Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij dachten aanvankelijk aan hen mop, maar onze zegsman bleef met een staalgezicht volhouclen, dat-ie ’t werkelijk was. In stomme verbazing sloegen weden aangeduide gade. Een christelijke penningmeester vaneen christelijke organisatie, meespelende ineen, op z’n zachtst uitgedrukt, niet-christelijk tooneelspel en last not least op een propaganda-feestavond van den modernen (socialistischen... briT...) Bond, dat hadden we nog nimmer op de viool hooren spelen. En tóch, het was zoo; de man deed zonder eenig gewetensbezrvaar mede, zoo werd ons verzekerd. De persoon in kwestie, zoo werd ons verteld, is zoo christelijk als die stoel, dia daar staat en eigenlijk heeft hij niet het minste bezwaar tegen den modernen bond, maar toch kunnen wij hem niet bewegen tot ons over te komen. Wij hadden vele staaltjes van zonderlinge eigenschappen van leden van den Chr. Bond meegemaakt, maar het bovenstaande deed toch wel de deur dicht. Overigens waren we in onze ervaringen, dat de Christelijke vakorganisatie heel wat elementen bevatte, die in wezen heel ver yan het christen-zijn af stdflöen, weer wat verrijkt. Zoo denken wij.er niet alleen over. Het stukje in ~De Gids” waarover we in den aanvang schreven, is daarvoor het beste bewijs. We zullen bedoeld stukje hier laten volgen: (Vereenvoudigde spelling.) „Bij de overgrote toeloop, die ook de Christelike vakverenigingen inde oorlogsjaren en kort daarna kregen', was er zeer zeker aanleiding, om te waarschuwen dat men niet allerlei elementen als lid zou toelaten, die naderhand zouden blijken, eigelik niet in onze organisaties te behoren. Gevreesd werd, dat men ter wille van een groot ledental minder op de kwaliteit zou letten, en ook, dat de toch reeds grote drang naar het materiële nog gevaarlik versterkt zou worden. Nu is voor deze vrees alle reden. Toch is er een tegenstrijdigheid, die oplossing vraagt. Enerzijds is er de begeerte, om zo veel mogelik leden in te boeken, én opdat onze eigen vereniging sterker worde, én (hoger motief!) opdat het ideaal: alle vakgenoten georganiseerd! naderbij kome; anderszijds is er de aandrang, om het Christelik beginsel zuiver te houden. Hier komt nog iets bij. Wij achten onze vakorganisatie de beste: niet slechts voor ons zelf want anders hadden we ons niet bij haar aangesloten, maar ook voor anderen, want de beginselen, waaruit zij voorkomt, achten wij eveneens de beste, omdat ze de hoogste zijn. Inde politiek handelen we op dezelfde manier. Onze politieke partij, of liever: haar beginselen, achten we zó deugdelik, dat we dienovereenkomstig het hele land, ja, de hele wereld geregeerd zouden willen zien. Alle kiezers wekken yve op, om die politiek door hun stem te steunen- We vragen ze niet, ja, we verfoeien, om ze te vragen, tegen hun beginsel in te gaan. Maar we trachten hen er van te dooruringen, dat ons beginsel beter is, zoodat ze er toe zuilen komen om daaraan de voorkeur te geven, ook al zijn ze dit nog niet zó toegedaan, dat we ze als lid van onze beginselvaste politieke partij zouden toelaten. ’t Is de „kleurloze middenstof”, die nog tot een beginsel gebracht moet worden. Die kleurloze middenstof is ook onder de arbeiders en bedienden, in niet geringen getale.. . Moeten, mogen we die prijsgeven aan dein ons oog principieel verkeerde vakbeweging ? We willen ze ook niet ongeorganiseerd laten. En we willen onze vakvereniging zuiver houden. De enige oplossing zal dus zijn: ze toelaten tot onze Christelike vakvereniging, en ze daarin een zodanige plaats geven, dat ze wèi een gunstige invloed van deze kunnen ondervinden, doch geen ongunstige op haar kunnen uitoefenen. Inde Statuten zou een bepaling moeten komen, dat ze geen bestuursfuncties mogen uitoefenen, -en bij belangrijke beslissingen (of bij alle) niet mee mogen stemmen, in geen geval bij Statutenwijziging of referendum. Men mag van hen geen instemming eisen met de grondslag (wèl met het doel) onzer verenigingen, en dient ze door naamgeving van „hospitanten” of andere titel te onderscheiden van de andere leden, die (vol) stemrecht hebben. Dooreen zodanige regeling (die natuurlik nadere uitwerking behoeft! voorkomen we, dat één man of vrouw ongeorganiseerd blijft door onze schuld, of dat één man of vrouw door onze schuld gedreven wordt naar een vakvereniging, waarin hij of zij toch eigelik niet hoort solang doop of belijdenis te enenmale verlochend is.” Amsterdam.; F. J, WELZENBACH.

De schrijver wil dus voor niet-chxistelijke personen een soortement afzondering in het leven roepen zooals b.v. op de wijze, als oud-Israël de soort Joden-genooten kende. | Dat waren heidenen uit de hen omringende ; volkeren, die tot het jodendom waren gekomen. De schrijver wil dan zeker de menschen laten keuren, om te weten,-in hoeverre ! of ze ais christen of christengenoot geijkt 1 kunnen worden. Het geheele voorstel is de redactie van „De Gids” natuurlijk al te absurd en (maar dit zeggen ze er niet bij) al te onvoordeelig. De redactie antwoordt als volgt: „De heer Welzenbach zond ons het bovenstaande ter plaatsing in „De Gids”. Aan zijn verzoek hebben we gaarne voldaan. Hoewel zeer waardeerende zijn goede bedoelingen, meenen wij toch, dat hetgeen de heer Welzenbach wil, practisch niet voor verwezenlijking vatbaar is. Wanneer wijde „kleurlooze middenstof” in onze beweging willen hebben, daaronder gaan propageeren, om te trachten, hen voor onze beweging te winnen, en we beginnen dan die menschen in onze beweging ineen uitzonderingspositie te plaatsen, als door den heer Welzenbach bedoeld wordt, dan gelooven wij, dat die „kleurlooze” middenstof er voor bedanken zal, in onze beweging plaatste nemen. Toch zal er onder die kleurlooze midden stof, die ons standpunt nog niet doelbewust aanvaardt, die onze beginselen nog niet als richtsnoer heeft genomen, gewerkt moeten worden. En hoewel er keur moet aangelegd worden, opdat geen elementen in onze vakbeweging gebracht worden, die onze beweging zouden kunnen doen „verwateren”, meenen wij toch, dat die keur niet al te streng moet zijn, Wij moeten geen arbeiders afstooten, die door ons afstooten naar de „moderne” vakbeweging gaan en daar tot strijders gemaakt worden in het leger van den klassenstrijd. Er zijn ons voorbeelden bekend van arbeiders, die, hoewel het aanvaarden van de Christelijke levensprincipes voor hen geen realiteit geworden was, zich organiseerden in onze Christelijke vakbeweging, omdat zij inde roode vakbeweging zich niet wilden organiseeren, en die door middel onzer Christelijke vakbeweging, door den omgang met Christenen, die het gevolg was van het zich aansluiten bij de Christelijke vakbeweging, tot de Christelijke levensovertuiging zijn gekomen en thans een eereplaats in onze beweging innemen. Men moet het gevaar der kleurlooze middenstof toch'ook weer niet overschatten. Inde meeste gevallen zijn dat geen menschen, die zich naar voren dringen of die trachten leiding te geven. En juist op de leiding onzer beweging komt het in hoofdzaak aan.” Zie je, zoo is de meening van de redactie, laat maar komen wat wil, christelijk of kleurloos, dat hindert niet. De „keur” moet niet al te streng zijn, zoo oordeelt de redactie en dat gelooven we graag. Als inderdaad het gehalte van het gros der leden van den Christelijken Metaalbewerkersbond „gekeurd” zou moeten worden, dan gelooven we, dat er niet zoo heel veel was-echte christenen zouden overblijven. Dat weet trouwens een ieder die de propaganda van den Chr. Bond heeft gadegeslagen. Neen, van principes alleen kan de Christelijke vakbeweging niet bestaan, dat staat vast. Het loon voor veeljarigen trouwen dienst. Ook te Kinderdijk begint zich, evenals inden omtrek, het spook der werk-, loosheid te vertoornen; natuurlijk of kunstmatig in het leven geroepen, dat willen we in het midden laten. Bij de firma Gebrs. Jonker zijn 20 man van de 65, die het personeel telt, ontslagen. Nu mogen we wel aannemen, dat de werkloosheid aan deze onderneming niet kunstmatig is, maar daarover willen we het nu niet hebben. De menschen die nu ontslagen zijn en waartoe er behooren met 20, 30 en nog meer dienstjaren, zijn goeddeels reeds op een leeftijd van 50, 60 en zelfs 65 jaar. Wellicht zullen zij steeds inde verwachting geleefd hebben, dat de patroon hen wel zou sparen. Hun desillusie moet dan ook wel zeer groot zijn. Altijd spraken zij met veel lof over „hun” patroon, dag en nacht stonden zé gereed, weer of geen weer, om hem te | dienen. Hun patroon verkocht wel eens een grapje, ging nogal gemoedelijk met hen om en och, dan namen zij het niet zoo nauw j als somwijlen, niet minder gemoedelijk, een deel van hun zuur verdiend overwerkloon

werd ingehouden. Arme ontslagenen, gij hebt uw meester trouw gediend en wat is nu uw loon ? 1 De organisatie hadt gij niet noodig; door : uw lamlendige slappe houding hieldt gij bovendien vele jongeren, waaronder uw eigen zoons, van de organisatie af. Wel erg ■ hardhandig zijt gij thans uit uw dommel wakker geschud. Gij zijt op uw ouden dag een illusie armer, maar daartegenover een ervaring rijker geworden. Naar ik vernam is één van de oudjes naar het kantoor gestapt en heeft daar zijn patroons beklag gedaan over de ongedachte behandeling. Ja man, wat hielp dat ? Gij hebt al die jaren voor niets geleefd, hèt leven is over u heengegaan, gij hebt maar doorgèsjokt van den morgen tot den avond, zonder verzet, steeds tevreden met uw lot van onvoldoend betaalden arbeider. Dacht.gij werkelijk dat de patroon voor u een uitzondering zou maken ? Verwachttet gij clementie van dien patroon, die eens, toen een oude knecht moest worden begraven, tegen de 8 man, die aan de begrafenis deelnamen, zeide: „Je moet maar flink doorloopen, dan kunnen jullie vanmiddag om 1 uur weer te werk zijn”. I Waar moet gij nu heen, naar de Diaco- 1 nie ? Een steunregeling is hier niet, dank zij de houding van het gros der arbeiders. Wij hopen dat de smaad dezen menschen aangedaan, voor hen een vingerwijzing zal I zijn voor de toekomst. Al is het ook laat, [ zoo is het nu nog de tijd, om mede door j voorbeeld de aansluiting bij de afdeeling Kinderdijk . van den Alg. Ned. Metaalbewerkersbond te bevorderen. Steeds heeft onze afdeeling, zooveel als in haar vermogen was, getracht, de belangen van de metaalbewerkers te dienen. Dat zij niet meer kon doen, is niet haar schuld. De I groote massa van de vakgenooten bleef ! verre van ons of verliet na eenigen tijd de j organisatie. Dank zij den lakschen geest, I zijn we in ledental sterk achteruitgegaan ! en mede daardoor hebben de werkgevers nu weer de handen vrij gekregen. Ook bij de firma v.d. Lee te Alblasserdam zijn ruim 20 man ontslagen. Het gevolg hiervan is, dat de. overigen dag en nacht moeten werken om een boot op tijd gereed te krijgen. De heer Oostendorp, directeur van deze onderneming, beweert steeds dat de loonen zijner werklieden liooger zijn dan die van de Fransche en Belgische arbeiders en dat daardoor niet kan geconcurreerd worden. Dat hij met z’n middeleeuwsche machines niet met z’n tijd meegaat en andere ondernemingen de zijne dus ver vooruit zijn, schijnt niet tot hem te kunnen doordringen. Toch is er in deze zaak geld en ruimte voldoende beschikbaar om deze naar de eischen des tijds in te richten. Metaalbewerkers van Kinderdijk en Alblassèrdam! Sluit u aan bij uw organisatie ! Gij doet het dan laat, maar gelukkig nog niet te laat. DE SECRETARIS. Uit de Afdeelingen. AMSTERDAM. Over de afgeloopen maand Juli IQ2I boekte de Gemeente-Arbeidsbeurs te Amsterdam voor de afdeeling voor mannelijke beroepen 6779 aanbiedingen van werknemers, 2746 aanvragen van werkgevers en 2553 plaatsingen en voor de afdeeling voor vrouwelijke beroepen 3077 aanbiedingen van werkneemsters, 2989 aanvragen van werkgevers en 2301 plaatsingen, waarvan door bemiddeling van de met het Bureau voor Beroepskeuze verbonden bemiddelingsafdeeling voor jongelieden resp. voor jongens 375, 166, 150 en voor meisjes 113, 72 én 37. Bemiddeling metaalbedrijf. Am- Aan- Plaatbiedingen Vragen singen, .Bankwerkers 288 97 97 Electriciens 154 3333 Instrumentmakers 9 3 3 ' Koper- en blikslagers 38 77 Metaaldraaiers 37 6 6 Metaalslijpers 854 Verwarmingsmonteurs 2211 11 Rijwielherstellers 53 q 9 Vuurwerkers 123 3 Overige beroepen 190 2727 BIQ 202 20X DEVENTER. Acts® cSsr ptaatselijke vakcentrales, Door de 4 samenwerkende ; plaatselijke vakcentrales is in hun laatste vergadering besloten, een onderhoud met het burgerlijk armbestuur over de kwestie der uitgetrokken werkloozen aan te vragen. Het standpunt der vakcentrales is, steun voor dé uitgetrokkenen over de schijf der organisatie, waarvan de betrokkenen lid I zijn, te verkrijgen. Daarmede wordt voor 1 deze menschen de gang naar het burgerlijk armbestuur voorkomen. Daarin toch 1 ligt juist het minderwaardige voor deze menschen, die geheel buiten hun schuld, ge' dwongen werkloos rondkopen. Tevens zal ineen conferentie bij B. en W. er op a'an-

gedrongen worden, meerdere werkloozen aan de gemeentelijke productieve werkverrichting te plaatsen. Verder zal getracht worden, dat van gemeentewege maatregelen worden getroffen tegen de enorme hooge prijzen van aardappelen en groenten, die de handelaren hier ter plaatse noteeren. — MöCting voer Geheelonthouding en PlaatSElijk© Keuze, Wij wekken onze leden op voor deelname aan bovengenoemde meeting, welke Zondag 21 Augustus plaats heeft. Vooraf gaat een optocht met muziek en praalwagen. Opstelling 2 uur op het Stationsplein. NIJMEGEN. De aandacht van de leden wordt er op gevestigd dat de Bode-Administrateur gedurende de dagen 28 Augustus 3 September met vacantie ia. HET BESTUUR. SCHIEDAM. Door de Directie van de N. V. Corns. Swatttouw’s Constructiewerken en Machinefabriek is aan de in haar' dienst zijnde werklieden een contract ter teekening, aangeboden. Aan deze onder| neming bestaat zoo wat van alles niets; er I is zelfs geen ziekteverzekering. Het eenigste wat er is, is een behoorlijke opzegter-I mijn van acht dagen en dit werd in het ter teekening aangeboden contract nog teruggebracht op één etmaal. De heeren werkgevers , moeten toch een verbazend vreemde opvatting hebben van wat er in een arbeider omgaat, maar daarnaast kan het zijn nut hebben, de ■metaalbewerkers er eens op te wijzen, dat het ook mogelijk is, dat dit voortspruit uit de houding van hen zelf. Nog harder aanpakken zal geboden zijn Deze Directie heeft onzen bestuurder I Spanning ter conferentie de mededeelmg i gedaan, dat zij er veel voor voelt en er ook i baat bij vind, om, wanneer zij een aantal i arbeiders, voornamelijk voor haar karweiwerk, noodig heeft, zich in verbinding te stellen met de kerkelijke organisaties. Mogelijk dus, dat de bestaande verhoudingen ten opzichte van de arbeidsvoorwaarden een getrouwe afspiegeling van de bewezen diensten zijn. Door de werklieden xs echter geweigerd het aangeboden contract te teekenen. Teekening is dus niet voorkomen door een conferentie van de anderen. Inmiddels is door onze afdeeling het personeel ter vergadering opgeroepen. Deze goed bezochte vergadering gaf onzen districtbestuurder opdracht, namens het personeel en onze organisatie bij deze directie aan te dringen, dat minstens in dit reglement moet worden opgenomen, alvorens zij tot teekening kunnen overgaan: vacantie en ziekteregeling, doorbetaling van verzuim bij begraven van familieleden, bevalling der militie, enz., benevens doorbetaling van' de feestdagen. • Het is te begrijpen dat wij, wat dit betreft, deze wenschen, die vrijwel algemeen burgerrecht hebben verkregen, kunnen onder s chrij ven. We meenen te mogen opmerken, dat de werklieden wel gebruik hadden kunnen maken van betere tijdsomstandigheden. Inmiddels zullen wij het probeeren. Porder Abbevé mag het ook doen. Wat hij. brengt is ook winst en zullen wij niets afslaan. DE CORRESPONDENT. Buitenland. ALCO HO [.BESTRIJDING. Co goesfe resultaten wan het gebrek aan alcohol in Duitschslmfi. Kortgeleden werden in ,,M edi z in a 1- statistische Mitteilungen aus dem Reiclisgesundheit . amte” (band 21) de gunstige uitwerking van het aleoholgebrek gedurende de oorlogsjaren op de volksgezondheid gepubliceerd, en bleek deze uit volgende getallen: 1 Januari 1914 waren in Duitsche gestichten voor geestes- en zenuwzieken (met uitzondering van Elsas-Lotharingen) 3046, einde 1917 nog maar 1260 mannelijke burgerlijke personen in behandeling, dus een achteruitgang van 68 pCt. Nog duidelijker vertoont zich de afname der drankzucht en ' haar gevolgen in de getallen der wegens alcoholisme ter behandeling gedurende korteren of langeren duur in deze gestichten opgenomenen. Gedurende 1914 waren het 6264 mannelijke personen, gedurende | 1917 maar 1073, dus ongeveer 83 pCt. minder. Zeker moet hier in aanmerking gc■ nomen worden, dat er zooveel mannen van den in aanmerking komenden leeftijd als soldaten in dienst geroepen werden —- ook wijst daarop de aanmerkelijk mindere achteruitgang bij het vrouwelijk geslacht — maar, zegt het ,,Rechtsgesundheitsamt” niet ten -onrechte: Men |ast zeker niet mis, als men als werkzaamste oorzaak aanneemt, de duurte en noodzakelijke beperking van ’t gebruik van alcoholische dranken. Wel moet het aantal in 1917 nieuw in behandeling genomen alcoholisten nog altijd als zeer hoog aangemerkt worden, A. J.

Sluiten