Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de vergiftkast van de Federatie. | Met de lieden van de Federatie komt men toch nooit uitgepraat. We hebben in ons blad van 14 Januari j.B de volledige notulen opgenomen van de vergaderingen die met den Metaalbond, onder leiding van i burgemeester Zimmerman, zijn gehouden, j Wij hebben daarmede getoond het licht niet te schuwen en onze lezers zoo volledig mogelijk te willen inlichten. Nu wij dit gedaan hebben, blijkbaar de Federatie ten spijt, hebben de heeren weer iets anders t- zeggen en komt Rosseau, waarvan wij dit wel allerminst hadden verwacht, met een stukje in „De Metaalarbeider”, van 21 dezer, en plaatst daarboven het ingemeene opschrift: „Geknoei met de notulen door de(n) moderne(n) bond”. Zie je, zooiets treft doel, slaat er in bij de „bewusten” en „onverzoenlijken” en ’n mensch moet toch wat doen om z’n reputatie op te houden. Wij zouden de notulen (volgens Rosseau dan) niet hebben wèergegeven zooals ze zijn. Welnu, op ons kantoor liggen voor ieder ter inzage, de volledige notulen, zooals wij deze van den secretaris van burgemeester Zimmerman hebben ontvangen en ieder kan zich dus overtuigen of wij aan deze officieele notulen iets af of bij gedaan hebben. We tarten Rosseau om te bewijzen dat wij aan de notulen hebben geknoeid. Dat bewijs moet hij in het eerstvolgend nummer van zijn orgaan geven, wil hij niet, dat we hem voor iets anders gaan beschouwen dan we tot nog toe in goed vertrouwen gedaan hebben. Rosseau geeft in zijn blad een zelfgedachte aanvulling op de notulen en vraagt ons of we nu eens willen verklaren of hij dit al of niet inde conferentie van 20 Dep. gezegd heeft. Daarmede haspelt hij twee zaken dooreen. Aangenomen dat hij iets gezegd heeft, hetgeen niet inde notulen is opgenomen, dan kan hij ons daarvan geen verwijt maken. Het was dan zijn zaak geweest om de aandacht van den secretaris van den burgemeester daarop te vestigen, maar niet om ons te beschuldigen van knoeierij. Het toppunt is wel, dat ook inden afdruk van de notulen, zooals deze voorkomen in „De Metaalarbeider” van j.B Zaterdag, de aanvulling van Rosseau geheel en al ontbreekt, zoodat we dus ook de Federatie van „geknoei met de notulen” zoüden kunnen beschuldigen. Wij herinneren ons wel dat Rosseau iets gezegd heeft dat niet inde notulen is opgenomen. Dat is niet alleen met hem het geval. Ook wij hebben opmerkingen gemaakt, die er niet in voorkomen. Rosseau denke maar eens goed na. Toen de heer Triebels het had over de koersen der aandeelen, hebben wij een opmerking gemaakt, die Wij ook niet inde notulen terug kunnen vinden. Zoo zal het ook wel met andere bestuurders het geval zijn, dat zij iets missen van hetgeen gezegd is. Wij weten waarlijk niet of Rosseau precies gesproken heeft als hij nu zelf aanvult en het spijt ons, dat wre hem niet de verklaring kunnen geven, die hij ons vraagt. Hij trooste zich met de gedachte dat een verklaring van „knoeiers” toch niet veel waarde heeft en wij zullen ons troosten met de gedachte, dat de- opmerking van Rosseau niet zoo veel om het lijf had. We zijn met dat al weer een ervaring rijker geworden en een illusie . . . armer. Een offer. Bij het eindigen van onzen strijd, nauwelijks een wreek daarna, is onze stoere werker Jan Louwman als offer van zijn werk gevallen. Niemand Van ons is gedurende onzen grooten strijd onophoudelijk met zoo’n massa werk overladen geweest als hij. Behalve de zorg voor de gewone afdeelingsadministratie en beheer der* geldmiddelen, welke door de grocte uitbreiding van het ledental tijdens den strijd zeer was verzwaard, had hij de leiding en verantwoordelijkheid voor de administratie en uitkeering aan de leden-stakers van onzen Bond, doch ook tevens aan alle ongeorganiseerden. Hij gevoelde zich echter onder dat werk niet gedrukt. Integendeel! Voor elk ander werk, waarvoor zijn hulp maar gevraagd werd, was hij klaar en deed het met een opgewektheid, die aanstekelijk was en ieder, die met hem omging, tot zijn vriend maakte. Ik herinner daarbij aan de nachtelijke tochten, die wij op de rivier maakten ter inspectie van wat er op de werven gebeurde en waar hij steeds bij was: waarbij hij eenmaal zelfs zijn geheele nachtrust inboette, want toen hij om drie uur voor zijn hotel kwam, mocht hij er niet meer in en meldde hij zich maar weer aan ons kantoor,

om daar zijn rustte zoeken op zijn bureaustoel. Moest er voor een of andere fabriek des morgens vroeg gepost worden, dan hadden wij het maarte zeggen en Jan was, ' wanneer hij van Dordt moest komen, met den yroegtrein hier. Weer of geen weer, wij konden rekenen dat hij present was. In het laatst van de week, soms alle avonden, bleef hij tot 12 of 1 uur op ons kantoor en moesten wij hem naar zijn hotel jagen. Vrijdagsavonds, wanneer dé laatste hand aan de regeling van de uitbetaling Zaterdags gelegd moest worden, ging hij niet voor half een, 1 üur bij ons weg en des morgens om half 7 moesten wijde deur al weer voor hem openen, om de gelden te kunnen distribueeren voor de uitbetaling. Ongetwijfeld heeft zijn krachtig gestel hem tot deze gewe'dige werkprestatie in staat gesteld. 'leder ander zou reeds veel eerder dan hij het loodje gelegd hebben, doch ten slotte heeft zijn lichaamskracht hemf parten gespeeld. De laatste weken had hij reeds een zware verkoudheid te pakken en werd zijn lichaam ondermijnd dooreen leelijken hoest. Ondanks dat bleef hij zijn werk voortzetten en was er zelfs tot de laatste dagen niet aan hem te zien, dat hij zoo zwaar , ziek was. Ook hij zelf had daarvan niet het flauwste vermoeden. Zaterdag 1.1. is hij onder het vaandel van onze afdeeling ter aarde besteld en al heeft hij slechts korten tijd aan onze afdeeling zijn krachten kunnen wijden, weinigen zullen er zijn, die hem deze eer niet zouden hebben toegedacht. Met Bouwman is van ons weggegaan een werker, zooals onze bond er niet veel heeft, één van de menschen, die onze organisatie groot gémaakt hebben en het vertrouwen had van allen, waarmede hij omging. Al heeft hij in onze afdeeling maar kort gewerkt, toch zullen wij. hem nog lang gedenken. C. O. De Begrafenis van J. Louwman. Onder meer dan buitengewone belangstelling is Zaterdag 21 Januari j.B het stoffelijk overschot Van onzen te vroeg gestorven beambte J. Louwman, uit het ouderlijk huis uitgedragen en op de algemeene begraafplaats ter aarde besteld. Om 10 uur inden morgen reeds had zich een groot aantal hondsmakkers en partijgenooten inde omgeving van het sterfhuis verzameld. Daar waren aanwezig afgevaardigden van de afdeelingen Dordrecht, Rotterdam, Gouda en eenige kleine afdeeling langs Noord en Lek. Te half elf verliet de groote rouwstoet het sterfhuis. Voorop de omfloerste banieren van de afdeelingen Rotterdam en Dordrecht, verder van de afd. Dordt van de S. D. A. P., de A. J. C. en van de Arb. Tooneelvereen. „Dirk Troelstra”, welke laatste verèeniging sedert jaren den steun van den overledene had genoten. Een groot aantal kransen en bloemstukken, waaronder één van het Hoofdbestuur, dekten de lijkbaar. Onder de talrijke aanwezigen bevonden zich o.a. Sikkema en v.d. Houven, afgevaardigden van het Hoofdbestuur. Verschillende bestuurders uit Rotterdam, Dordrecht en omgeving, waren óf door ziekte óf door drukke werkzaamheden verhinderd. Wij troffen echter ook onzen districtsbestuurder uit Den Haag, vriend Salomé, aan. Op dé begraafplaats aangekomen, waar zich inmiddels een groote menigte had verzameld, werd het stoffelijk overschot door bestuursleden van de afd. Dordrecht, grafwaarts gedragen. Toen de kist inde groeve was neergelaten, werden door de verloofde van Louwman bloemen over het graf uitgestrooid. 1 Onder diepe stilte trad daarna de bonds-I secretaris v.d. Houven naar voren, die zeide, te zullen spreken als vertegenwoordiger van het Hoofdbestuur, maar ook als vriend van hem, die nu in zijn laatste rustplaats was neergelaten. Spr. liet de teekenis van het werk. van den overledene uitkomen en schetste hem als een trouw en eerlijk werker, die zelfs tot in zijn strijd tusschen dood en, leven, in zijn heldere oogenblikken, over zijn werk sprak. I Hij richtte zich vervolgens tot de familie, I inzonderheid tot de bejaarde ouders en tot j haar die gehoopt had eens de echtgenoote ' te worden van Louwman. I Woorden van troost, zei spr., zijn zoo j moeilijk en medelijden te hebben inde volle beteekenis van het woord, niet minder. Louwman echter wist zich te schikken in hetgeen onvermijdelijk was. Welnu, laat . hij u ook in dit opzicht tot een voorbeeld | ■ zijn. Spr. richtte daarna het woord tot de om-1 standers, tot allen die op eenigerlei wijze t aan den strijd van de arbeidersklasse deel, ( nemen,- stelde hen de_n overledene ten voor-

beeld en wekte op om in zijn voetsporen 1 verder te gaan. 1 1 Daarna wendde spr. zich tot het graf, om I i inden geest dank te brengen aan den £ doode. J Als ge mij nog eenmaal kon verstaan, 1 zoo eindigde hij, dan zou ik tot je zeggen: 1 „Vriend, reik mij nog éénmaal de hand. < Wij danken je voor wat je gedaan hebt, rust in vrede.” ( Achtereenvolgens werd nog het woord 1 gevoerd door Joh. Donker, namens het be- 1 stuur der afd. Rotterdam en door J. Hogendoorn namens de afd. Dordrecht. Door beiden werden woorden van dank gebracht voor het vele en goede werk door Bouwman verricht. Daarna sprak D. Rietveld namens de A. J. C. woorden van erkentelijkheid voor wat Bouwman ten behoeve van de jeugd was geweest. Een meisje, lid van de A. J. C., trad daarop naar voren en strooide bloemen op het graf. Vervolgens sprak H. Wetselaar, bestuurder van den Christelijken Metaalbewerkersbond. ~Ik sta hier”, sprak deze, „niet als tegenstander, maar als medestrijder. Want, wat Jan Bouwman wilde en waarvoor hij streed, was het belang van den arbeidenden stand, en al liepen onze wegen uiteen, toch had ik groote waardeering voor zijn arbeid als mensch. Zoo menigmaal ontmoette ik Bouwman als hij zich huiswaarts begaf, nadat de torenklok reeds lang z’n twaalf slagen had doen hooren.” Ten slotte sprak Van Zadelhoff namens de afd. Dordt van de S.D.A.P. Hij bracht in herinnering dat Bouwman, als hij nog maar even tijd kon vinden, ook werkzaam was voor den politieken strijd. Bouwman had, als vele anderen, slechts weinig onderwijs genoten, maar hij wist door helder verstand, gepaard met goeden en vasten wil, zijn kennis te vermeerderen en daarvan anderen deelgenoot te maken. Hij eindigde met een opwekking om de vaan van het socialisme, die ook de vaan van den overledene was, te volgen en hoog te houden. De droeve plechtigheid was hiermede ten einde. Om beurten verdrongen zich tientallen aanwezigen om het graf, om een laatste blik daarin te werpen, en diep onder den indruk van de droeve plechtigheid verlieten de honderden den doodenakker, een goed mensch, een trouwen strijder voor de verheffing van de arbeidersklasse inde eeuwige rust achter latend. Uit de Afdeelingen. AMSTERDAM. De Nieuwe Gedachte. Zondagmorgen 29 Jan. a.s. te 10.30 uur, zal vanwege „De Nieuwe Gedachte” inden „Victoria”-bioscoop, Nieuwendijk, spreken K. ter Laan, oyer: „Multatuli en zijn naaste omgeving. Toegangsprijs 20 cent. BREDA. De tooneelvereeniging Heijermans geeft op 4 Februari a.s. voor de Centrale Commissie voor Arbeidersontwikkeling „De Meid” en „No. 80”. Kaarten zijn bij den afdeelingspenningmeester verkrijgbaar. DORDRECHT. De strijd te Dordrecht, zooals hij gevoerd en geëindigd is. Om den omvang van den strijd en zijn beteekenis voor onze MerwedeStad, naar waarde ! te schatten, is het inde eerste plaats noodig de positie, welke ‘de metaalindustrie in het economisch leven van Dordrecht inneemt, | te kennen. Er zijn te Dordt een zeventien fabrieken, waarin de metaalindustrie wordt uitgeoefend. We treffen onder deze fabrieken ongeveer alle branches aan, welke wij inde metaalindustrie ten onzent kennen. Men heeft hier scheepsbouw, machinebouw, constructiebouw, blikwaren fabricage, metaalwarenfabrieken annex kopergieterijen, een hoefijzer- en ’n brandkast- en slotenfabriek. De omvang van deze bedrijven is nogal verschillend. Er zijn er waar een vijfhonderdtal werklieden werken, doch ook zijn er bij van vijftig en nog minder. Over het algemeen kan men zeggen, dat zeer 1 waarschijnlijk onze industrie te Dordt zich nog reusachtig kan ontwikkelen, doch reeds nu kan men het getal werklieden inde metaalindustrie gerust op drieduizend schat| ten. Nu waren nog niet alle fabrieken inden ' strijd betrokken, daar nog niet alle werkgevers bij den Metaalbond zijn aangesloten. De hoefijzerfabriek, de machinefabrieken ■ „Biesbosch” en „Avontuur” (De Man en Te Veldhuis) staan tot nü toe rlog los van de werkgeversorganisatie. Toch waren bij dezen strijd tegen de bij den Metaalbond aangesloten werkgevers, een tweeduizend menschen betrokken. Biet spreekt dus vanzelf, dat de verminderde koopkracht van deze belangrijke groep arbeiders zich terdege bij de nering; doenden deed gevoelen. Heel wat neringdoenden volgden dan ook met belangstel■ , ling het verloop van dezen strijd; deels

uit sympathie, ook deels met gevoel van interesse, bij den afloop daarvan. Men gevoelde immers zeer sterk, dat als de aanval van de werkgevers op de loonen der arbeiders niet zou kunnen worden gestuit, men dan blijvend de schadelijke gevolgen van de verminderde koopkracht der arbeiders zou hebben te aanvaarden. Doordat de metaalindustrie te Dordt een overwegende positie inneemt, gevoelde men dus de groote beteekenis van den afloop van dezen strijd voor zich als neringdoenden in zéér sterke mate. Wij konden dan ook met een gerust hart zeggen, dat onze Strijd zich inde sympathie en de belangstelling vaneen zeer groot deel der burgerij mocht verheugen. Gedurende de staking kenmerkte deze zich door de groote, rustige kracht, welke door de menschen werd gedemonstreerd. Op een enkele uitzondering na is o. i. geen onregelmatigheid voorgevallen, en dien eenen keer, toen het voorkwam, durven we gerust verklaren, dat dit geheel voor rekening van het optreden der politie kwam. De1 commissaris van politie had een zoodanige opvatting van zijn voorschriften en wettelijke bepalingen, dat we gerust durven beweren, dat als men van de zijde der étakingsleiding niet met kalmte daartegenover had gestaan, zeer zeker ernstige botsingen niet te vermijden waren geweest. Te zijner tijd zullen we nog wel op een en ander nader de aandacht vestigen. Overigens kunnen we zeggen, dat het conflict geen aanleiding heeft kunnen geven dat de strijdende partijen met verbittering tegenover elkander behoefden te staan. Het was van de zijde Van de arbeiders een noodzakelijk verweer, van de zijde der werkgevers een poging om den invloed van de organisatie der arbeiders te verminderen, en zoodoende tot loonsverlaging te komen, daarmede dan demonstreerende, dat hun positie nog een zoodanige was, dat zij zonder maar in het minst rekening te houden met de arbeiders, de loonen en daarmede de economische positie der arbeiders konden bepalen. En dit zullen naar wij hopen, ook de Dordtsche werkgevers hebben geleerd, dat zulks niet meer kan bestaan. De partijen hebben zich in dit conflict gemeten en ieder wendenkend mensch zal naar onze meening deze les uit den strijd moeten trekken, dat het in dezen tijd niet meer opgaat om over en zonder de arbeiders te beslissen. Toch twijfelen wij er nog wél een beetje aan, of dit bij de Dordtsche werkgevers op een paar uitzonderingen na wel voldoende is doorgedrongen. Hun houding toch bij de beëindiging van het conflict is van zoodanigen aard, dat men er wel eens aan gaat twijfelen, of deze werkgevers nog eens tot de erkentenis zullen komen, dat hun manier van optreden toch niet de juiste is. Gezien het standpunt, hetwelk deze werkgevers innemen, vreezen we, dat als zij zich nu niet voor rede vatbaar toonen, een nog scherper conflict noodzakelijk zal zijn, hetgeen zeker niet bevordelijk is voor den vooruitgang van de Dordtsche metaalindustrie. De houding, welke de firma’s Lips, Penn en Bauduin, Wed. J. Bekkers en Zn. en de Electro-Motorenfabriek aannemen, is van dien aard, dat ook de Metaalbond daarmede geen genoegen zal kunnen nemen en deze firma’s in gebreke zal moeten stellen inzake de uitvoering van het compromis, gesloten tusschen de werkliedenorganisaties en den Metaalbond. i De manier van aannemen geschiedt op I zulk eene grievende wijze, dat zulks gej heel in strijd moet worden geacht met den | geest van het compromis. De firma’s Lips j en Bekkers voeren direct de loonsverlaging Ivan 10 pCt. in, en met de ziekenfondsen wordt zoo gehandeld, dat de menschen, welke altijd hunne contributie betaalden, | nu eerst weer 3 maanden mpeten contribueeren, alvorens te trekken. Dit alles is zoo in strijd met afspraken met den Metaalbond, dat wij zeer zeker verwachten, dat deze werkgevers door hun organisatie tot de orde zullen worden geroepen. De houding van de Dordtsche werkgevers is met een enkele uitzondering na, als de Gasmeterfabriek en Straatman, welke het compromis loyaal uitvoeren, ver beneden peil te noemen. We zullen intusschen de bemoeiingen van den Metaalbond even moeten afwachten, alhoewel deze, als dit artikel onder de oogen der lezers komt, wel beslist zal hebben. Op een enkele bijzonderheid zouden wij echter nog even ,de aandacht willen vestigen. Inde conferentie, waarbij de burgemeester van Dordt voorzat op Zaterdag 29 October 1921, aan den vooravond van het conflict dus, verklaarden de vertegenwoordigers der arbeiders zich bereid de staking te doen opschorten, als de werkgevers zich bereid verklaarden de loonsverlaging op te schorten en de besprekingen hierover te openen. Dit werd door de werkgevers afgewezen, op grond dat niet zij, doch de Metaalbond ; de beslissing in deze had. Toen was het 1

Sluiten