is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 29, 1922, no 2, 14-01-1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken ook loonsverlaging noodzakelijk is. Zij willen, dat de vakbeweging aantoont, welke gebreken van werkgeverszijde naar hare meafnng nog te verbeteren zijn. In voortdurend overleg moei zij dat aantoonen ; zij wacht© dus Piet optreden, totdat er een acne is. Do heer S cha-a p er is van meerling, dat door hetgeen de heer Triebels heeft gezégd, de noodzakelijkheid van loonsverlaging nog nipt is aangetoond. De vakbeweging weet, dat het slecht gaaf inde Metaalnijverheid. Zij is echter van oordeel dat al worden de loonen met 40 pCt. verlaagd, en alle verdors verbeteringen ingevoerd dip mogelijk zij®, dan nog niet met Duitschland kan worden geconcurreerd. Spr. wijst erop, dat er bedrijven zijn, waar in vorige jaren groote winsten zijn gemaakt. Waarom moet ook daar de loonsverlaging worden inge- i voerd 1 i J Waarom neemt-men hét gemakkelijkset mid- , de), loonsverlaging, -te baat? De vakbeweging – meent, dat na loonsverlaging de werklieden niet ■ zullen medewerken. En hun mede werking is toch noodig voor opvoering der, productie. Aan-, getoond zal moeten worden, dat door de loonsverlaging de ' toestand inde industrie gal worden verbeterd. De heer Triobola moge zeggen, dat de bedrijfsleiders de noodzakelijkheid ervan inzien, doch deze redsneering zonden’ zij ook wel kunnen volgen, indien het gaat om een loonsverlaging van 50 pCt. De heer Da n z ia ook niet bevredigd. De noodzakelijkheid van loonsverlaging te Rotterdam, terwijl ,’t te Amsterdam nog niét .noodig scheen, – is nog niet aangetpond. De vakbeweging verlangt overleg tusschen werkgevers en werknemers om uit d-c industrie on de,werklieden te halen wat eruit te halen is- Als de loonen 10 pCt. naar beneden gaan, zullen' de werklieden met minder energie werken en zal <la loonsverlaging voor de industrie nadeel geven inplaats van voordeel. Men beginne dus met overleg en een,proef om te zien of de werklieden, „harder willen werken ; blijkt dit niet mogelijk, of zijnde arbeiders onwillig, dan kan loonsverlaging volgen. Spr, heeft inde daad dor werkgevers gezien een Uiting van reactie om door loonsverlaging de prijzen haar beneden te werken. D-it acht spr. een verkeerd middel, daar net van oen deel der arbeiders do koopkracht vermindert en da erteis-erdoor vergroot wordt, is dit inderdaad het motief, dan zouden alle loonen omlaag moeten en zou men moeten beginnen bij hen, die het hoogst bezoldigd zijn. In hst buitenland is volgens spr. da crisis inde Metaalnij verheid nog grooter dan hier ; niettemin zijnde arbeiders, daar nog beter bezoldigd dan hier. Het is onmogelijk, dat een industrie- gebaat zou zijn door do arbeiders, die er werkzaam zijn, tot paupers te maken. Als een industrie geen levensvatbaarheid meer heeft, moeten de arbeiders elders werk zoeken. Hij gelooft, dat medewerking tot de loonsverlaging verkeerd is. Als de organisaties daarmede de staking eindigden, zou blijken, dat als er maar overlegwas geweest, de, staking niet noodig ware geweest en zou de Metaaibond daarmede de schuld der (staking op zich nemen. De beer Elkerhout (Chr. Bond) gelooft dat het verkeerd ia dadelijk het volle percentage- van de werklieden te eischen, zonder dat blijkt, dat ook alle andere middelen zijn geprobeerd. D© werklieden begrijpen niet, dat een loonsverlaging van 10 pCt. noodig is, als ©r in het afgeloopen jaar.nog zulks groote winsten zijn gemaakt als b.v. te Botterdam. Hij noemt als een middel om den toestand te verbeteren, financieele steun van •overheidswege en aandrang om geen bestellingen in het buitenland xo doen. Als de werkgevers zich op hun standpunt blijven plaatsen zonder dat de noodzakelijkheid nader wordt aangetoond, zullen de leiders hun leden niet kunnen overtuigen. Hij vraagt hoe een loonsverlaging van 10 pCt. ta verdedigen is bij een weekkxsn van f 2Ó, dat b.v. te üuclowater geldt. De heer R o se e a u (Fed. Bond) gelooft niet, dat de bedrijven noodlijdend zijn, gelet op do balansen van het vorige jaar. Hij wijst erop, j dat de financieel© beschouwingen inde pers j elkaar zoo dikwijls tegenspreken. Hoe moeten | de werklieden den toestand dan beoordeelen 3. j De werkgevers moeten dus meer licht geven, i De heer Van W e1 y (S.-K. Bond) meent, . dat de werkgevers met 10 pCt. verlaging niet , veel zullen bereiken. De kostprijs van het pro- j duet daalt daardoor met veel minder dan 10 i pCt. De werkgevers moeten z.i. aantoonen het ! practisch resultaat der verlaging. Ook het tijd- I stip der loonsverlaging acht spr. verkeerd ge- j kozen: midden iu den wip ter, juist den tijd, i waarop het leven ’fc duurst is. Hij vraagt naar het doel der verlaging. Is dit in het algemeen ! om door drukken van het loon te komen tot | ■ gunstiger productie ? Dan zou hij willen probee- j ren of ’t niet op andere wijze kan. Men bepate 1 een proeftijd, gedurende welken men kan zipn i, welken invloed de organisaties op de werklieden hebben. Do tarieven zouden b.v. kunnen worden verlaagd, zoodat de werklieden om hetzelfde inkomen te behouden, harder gaan wet ken. De heer Hoog en b oom (Neutrale Bond) wijst ook op da hooge winsten in 1919 en 1920. ! Ook hij wil zien aangetoond de noodzakelijk- j heid der loonsverlaging. Hij noemt ook als één ; der middelen tot verbetering, bescherming der | Nederlandsche industrie. De heer H o o ze (Eed. Bond) )acht het be- ; roep der werkgevers op hup eigen inzicht zeer zwak en oppervlakkig. Ook hij wijst op de gunstige resultaten der metaalbedrijven. Hij meent, dat van de loonen niets al kan. Hij be-' schouwt, de beweging tot loonsverlaging als een drijven naar den toestand Van vóór 1914. De Federatieve Bond blijft op het standpunt staan, dat over loonsverlaging niet kan werdén onderhandeld. De' heer Goedkoop (Dir. Ned. Sche-aps- . bouw Mij.a wijst erop, dat principieel de werkgevers niet verschillen; Binnen enkel© weken zullen ook té Amsterdam de loonen vbi'laagd moeten worden. Hij verklaart zich liet verschil ia standpunt tusschen werknemers en werkgevers aldus, dat de eersten naar het verleden kijken, terwijl de. laatsten naar de toekomst zien. De' werkgevers kunnen wel degelijk de noodzakelijkheid aantoonen. Het meest steekhoudende argument is wei, dat nor? geen enkels werkgever erover gedacht heeft de loonsverlaging in to trekken. Overleg is niet gevraagd, ook niet geweigerd. Het is niet aangeboden, omdat naar spr. rneoning, door overlegde 'loonsverlaging .niet ongedaan is te maken. Hij gelooft ook, dat het moeite zal kosten de leden van den -Metaaibond voor do drie t

punten, inde eerste bijeenkomst- aangenomen, to winnen. De heer Willink (Dir. van Hcemal te Hengelo) deelt mede, dat zijn bedrijf de malaise het eerst heeft gevoeld. Hij hoeft reeds in Mei met de organisaties gesprokóp en gewezen op de komende loonsverlagingen. Toen heeft de E-.-K. organisatie gezegd, dat als hij de noodzakelijkheid aantoonde, het voor de le-idera. der organisaties gemakkelijker was do verlaging bij dé werklieden ingang te doen vinden. Toen in Augustus dé balans aan toonde, dat er met verlies gewerkt werd en dat loonsverlaging , noodzakeljjk was. heeft hij dit aan de organxea- j ties medegedeeld. Hij heeft hun liet jaarverslag getoond, de kostcijfers medegedeeld en gezegd, dat loonsverlaging noodig was om het verlies op de exploitatie te verminderen. De organisaties hebben toen niet laten bemerken, dat zij tegen loonsverlaging waren. Spr. kreeg den indruk; ■ dat zij overtuigd waren. Zij' lieten niets van zich hooren ; 14 dagen daarna begon dq actie. Zijn werklieden wilden echter niet staken. De heer W ij ton deelt mede, dat het aantal werklieden bij hem was gedaald van 4729 in 1820, tot 3038 iu September 1021, als gevolg dor moeilijkheden om werk te krijgen. Indien het loon niet was verlapgd, zou het ontslaan van werklieden steeds zijn doorgegaan, totdat er een 660 waren overgebleven voor liet noodza-kelijite' werk. De berichten uit Engeland luiden, dat daar de werven tegen kostprijs en niet verlies werken om te voorkomen, dat het werk naar Nederland wordt gegeven. De loon-en moeten dus omlaag om met Engeland ta kunnen co-n-currcèren. Wat de groote reserves betreft, wijst hij erop, dat die niet inde brandkast liggen, maar in ijzer en steen zijn vagt-gelogd. De heer VanWely wijst erop, dat niet alle bedrijven- mot Engeland moeten concu-rroeren en dus het argument van den hoer Wilton niet voor allen geldt. Hij gelooft niet, dat door loonsverlaging in het algemeen de Metaalnijverheid meer in etaat zal warden gesteld met het buitenland to concurroeroß. De heer -Triebels herhaalt, dat de werkgevers ' allo middelen willen probeeren, die worden aangageven en bereid zijn daarover te overleggen. Hijzelf pleegt st-epds overleg mat zijn werklieden; dezen kunnen vrijuit spreken en doen dat ook. Zij geven toe, dat de werklieden wel 10 pCt. harder kunnen werken. Ook door zijn werklieden is vcorgesteld dé tarieven to verlagen. Sprekers ervaring ia eohJ ter, dat verlaging dar tarieven leidt tot slabakken, hetgeen door zijn werklieden zelf is toegegeven. Het opzicht!)ebbend personeel ziet ook geen kans de werklieden tot harder werken te krijgen. Spr. maant da besturen der organisaties aan, do werklieden on dor het oog te brengen, dat zij door harder werken do gevolgen der loonsverlaging kunnen voorkomen. De Metaaibond ie een instituut, dat de organisaties daarbij allen steun zal geven. Laten dus de vakbestu-rem den werklieden op hun fout wijzen ; spr. doet hetzelfde i-n den Metaalfc-ond ten aanzien der werkgevers. Indion de vakbes-turen nu niet medewerken, zal de toestand in do Metaalindustrie steeds ele-chtcr worden. Reeds nu malden zich to Amsterdam w-caddied-on voor hot lagere loon. Het is todh volgens spr. beter, dat het lagere loon door overleg wordt ingevoerd, dan dat men naderhand gedwongen wordt het te aanvaarden door verloop der staking. Spr. a,obt samenwerking een/belang voor da vakbeweging. Hij vraagt – vertrouwen; de organisaties moeten meer ge- , brnik maken van het bureau van den Metaaibond, niet wachten tot er -een actie is; dat is geen rsëel ovérleg. Er is te weinig vertrouwen ; do vakleiders zijn teveel theoretici. Deze moeten o-ok bedenken, dat do werklieden ten slotte de werkgevers noodig hebben ; deze laatsten zij tenslotte ook mecischen. Men prate dus niet te lang. De heer van We 1 y geeft toe, dat men zoo niet verder komt. Hij wijst echter hierop, dat de vakleiders met bewijzen bij de werklie! den moeten aankomen. Al hebben zij zelf de I overtuiging, dat de werkgevers gelijk hebben, dan moeten zij toch in etaat worden gesteld |om dat hun leden aan te’ toonen. Spr. stelt | daarom voor, dat elk der' twee partijen een ; acooutant benoemt, deze beide accountants osn 1 derde aan wij zen en deze commissie van drie I rapport uitbrengt na bij verschillende b-edrijl ven stsekproevdn te hebben genomen. 1 Da Burgemeester wij-st er op, dat j een accountantsonderzoek zeer veel tijd zal | vorderen, cp zijn minst genomen 10 a 12 dagen, j De heer Triebels merkt op, dat men ! niet te maken heeft met ’ het verleden, _ maar i met de toeköröst. De directies weten zelf niet, : wat die brengen zal en geen accountant zal i dat kunnen aantoonen. | De heer Da n zacht het ook noodig, dat 1 de werkgevers materiaal verschaffen, waarj mede men bij de werklieden kan aankomen. Hij voor zich stelt zich niet voor, dat do huidige loonen stand houden. Hij vraagt echter de loonsverlaging een half jaar uitte stellen om in dien tusschentijd te probeeren de productie met alle mogelijke middelen op te voeren. De heer Wilton verklaart, dat het vrij * lastig is het noodige materiaal te" verschaffen, I Volgens zijn kladboekje is dit jaar tot Noyemi berin de reparatieafdeeling (de hoofdafdae! ling van zijn bedrijf) voor f 11.800.000 verwerkt, | tegen verleden jaar over dezelfde periode ; f 21.900.000. De cijfers bedroegen voor de arbeidsloonen resp. f 5.932.000 en f 6.500,000. Het spreekt vanzelf dat de werkgevers nooit vertrouwelijke cijfers zullen geven. I>© Burgemeester verklaart, dat zijn indruk als onpartijdig toeschouwer is hij zegt niet dat hij dit wenscht en spreekt het niet als zijn oordeel uit dat do Metaaibond nooit zal toegeven, dat do loonen zuilen worden j opgeschort. Aan den anderen kant gelooft-hij, | • dat bet van zeer groot belang voor het bedrijf zou zijn, i-ndien wordt vastge.-egd, dat er inde \ toekomst ' meer aanraking, meer overleg zal ; zijn tusschen den Metaaibond en de organi- j eafaies. Hij stelt voor het overleg te doen ge- ! schieden dooreen vaste commissie, bestaande : uit 5 kelen, door den Metaaibond aangewe- ! zén en vijf loden, aangewezen döor do organij : saties. Deze commissie zou zelf haar voo-zitter benoemen en indien hieromtrent geen overeenstomming werd. bereikt, zou de aanwijzing; vaneen voorzitter kunnen plaats hebben door een onpartijdigeu derde, b.v. dan burgemeester van Rotterdam. Daarbij ware vast te leg- , geen, dat een commissie zich cmmiddeliijk zou hebben bezig te houden niet de looneverhbudingen in het bedrijf. Hiermede zou ©en groot l succes voor do organisaties, zijn behaald,. Spr. -j \

stelt voor, dut bolde partijen dit voorstel nog eens rustig overwegen, opdat'hierover in het begin van.de volgende week een beslissing kan worden .genomen. De Metaaibond overweg© tevens, of 'èeni-g cijfermateriaal kan worden, verschaft.- Dé cijfers kannen vermeld – worden zonder de fabriek to nO-em-cn, waarop ze betrekking , hebben. , “ De heer S c ha a per wil gaarne het voorstel van dea Burgemeester overwegen. Hij vraagt echter, dat de Mo taalbond ook zijn voorstel overwege, n. 1. om met opschorting van de loonsverlaging gedurende korten tijd eeu, proef te némen cl («oor opvoering van os productie de loonsverlaging kan worden gecompenseert!. De heer Xr ia beis zegt, dat dit niet zoo gemakikelijk is ; het is, een van de moeilijks te problemen om uit to maken. Met alle v.-aardeering voor het voorarm van den Burgemeester meent hij aan het bureau van den Metaalbond de voorkeur to moeten geven. Hij weet verdei- ook niet of de werkgevers bereid zullen zijn cijfers te verschaffen. Zal men voorts naamioozo cijfers vertrouwen '1 Do lieer Elker b o u t meent, dat tegenover de werklieden zekerheid nooclig. is. Cijfers uit ecii ktadboekje vertrouwen zij toch niet. Daarom juicht hij het voorstel van den Burgemeester toe ; als er een soort bedrijfsraad in het leven wordt geroepen, zullen de werkgevers aan dit «instituut aa gegevens niet weigeren. ' ' Do heer ïrie b e 1 s verschaft ©enige verttouwelijke gegevens omtrent zijn bedrijf. De hoer Will i n k had eerst 1250 werklieden aan het werk, thans maar 700, terwijl hij f 400 wachtgeld per week uitbebaait. De, heer Triebels dringt nogmaals op vertrouwen aan. Hij geeft in overweging om een beslissing ta nemen. Xiij wil wel do volgende week notg esns vergaderen, doch hij waarschuwt ervoor, ’ dat' daardoor de staking autojpatisch met een weck wordt verlengd. De beer Dam zegt-, dat geen gegevens, worden gevraagd omwent, bedrijven, waarvan bekend ia, dat ze ér niet goed voor staan, zooais Werkspoor ta Zuilen, doch omtrent die, welke nog goed gaan en waar toch de loonsverlaging is ingevoerd, zooais de Rott. Droogdokmaatschappij. Do heer Dij kgiaal merkt op, dat als morgen de staking is afgeloopen, thij van de 2CCO maar 500 man aan liet werk kan zetten. In April bad hij nog 3200 werklieden. De heer D anz noudt vei, dat hij geen resultaat verwacht, als de loonsverlaging niet wordt .opgeschort. De Burgemeester heeft den in-druk, dat zoo do organisaties daaraan vasthouden, het beter is, dat men maar hit elkander gaat. Hij vraagt dus of dit- het laatste woord is van de organisaties. v De heer Da n z zegt, dat zij hebben voorzien, dat de werkgevers op hun standpunt zouden blijven staan. De vakleiders willen iets, waarmede zij bij de werklieden kunnen aankomen. De Burgemeester wijst er op, dat de staking nu reeds 7 weken duurt. Wanneer men niet wil, dat zij laager duurt dan 8 wéken, moet in het begin der volgende week overeenstemming zijn bereikt. Spr. constateert, dat. door de organisaties niet is uitgesproken, dat zonder opschortirig van do verlaging de staking niet zal worden opgeheven: meer vraagt hij ; niet. Hij stelt voor om Dinsdag nog een-s te vergaderen. De Metaaibond zou dan kunnen overwegen eenige algetaeene gegevens te verschaffen. De Burgemeester voegt hieraan ten slotte toe, dat, als men Dinsdag niet tot overeenétemmr.g komt, hij zich aan de verdere leiding moet onttrekken. Besloten wordt alzoo Dinsdag te kwart over één weder bijeen te komen. Vergadering op Dinsdag 23 Desember IS2I onder leiding van den Burgemeester van Rotterdam. Aanwezig zijn hst Dag. Bestuur en de Directeur van dan Metaaibond, zoomede het volledige | Comité der vereenigde Motaaibswerkersbonden. Overeenkomstig de toezegging inde vergadering van Zaterdag j.l. -verstrekt de heer Tri e-sb o 1 s gegevens omtrent den toestand inde metaalfabriekeii. Hij deelt daarbij mede, dat» deze gegevens betrekking hebben op de voornaamste fabrieken. Hij is niet gemachtigd cijfers te verstrekken, daarom hoeft het Dag. Bestuur uit do | cijfers een drietal conclusies getrokken en op | schrift gesteld. De cijfers stolt hij aan den Burgemeester ter hand, opdat deze de juistheid ( der conclusies kan verifieeren. Deze conclusies | luiden als volgt: Conclusie 1. Voor Rotterdam verkregen wijde gegevens van verschillende fabrieken, waaronder de voornaamste, waar werkzaam waren 6C pCt. van de aldaar stakende werklieden. Hieruit bleek, dat bij deze leden sedert den aanvang van het j aar 1921 een vermindering van het aantal werklieden had plaats gehad tot op 29 Octo-ber van 21 pCt. Bij deze fabrieken was het totaal van de opdrachten in geld uitgedrukt in 1921 68 pCt. minder dan in 1920. Conclusie 2. Dezelfde g-egevens werden ons verstrekt door firma’s in Amsterdam en Hengelo, waar do loonsverlaging nog niet is ingevoerd en. waar werkzaam waren 61 pCt. van het totaal ■ aantal ■ werklieden werkzaam,-bij do’ gezamenlijke leden van dep Metaaibond in Amsterdam en Hengelo. Hieruit bleek, dat bij deze leden sedert den hot jaar 1921 een vermindering van het aantal werklieden had plaats gehad tot op lieden van 24 pCt. Bij deze fabrieken was het totaal van de opdrachten in geld uibgedrukt binnen-gekomen in j 1821 67 pCt. minder, uap in 1020. i Conclusie 3., Onze gegevens gaan over | ongeveer .40 pCt. van de werklieden, werkzaam ; bij de fabrieken, welke bij den Metaaibond zijn i j aangesloten. ’ j i De heer Da n z verklaart aan deze gegevens j I,'niets to hebben. Men moet daarbij ' rekening | ! houden, dat 1020 een uitnemend ja<ar was. Het 1 gaat z;i. niet om de opdrachten, doch om de ■ uitkómsten. Bij een geringer aantal opdrachten : is winstma-keb nog, niet uitgesloten. Verder rijst bij hem da vraag of het gegeven beeld ook geldt voor do anderè bedrijven, waaide óverige GO pCt. der werklieden werkzaam is. Oc-k blijkt uit deze gegovens, dat de toestand-te Botterdam niet slechter, ja zelfs beter is, dan die te Amsterdam. _ Waarom ia, dan te Rpttardam de loonsverlaging ingevoerd en te 'Amsterdam niet? Met deze gegevens kan hij t niet bij de werklieden aankomen., ” . , l

Men geve hem onder geheimhouding de noodigo cijfers, 'die lot de werklieden spreken. Zooala het overleg tetnutos gevoerd is, kan hijHaet met serieus noemen. Hij wijst er voorts op, nat' het werkloozenpercentage ia do .Metaalindustrie voor het geixeele' land ongeveer 10 pCfc is ; voor Rotterdam is liet lager. Dooi uit volgt dus, dit da ■ verschelt© ■ gegevens betrekking hebban op do bedrijven, die er het dechtecvoorslaan. Persoonlijk gelooft spr. wel, dat de toestand niet gunstig is., doch dm da werklieden te overtuigen, heelt nij 'cijfers noodig. Hij geeft toe, dat het verschaffen daarvan wellicht tijd kost. Daarom, stelt hij nogmaals voor -do loonsverlaging op .te schorten. ' ! De heer .ï richels herhaalt, wat nij reeds 1 meermalen heeft gezegd, dat he ker utet om ga-rthoe de uitkomsten over de afgetenpen jaren waren, maar hoe inde toekomst Je uitkomsten van hei bedrijf zuLen zijn. Spr. is overigens niet van plan nog lang te üiscussieeren. Do lieer (ioeilkoop wenscht nog eemge ’ mededseiingon te doen ter nadere illustratie van do gegeven conclusies. Hij stelt voorop, dat : ieder toch moet inzien, dat het aantal orders de conjunctuur aangeeft. Het spreekt toch vanzelf, dat naarmate het aantal orders afneemt, de te maken prijzen ook slechter worden. Hij geeft verder nog enkele voorbeelden, die den toestand weergeven. Er is een groote scheepswerf, waar de hoeveelheid werk zoozeer ia. ingekrompen, dat sedert begin Juni 350 werklieden zijn ontslagen. De mogelijkheid om nieuw werk is via- , den is voor gèruimen tijd uitgesloten. Om zoo lang mogelijk de menschen aan het werk te houden is daarom met instemming van de vakvereenigingen besloten por dag een uur korter te werken. Nieuwe aanvragen om werk komen bijna niet in. Een inschrijving,voor een leverantie, waarbij de prijs zoodanig was gesteld, dat met verlies zou worden gewerkt en reeds rekening was gehouden met de loonsverlaging, had geen succes. Verschillende fabrieken wenten in voorraad. Bij pén fabriek zijn van de 132 werktuigen er 65 stop gezet;, bij een andere van de. 185 49. Het percentage omtrent de.werkloosheid in do conclusies zijn in werkelijkheid nog ongunstiger, juist omdat vele fabrieken in voorraad werken; als zij echter geen afzet hebben, zullen zij daarmede moeten ophouden. De heer \V i i 1 i n k kan het verschil tusschen da algemeene werkloosheid ia de metaalindustrie en het percentage inde conclusies, waarop de heer Daiiz wees, hierdoor verklaren, dat vele metaalbewerkers ineen andere industrie overgaan. In Hengelo gaan b.v. veten inde textielindustrie. Bovendien werken inde metaalnijverheid b.v. ook timmerlieden, die nu in de bouwvakken werk vinden. De heer Da n z gelooft niet, dat er cijfers zullen zijp te geven, die overtuigend werken. Daarom acht hij het beter over de oplossing van het geschil te spreken. Hij is, het met “den heer kriebels eens, dat de werklieden’, wel 10 pUt. beter kunnen werken. Do werkgevers meenen, dat dit te bereiken is door .loonsverlaging; de vakbeweging is ervan overtuigd,' dat loonsverlaging juist het effect zal hebben. Hij vraagt daarom nog eens te probeeren, of de productie is op te voeren. Do organisaties willen zich gaarne verbinden, om, als deze proef niet slaagt, loonsverlaging te accepteren. De Burgemeester acht het ook gewenscht, dat men moet trachten tot eon oplossing te komen. Hij wijst on hetgeen de organisaties nu weer bereikt hebbSi door de gegevens, die da Mctaalbond heeft verschaft. Spr. wil intusschen gaarne nog. eens een poging doen om een oplossing te verkrijgen. Hij vraagt of d® werkgevers niet bereid zouden zijnde ioonsveflaging van 10, pCt. nog op te schorten of althans geleidelijk in te voeten. ■ De heer T.r ie be 1 s moet tot zijn Spijt dea Burgemeester _teieurstellen. Ze.fs het overleg, dat het Dag. Bestuur bereid is voer te stellen, zal bij vele loden van den Metaaibond tegenstand ondervinden. Er is dus geen sprake van, dat voorgesteld zou kunnen worden op de loonsverlaging van 10 pCt. terug te komen, ook niet | geleidelijke invoering daarvan. De leiders geven toe. da£ de werklieden 10 pCt. beter kunnen werken. De loidei s moeten • , daarom hun menschen duidelijk maken, dat zij harder moeten werken. Spr. geeft toe, dat dit moeilijk is, maar hij heeft inden Metaaibond ook moeilijkheden te overwinnen ;'indien de vakverenigingen daartoe niet wijlen medewerken, ziet spr. geen andere oplossing. Hij' betreurt dit, ! omdat hij in samenwerking tusschen valkbewei ging en werkgevers zijn belang ziet, i Do heSt Vander Houven merkt op, i dat besprekingen, waarbij de eene partij verlangt, dat do juistheid van de door haar verstrekte gegevens zonder meer door de andere partij moet worden aanvaard, kwalijk met den naam overleg kunnen worden bestempeld. Spr. voor zich, gelooft, dat het voeren van overleg in éen tijd van strijd heel lastig is cn dat, als er geen strijdwas. partijen heel anders tegenover elkaar zouden staan. Hij is er van overtuigd, dat do toestand slecht is; hij gelooft niét-, dat de cijfers, die ten grondslag liggen aan de conclusie, uitgezocht zijn. Doch de vraag, waarom het -gaat, is of de toestand zoodanig is, dat loonsverlaging nood zake lijk is. Dat blijkt- niet uit de verstrekte gegevens. Evenmin blijkt, daaruit of loonsverlaging de industrie zal baten. De Burgemeester vraagt, of in het Dag. Bestuur van den Meta-albond.de vraag is besproken, welke hij reeds eerder gesteld heeft-, of men bereid zou zijnde verlaging alsnog geleidelijk in te voeren. Do heer Tf ie beis zegt, dat. hieraan niet kan worden gedacht. Hij geeft overigens den. heer v.d. Houven toe, dat het overleg, dat thans gepleegd wordt, niet dat is wat het zijn moet. Maar dat kan niet anders. Overleg moet worden beoefend. De vakbeweging moot lang- • zamerhand een boter inzicht krijgen. Op het gebied der bedrijfsleiding zijnde vak Ver een i-I gingsbestmirdera leeken, 1 De heer Schaap -e r merkt op, dat ook de i industrie belang heeft bij overleg. Als het zoo i veel moeite kost om bij de leden van den Me; taalbond het overleg ingang te doen vinden, ■ vraagt spr. wat de organisaties er dan eigenlijk ; aan hebben. Hij vraagt nogmaals het voorstel omtrent het nemen vaneen proef tot opvoering der productie te overwegen. Do heer Tri e bei s zegt bij herhaling, dat daarop niet- kan worden ingegaan. De Buvge m o e » t o-) vraagt, of de loonsverlaging too1 kcwitèn tijd tot 5 pCt, zou kunnen worden beperkt. Do heer Dijkgraaf zegt, dat- het eeniae : wat kan worden toegezegd is, dat, indien de 1 vakbeweging medewerkt om de werklieden zoo ( i ' •