Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dragen en de ondernemers "alleen maarde voordeelen incasseeren, dan is er voor de arbeiders geen enkel motief aanwezig zich daarbij neer te leggen. Een beroep op het algemeen belang gaat in deze. niet op, want als het algemeen belang alleen maar gediend kan worden door den arbeiders het allernoodzakelijkste te onthouden, dan is dit geen algemeen belang, omdat de arbeiders er de dupe van worden. Op, Dordtsche metaalbewerkers, den slaap uit de oogen gewreven, want het belang van u en uw gezinnen komt in het gedrang. De werkloosheid breidt zich hoe langer hoe meer uit. De ellende inde gezinnen der werkloozen stijgt met den dag als gevolg van de lage uitkeeringen, welke door onze reactionnaire regeering zijn gedecreteerd. Hiermede speelde zij bewust in de kaart der ondernemers. Simon de Vries, die alleen maar geld voor leger en vloot kan vinden en de uitvoering der sociale wetten en maatregelen op schandalige wijze belemmert, kon geen geld vinden om den reglementairen werkloozensteun te waarborgen. Hierdoor heeft hij den werkgevers een geducht wapen inde hand gegeven, hetwelk deze heeren nu met volle kracht beginnen te hanteeren. Het aantal uitgetrokken werkloozen wordt elke week grooter en nog steeds komen geen maatregelen tot stand, om in dien noodtoestand te voorzien. Deze steunregeling, die in voorbereiding is, zal niet onder beheer van het Ministerie van Arbeid blijven, doch bij Binnenlandsche Zaken komen, zoodat vermoedelijk deze menschen op het armbestuur aangewezen zullen worden. Alles wijst er dus op, dat ondernemersdorn èn regeering elkander in hunne kapitalistische belangen hebben gevonden en eendrachtig de leuze aanheffen: „Terug tot de oude bedrijfsverhoudingen!” Laat uit de rijen der Dordtsche metaalbewerkers de -"kreet weerklinken : „Niet achteruit, doch vooruit, naar nieuwe bedrijfsverhoudingen, waarbij de arbeiders raedespreken zullen over den toestand in het bedrijf, waardoor de lasten en de nadeelige risico’s niet alleen op de ruggen der arbeiders komen, doch door de geheele maatschappij worden gedragen.” Geen hazardspel dus meer gespeeld door een kliek kapitalisten, doch medespreken inde bedrijfsverhoudingen, dat moet onze leuze zijn. Laten wijl ons dus krachtig verzetten tegen de loonsverlagingen, doch tevens werken aan den opbouw van nieuwe bedrijfsverhoudingen, welke alleen een oplossing kunnen brengen als de arbeiders zelf mede spreken, en ook mede verantwoordelijk zijn. v. H. Uit de Afdeelingen. GRONINGEN. De toestand inde metaalindustrie inde provincie. (II.) De ivorige maal gaven wij -een meer algemeene uiteenzetting van de hier behandelde kwestie. Thans willen wij trachten meerde oorzaken vaneen en ander te benaderen. De bedrijven zijn, enkelen uitgezonderd, over het algemeen nog betrekkelijk primitief ingeticht. Moderne gereedschappen, dito machines enz., ziet men hier zeer weinig gebruiken. Dat heeft natuurlijk een oorzaak, waarvan o.i. de voornaamste is, dat veie bedrijven weinig kapitaalkrachtig zijn. Het zijn meerendeels zuiver particuliere ondernemingen, waarvan de eigenaars meerendeels vroeger zelf „knecht” zijn geweest. Dit had weer tot gevolg, dat de patroons zich met een bestaan, weinig beter dan dat van de arbeiders, tevreden stelden. Hun eischen aan het leven waren niet hoog. Hun „zaak” was hun alles, zij lieten geen middel onbeproefd, om die „naar boven te werken”. Dit kwam, omdat over het algemeen van particulieren moeilijk geld, en dan nog duur, te krijgen was. Was dus gebrek aan kapitaal oorzaak dat geen moderne machines konden worden aangeschaft, de lao'e loonen, de lange arbeidstijden, hier vóór den oorlog regel, de lage eischen die men stelde aan eigen leven, maakten dat de behoefte aan moderne gereedschappen niet sterk werd gevoeld. Mon kon inde concurrentie zeer wel mee komen, ja zelfs was de metaalindustrie in het Noorden een geduchte concurrent voor het overige deel van het land en voor een deel van de Duitsche industrie. Dat de behoefte aan modern gereedschap niet groot was, bleek overduidelijk aan hetgeen tijdens en het eerste jaar den oorlog in deze richting gebeurde. Toen de eerste tijden van den oorlog voorbij waren, brak voor de scheepsbouwers hier een „gouden tijd” aan. Zij werden, £óó^s mcn dat wel eens noemt, „slapende rijk”. Velen hunner bouwden toch voor Duitsche rekening. Verschillende bestellingen werden geannuleerd, in andere gevallen werd de besteller inden krijg gedood, waardoor de kóóp kwam te vervallen. De booten werden evenwel afgebouwd en in

speculatie verkocht, hetgeen geweldige winsten opieverde, geweldig althans in verhouding tot hetgeen men gewoon was. De maatschappelijke ontwikkeling had inmiddels ook hier niet stil gestaan. De behoeften naar betere behuizing, bekoorlijke omgeving, luxueuzer inrichting der woning, moderner comfort, waren ook bij de werkgevers naar voren gekomen. En vele zijnde voorbeelden van hen, die het eerst daarom dachten. Uitbreiding der zaak, betere inrichting van deze, aanschaffing van moderner werktuigen bleef wachten op hetgeen in eigen leven te kort werd gevoeld. Men kwam van het land inde stad wonen, kocht zich een mooi ruim huis en liet dit uppermodern inrichten, met koud en warm water-bad voorzien en dergelijke. Het moest tip-top inde puntjes zijn. Motorrijwielen en auto’s werden aangeschaft, in het kort niets ontbrak. Daarna kwam de werf aan de beurt, d.w.z. het hoog noodige werd aangeschaft en vernieuwd, uitzonderingen daargelaten. De afstand tusschen patroon en arbeiders werd ontzettend vergroot. Dit werkte revolteerend op de laatsten, zij kwamen in verzet, en de propaganda voor organisatie ging goede vruchten dragen. Wat dus in vele andere bedrijven de moderne machine en gereedschappen doen, n.l. bij de arbeiders het gevoel van afhankelijkheid aan de werkgevers verbreken, deed hier het „grooter leven” der werkgevers. De arbeider werden „revolutionnair”, doordat de werkgevers hun levenswijze zóó geweldig hadden veranderd en het den arbeiders duidelijk werd, zij bet dan nog vaag, dat door hun arbeid die andere levenswijze mogelijk was. Zij namen het den werkgever kwalijk als het ware, dat deze den afstand tusschen arbeider en werkgever zóó hadden vergroot. Vandaar dus dat de positie der arbeiders , in ’t begin van 1919 zoo sterk was. Vandaar dat de werkgevers in Mei 1919 besloten de 48-urige werkweek in te voeren, omdat zij „anders toch genoodzaakt zouden zijn geweest, tengevolge vaneen staking, haar in te voeren”. Aldus een zeer invloedrijk werkgever. De werkgevers voelden dus, dat er wat leefde onder de arbeiders. Verhoudingen echter, als hier eeuwen hebben bestaan, veranderen niet gemakkelijk in eenige jaren tijds. De arbeiders pasten zich aan bij den grooteren afstand, zij hadden zelf door het optreden van de organisaties een belangrijk, verbeterde positie gekregen, hun revolutionnair sentiment daalde. Dat werd geweldig' inde hand gewerkt door de zeer geringe ontwikkeling die zij van huis uit hadden mee gekregen. Meestal wonende op zeer afgelegen plaatsen, achterlijke buurten, waar een streven naar meer ontwikkeling als het ware wordt veroordeeld, in elk geval bespot, ging het beetje ontwikkeling, op school opgedaan, zeer spoedig verloren. Zij beschikten dus niet over de vermogens,' het geweldig maatschappelijk gebeuren te bevatten en te doorvoelen den juisten toestand, waarin zij en de maatschappij verkeerden Wel waren hier en daar. die vermogens in latenten toestand aanwezig, om die echter blijvend naar voren te laten komen, was een geweldig' karwei. Het is dan ook typeerend, dat juist zij, die gedwongen zijn geweest gedurende geruimen tijd hier vandaan te moeten, militair geweest zijn, boven allen uitblinken. Vandaar het spreekwaard, dat hier geldig is: „In dienst wordt men een kerel”. ‘Hierbij komt, dat vele van hier naar zuidelijker streken gaan. Dit zijn uiteraard niet de slechtsten. Al deze factoren werkten mee, dat de arbeiders gedeeltelijk weer terugvielen. Nu komt daar nog bij, dat zeer vele werkgevers het Taatste jaar „klappen” hebben gehad, tengevolge der crisis, waardoor de afstand tusschen patroon en arbeider weer geringer wordt, zij het dan niet ten voordode der arbeiders. De grondoorzaken der lage ioonen zitten dus o.i. grootendeels inde slechte inrichting der bedrijven, inde geringe kapitaalkracht der zelfde en verder inde geringe ontwikkeling der arbeiders. Dat wij dit laatste het laatst noemden, wil niet zeggen dat we deze factor de minst beteekenende achten. Integendeel, wij gelooven zelfs dat dit de voornaamste factor is. Wij zullen dit een volgenden keer nader belichten. W. Onze afdeeling vergaderde 31 Maart huishoudelijk. De opkomst was beter dan weden laatsten tijd gewoon waren, hetgeen wel wijst op een kentering bij onze leden. Wij verheugen ons daarover en spreken de hoop uit, dat het zóó mag doorgaan . Besloten werd een feestavond te organiseeren, die op 16 April zal worden gehouden. De entree is bepaald op 40 cent, voor heer en dame 60 cent. Er zal te genieten zijn van voordrachten, muziek, zang van „Morgenrood”, en na afloop zal een dansje plaats vinden.

Getracht zal worden één onzer hoofdbestuurders als spreker te krijgen. Een belangrijke avond dus. In verband met het komen vaneen hoofdbestuurder is het evenwel mogeiijk, dat ‘de feestavond een week moet worden verzet, omdat het voornemen bestaan op 16 April een Bondsraadsvergadering te houden. In ieder geval, men make propaganda voor dezen avond! De definitieve datum zal onzen leden ten spoedigste worden bekend gemaakt. Verder werd in verband met de betooging tegen de reactie, welke op 5 Juni in Amsterdam zal worden gehouden, besloten, zooveel mogelijk daaraan deel te nemen. Een 10-tal personen gaven zich reeds op voor deelname. Er zal een reiskas worden gevormd. In dit verband is het van belang nog even mede te deelen, dat de mogelijkheid bestaat, dat vanwege den G. 8.8, een’ goedkoope reisgelegenheid zal worden georganiseerd, waardoor de reiskosten misschien met 1/3 k x/, worden verminderd. In ieder geval, geeft u zooveel mogeiijk op voor deelname aan deze demonstratie en neemt deel aan de reiskas! Wacht gaf een toelichting op het eerste programpunt van de actie, een toelichting, welke tevens een waardig slot vaneen 3-tal cursusvergaderingen was. Programpunt, zoowel als toelichting, vonden algeheele instemming. In ’t kort, het was een uitmuntende vergadering. W. DEN HAAG. tiet woord jeugdorganisatie klinkt voor de meesten onzer nog wat vreemd en niet zonder reden. Pas sinds 1918 is door de politieke en economische organisatie van de arbeidersklasse een Arbeidersjeugdorganisatie opgericht, die getoond beeft levensvatbaarheid te bezitten. Twee zaken willen wij met het organiseeren van de jeugdige arbeiders bereiken, n.l. opvoeding en organisatiebesef en als middel hebben we daartoe noodig gepaste en gezonde ontspanning. Voor de meeste arbeiders is de tijd van leeren met het 14e levensjaar, wanneer de schooldeuren zich achter hen sluiten, afgeloopen en zijn ze als regel van verder onderwijs verstoken. Weliswaar zijn er avondscholen, maar dit onderwijs kan voor de groote massa van de jeugdigen toch nimmer tot dat resultaat leiden, dat noodig en gewenscht is, omdat aan het onderwijs een dagtaak van tenminste 8 uren is vooraf gegaan. Om deze redenen is het onze plicht, voor de jeugdige arbeiders en arbeidsters te doen wat mogelijk is, elk offer te brengen, waarmede onze jeugdorganisatie gediend is. De ontspanning, die wij hebben te geven, moet niet van het gehalte zijn als den jongen arbeider wordt geboden door café en bioscoop. Het leeren kennen van de mooie natuur, het bezoeken van musea, het hooren van goede muziek en zang en het aanschouwen van schilderkunst en tooneel, dat alles behoort tot de ontspanning inde goede beteekenis van het woord. De A. J. C. biedt gelegenheid tot dit alles, zoowel voor jongere als oudere leden. Ook leden van 18—20 jaar kunnen aan het ontwikkelings- en ontspanningswerk deelnemen door toe te treden tot groep B. „Kennis is macht”, deze gevleugelde woorden moeten tot een richtsnoer genomen worden. De jonge leden wekken wij op, hun kennis en inzicht te verrijken door zich voor het lidmaatschap voor groep B. op te geven, hetgeen voor hen niet met extra kosten gepaard gaat. En de andere leden rekenen liet zich tot plicht, de jongeren aan te sporen, opdat ónze organisatie en de arbeidersbeweging in ’t over een grooter corps ontwikkelde leden zal hebben te beschikken. R. J. v. P. Het contract voor de Rijwielindustrie is na langdurige onderhandelingen tot stand gekomen. Al zijnde voordeelen niet zóó als wij verwacht hadden, toch zijnde arbeidsvoorwaarden verbeterd. Dat dit bereikt is, kan als een succes geboekt worden, omdat de werkgevers zich eerst tegen het aanvaarden vaneen nieuwe overeenkomst verzetten* daarna niet bereid waren loonsverhooging te geven, om ten slotte toch een nieuwe overeenkomst af te sluiten, waarbij alle uurloonen werden verhoogd. Op de vergadering van de vakgroep rijwielherstellers, is de nieuwe overeenkomst met algemeene stemmen aanvaard. Vrienden, nu aangepakt, opdat alle ongeorganiseerden, in dat bedrijf werkzaam, lid worden van onze organisatie. De nieuwe contracten zijn op ons kantoor verkrijgbaar; laat ieder zich vaneen exemplaar voorzien, en als voorheen élke overtreding van de overeenkomst aan ons bekend maken, om te zorgen dat deze overeenkomst goed wordt nageleefd. De contracten van de electriciens hebben wij van de werkgevers ontvangen. Ook '

deze zijn op ons kantoor te krijgen. In verband met de nieuwe klasse-indeeling is het noodig, dat ieder precies weet, hoe of de verhoudingen moeten zijn bij eiken werkgever waar hij werkt. Wanneer men dus bemerkt dat aan de klasse-indeeling wat hapert, moet men niet wegblijven en tegen elkander mopperen, maar op ons kantoor komen en ons er mede in kennis stellen. Als alle electriciens daaraan medewerken en daarbij hun ongeorganiseerde makkers aansporen lid van onze organisatie te worden, wordt de controle op het naleven van de overeenkomst pas goed. De vergaderingen van de personeelen van fabrieken, waar de Metaalbondregeling is ingevoerd, zijn, op een paar na, goed geslaagd. Waar bleef het personeel van de firma Van Heyst en van Wilson ? Gaat het zóó goed op die fabrieken, dat men het al zonder de organisatie af kan? Komt, mannen, schudt den lakschen geest van u af en toont weer als vroeger, dat het lidmaatschap van onzen bond bij u ernst is én men, door mede te leven met onze organisatie het bewijs levert, dat men den tijd, waarin wij leven, begrijpt. Vooruit dus, alle laksheid op zij gezet. Komt allen op de vergadering, die spoedig zal worden gehouden. Volksgebouw. Leden, denkt aan ons Volksgebouw I Neemt allen eens inde maand van den bode vijf zegels voor tien cent. Niemand onttrekke zich aan deze raoreele verplichting. T. S. Namens den Raad van Arbeid te ’s-Gravenliage werd ons wederom het volgende ter plaatsing aangeboden: UITTREKSEL uit het overzicht van toegokende Ouderdoms-, Weduwen- en Weezenrenten ex artt. 373, 81a, 81c, 82, 83 en 84 der I. W. en toegestane Geneeskundige behandeling of verpleging krachtens artikel 100 der Invaliditeitswet. Stand op 1 Februari 1921. OUDERDOMSRENTEN: Aantal Totaal bedrag p. jaar Raad' van Arbeid ta ’s Gravenhage. 436 f 65962. Voor hetgeh. land 7959 f1204606. WEDÜWENRENTEN: Aantal Totaal bedrag p. jaar Raad van Arbeid ta ’s Gravenhage. 22 f 4043.78 Voor het geh. land 270 f 48407.08 WEEZENRENTEN: Aantal Totaal bedrag p. jaar Baad van Arbeid ta ’s Gravenhage. 40 f 7442 24 Voor het geh. land 889 f 163634.64 GENEESKUNDIGE BEHANDELING OF VERPLEGING: Aant. gevallen Aant. observatiewaarin beh. of gevallen niet of verpleging nog niet door be„ werd toegestaan handel, gevoljrd Raad van Arbeid “ te ’s Gravenhage. 6 6 Voor het geh. land 295 179 VERANTWOORDING. Onderstaande afdeelingen droegen af in da maand Maart over de maand Februari: Alkmaar f 81.01, Amersfoort f 59.01, Amsterdam f 44.2a6, Bergen op Zoom f 11.99, Best f 52.54, de Bildt f 40.97, Bolnes ï7°-79, Cappelle op d’lJssel f 119.55, Coevorden f 84.05, Dedemsvaart f 46.59, Delft f 250.46, Dordrecht f 173.0515, Drachten f 16.58, Ede f 89.48, Enkhuizen f 93.89, Enschedé f 500, Gouda f 168.49, Gouderak f191.16, Den Haag f777.715, Haarlem f 969-75> Hardinxveld f 103.43, Harlingen f 36.96, Hasselt f 16.55, Hendr, Ido Amb, f 122.35, Hengelo f 415.42, ’s-Hertogenbosch f 160.68, Kampen f 86.52, Kinderdijk f 187.32, Krimpen a. d. Lek f 163.76, Krimpen a. d. IJssel f3.87, Leeuwarden f 71.90, Lemmer f 58.76, Lekkerkerk f 97, Maassluis f 74.40, Meppel f 120.30, Middelburg f441 -3°) Mui-den f 49.65, N. Lekkerland f 59-14» Gist f 69.07, Oosterbeek f 103.56, Oudewater f 26.78, Papendrecht f 114.67, Pernis f 72.79, Ridderkerk f 135.56, Rotterdam f 4400, Schiedam f 1500, Schoonhoven f 148.45, Sliedrecht f 127.19, Smilde f 24.84, Souburg f 46.02, Steenwijk f 46.69, Vlaardingen f 63.65’, Vlissingen f 347.82, Voorburg f 166.88, Wageningen f 60.25, Westerbroek f 58.59,. Woubruggef 21.72, IJmuiden f 367.20, ijselmonde f 30.96, Zeist f 136.82, Zutphen f 73.98, Zwolle f 187.55, Verspreide leden f 171.40. Onderstaande afdeelingen droegen niet af, doch behielden hun afdracht voor uitkeeringen: Alphen a. d. Rijn, Arnhem, Assen, Baarn, Borne, Breda, Brummen, Bussum, Culemborg, Delfzijl, Deventer, Dieren, Doesburg, Doetinchem, Franeker, Goor, Gorinchem, Groningen, Helder, Hilversum, Hoogezand, Hoorn, Joure, Krommenie, Leiden, Maarssen, Maastricht, Nijmegen, Oude Pekela, Sneek, Stadskanaal, Tiel, Tilburg, Utrecht, Veendam, .Velp, Weesp, Ijlst, Zaandam, Zaandijk, Zalt-BommeJ, Zuidbroek. De afdeelingen: Almelo, Apeldoorn, Beverwijk, £dam en Winschoten zonden, trots herhaald verzoek, geen afdracht vóót 31 Maart. J. G. SIKKEMA, Penningmeester,

Sluiten