Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Me# spreekt van „afroömen” door emigratie, maarde vergelijking gaat niet op, want inde bevolkingslagen ligt onder de bovenste laag een tweede, die tenmin- j ste evengoed is als de eerste èn alleen door den druk van de eerste niet tot ontplooiing kan komen. Elke zakenman zal uit ervaring kunnen vertellen, hoe bij vertrek van chefs de bureau, van bazen, opzichters, enz., uit het personeel krachten naar voren komen, die tot dusverre niet waren opgemerkt. Vooral ineen land als Nederland, waar allen een zelfde soort van onderwijs genieten en talloozen zich op eigen gelegenheid verder bekwamen, schuilen er inde breede rangen der minderen nog ongekende latente krachten. Door emigratie aan te moedigen komt er schot in, kunnen zij, die op den tweeden en derden rang staan, kans krijgen naar voren te komen en zal er een opleving van hoop komen in verdere breede lagen.” Wat vinden we nu in dit opponeerend wederwoord bevestigd? De liberale theorie is altijd deze geweest, dat elk individif zichzelf, al naar gelang van aanleg en bekwaamheid, een weg door het leven baant. De intelligenten en doortastenden komen er toch wel, hoe de omstandigheden ook zijn, zoo is ons altijd voorgehouden. Onzerzijds is daartegenover steeds beweerd, dat aanleg en genie gedood worden bij talloos velen, die op jeugdigen leeftijd geen vrije keuze hebben, maar door ’s ouders armoede eenvoudig gedwongen worden zoo spoedig mogelijk geld te verdienen. Dat is altijd ontkend. Maar nu komt de schrijver, die we hier boven citeerden, tot de gevolgtrekking dat, zoodra een groot deel van hen, die tot de eerste laag behooren, door emigratie zal zijn afgevloeid, de menschen van de tweede laag in staat zullen zijnde eerste volkomen te vervangen. Hierin ligt dus opgesloten dat zij, welke thans tot de tweede laag behooren, er zelf niets aan kunnen doen, dat zij het niet hooger gebracht hebben. Immers, er zit geen schot in al waren zij nog zoo intelligent, de kans was er eenvoudig niet om hooger te klimmen op de maatschappelijke ladder. Hiermede js de redeneering, dat ieder die wil en kan, gelegenheid heeft om zich op te werken, volkomen gelogenstraft. Zóo kan een gedachtenwisseling over hel nut en de gevolgen van emigratie er toe leiden, dat het onlogische vaneen oude theorie, zij het ook onbewust, wordt aangetoond. De Metaalbond en de arbeidersrechten. Wat wij aan den Metaalbond hebben wanneer er recht verkregen moet worden voor de arbeiders inde bedrijven, die bij dezen Bond zijn aangesloten, hebben wij hier te Rotterdam weer eens mogen ervaren bij een loonsverlaging aan de fabriek van Van Berkels Patent, Keileweg. De arbeiders aan deze onderneming werden Zaterdag 8 Dec. 1,1. bij de loonuitbetaling verrast met de inhouding vaneen deel van hun uurloon. Wel was er voordien door dezen of genen baas gezegd, dat er wat stond te geschieden met de loonen, doch vaneen bepaalde aankondiging van loonsverlaging was geen sprake geweest. Dit was zelfs zóó sterk, dat op den Zaterdag dat de verlaging reeds werd afgehouden, de bazen, bij een vraag van de werklieden er naar, niet konden meededen wat er met de loonen precies zou geschieden. Bij de uitbetaling bk-k echter, dat de verlaging voor zoo goed als alle werklieden gold en varieerde van 2 tot 24 cent per uur. Bovendien werd aangekondigd, dat de tarieven met 25 pCt. zouden worde» verminderd. Behalve dat deze verlaging dus, zooals dit regel moet zijn voor de leden van den Metaalbond, niet in ’t „Overleg” was gebracht, werd zelfs de wettelijke termijn van aankondiging hier niet in acht genomen. Wij hebben ons over dit geval tot den Metaalbond in Rotterdam e» in Amsterdam gewend en bij de bespreking daarover kregen wijden indruk, dat de functionarissen van dezen bond het volkomen met ons eens waren, dat een dergelijke wijze van loonsverlaging invoeren niet door den beugel kon en er door den bond tegen opgetreden zou worden. De zaak heeft nu meer dan een maand geloopen en de uitkomst is. dat wijde vorige

week bericht kregen, dat de Metaalbond er niets aan doèn kan en de werkgevef het standpunt inneemt dat de nu eenmaal aanvaarde loonsverlaging gehandhaafd blijft. Als verontschuldiging voor de machteloosheid van den Metaalbond geldt dan, dat het geen algemeene loonsverlaging was, want hét was eigenlijk een gelijkmaking van de j loonen met die op den ~Boezemsingel”en er waren er ~an de 4004 500 man personeel ook nog een paar, die geen verlaging hadden gehad. Hiermede is voor den Metaalbond de zaak af en al zijnde werklieden nog zoo onrechtvaardig behandeld, dat is tenslotte bijzaak. Dit is wel het sterkste staaltje van willekeur en machtsmisbruik, dat wij dén laatste» tijd, waarin wij toch al niét verwend zijn, hebben meegemaakt. De Metaalbond heeft wel in zijn statuten staan de behartiging van dê belangen van de arbeiders inde metaalbedrijven, doch i wij schijnen nooit te kunnen snappen op wélke wijze dat door hem geschiedt. Het zal langzamerhand weer tijd worden, dat de arbeiders zelf wat sterker voor hun rechten van leer trekken. Onderhandelingen ch besprekingen met deze heeren zijn heel goed, doch hébben gewoonlijk alleen eénig resultaat als het onder onzen druk van optreden gebeurt. Zondér dat worden zelfs de eenvoudigste eischen vih recht en billijkheid weggèklctst. C. O. lüji.-——— 1 ‘ F . . „ ijfi TROUW AAN DEN BOND SOLIDARITEIT! IJVERIGE PROPAGANDA WIE DEZE DRIE ZAKEN FLINK EN NAAR BESTE KRACHTEN BEHARTIGT, DOET ZIJN PLICHT. 1 ■ . – ■» Geen juiste conclusie. Over het jammerlijk besluit van de Mij. „Nederland”, om het nieuwe schip in Frankrijk te bestellen inplaats van op de werf, die mede door die Mij. zelf tot stand is gebracht, is al heel wat geschreven en ik zou er mij niet aan gewaagd hebben er ook nog eens weer over te pennen, als er naar mijn meening door onzen voorzitter geen onjuiste conclusie was getrokken. Wat toch is het geval? Danz zegt aan het hoofd van zijn artikel: „Zelfs protectie baat niet meer” en eindigt met te zeggen dat ter bestrijding van Valuta-concurrentic protectie te verdedigen, doch voor andere doeleinden gevaarlijk is, tot prijsopdrijving leidt en de bedrijfsontwikkeling conservaieft beïnvloedt. Wij meenen dat deze conclusie ter gelegenheid van Vv4t zich bij en om dit geval heeft voorgedaan en wat er over geschreven en gezegd is, zeer gevaarlijk genoemd moet worden. Danz zegt: Wij apprecieeren de toezegging van de regeering om ƒ450.000 subsidie te verleenen en de medewerking die ongevraagd door het Amsterdamsche gemeentebestuur is toegezegd. Wij waardeeren ook de bereidwilligheid van de directie der Ned. Scheepsbouwmaatschappij en haai leveranciers om ongeveer 10 pCt. van den gecalculeerden prijs te laten vallen, hetgeen zeker een groot verlies beteekent. Maar dat alles baat niet, zoolang de internationale toestand niet verandert. Men kan door protectie voor tijdelijk wat wérk in het land houden en halen, als dat in alle landen geschiedt helpt het niet, vooral als de totaal ttf maken producten zób schraal zijn als in dén scheepsbouw hét geval ÏS. Hij komt daarmede echtér gevaarlijk dicht bij de vrijhandelaren „überhaupt” en den heer Treub, die er aan vastknoopt: Dat de Nederlandschc industrie niet kan concurreeren met de buitenlandsche, moest maar eens blijken. De Nederlandsche arbeiders moesten maar ééns leeren, dat goede en slechte naar hetzelfde niveau betaald kunnen worden, leeren dat het een onjuiste opvatting is, als zij voor zooveel mogelijk loon zoo weinig mogelijk arbeid leveren. Ook de regeering moet begrijpen, dat men, doorgaande alg nu, arbcidsschuwheid en luiheid aankweekend, van Nederland één groot armenhuis zou maken. Naar onze meening staat de zaak zoo, dat dit geval niet opgehangen kan worden aan protectie of geen protectie. De heeten, die dat groote werk aan Ons

land en onze arbeiders onthouden hebben om „wie weet welk” voordeeltje te bemach* tigen, hebben niet het recht om bij monde van één van hun commissarissen onder den mooien schijn van vrijhandel de arbeiders in onze industrie hun hooge loonen en hun luiheid te verwijt n. i Is hier bovendien we! eenige reden om van protectie te spreken? Danz zegt zelf in zijn artikel, dat de werf die het klef betrof, één van onze meest modern ingérichtc bedrijven is, wat naar zijn weten van de bedoelde onderneming in Frankrijk niet gezegd kan wórden, zoodat van bescher* ming vaneen achterlijk bedrijf geen sprake kon zijn. Inden zin, zonals de schrijver dan ook protectie opvat, was een tegemoetkoming van de zijde van de regeering en de gemeente niet op. te vatten. De Fransche regeering, die met een groote massa materiaal aan ijzer en staal waarschijnlijk geen weg weet, kan dit heel gemakkelijk ter beschikking stellen van de Fransche scheepswerven of daarop crediet verleenen. Dit geschiedt trouwens niet alleen door de Fransche overheid, die over voorraden uit het Roergebied beschikt, doch ook door de Engelsche regeering die, naar ons bekend is, ineen kort geleden voorkomend geval aan een Engelsche scheepswerf, om eén Finsche Order te bemachtigen, 2 jaar crediet verleende. Wij kunnen het ér met Danz over eens zijn, dat de Internationale koopkracht moet worden hersteld en dat er aan onze metaalbedrijven nog heel wat verbeterd kan en moét worden door de krachtige bêmoei, ingén van de georganiseerde arbeiders inde Metaalindustrie. Doch naar onze meening kan dat slechts geschieden door en met een arbeidersmassa die werk en een menschwaardig bestaan heeft. Wij moeten voor dit geval onze critiek sterk en duidelijk richten op de niets ontziende, brutale machthebbers en zaakwaarnemers van de bezittende klasse, die liever de arbeiders tot op het gebeente uithongeren en alle ellende en degeneratie van de werkloosheid laten doormaken, dan bet „gevaar” te loopen, dat eenig staats- en gemeentegeld aan het arbeidersleven zou ten goede komen. Dan heet het protectie, waar ze principieel tegen zijn en dan zijn er allerlei economische voortreffelijkheden bij de hand cm die protectie te bestrijden, doch zoo – gauw als de winsten van de heeren zelf in het nauw komen, moet er niet alleen staatssubsidie komen, doch dan moeten er mülioenen voor oorlogsschepen opgebradlt en duizenden arbeiderslevens geofferd worden. Het is aan geen twijfel voor ons onderhevig, of de „protectie” zou hier wel gebaat hebben, als de heeren dit belangrijke werk hier hadden willen houden. Die paar ton, welke nog ontbraken, zouden er dan zéker ook gekomen zijn, doch de arbeiders moesten maar eens leeren (zie de rede van Treub), dat het niet opgaat voor zooveel moge'ijk loon zoo weinig mogelijk arbeid te leveren, enz. Daaruit is ook verklaard, dat bet schip aan de Fransche werf reeds gegund was vóórdat behoorlijk met de regeering of 'gemeentebestuur over steun was gesproken. Afgezien dus van de vraag of protectie in ’t algemeen nuttig is pf a! of niet baat, waarover wij niet discUssieeren willen, mèenen wij dat de conclusie van Danz heel gcmakkclijk aanleiding kan zijn en een Wapen zou kunnen worden in handen van de reactionnaire bende óm steun van overheidswege in dergelijke gevallen nog sterker tegen te gaan. C. O. Kosten van het levensonderhoud. Het Maandbericht van het Bureau van <Je Statistiek der gemeente Amsterdam bevat o. m. een overzicht nopens de kosten van het levensonderhoud van arbeidersgezinnen in December 1923 van den volgenden inhoud: Het indexcijfer der totale kosten van het levensonderhoud vertoont sedert Maart 1920 een daling van 16.9 pCt Indien men laatstgenoemde maand op ion stelt, bedraagt het dus 83.1. Waar dit cijfer bij de vorige driemaandelijksche periode 81.0 of een daling van 19.0 pCt. bebeneden het peil van Maart 1920 bedroeg, heeft zich sedert September 1923 een niet onaanzienlijke stijging voorgedaan, en wel van 2-6 pCt. Sedert September 1920, in welke maand de duurte haar hoogtepunt bereikte met een stijging van 6.8 pCt. boven het peil van Maart 1920, bedraagt de daling thans 22.2 pCt., tegen 24.2 pCt. in September 1923. Voor de voeding afzonderlijk is 4e daling sedert Maart 1930 in December 1923 17.6 pCt., tegen 21.9 pCt. in September j

1923, hetwelk een stijging uitmaakt van 5.5 pCt. sedert drie maanden te voren. Voor een deel is deze stijging het gevolg van seizoeninvloeden, voor zoover zij n.l. betrekking heeft op de posten eieren, vetten (hoofdzakelijk natuurboter), fruit en aardappelen. Voor een ander, niet onbelangrijk deel. wordt zij echter veroorzaakt door den post melk, die in het afgeloopen kwartaal verscheidene prijsverhoogtngen heeft ondergaan. Ook de posten grutterswaren (erwten, capucijners, bruine boónen), visch (versche visch) en kruidenierswaren (thee) onder gingen een stijging, welke echter betrekkelijk gering blijft. Brood, beschuit, koek en kaas bleven ongewijzigd, hoewel van sommige artikelen uit beide groepen de statistiek enkele kleine prijswijzigingen te noteeren kreeg, die niet tot uiting komen inde berekening van de uitgave per gezinseenheid per week (vrat de eerste groep betreft, n.l. een prijsverlaging van beschuit). Een drietal posten vertoonen een daling: vleesch, suiker groenten. Voor groenten is de oorzaak hiervan gelegen in het feit, dat het jaargetijde enkele goedkoopere soorten aan de markt bracnt terwijl de daling van de groep vleesc’ het gevolg is hiervan, dat dein het midden van September j.l. ingetreden afslag der prijzen van bevroren rundvleesch toentertijde slechts voor het gedeelte der maand, dat nog moest verloopen en dus niet voor het gedeelte, dat reeds verstreken was, in rekening werd gebracht, terwijl deze verlaging thans geheel bijdraagt tot de bepaling van de uitgave voor de groep vleesch. In het overige gedeelte van het budget is sedert September 1923 niet veel bev/ ging waar te nemen. Alleen brandstof enkele onderdeden van den post huisraad vertoonen een geringe daling, waartegenover een verdere stijging staat van den post huishuur. Het eindcijfer wordt echter het meest beïnvloed door boven genoemde sterk gestegen onderdeelen van de voeding, hoewel de verhooging op deze laatste begrijpelijkerwijze door de werking op het geheel een gedeelte van haar intensiteit verliest, zoödat de op de voeding geconstateerde stijging van 5.5 pCt. ten slotte slechts een totale stijging van 2.6 pCt. veroorzaakt. De omrekening van het bovenstaande indexcijfer van 83.1 voor December 1923 op dè basis van de cijfers 213.7 voor Maart 1920 en 100 voor 1911/13 volgens de oude methode, gebaseerd op de prijzen en op de levenswijze van vóór den oorlog, geeft voor December 1923 een eindcijfer van 177.6, of een stijging van 77.6 pCt. boven het peil van vóór den oorlog, tegen 73.1 in September 1923. De daling van de kosten voor het levensonderhoud bedraagt dus sedert Maart 1920 16.9 pCt., hetgeen nog een achteruitgang betcekent vergeleken bij drie maanden terug toen de daling igpCt. bedroeg. De voorspellingen van de profeten, dat een sterke loondaling een minstens evengroote daling van het indexcijfer tot gevolg zou* hebben, zijn, dat blijkt nu uit de feiten, faliekant uitgekomen. De gemiddelde loondaling is veel sterker geweest dan de daling van het indexcijfer. Een frappant verschijnsel is, dat gedurende de laatste 3 maanden van 1923, een periode van zeer sterke loondaling, het indexcijfer nog met 3.6 pCt. gestegen is. Uit de Afdeelingen. ROTTERDAM. In *924 loopende overwerkvergunningen. Van den Hopfdinspecteur van den Arbeid, den beer Last, ontvingen wij mededeeling van de volgende overwerkvergunningen: De M ij. F e ij en o o r d voor den tij', van 37 Dec. '23 tot 37 Sept. '24 met een werktijd van 55 uren voor de geheele fabriek en wérf, voor personen van 16 jaar en ouder. De. N-V. R o t t. Mach. fabr. B ra at voor den tijd van 4 Jan. '34 tot ; Maart '24 met een werktijd van ssj-j uur voor mannen van J.B jaar en ouder. De N e d. Staal Industrie voeden tijd van 27 Dec. '23 tot 8 Jan. '24 mei een werktijd van 53 uur p.w. voor mannelijke personen van 16 jaar en ouder. De fa. Hens en, Oostmaaslaan, van 19 Dec. '23 tot 15 Jan. '24 met een werkweek van 55x/i uur voor mannen van 18 jaax en ouder. v. Berk e l’a Patent, Boezemsingel, van 20 Dec. '23 tot 28 Jan. '24 voor het irihalen van den 24sten en den 3isten December. Aan deze fabriek is verder nog over werkvergunning verleend voor een drietal werklieden om Dinsdags en Donderdags van half 6 tot 8 uur ’s avonds te werken gedurende een termijn van 12 Nov. '23 tot 31 Jan. ’?4.

Sluiten