is toegevoegd aan je favorieten.

De wachter; socialistisch weekblad voor Groningen en Noordelijk Drenthe, jrg 2, 1894, no 50, 10-02-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ho. 00.

Zaterdag 10 Fsbruari 1894»

2e Jaargang.

' B" d B Si V- ■ 0 4 K S 1 ^nv ■ .. . _

öociaiisïiscn weekDIaü voor uroninaen en Noordeiik Drenthe.

Dien °P..deze werelcl zie & den strijd ontbrand, Het St,dieu lnu'8'ers voeren yan 't zelfde vaderland. O zj',is ontevreden, het volk gevoelt zijn kracht, £ mti dan toch Wachter, wat is er van den nacht?

Verschijnt eiken Zaterdag.

\ ,u^' Vrijheid zonder dwinglandy,

Niemand heerscher, noch gebieder; Recht voor allen, brood voor ieder, Dat o volk, dat willen wy!

DE R.

ABONNEMENTSPRIJS.

401 / maanc^en 35 cent ; franko per post 2/2 cent. Alles bij vooruitbetaling.

Enkele nummers 3 cent.

Redaktie en Administratie:

J. E. SCHAPER.

Warmoesstraat, Groningen.

AD VERTE NTIëN.

Yan 1—5 regels 25 cent, elke regel meer 4 cent.

Arbeidersverenigingen en boekaankondigingen 2 cent per regel.

iGn(la3 11 Februari.

heft®* goed, mits men niet . eigendomsrecht »antaste.

F. D. N.

Maandag 12 Februari.

Wanneer een verlichte aan de ceremoniën der kerk deelneemt, dan is dit traagheid, onverschilligheid of eenvoudig sleur.

Max Nordan.

jjj *ich. met 1 Maart op dit

tot a*>OIm®ereu •> ontvangen de !„ tijd verschijnende nos.

'•UVTus.

Dinsdag 13 Februari.

Men had alleen oog voor de belangen der industrie, niet voor die van den arbeider, voor het eigendom, niet voor het volk.

Bienzi.

Woensdag 14 Februari.

Als middelaars tusschen rijken en armen staan die kerkdienaren altijd aan de zijde der eersten en daardoor hebben ze alle krediet verloren. F. D. N.

Donderdag 15 Februari.

Bij de verlichte menschheid is en blijft dit gelooven aan de goddelijkheid der kroon, een opzettelijk volgehouden leugen.

Max Nordau.

Aan de vrouwen.

W|jze: Freiheit die ich meine.

Vrouwen, op ten strijde,

Op voor recht en brood, Aan der mannen zijde

Kampen tot den dood! Wilt van ganscber harte Meegaan in 't gevecht, Dan verdwijnt uw smarte, Zegepraalt het recht.

Vele vrouwen kampen

Onder onze vaan,

Maar helaas, nog meerd're

Zien 't van verre aan. O, dat zij toch komen In ons arbeidsheir,

In deez' eeuw van stoomen Past geen talmen meer.

Vrouwen, op dan allen, En bezielt den man,

Hoort, onz' lied'ren schallen,

Sluit u allen aan!

Op voor brood en vrijheid,

Allen op uw post, E11 zoolang gestreden,

Tot wij zijn verlost!

Vrouwen, op ten strijde,

Op voor recht en brood, Aan der mannen zijde

Kampen tot den dood! t Pleit is nooit verloren Als gij met ons strijdt; Weldra zal dan gloren 't Licht der mensch'lijkheid.

B. B.

HONGER.

kl4s °r^t er door de geheele arbeidersVraaSe honger geleden? Zietdaar een Welke door velen als een uitzie a 6 zaak wordt beschouwd, doch is, thaarom n°g wel de moeite waard

ans te worden beantwoord. *ty] Wanneer wij dat in dit artikel °ö$ (i P°?en te doen, dan is het niet W00I-d honger in den gebftiten Zin 0J? te vatten- Wij willen rekening laten de treurige, u®rgende gevallen, waarbij mendij letterlijk van honger omkomen. ^ ^ niet schilderen een tafereel Vei]r|en honger in den meest schrik^kis>611 vorm' geleden door de onge^°od die onmid(lelijk den honger-

Staalti rven* 0uze lezers kennen de •s daarvan, meer dan eens ver'iclnp111 rde kolommen der nieuwsbehijtifl Zoodanige gevallen laten zich

Öok'16''- beschrijven.

kteu c, willen wij buiten bespreking Wjj ,..etl honger in geestelijk opzicht. % er van overtuigd, dat zij gebr0od n, die ons toeroepen: „Bij ^ij de mensch alleen niet leven!" Mj .en dat ook. Daarom vragen Knst ei(lers eveneens ons aandeel in °°k vr es°having, wetenschap. Daarom ^6ïke a"eP' vryheid, in onverschillig MlW "'aatschappij, dewijl wij niet 1 e Wn ? ndeld worden als de vogel, ^Ooi 7 - , °Pgesloten in een gouden ' hi"' ^au 00'i:' behoorlijk gevoed Mlen w en lekkernijen. Neen, wij

^et On j Volle' nj'ke leven> zooals

^llen aai e geleefd kan worden. Wij H wet langer, dat de arbeider

Vrijdag 16 Februari.

Geld alleen schenkt rechten als burger van den staat, schenkt vrijdom van weerplieht, schenkt vaak straffeloosheid voor misdaden.

Bienzi.

alleen onze beschaving mag voortbren© gen, terwijl hij nimmer van dat voorts. gebrachte geniet. Maar al is het waar, dat de mensch niet bij brood alleen zal leven, zonder brood leven gaat toch niet en daarom moeten we dè,t allereerst veroveren. In dat opzicht moet eerst de honger worden gestild.

De honger, welke wij thans op het oog hebben, is het gemis aan behoorlijk voedsel, waaraan de geheele arbeidersklasse lijdt. De honger, welke geleden wordt, door hen, die wel hun maag vullen , doch met een voedsel, dat niet voldoende is, om er goed bij te kunnen leven en om het lichaam in stand te houden. Het is de honger, welke prof. Huizinga in zijn boek: „Een en ander over voeding" bedoelt, wanneer hfl zegt: „Er zijn millioenen menschen, die sterven aan geen of aan een onvoldoend middagmaal. Of neen, zij sterven eigenlijk niet, althans niet terstond. Den acuten (onmiddelijken) hongerdood sterft men tegenwoordig nog maar alleen in Perzië; in het beschaafd Europa sterft men den chronischen (slependen) hongerdood. Het menschelijk organisme is taai en kan jaren lang onvoldoende voeding verdragen, zonder dat de dood er direkt op volgt. De gewone vorm van den Europeeschen honger is niet volslagen gemis aan voedsel, maar slechte en zeer eenzijdige voeding." ... En verder: „Yan dat verhongeren met een leege maag kunnen wij tal van voorbeelden zien in onze achterbuurten; bleeke, dikbuikige kinderen; slappe, pofferige bedelaars of magere, holoogige proletariërs; menschen, die op veertigjarigen leeftijd er • uitzien, alsof ze zestig waren ...."

Ziet ge, dat is de honger, die schrikbarend veel wordt geleden eu die des te gevaarlijker is, omdat hij niet terstond in het oog loopt. Die honger behoeft men zelfs niet alleen te zoeken in de achterbuurten. Deze wordt dikwijls eveneens geleden achter de groote spiegelruiten onzer burgerij; in de nette huisjes, waarin 0, zulke fatsoenlijke menschen wonen en die 0, zoo afkeerig zijn van socialisten en van hongeroptochten houdende werkeloozen. Deze wordt geleden door lieden, die zeer netjes gekleed en opgeschikt voor den dag komen, doch op wiens gelaat ligt het merk van wanhopig verborgen gehouden ellende en in alle stilte geleden armoede.

Maar vooral de mannelijke en vrouwelijke arbeiders worden, met hunne kinderen, daardoor in massa ten grave gesleept. De arbeiders moeten hard werken, als ze 't voorrecht genieten, i dat te kunnen bekomen. Een lange arbeidsdag moet worden doorgemaakt, waardoor hun lichaamskracht in erge 1 mate wordt verbruikt. Niet alleen de J mannen, doch ook de vrouwen. Die J laatsten moeten óf zich in eigen huis < afmoorden met allerlei zwaar en on- < dankbaar — en in een goed geordende maatschappij onnoodig — werk of haar 1 arbeid beschikbaar stellen in de huizen i van anderen, om daardoor het geziu 1 mede te kunnen onderhouden. In alle \ gevallen krijgen ze in ruil daarvoor r een te slechte voeding. Wanneer de 0 uitgestraalde arbeidskracht van den v mensch niet behoorlijk wordt aangevuld 0 door versterkend voedsel, dan moet z daarvan het lichaam schade ondervin- „ den en de levensduur worden verkort, s „Aardappelen en jenever", zoo zegt ook u de zooeven genoemde schrijver, „vormen k het gewone Europeesche hongerdiëet." n En dat is lang niet bezijden de waarheid. Dat nu is geen voedsel, voldoende voor d de instandhouding van het menschelyk a;

Zaterdag 17 Februari.

Er zijn betrekkelijk heel weinig menschen, die een persoonlijkheid naar hare eigenschappen beoordeelen; het gros gaat op den indruk af, dien zij op anderen maakt. Max Nordan.

a» lichaam na een langen en harden dagt- taak. Man en vrouw moeten daarvan r, wel de nadeelige gevolgen ondervinden in en er de slachtoffers van worden. En :h niet enkel de man en de vrouw; maar r- ook het kind. In het kind worden st reeds vroeg de kiemen gelegd van een ongezond en rampzalig gestel of it van een vroegen dood. Statistieken 'k hebben aangetoond, dat reeds beneden s- den leeftijd van 5 jaren de kindersterfte n onder de armen grooter is, dan onder g de rijken. Reeds in zijn jeugd dus t wordt de arbeider geknakt in zijn ge1- zondheid of veroordeeld tot een vroeg d afsterven, door de tegenwoordige maate schappelijke regeling en door de instandn houders ervan. Ook in talrijke andere r gevallen wordt hij daardoor vermoord. , Tegenwoordig waart in het rond een verraderlijke ziekte, die als een sluipj moordenares de menschen aangrijpt en - neervelt. De rijke wordt door die ziekte ook aangetast, dat is waar. f Maar wanneer het zelfs is in even l erge mate en even spoedig, wie kan dan nog zich het meest voor koude en vroegen arbeid behoeden, de rijke of de arme. Natuurlijk de eerste! De rijke kan behoorlijk wachten tot de beëindiging der ziekte en totdat de vriendelijke huisdokter een frissche wandeling heeft veroorloofd; de arme kan dat dikwijls niet.

Vroeg moet hij weer de straat op om, met waggelende beenen, knikkende knieën en met rammelend lichaam, arbeid te gaan zoeken. Versterkende voeding, om het sterk in krachten afgematte lijf weer wat in goeden staat • te brengen, kan hg niet bekomen en daardoor wordt hij vaak voor heel zijn leven gebroken in zijn gezondheid of door terugkomst der verergerde kwaal ten doode opgeschreven. Dan behoort hij tot de „enfants per dus" (verloren kinderen), die bij al dergelijke ziekten „in de voorste rijen' staan, om bij troepen te worden weggemaaid."

Hoeveel menschen zouden indirekt niet worden vermoord door de ontbering, jwelke gedurende de lange en bange wintermaanden wordt ^geleden en nog wordt verergerd door ziekte en werkeloosheid?

Arme arbeider! dat is de vloek van te behooren tot die nuttige, onoutbeer- 1 lijke werkbijen, door wien de maat- i schappij moet blijven bestaan! O,wie < zou niet de vuist ballen, wanneer hij < dat alles nagaat? Wie zou dan niet ] vervloeken een maatschappelijke „orde", 1 waarin zoo iets kan plaats vinden? c Wisten alle onterfden, alle bedro- t genen, hoe ze langzaam worden ver- e moord! Wisten ze allen, hoe onrechtvaardig ze de slachtoffers zijn van een honger, die ongemerkt zijn vernielenden z arbeid voortzet! Dan zouden ze wel- g licht voor het grootste deel opstaan e en alles op het spel zetten, om aan y dat lot te ontkomen. e

En het wordt tijd, dat het zoover r kome. We moeten onze beste krachten inspannen, om hun dat duidelijk te maken, zij het dan ook, dat ze daarbij wat valsche tevredenheid en stille berusting inboeten. In naam van het opkomende arbeidersgeslacht, moeten we hun die tevredenheid trachten te s< ontnemen. Prof. Huizinga zegt in het- s] zelfde boek en in hetzelfde verband: n; „En den tros van dat leger der maat- m schappelijke ellende vormen de uitge- H mergelde moeders, die het aanzijn schen- ni ken aan een nieuw geslacht, ongezonder d; nog dan het vorige." dl

Uit het door ons onderstreepte blijkt dus, dat volgens dezen schrijver de ni arbeidersklasse altijd ongezonder, dus hi

g- zwakker en ongelukkiger wordt. Wanm neer we al te lang wachten, kan het dus ?n te laat worden, om zich tegen de kaïn pitalistenbende te kunnen verzetten, ir Er kan een tijd komen — en die komt, m als het zóó doorgaat — dat de arbeiders m alle energie, alle geestkracht hebben sf verloren, en niet meer in staat zijn, m zichzelven tegenover een goed gevoeden m vijand de overwinning te bezorgen. =e Op dus, gij allen die honger lpt! !r Op, gij, die een treurig bestaan voortis sleept, ter wille van een luie en vadi- sige klasse, welke een belemmering is g voor de welvaart van u allen! Er is > op aarde genoeg. Genoeg wordt en 1- kan worden voortgebracht, om alle e menschen volop te geven, in ruil voor l. een matigen arbeid. Er behoeft dus n geen honger te worden geleden!

Begrijpt dat, staat op, reikt elkander

n de hand en

0

Wordt bezield met het heilige willen, • Om hier voor altijd den honger te stillen 1 Lang en gelukkig te leven op aard!

X

| Op den uitkijka

Een staaltje van leugenachtig verslaggeven wordt door het Nieuwsblad V. h. Noorden geleverd in diens nommer van zondag 4 Februari. In het Zondagsblad komt voor een verslag van de vergadering der Vereeniging van landhuurders en daarin wordt op brutale wijze de waarheid verkracht. Te gemeener wordt dit, wanneer men bedenkt, dat de verslaggever van genoemd blad vlak aan de bestuurstafel zat en dus zoowat alles kon nagaan. Als voor elke leugen, die in dit verslag staat, een gulden is ontvangen van een of anderen landheer, dan zijn er altijd een paar rijksdaalders aan verdiend. De eerste leugen is deze:

Toen daarop door het voorloopig bestuur aan ieder, die er gebruik van wenschte ta maken, de gelegenheid werd gegeven, om het woord te voeren, werd door J. H. Schaper het woord gevraagd.

Door J. H. Schaper werd toen niet het woord gevraagd. Boelens, een der voorloopige bestuursleden, had juist Sch. gevraagd, of hij nog een woordje wilde spreken. Hy verklaarde, dat velen der aanwezigen dit wenschten en hem daarom hadden aangezocht. Schaper weigerde toen voorloopig, met de verklaring, dat hij dat slechts zou doen op uitdrukkelijk verlangen der leden. Toen werd door het voorloopig bestuur aan de aanwezigen gezegd dat velen Sch. nog eens wilden hooren' en werd de vraag gedaan, of iemand er op tegen had.

Van alle kanten verhieven zich daartegen echter stemmen,

zegt het Nieuwsblad. Dit is een tweede groote leugen; want slechts twee, N. en Gr., waren er, die zich er tegen verklaarden; doch van alle kanten en vooral uit het achtereind der zaal riep men: Schaper aan het woord!

Men vond het niet noodig, dat er op de vergadering socialistische redevoeringen zouden worden gehouden, en ook het voorloopig bestuur weigerde Schaper het woord te geven.

Hierin zitten twee leugens. Van socialistische redevoeringen was geen sprake. Die was bij Scholtens ook niet gehouden. Toch wilde zelfs het meerendeel die wel gaarne hooren. Het voorloopig bestuur weigerde Sch. niet het woord, want dit gaf het heni dadelijk, toen hij het vroeg en had daarop juist tevoren aangedrongen.

Het beste bewijs, dat men van Sch. niet afkeerig was, bleek hieruit, dat liÜ de gansche vergadering bjjwoonde