Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stakingsvaria. Er doen zich tijdens een belangrijke staking altijd van die dingen voor, die een min of meer komischcn kant hebben. Zoo ook inde staking aan „Werkspoor”. Het „stakingscomité” worden vragen van allerei aard, ook die welke met de staking zelf slechts ineen verwijderd verband staan, gesteld. Zoo o.a. allerlei vragen voor dit of voor dat, vragen die inbonden den wensch het een of andere te ontvangen. De kunst bestaat dan hierin om de vragers te bevredigen zonder ze iets te geven. Een lid van het stakerscomité had het daarin al zeer ver gebracht. Die schreef boanetjes voor alles en nóg wat, doch als regel waren die niet realiseerbaar. Zoo kwam ons het geval ter oorc, dat een man drie bonnen had ontvangen voor een nieuwe broek, zonder er oók maar één te krijgen. Doch wanneer het ernst, is, dan Weten zij van helpen. Een onzer leden was een ongeluk overkomen en moest per ziekenauto naar eender gasthuizen vervoerd worden, welk transport zes gulden kostte. Ja, dat kon toch van de stakersuitkeering niet af. Geen nood hoor, een die het bedelen in het bloed zit, hield even een collecte onder de stakers en ineen bmmezien was ruim dertien gulden opgehaald. Zoo konden toen niet alleen de transportkosten worden betaald» doch bleef er bovendien nog wat Over voor een versnapering voor den zieke zelf. Een klein staaltje van bet edele solidariteitsgevoel. * * * POSTERSKAARTEN. Reeds in het begin van de staking liep het gerucht, dat het college van Burgemeester en Wethouders, mitsgaders de politie uitgesproken aan den kant van de stakers stonden. Op zichzelf is dit natuurlijk een zeer vereerend feit. Aanvankelijk begrepen wij maar niet, wat de oorzaak van dit gerucht kon zijn, wapt de lezer of lezeres heeft reeds begrepen, dat dit slechts een gerucht kon zijn. Tot op zekeren dag dan eindelijk de ware toedracht in heel haar naaktheid aan ons werd voorgelegd. De zaakzit zóó. 'Wij waren hij een zekeren mijnheer zijn naam zullen wij maar niet noemen op visite en het gesprek liep over de staking. En als van zelf sprekend kwamen toen ook de actualistcn op het tapijt. Op een gegeven oogenblik beet „mijnheer” ons toe: „Ja maar, dat heb je aan je zelf te danken!” Wij zaten allen als aan den grond genageld, want wij waren ons niet bewust iets gedaan te hebben, waardoor wij ons de vijandschap van de actualistcn op den hals gehaald zouden hebben. „Hij”, blijkbaar onze verbouwereerdheid ziende, liet er direct op volgen: „Ja, dan moet de Burgemeester en de Politie maar niet zoó verd ... partijdig zijn. Want dat is gewoon een schandaal.” Onze verbazing werd al grooter en wij zaten „hem” dan ook allen met open mond aan te gapen. – Organisatie in vroegere eeuwen. Sinds eenigen tijd is onze literatuur verrijkt met een zeer merkwaardig boek. De schrijver, A. J. M. Brouwer Anchen, Ambtenaar aan het Gemeente Archief te Amsterdam, heeft velen aan zich verplicht doOr uit gegevens uit de oude archieven dezer Gemeente een volledig beeld te scheppen omtrent den vorm van organisatie, zOoals zij in vroeger eeuwen werd gevonden, n.l. de Gilden. Het behoeft geen betoog dat wij, verstokte organisatiemenschen als Wij zijn, met meer dan gewone belangstelling dit werk hebben gelezen. , Wanneer wij spreken van organisatie in vroeger lijd zal wellicht menigeen verwonderd opzien. Wat? Is dan de organisatie der arbeiders niet een beweging, die feitelijk haar oorsprong vindt inde omvorming der maatschappij in kapitalistische richting ? Gaf niet het kapitalistische stelsel en de kapitalistische productiewijze den stoot tot het ontstaan der organisatie zooals wij die kennen? Zeker! Maar dit neemt niet weg dat ook inden tijd, toen de maatschappij nog niet het kapitalisme kende zooals thans, de idee van organisatie evengoed leefde en haar aanhangers vond. Er is niets nieuws onder de zon. Wat wij thans noemen het bestuur, noemde men m vroegere eeuwen bij de toen bestaande organisatie van de Gilden, de overlieden. Onze voorzitter noemde men toen den Deken. Wat wij contributie noemden werd jaarzang genoemd. Onze statuten hebben de Koninklijke Goedkeuring noodig. De oude statuten of d e G i 1 d eb r ie f had de goedkeuring noqdig van Burgemeester en Wethouders of Schepenen. Wat bij ons de beambte of ambtenaar is, heette vroeger de Gildeknecht. Wat wij noemen het zieken- en

Dat was zijn moment; hij had ons allen te pakken en toen kwam het eruit. De Burgemeester heeft de stakers van officieele posterskaarten voorzien, welke zelfs door de politie zijn afgestempeld. En, vervolgde „mijnheer”, was dat niet het geval, *de actualistcn zouden zich er nooit mee bemoeid hebben. Wij vertelden daarop aan „mijnheer”? dat ons daarvan niets bekend Was en toen werd * het zijn beurt om stom verbaasd te zijn, welke verbazing nog wel eenigermate is toegenomen, toen wij hem de „ware” geschiedenis mededeelden. Daar waren ze nu toch gemeen ingeloopen. Ziehier de feiten. De samenwerkende organisaties hadden zelf posterskaarten laten drukken. Slechts-10 waren er daarvan in gebruik en werden van post op post overgegeven. Deze kaarten waren voorzien vaneen stempel, niet van den Burgemeester of van de Politie, dóch van de samenwerkende organisaties inde Metaalindustrie. Zoo groot was de verwarring bij de heeren, dat ofschoon bovengenoemde kaarten al minstens duizend maal in het publiek aan de politie waren vertoond, toch’nog op 23 Juni een artikel inde „Nieuwe Rotterdamsche Courant” verscheen, waarin de volgende passage voorkwam; zooals * in Amsterdam onlangs de posters voor „Werkspoor” voorzien waren vandoor de politie afgestempelde posters-kaarten. Ze hadden de klok hooren luiden, maar wisten niet waar de klepel hing. * * * ' WERKWILLIGE. Op zekeren dag werd er een Italiaan bij het stakers-comité gebracht, die door de posters was opgepikt. Hij had aan de poster? den weg gevraagd naar „Werkspoor” en ~. kwam toen bij het stakerscomité te land. Daar Ondervraagd, bleek dat hij pas in Amsterdamwas om werk te zoeken. Ineen café had hij iemand ontmoet, die hem een brief had meegegeven voor „Werkspoor”. Eenige stakers beproefden den brief in handen te krijgen, want zij waren begrijpelijk brandend nieuwsgierig te weten, wie deze onderkruipers-ronselaar was. Doch de „Italiaan” gaf geen kans, toonde wel den brief, maar verscheurde hem daarna en stak de snippers in zijn jaszak. Maar een stakerscomité, dat zijn taak verstaat, geeft den moed zoo gauw nog niet op. Dus werd er nog eens 'gepraat en de man. werd overtuigd, De fragmenten van den brief werden te voorschijmgehaald en aan elkaar gepast. En toen kwam het onverwachte. De brief was compléét op een stukje na en dat was er niet meer. Hoe er ook gezocht werd, het was niet terug te vinden. En toch, wc hadden het zoo noodig, wanfdit stukje be-. vatte juist ’s schrijvers huisnummer en het voorste deel van zijn naam. Het was echter niet meer te vinden en we zouden ons dus op andere Wijze het ontbrekende moeten zién tè verschaffen. Hoe wc het hebben gedaan, is maar beter te verzwijgen! Genoeg zij het te zeggen, dat overlijdensfonds, droeg den naam van Armenbos. Tót zelfs het vergaderen én Staken van de „knechten” of gezellen, eveneens het.besmet verklaren van zeker werk of werkplaats, is niet nieuw. Alleen en dit is wel het groote verschil tusschen de Organisatie van thans en inden vroegeren tijd, de organisatie van thans bestaat uit tWëè Zelfstandige groepen, n.l. werkgevers en werknemers. Wat wij kennen als de organisatie van voorheen, de Gilden, tyas in wezen niet anders dan een vereeniging van werkgevers èn adspirant-wéfkgeVers, of zooals zij werden genoemd de meesters. De gezel, die de meesterproef niet kon of wilde doen, bleef buiten het gild. Haaiden wijj boven eenige vergelijkingen tusschen vroeger en thans aan, er blijkt hieruit tevens, dat organisatie niet iets is van dezen tijd, doch van eeuwen her. De oudste gilden dateeren reeds uit de dertiende eeuw ,terwijl de laatste contributie (jaarzang, werd opgebracht in 1811). Gaan Wij nu verder na, dat de eerste symptomen van de arbeidersbeweging, zooals wij die kennen, reeds naar-voren kwamen omstreeks 1850, dan is de tijdruimte, waarin men geen organisatie kende, wel zeer kort. En toch, hoewel zeer kort, is deze tijd wel vaneen bijzondere betèekenis geweest. Hij leert ons wat de arbeidersklasse ervaart, wanneer de krachten, die het maatschappelijk leven in evenwicht houden, plotseling worden weggenomen. Het wordt dan een strijd op leven en dood, waarbij de zwakke het allereerst onder den voet worden gekropen. Wat was eigenlijk de oorzaak dat de gilden werden opgeheven? De schrijver van het werk „De Gilden” laat het in enkele zinnen duidelijk uitkomen ; Als zoovele andere instellingen werden ook zij de slachtoffers der gróote Fra'n-

wij er in geslaagd zijn en laten het complete briefje hier volgen; ■ Amsterdam, 18 Juni 1924. Directie „Werkspoor”, Alhier. Mijne Heeren, Dezen Heer, een Italiaan, ontmoette ik en werd mij door hem inlichtingen gevraagd, waar hij als mecanicien werk zou kunnen vinden. Ik heb dezen keer het adres van Uwe fabriek opgegeven én hoop dat het U mogelijk zal zijn hem werk te verschaffen, temeer waar hij bereid is alles aan te pakken. Hoogachtend, UËd. Dw. (w, g.) E, J. Erena y. Haarl. straat 101. > Een onzer leden wilde niet dit wonder var. een onderkruipersrönselaar wel eens nader kennis maken. Voorzien vaneen koffertje , en getooid met een strooien hoed, die er een jaar óf tien geleden nog heel fatsoenlijk kon hebben vervoegde hij zich aan hét bekende adres. ( Na een inleidend gesprek was al gauw het gewenschte terrein betreden en een half uurtje er na verliet onze man welgemoed het huis met een brief van den volgenden inhoud in zijn zak. Amsterdam, 2'Juli 1924. Directie „Ne-derl. Fabr. v. Werktuigen en Spoöfwegmateriaal. Mijne Heeren! Brenger dezer brief is J. de J., wonende te S. Zijn beroep is machine-bankwerker en volgens zijn zeggen is hij zeer goed vakman. De nood,door werkloosheid is bij hem zeef hoog gestegen en komt hij hierheen om voor vrouw en kinderen het brood té verdienen. Kunt U hem misschien aan werk helpen? De man weet geen raad. Hoogachtend, ÜEd. Dw. (w. g.) E. J. F r én a y. Haarlemmerstraat tot bovenhuis. De onderkruipersronselaars van professie mogen wel goed uitkijken of zij wel het juiste materiaal te behandelen krijgen. * * * Dat ook de werkgevers met de gezonden werkwilligen niet altijd even gelukkig zijn, móge uit het volgende weer blijken. Tot de werkwilligen behoorde ook N. N„ een heel nette draaier, die met een actentasch naar de fabriek ging. (Een lid van het stakerscomité noemde zoo’n ding een ministersportefeuille). Toen de staking geëindigd was en de arbeiders weer op hun plaatsen terugkwamen, misten ér enkelen wat gereedschap. Een en ander gaf aanleiding om bij bovengenoemden „netten draaier met de actentasch” een huiszoeking te laten doen, bij welke gelegenheid het volgende in beslag werd genomen: sche omwenteling en daarvoor moeten wij een oogenblik hét oog naar Frankrijk 1 richten. In 1774 was Turgot tot Controleut-Generaal der Financiën benoemd, Vervuld met allerlei hervormingsplannen aanvaardde hij zijn taak en onder de ingrijpende veranderingen, die hij zich ten doel gesteld had in te voeren, behoorde in de eerste plaats de afschaffing der Gilden. In die gepreviligeerde véreemgingen Van enkele personen aan wie het, met uitsluiting van allé andere burgers gegund was een zeker ambacht, een bijzondere kunst Of nering uitte befeheri, en in Welke corporaties het voor den gewonen handswerkman door tal van bepalingen betreffende het verkrijgen van het meesterschap:, zoo uiterst moeilijk was gemaakt zich een plaatste veroveren, terwijl hij er buiten staande, geheel van den meester afhing, zag hij een grove inbreuk op de rechtèn des getneene volks. Het is de plicht van de Overheid ieder onderdaan het volle gehot zijner rechten te waarborgen was zijn stelregel en vooral is dit haar plicht tegenover die klasse van menschen, die niets bezitten , dan hetgene wat zij cióor arbeid hunner | • handen verdienen. Die leden der maat- i schappij hebben het vooral van noode en i er ook het meeste recht op vrij te kunnen – putten uit alle bronnen, waaruit zij zich een bestaan méenen te kunnen ver• zekeren. In deze enkele zinnen ligt de juiste gedachtengahg opgesloten, welke toen ter tijd heerschendwas. De Gilden waren uitgeleefd! Zij waren een belemmering geworden voor de ohtwikkelihg. Van lichamen ter bevordering van en saamhoorigheid onder vakgenooten, waren zij geworden de wanenen ter bescherming der

Een halve meter duimstok, een kromme passer, een stel voelers, een columbuspasser en een blauw pak. Sedert dat oogenblik heeft „Werkspoor’ „een netten draaier” minder. v. E. De sabotage der Arbeidswet. ~De Schelde" te Vlissingen heeft weer een overwerkvergunning te pakken. Vanaf 1 Juli tot 1 October a.s. mogen 1000 mannen maar even 56 uren per week werken. Deze vergunning is tot stand gekomen zonder ook maar eenig overleg met dein het personeel vertegenwoordigde organisaties te plegen. Wat deze vergunning nog ergerlijker maakt, is, dat ze gegeven is om oorlogstuig af te maken. De „Java”, waarvoor al zoo vele malen vergunningen zijn verstrekt, heeft proef gestoomd en moet thans nog eens grondig nagezien worden. En natuurlijk moet dat zoo vlug mogelijk geschieden, want er is haast bij het in gevechtstelling brengen van dit monster. Bovendien is het gevaar niét denkbeeldig, dat a's de kruiser nu niet spoedig klaar komt, de heele boel weer verouderd is en ze van voren af aai beginnen moeten. Door ons en den Christelijken bond is hét volgende schrijven aan den Directenr-Generaal van den Arbeid gezonden: „Mede namens den Christelijker? Metaalbewerkersbond in Nederland, deelen wij U mede, kennis genomen te hebben van de jioor U aan de Kon. Mij. ~de Schelde” te Vlissingen verleende vergunning, om voor tooo mannen gedurende drie maanden een 56-urige werkweek toe te passen. 'Wij willen U opmerken, dat deze zeer belangrijke afwijking van den normalen werktijd door U is toegestaan, zonder dat ook maar eèmg overleg is gepleegd met dein het personeel vertegenwoordigde organisaties. D arbeiders zijn hier als een te verwan: loozen factor uitgeschakeld; U hebt ; ■ gewoon een 56-urige werkweek opgeleg- Tegen een dergelijke wijze van optre den in zaken, die de levensbelangei treft vaneen zeer groote groep van arbeiders, gaat ons zeer krachtig protest. Wc zullen niet nalaten het personeel van „de Schelde” duidelijk te maken, hoe grievend uw optreden in deze is en ze opwekken tot een zoodanige machtsformatie mede fe werken, dat ze inde toekomst kunnen weigeren gedecreteerde werktijden uitte voeren.” Enz. Het: Bij u, over u, maar zonder u, geklop „de Schelde” voor de arbeiders in al zijr scherpte. Zoo gaat het als de menschen .ongeorganiseerd zijn. Verre van dan medezeggenschap te krijgen op de gestie van het bedrijf, worden ze nog negligeable” (te verwaarloozen ‘zaak) beschouwd bij de regeling hunner gewone arbeidsvoorwaarden. Wat verder bij deze zaak nog opvalt is. dat ~de Schelde” ineen der laatst gehouden „kefnvergaderingen” heeft geklaagd over het weinige werk en over de moeilijkheid de menschen normaal aan het werk m meesters en willekeur vóór de gezellen. He! einde moest komen. Maarde ongebreidelde vrijheid, die na de opheffing der Gilden ontstond, hoe noodig ’ ook om al het oude weg te Vagen, bracht de arbeiders slechts schijnbaar in een betere positie. Wel was de vrijheid veroverd, ookwoor den arbeider om te trachten talent ert energie te gebruiken voor eigen Welvaart en zijn krachten te meten met hen, die altijd het voorrecht hadden genoten de meesters te zijn. Maar al spoedig leerde men, dat voor de oude. meesters nieuwe inde plaats kwamen. Nieuwe meesters, niét meer gebonden aan oude verplichtingen tegenover hun „knechten”, maar geheel vrij hun economische macht te gebruiken. De historie laat ons zien, hoe in dezen korten tijd, n.l. de eerste helft der negentiende eeuw, toen het begrip organisatie absoluut ter zijde werd gesteld, toen de menschen op elkaar werden losgelaten, elk voor zich trachtende den ander te overvleugelen, hüe het toen ging met' de arbeidsvoorwaarden. Uil dezen tijd kennen wijde invoering van den machinalen arbeid, de massa-productie, | dén kinderarbeid, den ongebreidelden 1 arbeidsdag, den huisarbeid, het totale onti breken van elk spoor van .sociale wetge’ ving. Uit dezen tijd is het dat niet de vader alleen, doch het gansche gezin werd geëxploiteerd ten bate .der industrie, met als be*looning voor al dezen arbeid een armzalig ellendig bestaan. Deze toestand heeft ruim een halve eeuw geduurd. Zoodra weer de gedachte van organisatie vaardig werd, zoodra de arbeiders, dóch nu als klasse, gingen beseffen, dat het anders moest worden, werd geleidelijk de eene verbetering na de andere bevochten. Wat leeren wij hieruit? Dat het maatschappelijk leven niet kan

Sluiten