is toegevoegd aan je favorieten.

De werkman; bijdragen voor arbeid en kunst, jrg 4, 1871-1872, no 7, 07-10-1871

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taal te vernielen. Het nationaal inkomen, als product van den gezamenlijken arbeid, wordt verdeeld tusschen grondeigenaars, ondernemers, kapitalisten en arbeiders. Terwijl de grondrente de eerstgenoemde categorie bevoordeelt, trekken de kapitalisten profijt uit den lioogen rentestand.

i.n oeiue gevallen ten nadeeJe der werklieden. Niet alleen is t gedeelte van 't nationale inkomen, dat tusschen kapitalisten en arbeiders verdeeld kan worden, onevenredig groot voor de kapitalisten, maar eene rijzing in liet aandeel der werk¬

lieden is, omdat deze door hun groot getal de

grootste neitt van de te verdeelen som vertegen-

T 'i i P

wooraigen, met van zooyeel voordeel voor hen, als eene betrekkelijk even groote rijzing ten vonr-

deele van het kapitaal. Nu is door de kapitaal¬

vernietiging met alleen de verdeelmg ongunstiger geworden, de productie zelve is tevens verminderd,

zoodat er minder te verdeelen valt. Intusschen

stelt het kapitaal - zijne voorwaarden: nu deze

noog zijn, moet de voortbrenging in veie opzichten zijne hulp ontberen, waarvan 't gevolg is

1 _ L __.1 .- II' 1 • • . , ° °

aai veie nuttige ondernemingen niet kunnen ontworpen of voltooid worden. Met Tin.lTlPi W11S+. qtiv

op het bouwen van arbeiderswoningen, wat zoo

.1..." J.' i •• i

uriugeiiu Ïiuouig is en dij een lageren rentestandaard zeker op groote schaal zou geschieden.

De heer Amersfoordt toonde hierna aan, dat

hoog loon juist in 't belang is van den kapitalist, zooals ziine ervaring als grondeigenaar, onderne¬

mer, kapitalist en werkman op de Badhoeve in

TT 1 1- _ 'Ti i -i

^ Haarlemmermeer nem sinas lang nad geleerd. Hij geeft hooe-ere loonen dan anderen ïnnar In'i

1 * -I P .. "IJ

bevindt er zich wel hii. Ont WPPS srn» r\i-\

voorcleelen (?)' welke de dienst bij de nationale

TV*-1 1-I+1Q 1 1 " 1 *

xuxxxuxo aan ae opieiamg en ontwikkeling

der werklieden. TTii o'ppft rvnrlfvr 7,iirip wprlrliml on

, .) O ~ "

de voorkeur aan degenen die bij het leger hebben

gcuienu.

Door deil hoogl. Asser wprrlpn inl ipTiHno'pn

gevraagd omtrent de verhouding der cijfers van

— • i ° . J _ _

ue verueejing van i niKomen tusschen de kapitalisten en de werklieden, welte ,1 nm» rl on li ooi'

Pierson op ongeveer 30 en 70 pet. waren ge-

Ci+rxU "li -1 . 6

woic wensente spr. aai ae militaire uitgaven krachtiger afgekeurd zouden worden. Nadat de heer G. H. Kuijper nogmaals ge-

" jCU lia_a op de practische zijde van net bouwen van arbeiders-woningen, kwam, volgens het regie-

mtvnr r n h T~» • ..

"cei i ierson weder aan 't woord. Ei de verhouding der aangegeven cijfers beriep liij zich op de engelsche income-tax, terwijl spr. echter toegaf, dat de geheele som die verdeeld kan worden, kon toenemen. Daarmede kon samengaan wat de heer Amersfoordt had gezegd Deze had echter ten aanzien van het dienen bij hét leger slechts cle eene zijde der medaille vertoond

^ nctucciüxi, vuurm aan üe artsen

bekend, te verzwijgen.

De denkbeelden van den heer Pierson werden ten slotte nog bevestigd door den heer W. C. Mees, pres. der Ned. Bank, die zich tevens in eemge beschouwingen begaf over de keuze tussenin leeningen en belastingen. Hiermede werd het debat over dit onderwerp gesloten.

Met het oog op het reglement en de overio-e vraagpunten, meent de Zutph. Ct., was dit te verklaren. Aan den anderen kant was dit zeer te betreuren, omdat geen der sprekers na den heer Pierson zich in het fond der quaestie had begeven, en de vraag of ook de heer Pierson niet eene eenzijdige verklaring had gegeven, zeker tot belangrijke gedachtenwisseling had kunnen leiden. In de eerste plaats had gevraagd kunnen worden of de onderscheiding tusschen grondeigenaren, ondernemers, kapitalisten en werklieden in de practijk niet dikwerf, ten minste wat de drie eerste categoriën betreft, ineenvloeit, en of de verdeelmg waarvan sprake was niet veeleer geschiedt tusschen den ondernemer en den werkman, dan tusschen dezen en den kapitalist. Wat onder den laatste was te verstaan was bovendien niet aangegeven. Nu spr. tevens ter loops had toegegeven, dat de som die tusschen den kapitalist en den werkman verdeeld kon worden, voor vermeerdering, zelfs verdubbeling vatbaar was, scheen de geheele grondslag van zijn betoog des te meer aan vastheid te verliezen, waaruit het gevolg zou kunnen worden getrokken, dat de door spreker aangegeven oorzaak wel in ieder geval een belangrijke factor blijft bij den lagen stand der loonen, maar niet als de eenige oorzaak van

de ontstentenis van welvaart bij de arbeidersklasse mag worden aangenomen. Ook waren de beschouwingen omtrent het reactionaire karakter van het socialisme aan gegronde bedenkingen onderhevig.

Hierna werd door dr. S. Sr. Coronel het vraag¬

stuk van den arbeid van kinderen in de fabrieken

ingeleid. Deze spreker trachtte aan te toonen,

dat wettelijke regeling van dit onderwerp gevor

derd wordt uit een hygiënisch, economisch en paedagogisch oogpunt. Zal de handenarbeider zijn wat hij moet wezen, dan moet hij krachtig, intelligent en zedelijk zijn. Hoe voïkomen de exploitatie van kinderen in fabrieken met deze

doeleinden in strijd is, behoefde na al hetgeen

dienaangaande bekend is geworden, niet aangetoond te worden. Waar onkunde en' hebzucht aldus duizenden medemenschen verslinden, die niet voor zich zelve kunnen zorgen, moet de staat in 't belang van 't algemeen en van zichzelven

tusschen beiden komen. Daarbij moeten de hygiënische maatregelen vooropstaan.

Op de vraag van den voorzitter, wie zich tegen de wettelijke regeling verklaarde, werd door elk der aanwezigen het stilzwijgen bewaard. Wèl een merkwaardig teeken. Het gezegde werd ech¬

ter op krachtige en welsprekende wijze toege¬

licht door den heer Armand Sassen, door wien

een nauwkeurig onderzoek omtrent dit onderwerp in 't werk is gesteld, vooral in Noordbrabant en Limburg. Met cijfers toonde spr. aan hoe gering het loon is der arbeidende kinderen, en hoe zij, door hunne concurrentie, de loonen hunner vaders

helpen drukken. De invloed op het schoolgaan

geoetend is verderiemk. Met name werden de

gemeente Tilburg en de glasslijperij van den heer P. Regout te Maastricht als afschrikkende voorbeelden tentoongesteld.

Mijn gevoelen.

Vereeniging, o schoonst gewrocht Wat men nog ooit heeft voortgebracht! Hoe zal men u naar waarde schatten?

Want zonder u, hoe men ook tilt, 't Is krachten in den wind verspilt. O mocht toch ieder dit bevatten!

Mocht ieder werkman dit bedenken, Dat 't al niet vliegt op onze wenken, Maar dat het toch verkrijgbaar is,

Wanneer w' ons maar voor goed vereenen.

ie laat zal hij 't gewis beweenen.

Die thans te lauw, te eenzelvig is.

Ik begeer geen rijkdom of geen schatten, O neen, 'k wil 't werk steeds gaarn hervatten,

AlS t mil Vfï/n nrmnprl mnnv KrunMiVl .

gij zult toch wel niet begeeren Van de arme werkman, mijne heeren! Dat hij bij 't werken honger lijdt?

Welaan dan, toont een menschlijk harte, Geeft balsem voor des werkmans smarte' breeft voor zijn werk wat meerder loon! Dan zal znn u ^anVliani. ...

«J - u. unuivuucu WCZrCJi.

vjeen armoerl lippff lm rlon

iMi gij toch ook krijgt eens uw loon.

Of wilt gij voor u zelf steeds leven, Gerechtigheid haar eisch niet p'evp.n.

Maar pijnigen 't verdrukte volk?

Vreest dan de wrake der getergden, Die niets dan billijk recht steeds vemlen

A 1-. i. 'ï V • ö ?

ms ae ups taan uit nun jammerkolk! Op, mannen, broeders, laat ons trachten

De vereeniging met reuzen krachten

liin

leeuwenmoed te omkleeden. da,.

Zal eens de zegekreet weerklinken

Ja, 't zal met .ovymlpr» 1 pf.f PTQ KllWlron

Wat eensgezindheid wrochten kan!

Geen eenso'py.irirll-i/vïri v«

, dat er niemand zich voor schame

bang zijn dat zijn buurman 't hoort, JJ»t hij zie]! aansluit bij die bende

V an tegenwprlrpre . !..i* (■ 111')i(I(i

u uvi vitvm.iv

-an armoede, die den geest vermoord.

Vreest niet voor heeren of patronen,

Die u met zieke beurzen loonen,

Wanneer ge aan hun uw arbeidt biedt; Die aan hun tafels brassen, smullen,

Maar u de maag met praatjes vullen. O mensch, vrees toch voor menschen niet!

Vooruit dus, mannen, moed in 't strijden, 't Geluk zal ons' banier geleiden,

Maar toont geen hart voor alles koel.

Laat vrij uw stem in 't ronde schallen: Weg met verdrukkers! Recht voor allen! Op, mannen, Hooger zij ons cloel!

K. A. WlNDSANT.

De openbare vergadering, gehouden te'sHage door het Int. Werklieden-Verbond) op zondag 1 october 11., was, wat de opkomst betreft, buftengewoon bevredigend. De "burger C. P. Michon opende als voorzitter de vergadering. Hij bracht de vergadering duidelijk onder het oog, welk belang er voor den werkman aan gelegen is zich te vereenigen; ja, dat door zich^Hen te vereenigen de werkman in zijn vollen recht zou komen, en daarin alleen de bron van zijn welvaart bestond, daar de werkman zonder eendracht altijd als een op zich zelf staand lid in geen tel is en ten doel staat aan willekeur van bazen en zoogenaamde hoogere standen, en dat wij daarom met moed moesten volhouden, welke tegenkanting wij ook ondei vonden; maar altijd ons vereenigen en niet lafhartig terug wijken of capituleeren, door lalte bazenvrees gedwongen, maar vrijmoedig, met open vizier, onze vijanden in het aangezicht zien en onze belangen bekend maken, dan zullen wij zeker nog eens triomfeeren, en hen, die nu laag op ons neerzien beschamen en door onze eendracht hunne bewondering afpersen. De geheele schoone rede woordelijk weder te geven, hiertoe ben ik niet in staat j alleen dit zij genoeg. Spreker mocht liet genoegen smaken met algemeene bijvalsbetuigingen te worden begroet, en dat er ook niet een was, die iets wist aan te merken. Hierop las spreker het eerste nr. voor van een tractaatje, uitgegeven door het genootschap Waarheid in Liefde, hetwelk ook met bijval begroet werd. Daarna las spr. de algemeene statuten der Internationale voor, en vroeg toen of ook iemand er iets op wist te zeggen en noodigde ook allen uit, die iets ten nadeele der Internationale wisten in te brengen, het nu hier te doen en niet later in de dagbladen te schrijven, dat wij brandstichters en dieven zijn. Maar hierop kwam geen antwoord; integendeel, zij die altijd hun pen en mond vol hebben van al wat er slecht is, gingen, in plaats van zich te verdedigen, druipstaartend weg. Voorwaar, een schoon bewijs voor de echtheid hunner lasteringen. Nu vroeg de gezel Warner het woord, en gaf te verstaan, dat ook de bakkers zoo noodig verbetering behoefden, daar zij doorgaans 16 a 18

ver-

^ J VV t,

uren daags zwaren arbeid lewn «•PlMllO1 lr»r\n

richtten: spr. had reeds VrOPO'Pl* nvvfvo^lif r*/-\»< /»

. CCI1C

vereeniging van bakkers in 't leven te roepen maar dit was niet gelukt, alleen door de lauwheid der werklieden zeiven fW- ,i„ n- >

T . V_,v^v uu ax^cvauruj^iu'

Krober van Amsterdam sprak krachtig over de s avernij der nederlandsche werklieden en deed a wa m zijn vermogen was om de werklieden op te wekken en li PT1 rlo r\r\rem-\ AiioiiPn \*nnr

iet onrecht hen aangedaan. Alle eer aan hem voor de schoone en krachtige verdediging der

internationale. Hierop werd de pauze door den afgevaardigde Kröber aangevuld met het zingen van het Vrijheidslied. Na de pauze kwam de gezel C. P. Michon weder aan het woord, en perste door zijne alleszins schoone en krachtige woorden aller goedkeuring af, voornamelijk over de uillegging der woorden: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Daarna sprak nog de le secretaris J. G. Ekhard over de conscriptie, en trachtte de onrechtvaardigheid hiervan zooveel mogelijk uiteen te zetten. Ook de burger de Bruin nam het woord, vooral over de afschaffingsvereeniging, die hij heel schoon vond, maar die toch werkelijk niet deugde; want terwijl die afscliaffingsheerenons de afschaffin g v rschrijven en zij zei ven in dien tusschentijd h k,u waren van ehamPagne dat ook'maar om

P ffftliïQTl XTr\rw

- •"'VUU IWI