Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bondgenooten 2 Bij tienduizendtallen worden op 23 SEPTEMBER a.s. te AMSTERDAM eisch van MEDEZEGGENSCHAP. Zult gij voorbereiding. – Sluit U aan bij de Uil HU ■■■■■ UW.!■ mnimin 1111 – ■■■■ -- – – – ■ 1 .

leden, die wèl aa,n ’t werk waren gegaan. Daar1 was slechts één meening bij allen: geen uitkeering meer verleenen. Dat sprak trouwens vanzelf. Waar immers een 140 a 150 van onze leden onder toch ook moeilijke omstandigheden aan ’t werk waren gegaan, is het volkomen te begrijpen, dat ook zij van meening waren, dat aan de leden, die eigener beweging meenden te moeten blijven rondloopen, geen steun meer moest worden verleend. Op één enkele uitlating van Rosseau willen we nog even het licht laten vallen. Hij schrijft („De Metaalarbeider” van 16 Juni) : „Toen het voor deze leden, plm. 140, vaststond dat zij geen steun kregen van hun organisatie, verzochten zij de Federatie een bemiddelingsvoorstel in te dienen.” Wanneer stond liet nu voor de betrokken leden vast, dat verdere uitkeering niet meer zou geschieden ? Dat Avas op Dinsdag sjuni; geen dag eerder, want op dien dag is het hun vrij positief meegedeeld. Dien Dinsdag of daarna zouden dus onze leden het verzoek gedaan hebben om een bemiddelingsvoorstel in te dienen. Hier dringt de vraag: welk voorstel? ’t Is niet goed en nuttig van Rosseau om z’n fantasie al te veel den vrijen loop te laten. Dat z.g.n. bemiddelingsvoorstel was op Zaterdag 2 Juni alreeds bekend; Rosseau zélf heeft er toen reeds met een aantal van onze leden over gesproken. Maar met een staal gezicht Avekt hij ondanks dat de voorstelling, alsof onze leden, toen „vaststond dat zij geen steun kregen” (op 5 Juni dus), bij de Federatie kwamen vragen een bemiddelingsvoorstel te doen. En daarnaast heeft ie godbetert de vrijmoedigheid gehad om niet namens eigen ledien, doch in opdracht van de leden van 4 organisaties een bespreking met den Metaalbond aan te vragen om tot oplossing van dén strijd te komen, ’t Waste grappig om het onvermeld te laten. De strijd inde verwarmingsindustrie. Ons vermoeden is bewaarheid geworden, de georganiseerde werkgevers inde ver-Avarmingsindustrie hebben het op een strijd laten aankomen, trots het kleine verschil, dat er in laatste instantie nog bestond. De staking is thans een voldongen feit voor de navolgende firma’s: Amsterdam: Korsten, Therma, Huygen en GeAmke, Obelt; Arnhem: Stokvis; Den Blaag: Deerns en Westeringh, Slotboom ; Rotterdam : Huygen en Wessel; Utrecht: Zimmermann. Hieruit blijkt dat, op een enkele uitzondering na, bij alle leden van den bond van Averkgevers wordt gestaakt. Yoozoover wij hebben kunnen nagaan, zijn bij deze staking pl.m. 150 arbeiders betrokken, Avaanmn 99 leden van onzen bond, 15 leden van den R.-K. bond, 21 leden van de Federatie, 2 leden van den Christelijken bond en 13 ongeorganiseerden. * * ,* Door het bestuur van de Landelijke Federatie van MetaalbeAverkers is in deze om samenwerking gevraagd. Ons bestuur en dat van den R.-K. bond hadden daartegen geen bezwaren, mits de Federatie bereid was zich te onderwerpen aan meerderheidsbesluiten en die te helpen uitvoeren. De Federatie stelde daartegenover, dat geen overeenkomst met den Bond van Werkgevers zou Avorden afgesloten zonder haar. Over beide bovengemelde yoönvaarden

hebben de besturen zich nader beraden en een beslissing genomen. Door ons bestuur is, mede in verband met het feit, dat de R.-K. bond niet bereid was de laatstgenoemde voonvaarde te aanvaarden, aan het bestuur der Federatie het navolgende schrijven gezonden: „Aangezien het bestuur van den R.-K. Metaalbewerkersbond niet bereid is punt twee der geformuleerde voonvaarden te aanvaarden, bestaat er A-oor ons bestuur geen aanleiding thans reeds een definitieve beslissing door onze betrokken leden te doen nemen. Het lijkt ons inde gegeten omstandigheden het beste, dit punt van geschil voorloopig te laten rusten en nader, als het afsluiten vaneen overeenkomst aan de orde is, door de betrokken arbeiders te doen beslissen.” Wij meenen hiermede in het belang der aanhangige zaak en naar den geest onzer betrokken leden gehandeld te hebben en zien het besluit der Federatie met belangstelling tegemoet. Intusschen kunnen de betrokkenen hun meening over deze aangelegenheid kenbaar maken. * * * iVoor het overige is er weinig bijzonders te vermelden. De meeste werkgevers hebben hun arbeiders, zooals dat meermalen bij stakingen het geval is, een ontslagbrief thuis gestuurd. De betrokkenen zullen goed doen zich daaiwan niets aan te trekken. De strijd wordt onverzAvakt doorgezet, tot het tijdstip dat de werkgevers bereid zijnde eischen der arbeiders in te willigen. 1 1 fsn TROUW AAN DEN BOND SOLIDARITEIT! IJVERIGE PROPAGANDA WIE DEZE DRIE ZAKEN FLINK EN NAAR BESTE KRACHTEN BEHARTIGT, DOET ZIJN PLICHT. fat —.TT-.. .■ —a Economische(huishoudelij ke) democratie. Naast de reeds behandelde taak om het innerlijke der bedrijven zoo te vervormen (zié Democratie in bedrijven), dat elke arbeider en employé zich daarin welbehagelijk gevoelt, heeft de vak- en arbeidersbeweging nog een andere ingrijpender taak, n.l. ons geheele economische leven te vervormen, nieuAv uitte bouwen. Het gaat er om dat economische leven te ontkapitaliseeren en te socialiseeren, d. av. z. den uitbuitings- en woekergeest met zijn werkeloos inkomen uitte roeien en daarvoor inde plaats den geest van solidarisme te brengen. Wil de menschelijke samenleving zich echter op een nieuwe basis be-Avegen, Avillen de gedachten en eischen van het socialisme werkelijkheid Avorden, dan moet ons werken en huishouden een geheel anderen glimp hebben. Het economische leven is nu eenmaal de grondslag, het fundament (Karl Marx noemde het den „Untergrund”), Avaarop de menschelijke samenleving in al haar geestelijke, psychische en beschavende betrekkingen Avordt gebouwd, dat is de factor, die mede de zedelijke verhouding der menschen tot elkaar bepaalt, die een wezenlijken invloed uitoefent op ons doen en laten, het is de voedingsbodem waarop heerlijke bloemen en vruchten (maar ook vergiftigde en onkruiden) ontspruiten. De verandering van ons economisch leven in den geest van het democratische socialisme is de voonvaarde vaneen verandering van onzen innerlijken mensch.

De verschillende kerkgenootschappen en moraliteitsstelsels van het verleden en heden gaan uit van de onderstelling, dat het mogelijk zou zijnde menschen innerlijk langs den weg der ontwikkeling, verlichting en opvoeding tot zedelijk handelende individuen te maken, zonder de economische verhoudingen te wijzigen. Een leerzaam voorbeeld dezer krachtlooze methode levert ons de ontwikkeling van het Christendom.. Het Christendom was oorspronkelijk een proletarisch-socialistische wereldbeschouwing, verloor dat karakter echter geleidelijk, toen het vasten voet kreeg en tot heerschappij kwam. Het paste zich aan bij alle politieke en economische verhoudingen der afzonderlijke landen en volken, het wist zich evengoed bij de antieke slavenhuishouding, het middeleeuwsche feodalisme als bij ’t moderne kapitalisme te plooien; het beperkte zich ertoe de menschen door prediken en leeren, door aanmanen en waarschuwen, door bedreigen en straffen tot het goede te bekeeren. Deze methode moest echter fiasco lijden en heeft dan ook volledig teleurgesteld ; het is nooit gelukt de menschen, met uitzondering wellicht van enkele individuen, tot ware christenen te maken. Zonder twijfel hebben er in alle tijden goede christenen bestaan – evenals er ook goede heidenen, joden, buddhisten, mohammedanen enz. hebben bestaan maar nooit en nergens kan een christelijke gemeenschap aangatoond worden, welker leden allen volledig inden geest van het Christusevangelie leefden of leven. De economische verhoudingen ontwikkelen zich inde afzonderlijke individuen en inde afzonderlijke groepen, aandriften van zelfzuchtigen of groepen-egoistischen aard, die sterker zijn dan de invloeden van het Christendom. Dat feit is tegemvoordig onweerlegbaar geworden; wie op heden, bij deze prijsdrijverij en woeker nog van een christelijke moraal in onze samenleving Avil oreeren, verwekt ten hoogste een smadelijk lachen. De uitbuiters, 0.W.-ers en woekeraars, de boeren, fabrikanten en handelaars treden de christelijke moraal met voeten en hebben bovendien den treurigen moed zich als christen uitte spelen en toch: ~Niet zij, die Heere Heére zeggen, zullen het rijk der hemelen zien, maar zij, die den wil doen van mijn Vader inden hemel!” heeft de groote Meester gezegd. Door het inzicht, dat de innerlijke en uiterlijke verhoudingen het doen en laten der menschen bepalen en dat beide veranderd moeten worden, verheft zich het socialisme torenhoog boven alle religie- en moraliteitsstelsels. Feitelijk zien wij, hoe het er ernstig naar streeft vooraf bepalingen te sdheppen, opdat lichamelijk en geestelijk gezonde menschen een bestaan vinden en dat zij tot bekwame leden der menschelijke samenleving opgevoed worden, evenals het er op uit is ons geheele economische leven grondig te vervormen. Ook om een andere reden Avordt de ont-kapitaliseering van ons economisch leven een gebiedende noodzakelijkheid. Inde kapitalistische huishouding worden de z.g. onderste lagen door de economisch sterken niet alleen uitgebuit en verschalkt, zij worden ook rechtloos tot onvrije menschen verlaagd. De kapitalistische staat is en blijft een klassenstaat en de kapitalistische maatschappij blijft een klassenmaatschappij, Avat maar gebrekkig bedekt Avordt, door de arbeiders allerlei schijnrechten en schijnvrijheden te verleenen. Als Avij nu bij gebrek aan een passender voorbeeld even een kijkje over onze Oostelijke grenzen nemen en den toestand van voor den oorlog met dien van na de revolutie in November 1918 vergelijken, dan merken wij het volgende op. Reeds toen hadden de proletariërs schijnbaar allerlei rechten en vrijheden; zij hadden het algemeen kiesrecht (voor den Rijksdag), het recht van vereenigen en vergaderen, het recht der vrije meeningsuiting, godsdienstvrijheid enz. Desondanks Avaren er millioenen menschen, die tengevolge van hun economische afhankelijkheid van het kapitaal niet in staat Avaren naar goeddunken van de hun verleende rechten en vrijheden gebruik te maken, omdat zij daardoor economisch nadeel te vreezen hadden. Talrijke arbeiders hadden geen vrij kiesrecht, de, werkgevers drukten hun een

stembriefje inde handen (bij ons tracht men, als de voorzitter meegaande is, he hokje binnen te g'aan om den kiezer t beïnvloeden) en leidden hen als een kudde schapèn naar de stembus. Voor millioener employé’s bestond geen coalitierecht, om dat zij eenvoudig op de keien werden gezet, als zij tegen den zin van hun werkgevers zich bij een organisatie aansloten Ook het recht der vrije meeningsuiting was voor raillioenen economisch-afhankelijke menschen een vodje papier, zij mochten hun meening niet in ’t openbaar uiten, zooals zij was, maar moesten van hun hart een moordkuil maken, anders werden zij geslachtofferd. Zoo was het toen in Duitschland en zeker zal wel geen makker als tegenhanger bij ons willen zingen „Wij leven vrij, wij leven blij Op Neêrlands dierb’ren grond....”? Heden, na de Novemberrevolutie van 1918 is het in Duitschland wezenlijk beter geworden, maar kan van werkelijk gelijk recht en werkelijke vrijheid geen sprake zijn. Eerst dan, wanneer ons economisch leven uit het moeras van het' kapitalisme gehaald zal zijn, eerst dan, wanneer geen ondernemer meerde macht bezit de arbeiders in afhankelijkheid te houden, eerst dan zal elk, die in het bedrijf zijn plicht vervult, buiten het bedrijf als vrij man, mede als gelijkgerechtigd en gelijkwaardig staatsburger beschouwd worden. Deze volstrekt noodzakelijke vervorming van ons economische leven inde lijn van het democratische socialisme kan alleen plaats hebben met medewerking van alle proletarische lagen. Alleen dan, als het geheele proletariaat het noodige inzicht, den noodigen wil en de noodige kracht bezit om voor deze groote taak berekend te zijn, zal het werk lukken. In Duitschland heeft het proletariaat door de revolutie het recht tot socialisatie en democratisatie bereikt, het is echter de vraag, of het ook de macht kan vergaren, die noodig is om het kapitalisme in al zijn vertakkingen uit den weg te ruimen; niet alleen de taak der productie en de daarmede verbonden technische en administratieve leiding, maar ook de distributie onder de verbruikers en de daarmede verbonden moeilijkheden te overwinnen en het socialisme werkelijkheid te doen worden, Men stelle zich deze taak niet te gemakkelijk voor. in Italië had men ook gedacht, misleid door de bolsjewistische „fata morgana” der „proletarische dictatuur”, dat men er tvas, als men eenvoudig de fabrieken bezette en zelf produceerde. Bij ontbreken van de noodige technische en commercieele leiding moest deze manoeuvre schipbreuk lijden en als gevolg daarvan Avon de reactie inde gedaante van het fascisme veld en vernietigde grootendeels de met moeite en opoffering opgebouwde proletarische beweging voor wellicht jaren. Gemakkelijk is die taak ook in Duitschland niet en als verdeeldheid, lauwheid en onverschilligheid inde massa niet door daad- en wilskracht vervangen Avordt, zijn ook daar de vooruitzichten voorloopig nog niet gunstig. Klaarblijkelijk spant het kapitalisme al zijn krachten in om zijn machtspositie te handhaven en te bevestigen; het zou echter noodlottig zijn daarom den moed te verliezen. Over korten of langen tijd zal het hier of daar moeten blijken, of de volkshuishouding tot socialisatie of kapitalistische monopolisatie zal overgaan. Hier doet zich het noodlotsprobleem der Europeesche volken, van het Europeesche proletariaat met haar „Medusa-gelaat” aan den horizont zien. Zooveel is zeker, OAmrwint het „Upper-kapitalisme”, dan is het gedaan niet economische democratie en, socialisme, met vrijheid en gelijkgerechtigheid; dan wordt het proletariaat weder in het moeras geduwd, waaruit het zich met inspanning, strijd en opoffering omhoog heeft weten te werken. Daarom is het overal, ook bij ons (gij voelt reeds de kapitalistische vuist inden vorm van loonsverlaging enz.), de heilige plicht van het proletariaat van de toegekende rechten gebruik te maken, opdat de ontwikkeling opwaarts stijgt en niet daalt. Luctor et 'emergo (ontworstel aan de baren). NE MO.

Sluiten