is toegevoegd aan je favorieten.

De baanbreker; volksblad voor de provincie Utrecht, 1894, no 19, 07-04-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hel Algemeen Kiesrecht moet Romen

Vertroostend is iii den zwaren strijd die ook hier sedert tal van jaren wordt gestreden, wat Bebel op het Congres te Weenen den 28 Maart de Oostenrijksche partijgenooten toe¬

voegde :

„Nadat de Fransclie arbeider eerlang liet vijftigjarig bestaan van het algemeen kiesrecht kan vieren; nadat de Engelsche arbeidersklasse in een reeks van worstelingen trapsgewijze de uitbreiding van het kiesrecht heeft doorgevoerd, zoodat de tot standkoming van het algemeen kiesrecht binnenkort zeker is 5 nadat sinds het jaar 1867 de Noordduitsche arbeiders het algemeen kiesrecht hebben verkregen evenals sedert 1871, de grondvesting van het Duitselie Rijk, de geheele Duitsche arbeidersklasse; nadat onze Belgische partijgenooten het ultramontaansclie ministerie hebben gedwongen, een grondige kiesrechthervorming op zijn vaandel te schrijven, is het naar mijne overtuiging slechts eene kwestie van tijd, wanneer de Oostenrijksche arbeider het algemeen kiesrecht zal verkrijgen."

Het Kiesrecht voor He Arbeiders.

Wij achten het onze plicht, juist in dit nummer van ons blad, dat vnl. als verkiezingsnummer moet dienst doen, mede te deelen, waarom wij voornamelijk het kiesrecht eischen voor de arbeiders.

Dit kunnen wij niet eerlijker en duidelijker uitdrukken dan met de woorden van onzen partijgenoot dr. Yictor Adler, die in zijne brochure „Das allgmeine gleiche und direkte Wahlrecht" (Weenen, 1893) het volgende zegt:

„De overschatting van het algemeen kiesrecht ligt voor de hand, zooals men altijd datgene overschat, dat men ontbeert. Maar juist de ervaring in Duitschland heeft ons geleerd, het kiesrecht noch te laag, noch te hoog te stellen. En daar wij weten, dat wij in het kiesrecht niets anders bezitten dan het beste propagandamiddel, het beste middel om onze ideën te verbreiden, het beste middel van organisatie, het beste middel om de partijgenooten te doen aaneensluiten, uit een stompzinnige massa een slagvaardig leger te maken — daarom zullen wij het met alle macht zien te verkrijgen.

Maar nooit zullen wij ons inbeelden, met het stembriefje in de hand het kapitalisme uit de wereld te kunnen . .. stemmen; nooit zullen wij ons inbeelden, dat eene meerderheid in 't parlement op zich zelf een macht is, waarnaar de bezittende klassen zich zullen richten.

Het parlementarisme is een vorm van klassenheerschappij en wordt misbruikt, om het

arDeiaersvoik te bedriegen, wy maken van liet parlementarisme een middel ter bevrijding en gebruiken het voor de ontwikkeling van het proletariaat. Op klassieke wijze heeft Engels het aldus uitgedrukt:

„En eindelijk heerscht de bezittende klasse direct door middel van het algemeen kiesrecht. Zoolang de onderdrukte klasse, dus in ons geval het proletariaat, nog niet rijp is om zich zelf te bevrijden, zoolang zal zij in hare meerderheid de bestaande maatschappelijke inrichting als de eenig mogelijke erkennen en in politiek opzicht de staart der kapitalistenklasse, haar uiterste linkervleugel zijn. Naarmate zij echter meer rijp wordt voor hare bevrijding door zich zelve, naar die mate vormt zij zich tot eene zelfstandige partij, kiest haar eigen vertegenwoordigers en niet die der kapitalisten. Het algemeen kiesrecht is daarom de graadmeter van de rijpheid deiarbeidersklasse. Meer kan en zal het nimmer zijn in den tegenwoordigen staat; maar dat is ook voldoende. Op den dag, waarop de thermometer van het algemeen kiesrecht het kookpunt bij de arbeiders aangeeft, weten zij evengoed als de kapitalisten, waar zij aan toe zijn."

Zooals Troelstra reeds zeide op de vergadering, waar Goeman Borgesius sprak, achten wij de zelfstandige organisatie der arbeiders als klassenbewuste arbeiderspartij tegenover alle burgerlijke partijen, het eerst-noodige om den klassenstrijd tot een goed eind te voeren — en heeft die klassenstrijd voor de arbeiders geen ander doel, dan de machtsmiddelen der bezitters, grond en arbeidsmiddelen, in 't bezit en beheer der gemeenschap, der maatschappij te brengen.

De Vooruitgang der Sociaaldemokratie in Duitschland.

De uitslag der verkiezingen leert ons het best de grootte en macht der partijen kennen.

In landen, waar algemeen kiesrecht bestaat, kan men na elke verkiezing zien, of de arbeiderspartij vóór- of achteruitgaat.

In Duitschland werd in 1871 voor het eerst voor den Rijksdag gestemd.

In 1871 kregen do sociaaldemokraten slechts 102.000 stemmen.

In 1881 312.000 stemmen.

„ 1884 550.000 „

„ 1887 763.000

„ 1891 1.427,000

„ 1894 1.760.000

Reeds in 1891 was er geene enkele andere partij in Duitschland, die zóóveel stemmen liad als de Sociaaldemokratische.

Zóó groeit de arbeiderspartij aan tot een wereld veroverend leger!

BUITENLAND.

De Belgische soc. dem. partij.

Op het congres der Belgische partij te Mans is met 110 tegen 52 stemmen (37 buiten stemming) besloten, op het program der partij ook den eisch tot weder-invoering der republiek te brengen. Verder besloot men, bij de verkiezingen de partij-afdeelingen vrij te laten, bondgenootschappen met de radicalen aan te gaan.

Auseele vond deze niet gevaarlijk, „daar de radicale partij toch vroeger of later door de sociaaldemokratie wordt ingeslokt." Verder bracht men de volgende puuten op het politiek program: Het

imperatiet mandaat voor de afgevaardigden (waarbij dezen slechts de lasthebbers zijn der kiezers) met het recht der kiesvereeuigingen, hunne gekozenen terug te roepen; directe wetgeving door het volk met referendum; benoeming van burgemeesters door het algemeen kiesrecht; de school aan den staat, kosteloos onderwijs en schooldwang; minimum-loon voor de landarbeiders; schadeloosstelling voor pachters; veeverzekering door de provincie en herverzekering door den staat; vrijheid der jacht; aankoop van landbouwraden en machines door den staat en hervorming van lut landbouwkrediet. Het volgend congres heeft in Antwerpen plaats; dan viert de partij haar 10-jarig bestaan.

De aanstaande Meiviering.

Het Bestuur der sociaaldemokratische partij in Spanje roept de partijgenooten op, teneinde de betooging op 1 Mei te doen slagen, zich tot rustige demonstraties te beperken, en vergaderingen in gesloten ruimten en gebouwen houden, daar de Begeering betoogingen op straat en in de open lucht heeft verboden.

In Oostenrijk zal, volgens besluit van't Congres te Weenen, de 1 Mei door 't neerleggen van den arbeid op dien dag worden gevierd. Trots alle vervolgingen hebben verleden jaar op 1 Mei 400.000 Oosteurijksche arbeiders het werk neergelegd, wèl een bewijs, dat men daar wat voor de zaak over heeft. Tevens heeft het congres besloten, allereerst den acht-urigen werkdag voor mijnwerkers te veroveren.

De Oosteurijksche Kegeering moet in de vergaderingen van 1 Mei krachtig aangespoord worden onderhandelingen aan te knoopen met andere industriestaten, ten behoeve van eens internationale vaststelling van den werkdag van acht uren.

Te Parijs heeft de Gemeenteraad besloten, de stadswerklieden op 1 Mei vrij te geven met behoud van loon. Deze Gemeenteraad is socialistisch; de prefect van politie is ry&sambtenaar en vertegenwoordigt de Begeering en is zeer tegen dit besluit gekant. Tusschen die beiden bestaat natuurlijk een voortdurende strijd. De prefect heeft zich voorloopig in het stadhuis neergezet. De Gemeenteraad wil de stad totaal onafhankelijk maken van den prefect en heeft eene commissie benoemd, om te dien einde voorstellen te ontwerpen.

Geen bommen meer.

De anarchist Cyvoct, die de uitbarsting te Lyon heeft bewerkt en thans in Numea zijn straf van dwangarbeid ondergaat, heeft een brief geschreven, die in de „Petite Bépublique" is opgenomen.

Hij raadt daarin zijne anarchistische vrienden, de „propaganda door de daad" te staken, daar deze slechts verderf van de wakkere voorhoede der revolutie ten gevolge heeft en den triomf der vrijheid over de tyrannie vertraagt. Zij moeten gewelddaden vermijden, daar deze de harten van hen afkeerig maken, terwijl deze juist voor h .n moesten gewonnen worden. Al ware de laatste bourgeois ook gedood, zoo had men nog niet de overwinning behaald, daar men eerst de millioenen arbeiders voor de ideeën van het anarchisme moet zien te winnen. En heeft men die gewon¬

nen, aan kan geen Bourgeois meer ae revolutie keeren.

Opdat dit schrijven niet worde opgevat als een onderhandsche poging om gratie te krijgen, heeft Cyvoct den President der Republiek geschreven, dat hij geen gratie begeert doch slechts zijn overtuiging dient, waar hij zijne geestverwanten voor do bommentaktiek waarschuwt.

Een parlementslid tot de Arbeiders.

Op het congres onzer Oostenrijksche partijgenooten was ook het lid van den Bijksraad Pernerstorflër aanwezig, die 0. a. de volgende schoone woorden sprak:

„Wanneer de georganiseerde arbeidersklasse, als tot heden, den strijd voor het kiesrecht blijft voeren, als zij onophoudelijk den geest der ontevredenheid — het eenige verblijdende verschijnsel in geheel ons ongelukkig vaderland — verspreidt onder de nog onverschillige lagen der bevolking, dan zullen de heeren (ministers) eindelijk aan dezen druk moeten toegeven. Als een der weinigen in het Oostenrijksche parlement die het eerlijk meenen met do arbeidende klasse, zeg ik u: besluit, wat gij wilt; maar laat ons de hoop niet verliezen, dat de georganiseerde arbeidersklasse als één man daar staat en gestaag en onverbiddelijk den eisch van het algemeen kiesrecht hoog houdt. Voet voor voet zijt gij vooruitgegaan en hebt de autoriteiten — iets ongehoords voor Oostenrijk — gedwongen, zich aan de wet te houden

Gij zijt ceu partij van den vooruitgang, of beter gezegd, gij zijt de partij van den vooruitgang in Oostenrijk en hebt hier een taak te vervullen als in misschien geen ander land. Laat de bourgeoisie in Engeland, Frankrijk of Duitschland laag staan, zoo laag als de Oostenrijksche staat zij niet. Wat groot en edel is, vindt slechts bij u hier nog een toevlucht. Op u rust de hoop des vaderlands. Blijft dapper, onbuigzaam en onvervaard als tot heden in uwen strijd om het kiesrecht en gij zult de zege behalen!"

Armoede en Dividenten.

Vaak wordt' er beweerd, dat de fabrikantenzelve er belang bij hebben, den werklieden een goed loon uit te betalen en niet al te erg af te beulen. Z66 algemeen gesteld, is deze bewering zeker onjuist. Voor een deel der werklieden slechts, n.1. voor de bekwaamsten, is zij zeker waar. Maar al gold deze regel voor alle in dienst zijnde arbeiders, dan is daarmede toch nog niet

bewezen, dat de kapitalistenWcme er belang bij zou hebben, dat de arbeidersmassa in goede conditie verkeert.

Zooals men weet, zijn er van de 16000 diamantwerkers in Antwerpen en Amsterdam circa 12000 werkloos. Diepe ellende dus onder die arbeiders. Maar in 1893 heeft de diamant-maatschappij „De Beers Diamond Mining Company" een winst van 7.720.475 pond sterling (pond sterling = f 12) behaald. In de 51/2 jaar sedert hare vestiging heeft deze maatschappij 105 procent van haar aanlegkapitaal aan do aandeelhouders uitbetaald.

Armoede bij de werkers — verdubbeling van

kapitaal b;j de nietsdoeners!

Een bemoedigende nederlaag.

Dat de sociaaldemokratische beweging in Dene marken flink vooruitgaat bliikt wel uit het feit,

dat het partij-orgaan (een dagblad) circa 20.000 abonnés telt. Maar onlangs bleek hare vooruitgang ook uit den nederlaag, dien zij leed bij de gemeenteraadsverkiezingen voor Kopenhagen. Daarbij toch hebben zich de tegenpartijen verbonden tegen de sociaaldemokratische partij, wier kandidaat dan ook het onderspit heeft moeten delven. Precies als in Saksen, waar verschillende burgerpartijen in de Kamer voor vast tegen de sociaaldemokraten een heilige alliantie hebben gesloten.

Soc. dem. Congres te Gothenburg.

Op het derde Zweedsohe soc. dem. Congres te Gothenburg is besloten, den internationalen Meidag op 1 Mei te vieren, onverschillig of deze op een Zondag valt of op een werkdag. Verder zal de oprichting van vrouwen-vakvereenigingen door de partij worden bevorderd. Bij de verkiezingen zal de partij daar, waar kans op succes bestaat, eigeu kandidaten stellen. Waar samenwerking met andere demokratische partijen tot succes kan leiden, zal deze plaats vinden wanneer de sociaaldemokraten als een politieke partij worden erkend en hare gewichtigste eischen voor het heden ernstig behartigd worden. Eene hernieuwde afstemming van het voorstel tot invoering van algemeen kiesrecht door den Bijksdag, zal met een algemeene werkstaking worden beantwoord in die takken, waarin deze kan worden doorgevoerd. Overigens waarschuwt het Congres tegeu een werkstaking van landarbeiders en tegen werkstakingen in het algemeen.

Vrijlandbeweging.

De Vrijlandbeweging, waarvoor 0. a. in „de Controleur" nog al propaganda wordt gemaakt, wordt door de sociaaldemokraten als een utopie beschouwd, die, evenals tot heden alle dergelijke koloniën (nu onlangs weer de kolonie „Nieuw Australië" in Paraguay), tot teleurstelling moet leiden.

De Afrikareiziger Dr. Gregory, een der weinigen die het Kenia-gebied in Afrika, den toekomstigen zetel der kolonie, kennen, schrijft nu het volgende:

„Zonder twijfel is er in de streken van het Kenia-gebergte nog veel vruchtbaar land. Zoodra echter de blanken zich daar nederzetten, zullen de inlanders direct op hen aanvallen. De Masai zullen van 't westen komen, de Kikooyo van 't Noorden, en de Wakamba van 't Zuiden. De grond is op vele plaatsen zeer rijk, maar de regen erg onzeker. Van November 1891 tot Augustus 1892 regende het in Masailand in 't geheel niet. Landbouwproducten kunnen tegenwoordig geene vervoerkosten dragen. Ook de veeteelt heeft hare gevaren. Menigmaal heerscheu in 't geheele land veeziekten. Willen de leden der expeditie hunne bestemmingsplaats bereiken, dan moeten zij door een hoogst ongezonde streek, door dichte wouden, struikwerk en kloven heendringen. Voor 30 man

zouden 300 dragers noodig xijn. Landbouwwerktuigen zouden natuurlijk nog meer dragers noodig hebben. Waarschijnlijk zal reeds de tocht zelf den meesten deelnemers het leven kosten."

Het is voor de Vrijlanders te hopen, dat dit oordeel wat erg zwartgallig is. Het leert echter, dat men met de optimistische beschouwingen der voor¬

standers der beweging zeer voorzicntig moet zgn.

Acht-uren-dag.

De ijzerfabrikant Mather, die in zijne fabrieken (Mather en Platt) den acht-urigen werkdag heeft ingevoerd, heeft de gevolgen van dien maatregel openbaar gemaakt. Twaalf maanden heeft hij 1200 werklieden, die vroeger 53 uur per week werkten, 48 uur per week in dienst gehad, zonder de loonen te verminderen. Hij had slechts enkele arbeiders meer noodig, zoodat hij aan loon per f 1000 slechts f 4 meer uitgaf. Daarentegen verminderden de kosten van verlichting, vuur, machine-verbruik enz. met hetzelfde bedrag. Bij een vermindering van 5 werkuren per week is de arbeids-opbrengst gestegen. De heer Mather roemt de gevolgen van den acht-uren-dag zoowel voor de arbeiders als voor den fabrikant.

't Was juist op grond der gegevens van den heer Mather, dat ook de Engelsche regeering den acht-uren-dag invoerde op de werkplaatsen van marine en oorog.

Al weer vooruitgang I Bij de Gemeenteraadsverkiezingen te Marseille behaalde de kandidaat der arbeiderspartij de overwinning. Het getal stemmen op de socialisten uitgebracht, steeg sedert 1889 steeds, nl.: 1889: 270 st.; 1893: 2676 st.; Febr. 1894: ruim 4000 st.; Maart 1894: 6138 stemmen.

Risico van den Arbeid.

In Engeland werden in 1893 bij den arbeid getoond: circa 10.000, gedood: 549 spoorwegarbeiders; gewond: 8107, gedood: 79 fabrieksarbeiders; gewond: 120.000 (vau de 700.000) en gedood: ruim 1000 mijnwerkers, terwijl meer dan 40C0 zeelieden gewond of gedood werden. Het totaal in den arbeid gesneuvelde arbeiders was ruim 6000; dat der gewonden 154.000.

BINNENLAND.

Ketterjacht in Friesland.

Op Donderdag 12 April zal de Gemeente¬

raad van Meualdumadeel over het volgende

voorstel van B. en W. een besluit moeten nemen .-

„De Gemeenteraad van Menaldumadeel;

Gezien de voordracht van B. en W. tot ontslag vau den heer Andries Dijkstra, onderwijzer der 3e lel. aan de school voor 0. 1. onderwijs te Menaldum;

Gelet op deu brief van den heer Schoolopziener in het arrondissement Leeuwarden dd. 20 Maart 1894, N. 34;

Gelezen de bij de voordracht overgelegde toelichtende bescheiden;

Overwegende dat door den in het weekblad De Arbeider van den 10 Februari jl. no. 12 uit Menaldum den 7e bevorens gedagteekenden en door A. Dijkstra onderteekenden brief, voldoende is bewezen de identiteit van den persoon, ter ontslag voorgedragen en dus den schrijver van den ingezonden brief;

Overwegende dat uit dien brief blijkt dat de schrijver is „Anarchist, elk Staatsverband „en elke Begeering noodlottig en overbodig „acht, zich niet als ambtenaar beschouwt, daar„voor geene belooning geniet, maar van de „maatschappelijke rijkdommen niet meer neemt „dan wat hij behoeft en waarop hij recht heeft, „die in de anarchie het middel ziet waardoor „het meuschzijn kan worden opgevoerd, die do „orde en rust verstoord acht door het huidige „stelsel, die God en meester met innige vernachting veracht;"

Overwegende dat de Grondwet het openbaar onderwijs verklaart te zijn onderwerp van aanhoudende zorg der Begeering, door de wet geregeld;

dat die regeling ten aanzien van het Lager onderwijs is geschied bij de wet van 8 December 1889 (Staatsblad no. 127);

dat de onderwijzers aan de gemeentescholen verbonden, door den Gemeenteraad worden benoemd en ontslagen ;

dat het schoolonderwijs onder het aanleeren van gepaste en nuttige kundigheden wordt dienstbaar gemaakt aan de ontwikkeling van de verstandelijke vermogens der kinderen en aan hunne opleiding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden;

dat aan een persoon, met beginselen bezield als welke A. Dijkstra belijdt, de zoo hoogst gewichtige taak van onderwijzer niet mag blijven toevertrouwd;

dat de Gemeenteraad niet alleen het vertrouwen van de ouders van de ter schoolgaande kinderen verbeuren, maar eed en plicht zoude verzaken door hem als ambtenaar der gemeente in dezen zoo belangrijken tak van dienst te behouden ;

Gezien de artikelen 29 en 19 der wet op het lager onderwijs;

Besluit:

1. Den heer Andries Dijkstra, onderwijzer der derde klasse aan de school voor openbaar lager onderwijs te Menaldum als zoodanig te ontslaan met den dag volgende op dien, waarop hem een afschrift van 's raadsbesluit zal zijn ter hand gesteld.

2. dit besluit ter goedkeuring in te zenden aan hh. Gedeputeerde Staten."

Eroote politieke Meeling.

Het Hoofdbestuur van den Ned. Bond voor

Alg. Kies- en Stemrecht heeft op Zondag nam. half één een groote meeting naar aanleiding der verkiezingen belegd te Rotterdam in het Circusgebouw dat 4000 personen kan bevatten. Sprekers zijn P. J. Troelstra en F. Moll, Verschillende vereenigingen doen aan deze meeting mede.

Be Friesche Volkspartij.

1 April had de vergadering van 't Friesch comité der Volkspartij te Leeuwarden plaats. Bepaald is (met 17 tegen 5 stemmen), niet zelfstandig aan deze verkiezingen mee te doen, doch alle voorstanders der wet te steunen;

geen Mei-meeting van wege het comité te beleggen, maar desnoodig een provinciale kiesrecht-meeting op touw te zetten en verder: aan een commissie op te dragen, de statuten te herzien en een program voor een zelfstandige arbeiderspartij te ontwerpen. Eerst werd voorgesteld, dat in die Commissie het Bestuur met twee Franeker afgevaardigden zitting zou hebben (met het oog op 't voorstel der afd.Franeker, liaar soc.-dem. program over te te nemen); doch de vergadering besloot, slechts 3 bestuursleden, 2 Franeker leden en 2 andere leden er in te benoemen. Zoo bestaat die commissie thans uit: Vitus Bruinsma, O. Stellingwerf, J. Dijkstra Jz. (bestuursleden), A. Hes, G.'Dijkstra (Franeker leden), A. O. Woudstra te Akkerwoudsterbroek en Talsma te Leeuwarden.

"STX'D s NTE U W S.

lias men ons beslrljil.

De bezittende klasse gaat blijkbaar uit van

de valsclie veronderstelling, dat het socialisme uit deze stad kan worden geweerd. Zij heeft den hopeloozen strijd tegen den ontenibaren stroom van het socialisme aanvaard.

Te Zeist en Veenendaal heeft men ■verordeningen gemaakt, om ons in de verspreiding onzer bladen te belemmeren; daar tracht men ons dus met politieke middelen dood te drukken. Wetgeving en politiestok werden te Zeist beide op ons hoofd ... stukgeranseld.

Te Utrecht maakte meu tot heden geene speciale verordeningen tegen ons. De politie had daardoor nog geene aanleiding, ons den voet dwars te zetten. Wat er op dit gebied nog gebeuren zal, weten we niet. Maar met politieke middelen zijn wij nog niet bestreden.