunnen nemen van de heersende nood en vinden daarin aanleiding om de voorgenomen bouw van de genoemde hoeveelheid duplexwoningen met ingenomenheid te begroeten.

Op 5 Juli j.l. is een aantal persmensen in de gelegenheid gesteld om onder leiding van de Heer J. Bommer duplexwoningen in onderscheidene varianten te bekijken. Ook de Nationale Woningraad was uitgenodigd en vertegenwoordigd.

In de Pleiadenstraat te Haarlem staan 21 duplexwoningen, die de gemeente daar heeft doen bouwen. Zij zijn voorbestemd om na 10 jaar te worden omgebouwd tot kleine middenstandswoningen. De totale inhoud van dit type duplexwoning is 359 m 3., waarvan 142 m 3. voor het benedengedeelte en 217 m 3 voor het bovengedeelte. Beneden heeft men een woonkamer van 15 m 2, twee slaapkamers van elk 8 m 2, keuken en W. C., alsmede voor- en achtertuin. In de achtertuin staat een schuur. Het bovengedeelte bestaat uit: een woonkamer van 15 m 2, een slaapkamer van 13 m 2, een slaapkamertje van 4.6 m 2, een keuken, W.C., en ruime zolder. Deze duplexwoning maakte de indruk van wat men in Amsterdam noemt: een benedenhuis met vrij bovenhuis voor kleine gezinnen. Het beneden- en bovengedeelte hebben elk een eigen toegangsdeur en zijn dus geheel van elkaar gescheiden. De bewoners bleken zeer in hun schik met de wijze, waarop zij nu zelfstandig gehuisvest waren, zij het dan ook in een kleine woning. Zij hadden de narigheid van samenwoning meegemaakt en voelden zich nu de koning te rijk. De vraag is nu maar of dat ook over enige jaren, als de herinnering aan het ongerief van het samenwonen is vervaagd, nog zo zal zijn. Het verlangen naar een grotere woning, dat op de duur zeker zal ontstaan, behoeft overigens geen nadeel te zijn. Het kan zich mede doen gelden als stimulans ter bevordering van de ombouw der duplexwoning tot normale eengezinswoning als het zover is, d.w.z. over tien jaar. Gedurende deze tien jaren is trouwens nog wel verschuiving mogelijk van gezinnen, die te groot geworden zijn voor de duplexwoning.

In de Dunklerstraat te Haarlem heeft de Woningstichting ~Ons Belang” 34 duplexwoningen doen bouwen. De inhoudsmaat van deze woningen is 309 m 3. Dat is dus 50 m 3 minder dan van de hierboven beschreven woningen. Van de 309 m 3 is 133 m 3 ter beschikking van het benedengedeelte