Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anders dan bij ons.

Het schijnt op 't oogenblik in onze Oost weer verre van rustig te zijn.

Volgens mededeelingen, voorkomende in het „Algemeen Handelsblad", welke ontleend zijn aan de „Java Bode", is op Lomblem de bevolking in opstand gekomen en weigerde de belasting op te brengen.

Het dappere Holiandsche leger heeft wederom schitterende bewijzen van moed aan den dag gelegd.

De sergeant Eichhorn, was opgedragen, om door machtsvertoon de onwillige bevolking vrees in te boezemen.

Ziehier wat deze held al niet heeft aangedurfd.

Hij heeft 45 vrouwen in een bivak opgesloten, om daardoor pressie uit te oefenen. Dit bivak werd in den nacht van 24 op 25 Sept. echter overvallen door de inlanders, die den patrouille commandant doodden, terwijl nog 7 soldaten gewond werden, van wie er later nog twee gestorven zijn. Nadat zij een dag of drie de soldaten, die zich in een hachelijke positie bevonden, hadden bestookt, kregen de laatsten hulp en moesten de inlanders het onderspit delven, nadat ze in hun midden nog eenige dooden en gewonden hadden gekregen.

Ziedaar, het verkort relaas, ontleent aan het „Handelsblad".

De beschouwing, die de medewerker van de „Javabode" naar aanleiding van deze onlusten ten beste geeft, is echter de moeite waard, er even de aandacht op te vestigen. Daarin komen de volgende zinsneden voor:

„Het opstootje op Lomblem is er een zooals er meer zijn geweest, en in sommige deelen van het gewest nog meer zullen voorkomen. Men vergete niet, dat de bevolking van al die eilanden, eerst sedert korten tijd — nog geen tien jaren — onder ons daadwerkelijk gezag werd gebracht, dat zij, die in een staat van bijna absolute anarchie zijn groot gebracht, en van ouder tot ouder niets anders geleerd hebben dan dat er geen wil en geen menschelijke macht bestaat, boven die van elk individu, in het bizonder zich zeer moeilijk aanpassen aan de veranderde tijdsomstandigheden".

Verder heet het:

„Heerendiensten, geregeld belasting betalen, in kampongs samenwonen, bestraffing van gepleegde misdrijven, het zijn even zoovele factoren, die op deze nomadenbevolking werken als een roode lap op een stier".

Ja, wij kunnen het ons waarachtig voorstellen dat de Javaan van de Europeesche beschaving niets moet hebben. Zoolang deze hem met rust liet, leefde de bevolking in Indië misschien

feuilleton.

Praatjes van mij.

6.

Zoo is er dan weer een jaar voorbij. Is er weer 'n jaartje gepiept. Het bloedjaar 1914. En we kunnen zingen, dat hij nooit weerom komt, evenals in onze kinderjaren, toen wij zongen :

Berend Botje, dei wol voaren,

Mit zien scheepie noar Zuidloaren, De weg was liek, de weg was krom En nooit komt Berend Botje weerom.

Nou, bij 't varen door 't vervlogen jaar, was de weg ook liek (recht) en krom, maar krom wel 't allermeeste, zoodat we heelemaal de rechte weg kwijt zijn geworden en in het moeras zijn geraakt. Waar zullen we nu henen dwalen in de duisternis rondom ! De een roept ons naar hier en de ander naar daar, zoodat ons heelemaal geen tijd wordt gelaten om door eigen waarneming den juisten weg weer te vinden.

'k Heb mij lange jaren opgehouden in de kerk der christenen, maar toen ik in de groote kerk was, leodste een bijbelcolporteur mij mee naar de orthodoksen, en ik mocht die wel, die kwamen je wat meer aan je hart. Ook heb ik wel eens gehoord, dat gezegd werd, dat deze of gene dominé eens goed aan de lever kwam, maar wat de lever er mee te maken heeft, heb ik nooit begrepen. Aan het hart, dat heb ik beter gesnapt, want als iemand zeer ernstig met je spreekt, dan is het alsof die woorden als dumdumkogels door je hart woelen, al is de uitwerking niet zoo verschrikkelijk. Maar 't kan toch erg genoeg zijn ! Dat merk je dan pas later — dikwijls eerst dan als 't te laat is.

Daar heb je nu dan in dezen tijd, waar de menschen warm worden gemaakt om het vaderland te verdedigen. Alleen een kwestie van gevoel, ten minste bij de arbeiders. En hebben wij er niet van gehoord, dat opgeroepenen vader en moeder of vrouw en kinderen verlieten om naar het slagveld te gaan ? Als ze daar doodelijk gewond op het veld van eer (?) liggen en zij lieten nog 'n oogen-

in betrekkelijke tevredenheid en welvaart. Hij bebouwde zijn rijstvelden en verrichtte zijn arbeid met lust en ijver, en bekommerde zich overigens om niets. Zoodra echter de brutale indringers zijn bodem betraden, waarop zij zich ongevraagd en met geweld toegang verschaften en hij met zijn primitieve wapenen niet in staat was den vreemden indringer van zijn gebied af te ranselen, was het gedaan met zijn vrijheid en werd hij geëxploiteerd om de Europeesche kapitalisten rijk te maken.

Sedert men den Javaan gedwongen heeft de Westersche beschaving te eerbiedigen, werkt hij niet meer zooals voorheen, voor zich zelf, maar nu moet hij ook werken voor degenen, die hem met deze beschaving „gezegend" hebben. Nu heeft hij Heerendiensten te verrichten, d. w. z. hij moet een bepaald aantal dagen per jaar onbetaalde arbeid verrichten, voor landeigenaren, dorpshoofden, enz.

Van de sawah's, die hij bewerkt, moet hij in den oogsttijd een gedeelte der verkregen producten afstaan aan het Gouvernement.

Weigert hij daaraan te voldoen, dan wordt hij veroordeeld tot gevangenisstraf, dwangarbeid of doodgeschoten.

Wij vragen : is het een wonder, dat de bevolking, die op een dergelijke wijze wordt mishandeld en gekneveld, in opstand komt, vooral wanneer zij nog niet lang kennis maken met onze beschaving (?) en dus nog in natuurstaat verkeeren ?

Er wordt op den Javaan afgegeven. Toch staat hij hooger dan wij Hij is nog niet bedorven, niet gekneed, niet pasklaar gemaakt voor het in Europa en elders heerschende kapitalistische regiem. Daardoor staat hij hooger dan wij, ik herhaal het, en ook daardoor komt

het, dat hij zich verzet.

* »

Bij ons is 't heel anders. Het kapitalistische stelsel heeft van de Europeesche bevolking gemaakt een hoop lafaards.

Dit wordt nooit duidelijker gedemonstreerd dan in onzen tijd. Een enkele proclamatie was voldoende, om op den len Augustus de militie plichtingen bij drommen van duizenden zich te doen begeven naar hun garnizoens, vrouw en kinderen achterlatende, in de meest kommervolle omstandigheden, met de kans voor oogen zich te laten slachten in 't belang der kapitalisten. In sommige plaatsen gebeurde het zelfs, dat men een dag te voren reeds aan de autoriteiten vroeg, of men zich direkt naar zijn garnizoen moest begeven, en men ten antwoord kreeg : nee uilskuikens, je behoeft morgen pas te komen.

Duizenden arbeiders zijn werkeloos en moeten hongerlijden. En 't moet tot hun schande

blik hun gezond verstand redeneeren, dan zou dat hun zeggen : Daar lig je nou. Je hebt je goed en bloed gegeven voor 't vaderland, maar wat heb je van dat vaderland en wat heb je er aan ! Voorjaars als je de bloemetjes wilt verpotten, moet je op den schooi uitgaan om een bloempot vol versche modder te krijgen. Moet je ddarvoor in den dood gaan ? Maar dan is 't te laat, dan is je tol betaald. Je vrouw en kinderen in zorg en verdriet en ellende achterlatende.

En wat zijn ze er in 't afgeloopen jaar, in de laatste vijf maanden, bij honderden en duizenden en tienduizenden gevallen, die er zoo voor stonden. En toch kan dat alleen geschieden door de begoocheling door menschen van allerlei slag en rang en positie.

Dat hart is wel 'n wonderlijk ding. Het kan zoo warm kloppen achter je vestje, dat je tot allerlei mooie dingen in staat zijt. Het kan je, als je ellende om je ziet, je laatste stuiver uit de portemonnaie kloppen, om daarmee te trachten een nietig deeltje van die ellende weg te nemen. Omdat je anders geen vree met je zelf kunt vinden. Maar het kan je ook beangst maken, dat je uit wanhoop in het water springt en je eigen leven vernietigt. Daarom is het ook steeds het beste, om ook je verstand te raadplegen — in 't bizonder als anderen op je gemoed inwerken. Anders kun je gerust zeggen, dat je voor de haaien bent.

Hart is goed, als het zoo klopt als het in je eigen body opbruischt. Maar als anderen er hun pijlen op afschieten, dan gaat het dikwijls uit berekening en moet je er aan gelooven.

Daarom heb ik zoo'n afgeduuverken hekel gekregen aan de dominé's en velerlei slag politiekers, die met hun hoogdravende woorden en handengebaar je geheel en al te pakken krijgen. Je wordt dan, zooals men zegt, begeesterd. Maar door die begeestering ben je in hun macht en wordt je door hen geduwd en getrokken, waar ze je willen hebben. En dan kun je in zekere oogenblikken ook wel iets doen, maar dan doe je dat niet uit eigen vrijen wil, doch dan handel je als 'ri marionet in handen van den spreker. En hij laat je dan doen, wat hij hebben wil, en je kunt gerust zeggen, wat in zijn belang is.

Als je in de kerk op kerstmis een goede redenaar hoort preken over het >vrede op aarde», nou dan kun je wel onder den invloed komen van zoo'n preek. En dan kun je 't schoon en heerlijk vinden die eeuwige vrede op aarde. Maar als je dan den dominé ifa zijn dagelijksch leven ziet en bemerkt hoe

gezegd worden : ze houden zich kalm.

Inplaats dat ze hun hongerkreten laten weerklinken, altijd weer aan, steeds luider, steeds wilder en steeds dreigender houding aannemen, blijven ze gelaten, vernederen ze zich voor kazerne's der soldaten urenlang in weer en wind te staan, in de hoop het afval en de overgeschoten kliekjes te bemachtigen.

Dat heeft de cultuur, de beschaving van hen gemaakt! Wezens, zonder wil, zender eergevoel, die de hand uitstrekken voor een aalmoes, inplaats van voor zich op Ie eischen datgene, wat ze noodig hebben.

Ja, 't is waar, de Javaan, onze geminachte bruine broeder, is dat niet gewoon. Hij verzet zich met ge weld als hij belasting moet betalen, als hij onbetaalden arbeid in Heerendietist moet verrichten, omdat hij ondanks zijn achterlijkheid bij inluitie gevoeld, dat men niet het recht heeft uit zijn arbeid winst te slaan.

Nog lang, en energieker dan tot dusver zullen we onze propaganda moeten voeren, om in de z.g.n. beschaafde landen, bij de bevolking hetzelfde te bereiken.

POSTMA.

Een woordje kritiek.

De redakteur van „Vereenigt U 1", orgaan van den modernen Landarbeidersbond is eventjes ingegaan op onze beschouwing van het jaarverslag van dien bond. De redakteur erkent, dat er weinig stabiliteit in den Bond is — met het oog op de cijfers, welke op zooveel schommeling wijzen, zou dat ook onmogelijk te ontkennen zijn. Tevens komt ter sluiks de erkenning, dat er aan de „bewustheid" der modernen ook nog wel wat ontbreekt, dat is nooit ontkend, zegt Hiemstra. Maar . . . meteen zegt hij, dat er bij ons gebrek aan kennis is omtrent het wezen der „moderne" vakbeweging.

Heb je al weer niet de proef op de som

— die Kaspers kletst maar wat over onze organisatie en weet er niets var.af, maar hier moet je wezen, bij Hiemstra, dat is de man die het wéét.

En vervolgens spreekt Hiemstra, dat er nu reeds 'n kern is verkregen van 4 a 5000 leden.

— Die 4 a 5000 leden, welke 'n kern vormen, vormen meteen den geheelen Bond. De kern, dat is de pit, de innerlijke kracht, zoodat Hiemstra nü dan toch de leden als wèlbewust beschouwd — anders kunnen ze immers geen kern zijn. En wie weet höevelen met het volgende jaarverslag, of reeds na 'n half jaar of eerder, zijn gaan loopen 1

Uit de agenda in hetzelfde nummer blijkt, dat de afdeeling Usquert op de eerstvolgende

hij ten alle tijde medewerkt, om de ongerechtigheid onder de menschen te laten voortbestaan, Waardoor de werkman wordt uitgebuit en getiranniseerd, dan vallen die woorden, als je er nog eens weer aan denkt, als kille sneeuw in den kerstnacht op je neer. En als je ze dan hoort bidden om den zegen des Heeren af te smeeken op de moordwapenen der soldaten, dan is 't toch heelemaal hommeles.

En met de politiekers is het dito dito. 'k Heb wel dikwijls geluisterd naar redevoeringen van mr. Troelstra en zijn passipanten. En 'k wil gul erkennen, dat ze mij menig keer bijna geheel te pakken hadden. Maar als ik die schreeuwers dan weer in de praktijk zie scharrelen en schikken en plooien met de uitbuiters en verdrukkers, dan dacht ik dikwijls bij mij zelf: zijn dat niet weer de oude preekheeren in een nieuwe creatie, van wie gezegd kan worden : zie naar mijne woorden en niet naar mijne daden f

't Is nog niet zoo heel lang geleden dat ik mr. Troelstra heb hooren spreken over den politieken toestand in het land en hij deed een aanval op het militarisme, dat de spanen er van afsprongen. En niet meer dat Europa in vuur en vlam dreigde op te gaan, dat het militarisme voor zijn werkelijk doel zou worden gebruikt, of diezelfde verwoede anti-militarist (?) biedt zijn eigen zoon den minister van oorlog voor de slachtbank aan, bewilligt de gelden voor de algemeene menschenslachting en spoort de menschen aan mede aan de moordpartij deel te nemen ter eere van het vaderland.

Kijk, nu kunnen mr. Troelstra en konsorten zoo mooi praten als ze willen, die woorden kunnen nooit zoo mooi wezen, dat ik mij er iets van aantrek. Want dan maak ik het spreekwoord van m'n schoonmoeitje tot de mijne: Wat helpt het, al geeft de koe ook 'n emmer vol, als zij het weer weg slaat.

Ja, 'n boer kan roemen op zijn beste koe, die 25 liter melk per dag geeft, maar als die koe niet wil stil staan onder het melken en de emmer omslaat, zoodat de melk over den grond loopt, dan heeft die boer niks van de koe als scha en zal nij trachten zich van die lastpost te ontdoen.

Zulke melk wegslaande koeien zijn de predikheeren ook, die op de kerstdagen oreeren over vrede op aarde, maar dag aan dag den toestand van onvrede helpen bestendigen en bij oorlog gods zegen op de wapens afsmeeken. En zulke melk wegslaande koeien zijn de politiekers ook, wier praktijk zoo oneindig verschilt met de theorie en die

vergadering enkele leden wil royeeren. Die

behooren óók tot die . . . kern !

En waarom zouden wij dan gebrek aan kennis hebben omtrent het wezen der moderne vakbeweging ? — Omdat wij den modernen Landabreidersbond vereenzelvigd hebben met de S. D. A. P. Maar, vragen wij Hiemstra; waaruit blijkt, dat wij beiden hebben vereenzelvigd ? Laat hij dat ons eens vertellen. Wij hebben gesproken, dat de S. D. A. P.sche massa vorming niets-zeggend is — en dat is het eenigste, waaruit Hiemstra zijn konklusie kan trekken. En als hij dat doet, dan blijkt hij met zijn eigen beweging niet op de hoogte.

Die massa-vorming is toch zeker maar 'n taktiek, niet waar ? Welke zeker met het wezen der organisatie niets te maken heeft. En laat Hiemstra nu eens beweren, dat die massavorming geen sociaal-demokratische taktiek is, door de moderne vakbeweging overgenomen,

Zoodat wij maar willen zeggen, dat er niets overblijft van den boom, welke Hiemstra tegenover ons wil opzetten.

Of Hiemstra dat zelf ook al wel gevoeld heeft, weten we niet, maar het heeft er wel iets van, omdat hij aan 't slot van zijn betoog de aandacht van eigen Bond afleidt naar onze beweging. Dat is de manier, welke kwajongens met hun „ikke nait moar doe" er op nahouden. Onze beweging, onze strijd was niet aan de orde, Hiemstra, maar de uwe. Maar wij willen er toch wel iets van zeggen. Oij zegt, dat onze geestverwanten nog niet in staat zijn geweest een organisatie op de been te houden.

Voor Hiemstra met zijn organisatie-begrip is dat natuurlijk het ergste : geen groote organisatie. Maar voor ons is het iets anders. Bij ons staat de strijdvaardigheid bovenaan. De strijdvaardigheid uit eigen overtuiging, uit eigen rechtsbegrip, voortspruitende uit eigen idealen. Alleen de arbeiders, die aldus strijden, kunnen zich werkelijk vrij maken. De samenwerking, de organisatie, komt dan van zeiven, wanneer zij noodig wordt geacht. En dan komt die organisatie langs natuurlijken weg en zal dan onwrikbaar blijken. En wij durven gerust de vraag naar voren brengen, of de mannen uit onze beweging in hun beweging minder strijdvaardig zijn als de modernen. Terwijl Hiemstra ook nog wel eens de vraag mag beantwoorden, hoeveel zijn bond profiteert van de propaganda der onzen, welke zoovelen in hunnen slaap hebben gestoord zonder hen geheel wakker te krijgen. Dit zal nu het gevolg zijn van de verdere propaganda, ten spijt van de heerscherskliek met Hiemstra en konsorten inkluis.

Werkt met dit blad!

strijden tegen het militarisme maar vrijwillig reklaoie maken voor den oorlog.

Daar zitten wij maar mee. En het ergste is, dat de menschen over 't algemeen nog veel dommer zijn dan de zoogenaamde domme boeren, die ziet van zoo'n schadelijk beest af te komen, want zij blijven zulke leiders in kerk en staat aan de kleeren hangen als kladden. Precies als 'n kalf, dat geduldig, huppelend naar de slachtplaats gaat om zich te laten villen.

Ja, zoo is 't geweest, tot nog toe. Nu treden wij 'n nieuw jaar in. Maar zal het ook wat nieuws brengen f vraag ik me af. Of zal 't niet meer dan een voortzetting zijn van het oude ....

Het jaar 1914 eindigt met bloed en tranen, en 1915 vangt met bloed en tranen aan. Zal dat bloed en zullen die tranen het zaad wezen, waaruit nieuw en gelukkig leven ontspruit f Ik weet het niet en niemand weet het ! Maar als 't werkelijk meenens was wat wij elkander bij de jaarwisseling toewenschen, veel geluk en zegen, dan ... ja, dan kón 't er van komen.

Als 't werkelijk meenens was, want dan zouden wij ook wederkeerig medewerken, opdat er een samenleving kome, waar waarlijk geluk en zegen voor allen kan heerschen. Want dat kan nü niet, omdat het leven, het geluk, de welvaart van de groote massa feitelijk in handen is van een gering deel der menschen, dat zeer willekeurig met dat leven, geluk en welvaart omspringt. Ons geluk en ons leven mag niet onderhevig zijn aan de goede of kwade nukken van anderen, want dat moeten wij zeiven in handen hebben.

Jacobus Krabbel wenscht 11 ook allen geluk en zegen, maar hij zal ook medewerken, dat er geluk en zegen kan zijn voor allen. En zoo hoopt hij door zijn praatjes er ook iets toe bij te dragen. Ais elk zijn best doet, wie weet wat wij winnen eer wij een jaar weer verder zijn. Niemand uwer mag zeggen : wat kan ik eraan! > Alle kleintjes helpen», zeide de vlieg, toen hij in de zee piste. En wij kunnen toch altijd nog wel 'n weinig meer dan een vlieg. Als wij maar van goeden wille zijn.

Jacobus Krabbel,

Sluiten