is toegevoegd aan je favorieten.

De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XII, 1934-1935, no 5, 04-08-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VROUWENRUBRIEK

GEZOND WINSTBEJAG

OF PRODUCEEREN NAAR VERMOGEN

Een gezonde winsthonger kan een goede stimulans beteekenen voor een gezond economisch leven. Zoo ongeveer sprak prof. C. W. de Vries in zijn repliek op ons debat in Delft. Ofschoon hij dit niet in extenso heeft uitgewerkt, gaf hij aan wat daaronder verstaan moest worden. Een zijner sterkste argumenten voor deze stelling was, dat de arbeiders er immers ook steeds op uit zijn een zoo groot mogelijke winst te maken, door n.l. het eenige wat zij hebben, hun arbeidskracht, zoo duur mogelijk te verkoopen. En zoo lang dit goed ging (in tijden van hoog-conjunctuur) was iedereen tevreden.

Het hangt er nu maar van af wat men winst noemt. Wij verstaan, met practisch alle socialisten, onder winst de meerwaarde van den arbeid, welke door de scheiding van kapitaal en arbeid aan den producent wordt onthouden en in bijna alle gevallen in handen komt van degenen, die door toevallige omstandigheden beslag konden leggen op gFond en productiemiddelen. Maar laten ook wij voor 'n oogenblik het bedingen van hoog loon als winst beschouwen en dan zien in hoever prof. De Vries gelijk kan hebben of door de feiten gelijk gekregen heeft. Allereerst zij opgemerkt, dat in dagen van hoogconjunctuur allerminst ieder tevreden was. Weliswaar noemt ieder dien tijd thans „de goeie tijd" en bezaten zoowel de arbeiders als de kapitalisten veel meer dan thans, maar toch was lang niet ieder voldaan, laat staan gelukkig. Dat prof. De Vries dat kan veronderstellen spruit ons inziens voort uit diens min of meer sociale instelling, die hem doet denken, dat wanneer ieder maar zoo ongeveer naar rang en stand genoeg heeft, we met zijn allen een genoeglijke maatschappij zouden vormen. Dit komt ook ongeveer overeen met de liberale theorie, dat niet alleen op het belang der producenten moet worden gelet, maar vooral op dat der consumenten. Het komt dus hierop neer, dat tot op zekere hoogte ieder zooveel mogelijk winst mag maken, en dat daarbij de grens bepaald wordt door het consumentenbelang m.a.w. de winst mag van niemand zoo groot zijn, dat de artikelen te duur worden. Opmerkelijk is dat dit tè duur zijn eigenlijk géén grens of een uiterst varieerende grens is. Immers wat is tè dütir en voor wie is het te duur ? Een fiets en auto zijn beide uiterst nuttige gebruiksvoorwerpen, maar een middenstander of ambtenaar kan lang geen auto koopen. Maken daarom de autofabrieken en arbeiders der autofabrieken te hooge winst ? Een werklooze kan thans zelfs geen fiets meer koopen, maar zoekt die op de vuilnisbelt uit het oudroest bij elkaar. Een vermogend iemand, zooals b.v. de meeste bedrijfsdirecteuren, kan echter zoowel een fiets als een auto koopen; is daarom de winst misschien toch weer niet te hoog ? Het consumentenbelang is dus een buitengewoon elastisch begrip. Het gaat n.l. ons inziens niet aan om de consumenten in groepen te splitsen, van b.v. fiets-consumenten en autoconsumenten en eerst dan te spreken van te groote winst indien de fiets-consumenten geen fiets en de auto-consumenten geen auto meer kunnen koopen. Als dit de uitwerking van deze liberale theorie is, dan blijkt hieruit, dat zij zijn voor een klasseindeeling op den leest van het nu bestaande. Dit is echter in tegenstelling met een andere stelling n.l. dat het geheele maatschappelijke leven geregeld (geregeerd) moet worden in het belang van het algemeen. Oppervlakkig beschouwd lijkt dit opheffing der klassen, maar wanneer dan in één adem de staat genoemd wordt als verdediger van dit algemeen belang, begrijpen wij waar het om gaat. Dit algemeen belang moet worden gezien als een soort van gemeenschappelijk belang van uitgebuitenen en fabrikanten om verspilling van energie en kapitaal te voorkomen. Dat daarbij de verschillen in levensniveau, in arbeidswaardeering (winst of loon ?) gehandhaafd moeten blijven, evenals de rechten van den fabrikant om uit te maken wien hij zal laten werken, spreekt vanzelf. Wat hebben wij nu tegen dit alles aan te voeren ? Niet veel; alleen dit eene. Dat al deze min of meer problematische theorieën misschien mogelijkheden bieden om de maatschappij wat maatschapgelijker te maken, maar dat zij geen van alle een reëele oplossing kunnen gpven omdat zij den wortel van alle kwaad, de oorzaak van dezen chaos niet aantasten, n.l. het productiesysteem en de sociale verhoudingen. Waar het om gaat is het winstbejag uit te schakelen, dus ook het z.g. gezonde winstbejag en daarvoor in de plaats te stellen het dienen van de gemeenschap. In plaats dus van een egoïsme tot aan zekere grens een altruïsme zonder beperking.

Een geven naar vermogen, een totaal zich ondergeschikt willen maken, niet aan het consumentennoch aan het producenten-belang, maar aan de menschheid. Dit voert dan ook veel verder dan de liberalen misschien denken. Deze houding brengt met zich mede dat b.v. het maken van granaten, gifgas, kannonen eenvoudig niet meer geschiedt, al zou er een mooie winst op te maken zijn zonder schade van het algemeen belang, omdat deze arbeid de menschheid niet dient maar schaadt. Dan zal het niet noodig zijn massa's voedsel te vernietigen, omdat er geen winst op gemaakt kan worden, maar zal ieder zich graag belasten het te distribueeren en consumeeren. Zoo zal het mogelijk zijn in onderlingen wedijver met elkander te genieten al datgene wat gezamenlijk kan worden voortgebracht. L. M.

SOCIAAL FATSOEN EN HET NAS.

Over samenwerken schijnen sommige menschen er rare begrippen op na te houden. Wij NSV. worden door het NAS. uitgenoodigd om met elkander te overleggen wat er tengunste van de werkloozen en hun gezinnen kan worden gedaan, en om te voorkomen dat de Regeering haar verdere onmenschelijke voornemens in de practijk stelt. L. M. schrijft in dit nummer elders reeds over den kwaadwillenden laster door OBWM. over ons verspreid.

Werkelijk, wij weten geen blijf met onze houding, tegen zulke onkameraadschappelijkheid, wat een bespotting is van elk sociaal fatsoen. Dit temeer daar wij een paar weken geleden nog een lans

braken voor het NAS. in een gecombineerde besturenvergadering, alwaar wij als Synd. Arbeids Secretariaat werden weggezonden, omdat wij den strijd der werkloozen weigerden af te keuren. Erger, die vergadering was belegd op verzoek der

syndicalisten om te pogen de werkenden aan

den strijd te doen deelnemen, terwijl de NAS.centrale er niet aanwezig was, volgens hun eigen opgave: wegens gebrek aan tijd en aan een vertegenwoordiger.

De houding der syndicalisten tijdens het verzet der werklooze kameraden, was duidelijk en ons werk een bewijs van zeer goeden wil.

Dat het NAS.-bestuur ons Synd. Vakverbond tot samenwerken uitnoodigde, beschouwden wij als een bewijs dat wij wat anders deden dan in dit strooibiljet der NAS.-organisatie aan ons adres wordt verteld.

De beleediging aan de syndicalisten, dat wij ons „met huid en haar hebben overgegeven aan de bezittende klasse" is echter zoo infaam, dat wij werkelijk nader dienen te overwegen of het wel gewenscht is dat onder zulke verdenking het NAS. wel met ons verder kan samenwerken. A. R.

ROOMSCHE STEMMEN

Het Verbondsblad, orgaan van het R.K. Werkliedenverbond schrijft:

„Dezer dagen werden de werklooze arbeiders voor de eerste maal met hun neus op de herziene steunbedragen gedrukt. Dat het tot een uitbarsting, als in Amsterdam zou komen, daar is wel nauwelijks op gerekend. Tal van bladen zijn er als de kippen bij geweest om te doen uitkomen, dat in Amsterdam het revolutionnair sentiment gesproken heeft, zoover wij konden nagaan heeft geen redactie ook maar getracht te treden in het hernieuwde leed, hetwelk door hen, die voor een verlaging werden geplaatst, (is het percentage 50 of 80 pet. ?) wederom intrad.

Het was revolutie-wellust en het eenige middel was gummiknuppel, revolver, karabijn; neerslaan, gewelddadig neerslaan, marechaussees, militaire politie.

Indien wij direct erkennen, dat hetgeen te Amsterdam gebeurde fout is en door de Overheid krachtig ingegrepen moest worden, dan voegen wij er aanstonds aan toe, dat de oorzaak van het kwaad zit in de door de Regeering toegepaste steunverlaging.

Men vergisse zich niet, door te rneenen, dat de mentaliteit, welke het gewelddadig optreden in Amsterdam tot gevolg had, alleen bij de revolutionnairen te vinden is.

Duizenden en tienduizenden werkloozen en hunne gezinnen zijn uiterst verbitterd; hetgeen wij van onze werkloozen hooren laat niet den minsten twijfel. Hoewel men gewelddadig optreden verkeerd vindt, — men begrijpt hetgeen in

Amsterdam gebeurde, men begrijpt en en men hoopt,

dat is de mentaliteit

Wij schreven een en ander, opdat weinigen of velen zich beschermd weten door karabijnen, van achter hun bureaux weten hoe er in het land gedacht wordt, — hoe erg de toestand is mede doof hun geschrijf en hun gehetz. Zij, en zij die hen op hun wenken bedienen, spelen met de belangen van land en volk.

Wij lazen in een van de katholieke bladen in verband met de steunverlaging; niet overdrijven.

Niet overdrijven ?

Het is voor de werkloozen om razend te worden. Wij nemen een gezin zonder kinderen als basis.

Weten de heeren, die niet van overdrijving houden, wat zoo'n gezin, waarvan de man werkloos is, in Amsterdam thans ontvangt ?

Twaalf gulden. Daar gaat ƒ 3.50 huur af, blijft ƒ 8.50; daar moeten contributies af voor verschillende voorzieningen, waardoor twee menschen zich een heele week van ongeveer ƒ 7.50 moeten kleeden, voeden, dekken.

En na 13 weken wordt die ƒ 12.— automatisch nog met ƒ 1.— verlaagd, omdat de man dan „dubbel uitgetrokken" is. Dan blijft er voor twee menschen een bedrag over om een week van te leven, dat menig scribent voor één goed diner betaalt.

Willem Nieuwenhuis heeft Zondag in De Maasbode ook over het gebeurde geschreven. Hij kent Amsterdam als weinigen. Hij schrijft o.m.:

Wij zouden in onzen plicht te kort schieten, wanneer wij er niet op zouden wijzen dat, wat wij vreesden en waartegen in den Gemeenteraad, ook van Katholieke zijde met diepen ernst werd gewaarschuwd, werkelijkheid wordt: in vele gevallen dreigt de uitkeering aan onderstunden, na de door de regeering genomen maatregelen, voor Amsterdam te dalen beneden ieder redelijk bestaansminimum.

Misschien was 't voor velen nog niet duidelijk geworden, ook onder de Katholieken, hoe ernstig de toestand van land en volk wel geworden is en hoe dreigend de toekomst ! Om de gevaren der toekomst te bezweren, is nog heel wat meer noodig dan het onderdrukken van onlusten: de toekomst vraagt, neen eischt dringend eendrachtige samenwerking, nauwgezette plichtsbetrachting en de uiterste inspanning van hoog tot laag !

Zoo is het inderdaad.

De steun wordt in vele gevallen tergend, ondragelijk laag. Voor velen was het nog niet duidelijk geworden, hoe ernstig de toestand voor land en volk wel geworden is en hoe dreigend de toekomst.

Laat het gebeurde zijn een les en een waarschuwing niet op de laatste plaats voor de Regeering, die allereerst en allermeest verantwoordelijk is.

Zij dient te bedenken dat „kracht" noch steunt, althans blijvend steunt, op kanonnen, noch op inblazingen van hen, die van de gelegenheid willen gebruik maken om af te breken. De werkloozen en hunne gezinnen zijn niet geholpen, indien minister Slotemaker van „mijn werkloozen" spreekt.

Ze moeten leven.

Ze moeten leven, wij herhalen hetgeen wij reeds zoo dikwijls deden uitkomen: doordat allen, die het kunnen en dat zijn er honderdduizenden, een offer, een flink offer brengen ten bate van hun medemensch.

Dat is redelijk.

Dat is christelijk."

Dat klinkt allemaal heel mooi en flink. Maar de roomsche vakbeweging moet nu maar eens ronduit erkennen, dat de r.k. arbeiders door hun geloofsgenooten in het parlement zijn verkocht en verraden.

Bij de verkiezingen beloofden zij „loonenden arbeid" en de „waarborgen, waardoor het gezin in staat zou zijn, zijn taak ten volle te vervullen". Opnieuw aan de macht werken zij in kabinet en parlement mede aan de eene verlaging na de andere, en zijn daardoor — ook naar het oordeel van het Verbondsblad — „allereerst en allermeest verantwoordelijk" voor het gebeurde te Amsterdam. Waarom blijft de r.k. vakbeweging solidair met zulke beloftenschenners Zoolang zij dat doet is het geschrijf van Het Verbondsblad niets anders dan de werkloozen naar den mond praten, maar de oorzaak van hun ellende bestendigen. De arbeiders zullen zichzelf recht moeten verschaffen door een einde te maken aan het kapitalisme en zelf de bedrijven te gaan beheeren.

GEEFT EEN GOED VOORBEELD

De neiging tot na-apen van het kind behoort tot de sterkste factoren der opvoeding. Wat het kind gadeslaat en beleeft, tracht het na te apen en na te doen. Daarbij heeft het een bizonder scherp oog voor ondeugden en een goed geheugen voor alles wat verboden is. Zooals immers altijd het verbodene aantrekkelijker is en liever gedaan wordt dan het geoorloofde.

Op zekeren dag hooren wij van een kind een gemeen woord, en bemerken een leelijke handeling; onwillekeurig vragen wij ons af: hoe komt het kind hieraan ? Gaan wij dan de oorzaak na, zie, dan bemerken wij tot onze verrassing, dat wij het zélf waren, die het kind een slecht voorbeeld gegeven hadden. Godverdomme 1 zegt de vader, om aan zijn geërgerde stemming lucht te geven. Godverdomme 1 klinkt bij de eerste de beste gelegenheid de echo uit de mond van het kind terug, en de vader is ontzet. Met droefheid doet de moeder op een dag de smartelijke ontdekking, dat haar kind, wiens heele vertrouwen zij dacht te bezitten, haar iets verheimelijkt 1 Zij denkt er echter niet aan, dat zij zelf, — door haar verheimelijkingen tegenover haar man — haar kind daartoe opvoedde. Zoo wordt de ziel van het kind ons tot een spiegel, die ons maant: kent U zelf! Voedt U zelf op ! Uw eigen doen en laten is de sterkste macht bij de opvoeding van Clw kinderen. Indien de menschen opgevoed waren, zij zouden, — om met Goethe te spreken — goed opgevoede kinderen ter wereld kunnen brengen.

Uit: „Umgang mit Kindern" van Otto Rühle.

HAARLEM - PROTESTVERGADERING

De afdeeling Haarlem van de Synd. Vrouwenbeweging hield op 19 Juli een openbare protestvergadering tegen de steunverlaging. De opkomst was helaas slecht, ondanks het groote aantal verspreide strooibiljetten. Dit was behalve aan laksheid van de zijde der vrouwen ook te wijten aan de angst van velen voor moeilijkheden na de gebeurtenissen van de laatste weken. De vice-voorzitster van de vereeniging Mw. Meeter—Negrijn opende de vergadering met een korte uiteenzetting van de beginselen van de Synd. Vrouwenbeweging en het doel van deze vergadering en gaf toen het woord aan Mw. Meijers. Deze spreekster drong er bij de aanwezige vrouwen op aan zich meer met de dingen buiten haar huishouden te bemoeien. Want ook daar ligt een taak voor de vrouwen. De vrouwen hebben misschien het meest te maken met de steunverlaging en het naar beneden gaan van het levenspeil.

DADEN

In het vorige nummer van De Syndicalist is jammer genoeg onderstaand voorbeeld van daadwerkelijk verzet tegen den oorlog vergeten. Jammer, want al was het niet zoo succesvol als de genoemde feiten, de man die dit verzet propageerde en op 25 November 1911 hier voor tot eenige maanden gevangenisstraf werd veroordeeld was

Benito Mussolini !

De linkervleugel van de italiaansche socialisten riep naar aanleiding van den oorlog met Turkije over Tripolis in 1911 de italiaansche arbeidersklasse op tot de algemeene staking en bereikte althans op enkele plaatsen dat de rails voor de troepentreinen werd opgebroken. Helaas was het italiaansche proletariaat niet op den oorlog voorbereid en liet zich voor het grootste deel. in het zog van de oorlogspolitiek der regeering meeslepen. W. J.

MODERNE SLAVERNIJ

Toestanden in de werkverschaffing te Hoorn

Kam. D. Ottens te Hoorn schrijft ons: Op 10 Januari 1.1., den eersten dag na de vorstperiode, gingen wij hier in de Werkverschaffing weer aan het werk op de tarieven, die vóór de vorstperiode golden. Dit werd 's morgens door de twee bazen gezegd. Toen wij een paar uur aan het werk waren, kwam een der bazen ons mededeelen dat het tarief was verlaagd.

Een onzer protesteerde hiertegen en ging langs de groep tewerkgestelden, om hun te vragen, of wij deze verlaging zonder meer zouden aanvaarden. Hem werd daarop direct medegedeeld, dat hij geschorst was en het werk moest verlaten. Toen ik daarop de betreffende baas zeide, dat het een fascistische daad was iemand willekeurig te schorsen, schorste hij ook mij. Het gevolg was, dat bijna alle tewerkgestelden, ongeveer 90 man, het werk neerlegden uit protest tegen onze schorsing.

Naar aanleiding van het gebeurde, werden alle arbeiders geschorst.

Na een zoogenaamd onderzoek, waarbij geen onzer werd toegelaten, kwam er bericht van den minister, dat de geheele ploeg weer aan het werk mocht, behalve zes menschen die het meest hadden geprotesteerd tegen de handelwijze der bazen. Toen onze schorsingstijd om was, 6 weken, moesten wij voor straf naar de Wieringermeer, waar ook menschen uit Hoorn zijn tewerk gesteld. Wij hebben dat geweigerd, daar wij dit als een tweeden strafmaatregel beschouwden. Nog steeds weigeren wij aan het werk te gaan en we hebben nu als eisch gesteld niet eerder aan het werk te gaan, aleer ons een schadevergoeding is gegeven, gelijk aan den te kort ontvangen steun over de geheele periode van 10 Januari af. Wij zijn met drie van de zes menschen overgebleven; twee zijn gezwicht voor de hongerbedreigingen van het gemeentebestuur, een is afgekeurd. Wij hebben al dien tijd moeten leven van ongeveer ƒ 10.— steun, waar natuurlijk ook nog huishuur van moest worden betaald.

Het brute optreden der bazen is er sinds dien tijd niet op verbeterd. Het is hier in Hoorn en in de Wieringermeer zoo, dat als je maar aanmerkingen maakt over het door hen gestelde tarief je gedreigd wordt met schorsing. Wij kunnen mede bevestigen, dat de bazen zijn gewapend met revolvers. Ongeveer 4 weken geleden werd één der arbeiders met een revolver bedreigd toen hij tegen een der bazen

Albert de Jong kreeg daarna het woord voor het houden van zijn inleiding over de ingevoerde steunverlaging, de oorzaak van de werkloosheid en de middelen daartegen. Spreker wees er op hoe er op het oogenblik 2 categorieën menschen zijn: le. zij, die iederen dag voor hun kinderen en voor zichzelf genoeg te eten hebben; 2e. zij, die niet iederen dag genoeg hebben en ook hun kinderen het noodige niet kunnen geven. Als de eerste eenig sociaal gevoel hebben zullen ze zich wel eens schamen en denken aan hun medemenschen, die de toekomst met angst tegemoet zien. En tóch is er genoeg eten. Zijn zij, die dus ook hun kinderen het noodige willen geven dan misdadigers ? Neen, een mensch die honger heeft, heeft gelijk. Wie eten onthoudt aan anderen is een dief. En als zij om werk vragen zijn zij dan misdadigers ? Neen, want er is werk. Spreker gelooft echter niet, dat met geweld iets te bereiken is, want tegen de macht van de andere zijde kan men niet op. leder werklooze moet eischen: Ik wil werk. En de eisch van hun kameraden moet zijn: Alle arbeiders in het bedrijf 1 Dit is te bereiken door korteren arbeidsduur, afschaffing van kinderarbeid, vroegere pensioeneering. Daarom de eisch: Werk 1 Geen bedeeling. — Een wereld als de onze waar naast overvloed honger heerscht, waar geen geld is voor behoorlijk onderwijs, behoorlijke woningen, maar wél voor bewapening en oorlogsvoorbereiding, deugt niet! De vrouwen kunnen hier ook veel aan doen, wanneer zij niet alléén aan hun eigen kinderen denken, maar zich moeder voelen van alle kinderen en voor alle kinderen opkomen.

Hierna leest de voorzitster een protestschrijven voor, dat aan den minister van sociale zaken en den burgemeester van Haarlem gezonden zal worden. Een van de aanwezigen drong er op aan niet alleen te protesteeren tegen de steunverlaging maar ook aan te dringen op de volledige betaling van het den werkloozen rechtens toekomende bedrag. Zij dacht hierbij aan den huurtoeslag, die dikwijls niet wordt betaald, hoewel de betrokken personen er recht op hebben. Zij wijst er op, dat de regeering binnenkort het geld, dat zij nu door de steunverlaging spaart, zal moeten uitgeven voor ziekenhuizen en gevangenissen. Ziekenhuizen voor hen, die door de nood ziek zijn geworden en gevangenissen voor hen, die door de ellende verbitterd tot misdaad zijn gekomen. Hierna sluit de voorzitster na een krachtige opwekking tot de aanwezige niet-leden om zich aan te sluiten, de vergadering.

VROUWEN

Leest De Syndicalist van A tot Z.

in verzet kwam over het werk wat hem was opgedragen. • Verleden week zijn hier nog weer 20 menschen geschorst. Met hard werken konden zij een uurloon halen van 17 cent. Toen ze protesteerden, werden ze onmiddellijk geschorst. De arbeiders namen hier geen genoegen mede en meldden zich den daarop volgenden morgen weer aan het werk. Vier politie-agenten waren echter aanwezig om hun te beletten op het werk te gaan.

Deze week zijn hier weer drie menschen geschort, omdat zij naar de meening der bazen te lang hadden gerust. Het optreden wordt met den dag bruter en onmenschelijker.

In de werkverschaffing in Wieringen zijn de toestanden natuurlijk niet beter. Mijn broer, die aanmerkingen maakte over het door hem verdiende loon, werd daarna geschorst, wat beteekent een hongertijd door te maken van 6 weken met 8 gulden steun voor man, vrouw en drie kinderen. Een ander, die zijn anarchistische ideeën onder zijn mede-arbeiders propageerde, moet nu geheel alleen werken. Menschen die anti-oorlogslectuur verspreiden moeten ook alleen staan werken, zelfs is hun verboden tijdens de schafttijden in de daarvoor aanwezige keet te komen. Doen ze het wel, dan volgt er onherroepelijk schorsing.

Zoo zouden wij door kunnen gaan met bladen vol te schrijven over de toestanden in de werkverschaffingen.

ZOO ZIJN ONZE MANIEREN

Onlangs heeft De Syndicalist geprotesteerd tegen de houding van De Wegwijzer, orgaan van den modernen bond van overheidspersoneel, omdat dit blad het erop scheen toe te leggen, naast de beide Federaties ook den neutralen bond van overheidspersoneel te doen verbieden. Wij kwamen eenvoudig op voor het vrije vereenigingsrecht, dat voor ons een beginsel is en dat wij ook ten opzichte van tegenstanders niet wenschen te verloochenen, want dan zou het beginsel meer zijn. De Wegwijzer van 19 Mei reageerde op ons optreden met een van die laag-bij-de-grondsche en onwaarachtige stukjes, die de verhoudingen in de arbeidersbeweging vergiftigen.

Onder het opschrift „Zij hebben elkaar weer gevonden ! Eén pot nat 1" schreef het blad, dat „De Syndicalist, het orgaan van de ras-echte, onbedorven en ongeschonden federatiemenschen

meent uit het geval ook profijt te kunnen trekken. Vóór alles anti-modern, leest het met onuitsprekelijk genoegen de wekelijksche scheidpartijtjes van den heer V. d. Knaap aan ons adres." Voorts wordt beweerd, dat wij Van der Knaap bewierooken en optreden als beschermers van diens neutralen bond.

Onze lezers weten, dat dit alles laster is, dat wij ons heelemaal niet vermeien in scheidpartijtjes, die de plaats moeten innemen van een ernstige polemiek en dat wij op principieele gronden het „neutrale" standpunt herhaaldelijk hebben bestreden. Dat weten onze lezers, maar de lezers van De Wegwijzer, die ons blad niet onder oogen krijgen weten het niet en kunnen het niet weten. En wat nu zoo ergerlijk is, dat is niet de wijze, waarop de redactie van De Wegwijzer tegen ons te keer gaat, maar het is de schandelijke manier, waarop de vertrouwensmannen der moderne organisatie van overheidspersoneel hun eigen leden misleiden omtrent het standpunt van andere arbeiders, van een andere richting in de arbeiders-