is toegevoegd aan je favorieten.

De werkman; bijdragen voor arbeid en kunst, jrg 7, 1875, no 40, 22-05-1875

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nr. 40 ZEVENDE JAARGANG 1875

hK° ÏÏrt»™4" IIP lllPol/lf AM '^e Tfj(inakipg tob dec geen plichten umder p ff'f! ■■ ij «. ^TlSl Êtfk l4$l II «Pi arbeider behoort

- UJj TTmUyiüUi —

Orgaan voor Arbeiders-Vereenigingen

Dit blad verschijnt eiken Zaterdag, Bureau van Redactie en Administratie:

Prijs van het abonnement : Advertentiën in te r,enden v<V>r Donderdag. s ROMMERTS

per week / 0,04 avond 10 na „ r '

, drie maanden 0,60 SL ^dwarsstraat L S47 hj de N. Z. Kolk.

Wonderlijke nommers 0,05 —

Advertentiën 5 cents per regel. Zaterdag 22 Mei. Toezendingen moeten franco geschieden.

: Arnhem, J. Th. Scheepers, St Jansplaats 4; Bolsward, L. de Jong; Drummen, E. J. Reevoort; Dordrecht, H. de Voogd; 'sHage, J. P. Tasseron, Nijverheidshofje 120; Harlingen, P. J. Bakker, Boekhandelaar; Joure, Ph. L. Berends; Lemmer, J, Duim; Leeuwarden, J. Colenis, Terrein Werkmanslust; Rotterdam, G. Ph. Jonkman, Lange Pannekoekstraat bij de Prinsenstraat 9—143; Sneek, ,i Fijlstra, Hoogend en Th Pasma bij't Badhuis; Utrecht Z. Haasbroek' A.B.C.straat, A 617; Wageningen, C. P. Piret, buurt C, no. 9; Groningen, H. Breuker, Langésteeg; Appingedam, F. Nanning; Hoogezand-Sappemeer, W. Jager te Kalkwijk In andere plaatsen worden nog agenten gevraagd

Afzonderlijke nommers van dit weekblad zijn te Amsterdam verkrijgbaar: Aan de drukkerij buiten de ftaambarrière XX 57, J. M. Desprez, Spuistraat hoek Lijnbaansteeg, G. M. Meijer, Nieuws traat (Kosmopoliet) en des Zaterdagsavonds in het gebouw van den Amsterdamschen Werkmansbond;

BERICHTEN.

Brieven en mededeelingen voor het hoofdbestuur van den Ned. Typografen-Bond verzoekt de ondergeteekende voorloopig te zenden of te bezorgen aan 't adres van H. ROMMERTS, St, Jacobdwarsstraat L 347,

Voor de Coöperatieve Voorschotvereeniging en Spaarkas verzoekt, hij voorloopig alles te zenden aan J. WEELINK, Nieuwe Leliestraat bij de ~de dwarsstraat J\o. 67.

J. G. DOI1É.

MET aroMMEae. 3»

het derde kwartaal van den zevenden jaargang verschenen zijnde, verzoeken wij alzoo onze Agenten en Abonnenten beleefd doch dringend ons het door hun verschuldigde ten spoedigste toe te zenden.

Bij toezending per postwissel kan de regu tot kwitantie strekken.

Over de ons voor het einde dezer maand nog niet toegezonden gelden zal, wat de. abonnementsgelden buiten Amsterdam betreft, alsdan worden gedisponeerd met de noodzakelijke verhooging van cents voor disponeer kosten,

levens wordt beleej'd betaling verzocht van geleverde en nog nwt betaalde exemplaren //de Batavier," //Een stem uit het volk" en andere "ij ons aangevraagde werkjes.

Alles wordt ingewacht aan het adres van H, ROMMERTS, Jacobdwarsstraat L '647 bij de JV. Z. Kolk, Amsterdam,

Bij het einde van het derde kwartaal de berkman verzoekt de Agent te Arnhem aan de abonné"s spoedige toezending van het nog ver-

huldigde.

. TE AMSTERDAM •

ï?™ gebouw van den Amsterdamschen e mansboiul, Spuistraat hoek Kattengat, in h f' 1 ™ ROTTERDAM

e ? uw Samenwerkende werk> ' , anp Torenstraat 74, van 8-10 ure von s, kunnen eiken Zaturdagavond alle zaken, het weekblad

, . „ . Werkman"

betreffende, vereffend worden.

KRITIEK.

47.

De minister van Unnenlandsche zalen vernam ot zijn genoegen weinig klachten over de toePassing der wet en merkt op, dat het debat

voorts het moeielijke der wetsherziening bewijst. Evenwel vleit de minister zich dat oplossing mogelijk is. Men is het eens, dat, ondanks alle pogingen, wij met onze wet niet bovenaan staan onder de natiën van Europa. Evenmin bestaat groot verschil over den omvang van het onderwijs op de volksschool, terwijl men blijkbaar onderling toenadert omtreftt de plichten der neutrale school.

Het stelsel van den heer Knijper eischt overweging in het studeervertrek, met genoegen hoorde de minister echter, dat die spr. de eisch van grondwetsherziening en omtrent liet woord //christelijk" (art. £3) losliet. Wijkt de heer K. hier niet van de antirevolutionaerea af, dan zijn de eisch en dezer partij reeds veel lager.

De minister wil het beginsel van vrijheid strikt handhaven, meer dan de heeren Knijper en Kappeijne, en merkt voorts op, dat de kerk veel deed, daar waar men niet trachte te dwingen en te beknellen. (De kerk is niet bekneld, is geheel vrij door art. 24. De kerk is in de gelegenheid godsdienstonderwijs te geven zoo veel als ze wil; meer is ze niet noodig; het zou tot versnippering van krachten leiden en tot nadeel van 't geheel zoo men de kerk meer toestond.)

De regeering nu wil schoolwetsherziening, echter geen herziening der grondwet op dit stuk. De openbare school blijve voor ieder bruikbaar en toegankelijk. Met eerbiediging van ieders overtuiging laat art. 149 gr. wt. twee wegen. Het neutraal onderwijs is gekozen, de eerste kamer heeft in haar adres van antwoord dat beginsel gesauveerd.

Het benoemen van eene staatscommissie lacht de regeering zeer toe, maar zij ziet er bezwaren in, omdat dit de zaak zeer zou vertragen en de minister wilde zoo gaarne deze kwestie uit de wereld helpen. Hier is dus nog overweging noodig.

De heer Messchert van Vollenhoven ontwik¬

kelt nader zijn bezwaren tegen het Ktaatsa.lvermogen, daarbij opmerkende, dat er plaats moet gelaten worden voor hen, die geen genoegen nemen met het wereldlijk onderwijs, zooals den heer Kappeijne dat wil, alleen. (De heer Kappeijne wil even als wij. Hij wil het recht van art. 23 ook aan de kerkelijken laten behouden, maar hij wï! de kerk niet over de school doen heerschea, waardoor de staat onder de kerk kon worden gebracht en dat willen wij niet.)

De heer Moens wenscht de minister kortelijk te beantwoorden en merkt op, dat overweging van het denkbeeld van eene staatscommissie strijdt met de verklaring van den minister, dat hij een gevestigde overtuiging zou hebben. — Spr. verzoekt daarom, dat van die commissie worde afgezien, want herziening is dringend noodig, daar het onderwijs achteruit gaat.

De heer Knijper constateert nog altijd herziening van 194 grondwet te vragen en is niet te-

i. - ï "i. ■! -1 .* M 1 . ..

gen de vrijheid van onderwijs, maar wil het uit de poletiek verwijderen. — Godsdienstonderwijs buiten de schooluren is niet voldoende en zou niet vruchtbaar zijn.

Spr. verdedigt verder den heer Groen van Prinsterer tegen de beschuldiging als had hij de politiek bedorven door onder wijs-agitatie en merkt verder op, dat de heer Kappeijne het staatsabsolutisme verlangt. Spr. acht het geloof in God de grens van de macht des staats. Daarom, omdat men geen tyrannie mag willen, moeten de minderheden ook hun recht hebben. (Dat de heer Groen van Prinsterer en de heer Knijper als zijn volgeling de politiek door onderwijs agitatie bedorven hebben, daarvan hebben wij ons reeds voor lang overtuigd gehouden. Wij misgunnen met het recht aan de kerk om onderwijs in de godsdienstleer te geven, maar dat racht is da kerk bij art. 23 voldoende toegestaan. Bepaaldelijk betwisten wij het recht aan de kerk, onverschillig welke kerk, om zich van de school meester te maken en om het volk in partijen tegen malkander op te leiden. Daartegen heeft de Staat te waken als in het algemeen en dus in des Staats eigenbelang. Dat de heer Knijper het geloof in God stelt als de grens van de macht des Staats dat is zijn zaak, maar velen zijn er, die dat geloof niet zijn toegedaan en dezen moet men ook in haar recht laten. De staatsschool behoort zonder de minste afwijking neutraal te zijn; de kerk in en onder de Staat moet te vreden zijn met art. 23 om godsdienstonderwijs te mogen geven, en daarmede kan de kerk tevreden zijn omdat het voldoende is.)

De heer van Hek komt nog op tegen het deijkbeeld van de staatscommissie, omdat de schoolwet een onrecht en een ramp is voor de natie en spoedig moet worden herzien. (Door meer en beter onderwijs met de leerplicht van dieu.)

De vergadering is daarop gescheiden tot -den volgenden dag, van welke zitting wij een overzicht in het volgend nommer denken te geven.

Nederland. Criticus.

IN DE ZITTING

van de Tweede Kamer Staten-Generaal van den l'lden Mei jl. deed de heer Ku'jper deze vraag: Biedt de staatkundige gedachte van het kabinet betreffende de schoolkwestie een waarborg aan of niet, dat de regeering het initiatief zal nemen of medewerken tot eene wijziging van de schoolwet ter verhooging van de kracht der openbars school zonder tegelijktijdige tegemoetkoming aan de bezwaren van de- bijzondere scholen? Het doel der interpellatie is om klaarheid te brengen in den politieken toestand. Zij beoogt niet een debat over het onderwijs, maar een debat over de regeering en hare politieke gedachte.