is toegevoegd aan je favorieten.

De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 6, 1928-1929, no 283, 24-11-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de georganiseerde werklieden is een veel grooter deel bij de vakcentralen aangesloten dan van het technisch en administratief personeel en het personeel in openbaren dienst. Onderstaande cijfers toonen dit aan.

Aantal geor- Waarvan ganiseerden in vakcenop 1 Jan. 1928 tralen In pCt.

Werklieden 294.100 284.600 96,8

Adm.en tech.pers. 43.700 25.800 59,0 Pers. in openb.

dienst 182.300 94.200 51,7

Totaal 520.100 404.600 77,8

Het aantal georganiseerde vrouwen, dat in 1926 nog een kleine daling onderging, steeg in 1927 van 31.000 tot 33.600, d.i. met ruim 6 «/u, terwijl het totaal aantal georganiseerden, zooals in den aanhef werd medegedeeld met 3 »« vooruitging.

Het aantal adspirantleden steeg tnet bijna 25 "u, n.1. van 7.300 tot 9000. Het aantal gesalarieerde bestuurders en beambten, in dienst van vakvereenigingen, steeg van 900 tot 925.

Behalve gegevens over de ledentallen bevat de statistiek een overzicht van de voornaamste voorvallen in de ifakbeweging in binnen- en buitenland, bijgehouden tot September j.1. In het Overzicht betreffende het binnenland wordt o.m. melding gemaakt van de pogingen tot samenwerking tusschen werkgevers- en werknemers-organisaties, de tot stand gekomen vaste samenwerking tusschen N.V.V. en S.D.A.P., de mislukte pogingen tot fusie van het N.A.S. en het Syndicalistisch Vakverbond en de communistische actie in de vakvereenigingen. Het buitenlandsch overzicht bevat o.m. mededeelingen over het streven naar overleg tusschen werkgevers en werknemers in Engeland en eenige andere landen, het verzet daartegen van de meer links-staande elementen onder de arbeiders den strijd tusschen socialisten en communisten, de werkzaamheid der communisten in de vakorganisaties van Zuid- en Midden-Amerika en Australië en de politieke taak der Italiaansche fascistische vakvereenigingen.

Gummi!

(Persdienst I.V.V.) — Op 1 November j.1. is de inkrimping der gummiproductie op de Engelsch-Maleische eilanden opgeheven. Uit besluit resp. de aankondiging daarvan in April j.1. door de hngelsche regeering bracht het monopolistische streven van Engeland tot een „waar dig" einde. De opheffing had zulk een kracht en prijsdaling ten gevolge, dat en op het strijdveld van den gummi-oorlog bijna slechts overwonnenen zijn. Zelfs de Hollandsche kapitalisten, die zooals b.v. op de suikermarkt, bij productie-inkrimping er niet ongaarne buiten staan en de rol van lachende derde spelen, behoorden tot de verliezers.Terwijl de Britsch-Amerikaansche aandeelenbezitters milliarden v.erloren, leden de Hollandsche kapitalisten in het bijzonder door de koersdaling der productie zelf. Allen, aandeelhouders en producenten, kunnen als het ware een 50-jarig jubileum van onbekwaamheid vieren, die in tallooze ongelukkige markt beoordeelingen en tijdelijke stijgingen aan den dag trad en waaruit ten duidelijkste blijkt, dat het doel en wezen der kapitalistische productie niet daarin bestaat, dat de behoefte zakelijk beoordeeld en de markt daarop ingericht worclt, doch in gelukkige speculatie eenerzijds en ongelukkige anderzjjds.

Evenals bij de meeste koloniale producten begon ook bij de gummi de geschiedenis met een bepaalde rooversromantiek. Ca. 50 jaar geleden, toen er alleen producenten van deze toenmaals weinig gebruikte grondstof in Brazilië waren, heeft een Brit het eerste gummizaad uit Brazlilië naar Engeland, gebracht. Hij had daardoor inbreuk gemaakt op de Braziliaansche wet, d.w.z;. hij werd datgene, wat de burgerlijke staat een misdadiger en dief noemt, wanneer hij de bestolene is en weldoener der natie, wanneer hij de dief is. De overbrenger der zaden trok z,ich — evenals juist thans de Duitsche ondernemers der ijzerindustrie — van de wetten niets aan, waarvan de naleving of overtreding in de kapitalistische wereld uitsluitend een kwestie van „zakenbelangen" is. Van Engeland ging de gummiboom naar Britsch- en NederlandschIndië. En daarmede begon de gummi een rol te spelen, die o.a. door de ontwikkeling der automobielindustrie tot een zeer onevenwichtige situatie leidde. Nog in 1913 bedroeg de productie slechts ongeveer 100.000 ton; in 1919 was zij verdrievoudigd. Planloos stortte het kapitaal zich op de gummiproductie.

Een gezonde productiepolitiek —die bij de gummiproductie van zeer veel belang is, daar de boomen eerst in hun zevende jaar afgetapt kunnen worden — werd daarbij in den wind geslagen. Zelfs toen bekend werd, dat het aanbod de vraag belangrijk overschreed, werd er steeds nog op los geproduceerd. Toen echter de groote ineenstorting: kwam, wendden de ,noodlijdende" in¬

dustrieën zich prompt tot de regeeringen en vroegen om bescherming en hulp.

Op deze wijze kwam het bekende Stevenson-plan tot stand, dat geen gezonde productiepolitiek wilde voeren, doch in de eerste plaats in verband met den toestand der markt uitvoerquoten op korten termijn moest vaststellen. Onmiddellijk stegen dan ook de ^prijzen en men stelde zich daarmede tevreden. Want dit was immers het eenige doel van den maatregel. Van een werkelijke onderzoeking der geheele situatie en een zakelijke beschouwing der marktbehoefte was na het overwinnen der acute crisis in het geheel geen sprake meer, men gaf er zich z;elfs geen rekenschap van, dat de wereldconsumptie sterk toenam en al te strenge inkrimpingen tot nieuwe ontwrichting moest leiden. Er werd roofbouw uitgeoefend, die D.v. in Afrika zoo ver ging, dat de productie later tijdelijk bijna geheel uitgeput was en zien ook thans nog niet geneel hersteld heeft. Toen de wereldconsumptie sprongsgewijze tot meer dan oUO.OOO ton steeg, verkeerde inen plotseling in de onmogelijkheid, de behoefte te bevredigen. De prijzen sprongen tot fabelachtige hoogte en lokten uitsluitend het protest der gummi-industrie uit, die hoofdzakelijk in Amerika geconcentreerd was. Dezelfde speculanten, die zich er thans over verheugen, dat het door Amerika beheerschte koper-cartel gelukt, ten nadeele van de verwerkende industrie in Europa woekerprijzen te maken, schimpten toen in alle toonaarden op het „Britsche imperialisme" en zijn gummi-monopolie.

Men zette in Amerika de tanden op elkaar, beperkte het verbruik, ging over tot het aanwenden van georuikte gummi, enz. Spoedig begon een terugwaartsche beweging, vooral tengevolge van de „weerspannigheid" der i\ eüerlanriische producenten, die aan de inkrimping niet wilden mededoen en onverdroten verder produceerden. De prijzen daalden en bereikten in den herfst een laagtepunt, lager dan dat van het jaar 1922.

De Britsche producenten, die in 1922 vol verwachting de schoone toekomst van een wereldmonopolie tegemoeLgingen, ontwaken thans uit een boozen droom.

Wat zal nu echter na de opherting der beperking verder gebeuren? Daarover* denkt niemand ernstig na! De eenige drijfveer bij de vorming van een der belangrijkste takken van net economisch leven in de leuze: „Men moet hei nu weer eens anders probeeren". Niemand kent den eigenlijken toestand. Monopolie of geen monopolie: het blijft een spel. En de spelers zouden geen echte spelers zijn, wanneer zij daaraan iets wenschten te veranderen. De eene speculeert op een verdere prijsdaling, op het opduiken van voorraden, die eventueel tijdens de inkrimping in de productielanden of door de verwerkende industrie voor speculatie-doeleinden opgestapeld werden. De ander speculeert op een prijsstijging ingevolge verderen stijging der vraag of ingevolge verbetering van den economischen toestand en de daarmede gepaard gaandje grootere vraag naar automobielen. Weer anderen sp'eculeeren op de uitvinding der synthetische gummi, die de heele wereldorde ondersteboven zal keeren en zooveel mogelijk geheim tot ontwikkeling gebracht wordt, om dan op het juiste oogenblik een geweldige consternatie te veroorzaken.

Bijna gelijk met de jStevenson-plan verwisselde in Engeland Sir Henry Wickham het tijdelijke met het eeuwige. Hij was het, die destijds in Brazilië het voor Engeland bestemden zaad bemachtigde, het zeer handig over de grens smokkelde en ten spoedigste trachtte, een goed heenkomen te zoeken. Want binnen 7 weken moest het ziad geplant zijn, daar het anders onbruikbaar zou zijn geworden. Slechts weinig van dit zaad kwam op en 7 planten groeiden tot boomen. Uit deze boomen is een der belangrijkste industrieën der wereld ontstaan. Evenals destijds het bescheiden Braziliaansche monopolie, is thans het Engelsche monopolistisch streven verongelukt. Gebleven is echter het streven, met een voor de menschheid uiterst belangrijk product niet de gemeenschap te dienen, doch te sjacheren.

Ingezonden.

Aan de Redacteur van „De Syndicalist" Amsterdam.

W, K.,

Het ligt niet op mijn weg mij te mengen in de polemiek, welke gij momenteel voert met de redacteur van „De Vrije Socialist", maar ik meen toch een enkele vraag tot U te moeten richten, in verband met een uitlating uwerzijds in deze polemiek.

In het nummer van 3 Nov. j.1. schrijft U en ge herhaald dit ten overvloede in het nummer van 17 Nov. j.1.:

„Het kernbeginsel van bedrijfsorganisatie en het anarchisme staan als wa¬

ter en vuur tegenover elkaar."

Hieruit vloeit m.i. logisch voort, dat een anarchist dus geen lid kan zijn van een bedrijfsorganisatie en als Uwe opvatting van bedrijfsorganisatie wordt onderschreven door het geheele N.S.V., óók niet van het N.S.V.

Ik leg U nu de vraag voor en hoop daarop een afdoend antwoord van U te ontvangen: „Hoe rijmpt ge dat met uwe opvatting, dat alle arbeiders plaats kunnen vinden in het N.S.V. ongeacht hun/ie godsdienstigs of politieke overtuiging>"

Mij voorbehoudende op Uwe opvattingen als door U ontvouwd in „De Syndicalist" van 3 en 17 Nov. t.o.z. van bedrijfsorganisatie en Syndicalisme t.z.t terug te komen.

Kam. gr.,

j. Rozeboorrj.

Enschedé, 18 Nov. 1928.

Wij zijn voorstander van de „ongeacht clausule,, en willen inderdaad de arbeiders organiseeren „ongeacht hun politieke of godsdienstige meeningsverschillen", mits — zij de organisatorische en principieele grondslagen der vakbeweging onderschrijven. Men moet de principieele grondslag waarop het begrip organisatie gebaseerd is aanvaarden. Deze grondslag is, dat niet het „individu", maar het geheel als collectiviteit beslist, welker beslissing voor ieder bindend is. Dit geldt voor gewone organisatorische aangelegenheden en in zeer sterke mate voor „bedrijfsorganisatie." Dit beginsel moet door allen als grondslag voor de sociale levensbeschikking aanvaard worden. En allen die dat aanvaarden, die moeten, ook wanneer ze naast de vakbeweging nog iets anders nastreven, georganiseerd worden „ongeacht hun politieke en godsdienstige meeningsverschillen".

Hij, die echter dat beginsel niet aanvaarden kan, die zich op het standpunt stelt: „ik ben ik en niets gaat boven, mij"

die dus de elementaire organisatorische grondslag van de vakbeweging niet aanvaarden kan of wil, die kan geen lid zijn van een vakvereeniging.

Waar nu bedrijfsorganisatie de individu eele begeerten, inspiraties en verlangens van de personen volkomen ondergeschikt inaakt aan de collectieve beslissing van allen, daar moet de vraag beantwoord worden, of de anarchist zulks wel aanvaarden kan. Kan hij het aanvaarden, dan is de zaak in orde.Meent hij het niet te kunnen, dan moet hij buiten de organisatie blijven.

Het lijkt ons toe, dat een anarchist zijn principieele levensopvatting ernstig geweld aandoet, als hij het beginsel van de juistheid der collectieve beslissing aanvaardt. En wij gronden dat oordeel op het feit, dat er in de anarchistische beweging zelf ook geen organisatie bestaat.

De „ongeacht clausule" wil natuurlijk niet zeggen en heeft ook nog nooit die beteekenis gehad, dat men personen in de vakbeweging organiseeren moet moet of wil, die vierkant tegen vakbeweging zijn of — het principe der collectieve beslissing als bindende regel voor allen niet aanvaarden kunnen of willen.

Er is dus, zooals de inziender veronderstelt, geen tegenspraak in onze woorden. „Ongeacht" moet niet worden opgevat alsof we b.v. ook beroe^sonderkruipers e.d. in onze vakbeweging vereenigen willen.

Redactie.

Waarde kameraad Redacteur.

Vriendelijk verzoeken wij U het volgende te willen plaatsen,bij voorbaat onzen dank. C. J. Priem. Ie v. d. Helsstraai 48 A'dam.

Op 11 November heeft het Dubbelmannenkwartet „Octave" haar 12VI- jubileum gevierd.

De mannen van „Octave" hadden het er blijkbaar opgezet om de geheel gevulde zaal eens extra te laten genieten van hun gezonde humor en hun buitengewoone goede zang. In de loop der jaren is het, naar onze meening, wel eens voorgekomen dat er, terwille van de humor, wat al te gemakkelijk over de zang gedacht werd. Thans echter was het in een woord af.

Van de medewerkers op dien avond niets dan goed, zij allen hadden slechts een doel, n.m. het feest voor ,Octavo" en vooral voor haar directeur Wierfng goed te doen slagen, dit is volkomen gelukt.

Zooals reeds boven gezegd, was de zaal geheel bez,et, eenige vereenigingn hadden gezorgd voor de jubileum „Envelloppe" daarnaast een goede tombola, er kan dus gezegd worden, dat het doei vriend Wiering een onvergetelijke dag te bezorgen, volkomen geslaagd is.

Gaarne voldoe ik dan ook aan het verzoek van Wiering, die mij het volgend briefje zond:

„Waarde Priem

Wees zoo goea namens mij zoo mogelijk allen te bedanken, voor hetgeen wat zij voor mij gedaan hebben ter gelegenheid van net 12''2 jarig feest van „Octavo".

(w.g. )Th. T. Wiering.

C. J. P.

Plaatselijk Nieuws.

AMSTERDAM

Regeling van ons Winterwerk.

Wij hebben het genoegen om onze leden inet vrouw, moeder of verloofde uit te noodigen tot de volgende bijeenkomsten, in Handwerkers Vriendenkring

Op Woensdag 28 November 1928, 8 uur, spreekt Dokter Koch, onderwerp: „De Man en de Vrouw in het Huwelijksleven."

Op Woensdag 12 December 1928, 8 uur, s preekt de heer J. Methöfer, over liet onderwerp:

„Coöperatie en Associatie."

Op Woensdag 9 Januari 1929, 8 uur, spreekt d. h. Joh. Poiei, onderwerp:

„Oude en nieuwe Beeidhouwkujnst."

Op Woensdag 23 Januari 1929, 8 uur, spreekt kam. Aug. Rosseau, onderwerp: „Synd. Bedrijfs Federaties.''

Op b Februari 1929, 8 uur, over het onderwerp:

„De Radio en hare ontwiKkeiing."

Op 20 Februari 1929, 8 uur, spreekt kam. B. Lansink Jr., onderwerp: „Bedrijfsorganisatie".

Op 6 Maart 1929., 8 uur, over het onderwerp:

„Oude en Nieuwe Bouwkunst."

Op 20 Maart 1929, te 8 uur, spreekt kam. Aug. Rosseau over eigen werk:

„Opschietend Zaad", „De Dagdief * en Gedichten.

Op 3 April 1929, te 8 uur, spreekt kam. B. Lansink Jr., onderwerp:

„De beteekenis van en ons standpunt jegens trusts en kartels".

♦ * #

Knip bovenstaande regeling uit en stelt nu voor Uzelf reeds vast: daar ga ik heen!

Er is gezorgd voor het leerrijke en nuttige in de te behandelende stof.

Natuurlijk kan er nog verandering komen in de sprekers of onderwerp, maar, dan zal dit tijdig worden bekenjtl gemaakt.

Kaarten te bekomen: Commelinstr. 81.

A. R.

* * *

Donderdag 29 Nov. belegt de V.S.V. en V.S.G. een openbare debatvergadering tusschen W. Walraven en Nick van 1 ienen, in het gebouw „Concordia", Weesperplein, over „individueel of sociaal anarchisme."

Alle geestverwanten worden tot een bezoek uitgenoodigd.

D. St.

GRONINGEN.

Actie Gemeente werklieden.

Het Gemeente Bestuur, de werkgever van het gemeente personeel,, ^cht het met 't oog op den financieelen toestand der Gemeente noodzakelijk, dat naast een belastingverhooging van 20 pCt. voor de inwoners, de gemeente-werkers nog eens extra worden belast met een pensioen premieverhooging van 5 procent, hetgeen wil zeggen dat de loonen der werklieden met f 1.50 tot f 2.— per week naar beneden gaan, en heeft in de spoedig te behandelen begrooting voorstellen in dien zin aan den Raad gedaan. De organisatie „Nieuw Levèn", ook aangesloten bij het P.A.S., heeft een poging gedaan om in een te voeren actie samenwerking te krijgen met het geheele personeel. Echter mocht het onze kameraden niet gelukken; de Moderne-, Chr. en R.K. bonden, ja zelfs de bij het N.A.S. aangesloten Federatie, voelden er niets voor samenwerking aan te gaan. Het gevolg hiervan is, dat „Nieuw Leven" nu alleen de actie inzet, en wel door het verspreiden van een manifest onder het Gemeentepersoneel en het uitschrijven van een vergadering op 23 Nov. j.1., in het P.A.S.gebouw, welke toegankelijk is voor het geheele personeel. De Land. Voorzitter, kam. Priem, zal daar spreken over deze zaak. Laten wij hopen, dat het een goed geslaagde vergadering is in 't belang van het Gemeentepersoneel.

♦ * *

Nieuwe organisatie. Donderdag 15 Nov. j.1. vond op uitnoodiging van het P.A.S'.-bestuur een vergadering plaats, welke op verzoek ten doel had, een Gem. Synd. organisatie op te richten. Aan verschillende kameraden, van wien men zou verwachten dat zij hier voorstander van waren, werd een uitnoodiging voor deze vergadering gezonden, echter ook nu werden wij weer door velen teleurgesteld. Dit nam echter niet weg, dat tot het oprichten van een

Gem. Synd. org. werd overgegaan.

Besloten werd om hen, die daarvoor in aanmerking komen, een kaart te zenden, waarop deze medadeeling, terwijl er een gefrankeerde kaart is aangehecht waarop zij kunnen vermelden of zij met dit doel kunnen instemmen. De contributie is voorloopig bepaald op 15 cent per week, wat heelemaal geen bezwaar kan zijn lid te worden.

Wij hopen en vertrouwen dat velen aan dezen oproep gehoor zullen geven, en met ons de noodzakelijkheid inzien van versterking der Syndicalistische Vakbeweging.

Is dat waar? — Er is verkiezing voor het Scheidsgerecht der Gemeente werklieden. De leden van het N.A.S. hebbe.i daarvoor als candidaat gesteld (je ook bij onze voormannen welbekende pii.icipe(?) mannen, als P. Huize:.g:, t:ib;ik bewerker, D. Luining, transpor arbeider en als res. leden Heitsema, transportarbeider en S. de Vries, bouwvakarbeider. En alhoewel deze mannen tot voor enkele weken, zich wat de werkzaamheden betreft steeds op den achtergrond hielden, weet het orgaan dezer N. A. S. gemeente werklieden te vermelden, dat het mannen zijn, die hun sporen in de beweging verdiend hebben. Wie lacht daar? Een beetje comisch doet het intusschen wel aan.

« ♦ ♦

Cursusvergadering. De Dageraad houdt Woensdag 28 Nov. a.s., 's avonds 8 uur een cursusvergadering in het P.A.S.-gebouw. Medewerking hiervoor verleenen kam. W. Wolters, en de secretaris van de afd. Groningen voor Lijkverbanding, de heer Doddema. Door proeven, lichtbeelden en een rede zullen deze heeren de noodzakelijkheid van lijkverbranding aantoonèn. Een belangrijke en leerzame vergadering dus. Dat ieder lezer ervan profiteere. De enünge is vrij.

Corr.

ROTTERDAM.

Eenheidsblokkerij. — Het „Rotterdamsche Eenheidsblok" had verleden Zondagmorgen een openbare vergadering belegd in het Verkooplokaal, alwaar door G. Hiemstra en H. Woelders gesproken werd over „Waarom het Nederlandsche proletariaat naar het N.V.V." £ii „Wat is de taak van het Eenheidsblok?"

Eerstgenoemde hield een zeer verward betoog over alles en nog wat, waar we niet veel wijzer van werden. Tenslotte verklaarde hij, dat het „Eenheidsblok" de arbeiders opriep zich allen te organiseeren in het N.V.V.

De tweede spreker, Wolders, gaf vervolgens een uiteenzetting van „de taak van het Eenheidsblok", waarbij we de bekende communistische beschouwingen over „revolutioneering v\an de reformistische vakbeweging" te hooren kregen.

Onzerzijds werd door Lansink Jr. gedebatteerd, waarbij deze vooropstelde, dat, als we eenheid in de arbeidersbeweging willen, begonnen moet worden met de oorzaken der vedreelidiheid op te sturen. Deze oorzaken liggen in het feit, dat partij-politiek en godsdienst in de vakbeweging gebracht zijn, dat, met uitzondering van de syndicalistische, de overige richtingen ondergeschikt zijn aan bepaalde politieke partijen en zich verbonden hebben tot onderdanigheid van bevriende regeeringen, wethouders, etc.

Spr. wees in dit verband op de eensgezindheid in den begintijd van dfe eerste Internationale arbeidersvereeniging, die door de politiek tot verdeeldheid kwam.

Als er dus eenheid komen zal, dan moeten we terug naar beginselen en grondslagen van de eerste Internationale en de vakbeweging volkomen 'los en onafhankelijk maken van elke partij, regeering en kerk.

Praten over eenheid heeft geen beteekenis als we niet tevens dat aan de arbeiders zeggen.

Lansink vond een zeer Aandachtig gehoor.

Het antwoord van de spr. .had niet veel om 't lijf. Ze zaten met het geval verlegen. Opmerkelijk was de uitlating van Woelders, dat „los van alle partijen" burgerlijk was. De vakbeweging moest gericht worden naar de beginselen van de Derde Internationale.

Misschien groeit er nog een'openbaar debat uit deze vergadering voort.

Corr.

CURSUSVERGADERING

- OP -

WOENSDAG 28 NOV. 1928

's avonds 8 uur, in „Handwerkers Vriendenkring".

Spreker: Dr. H. KOCH

Onderwerp: „MAN EN VROUW IN HET HUWELIJK"

(Ontwikkelingsraad).