Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden en dat doet terdege zÂ’n invloed gelden op ons ledenverlies. De velen, die het vak verlaten, bedanken ook voor het lidmaatschap, omdat zij daarbij geen belang meer hebben. Als we dan bij dit alles nog aanvoeren, dat we een grooten strijd achter den rug hebben, dat juist inde xe week van Januari beëindigd is en dat tengevolge van dien strijd ons ledental per 1 Januari, vergeleken met den tijd van vóór de staking, zeer belangrijk gestegen wras, dan , kunnen we ' stellig niet ontevreden zijn. Want onze ervaring heeft ons altijd geleerd, dat na een strijd van eenigen omvang steeds, een achteruitgang van het ledental viel op te merken. Juist inde plaats, waar de strijd den grootsten omvang heeft gehad, n.l. te Rotterdam, is nu in Â’t geheel geen achteruitgang te bespeuren. Deze afdeeling telde op 1 October 1921, dat is dus één maand vóór de staking, precies 2784 leden, welk aantal op 1 November was gestegen tot 3573 en op 31 December tot 4153. Thans, een half jaar na den strijd is de afdeeling nog gegroeid tot 4249 leden, In Schiedam, dat onmiddellijk aan Rotterdam grenst, is, de verhouding ongeveer eender. Deze afdeeling telde op x October 1921 950 leden, een maand later, op 1 November was ze gestegen tot 1084 leden en het einde van het jaar werd bezegeld met een aantal van 1183 leden. Schiedam is, in tegenstelling met Rotterdam, gedurende het eerste half jaar van 1922 iets achteruitgegaan, n.l. met 25 leden, maar dit is van weinig beteekenis. Het is den Schiedammers wel toevertrouwd om er die 25 weer bij te halen. Als belangrijke plaatsen, waar de strijd gewoed heeft, hebben we dan nog Dordrecht en Utrecht. Eerstgenoemde afdeeling telde op 1 Januari 1528 leden, op 1 Juli 14x8. Een verlies dus van xxo leden. Utrecht daalde van 1465 op 1291, is dus een verlies van 174. Ofschoon deze beide laatste afdeelingen én dat geldt in Â’t bijzonder voor Utrecht, een wat minder gunstig beeld vertoonen, 'is ook daar de achteruitgang nog niet onrustbarend. In Dordrecht zijnde arbeiders het zwaarst getroffen door den onorganisatorische houding vaneen deel der leden van den Metaalbond. De oorzaak van den grooteren achteruitgang in Utrecht kennen we niet, maar er is alle aanleiding om te vermoeden dat daar de crisis 'zich zeer hevig doet gevoelen, met als gevolg verlaten van de industrie door zeer vele arbeiders. Toch vrienden, zal het wéér excelsior moeten gaan. Er moet gewerkt worden en zoodra deze zomersch# maanden achter den rug zijn, dient een flinke; campagne te worden ingezet. Dat wil niét zeggen, dat wé nu maar ' moeten uitrusten. Thans, aangepakt, straks nog wat beter en inde wintermaanden full speed! Zwarte Reactie. !lïi „De Maasbode” van Maandag j.l. schrijft J. y. Abbevé, Hoofdbestuurder van ■den R.-K. Metaalbewerkers bond, onder het *) Dit artikel ïs de yorige week blijven liggen. Red. Als Â’t avond is geworden... Het was op een mooien Julidag, dat ik mij bevond op den top van den z.g. Kluizeixaarsberg inde omstreken, yan het mooie Welp. , GezetenÂ’ óp 'een bank, had ik vanaf dit punt een mooi uitzicht op het omringende landschap met zÂ’n met bosschen begroeide 'heuvelen. Ik genoot yan de rustige omgeving, van het uizicht, van den geur, die uit het welige groen opsteeg en mijmerde in me zelf over al het mooie dat de natuur ons schenkt, maar dat voor zoo talloos velen ‘uit de arbeidersklasse nog onbekend is. Daar, met het uizicht op heuvelen en bosschen, dacht ik, moést ik denken, aan de ;groote massa die de steden bevolkt, saam'geperst in nauwe straten en soms nog nauwere woningen. Zoo inde stilte voel je !dan al de misère van het grootste deel der menschheid dat werkt en zwoegt en eigenlijk nooit geniet van het mooie, dat ook binnen de grenzen yan ons kleine landje te ge. pieten valt. .Uit die mijmering werd ik plots y/akker t

hoofd „Roode Terreur” een verhaal over de staking aan de Ketting- en Ankerfabriek te Rotterdam. Genoemde krant, tuk op een scheldpartijtje op de gehaten rooden, verleent zelfs een heele kolom van haar kostelijke plaatsruimte aan de kronkel-conclusies vaneen in zijn wiek geschoten R.-K. vakvereenigingskomnkje. Het succes, verkregen bij de onderaan delingen met den Metaalbond, is deze menschen waarschijnlijk naar het hoofd geslagen, want met een normaal hoofd kan men tot zulke nonsens niet komen. Hij schrijft; Op de garens van Rotterdam en -Schiedam staat de Anker- en Kettingfabriek, . thans genaamd N. V. Keilehaven. ,De directie had 8 Juli een loonsverlaging aangekondigd van 6 pCt., zonder vooraf met de organisaties overleg te plegen. Opnieuw had deze directie zijn belofte van overleg gebroken. Zeer verklaarbaar on tstond onder het personeel hierover groote ontstemming en een geest van verzet.” (Spat. van ons.) Hieruit blijkt dus, hoe sterk deze R.-K. bestuurder zelf voelt, dat daar iets geschiedde, wat niet door den beugel kon. Verder schrijft hij dan en erkent van Oostexhoorn ontvangen te hebben, een schrijven d.d. 11 Juli, waarin zijn organisatie gevraagd wordt, of zij bereid is met den Algemeenen Bond zich tegen die loonsverlaging te verzetten. Waarop hij namens .zijn R.K. Organisatie d.d. 15 Juli antwoordt, dat zij „met bet vooruitzicht op een eventueelen strijd, momenteel het stellen vaneen ultimatum ongewenscht achten.” Doch, schrijft hij verder in dienzelfden brief: Mocht uwe organisatie met terzijdestelling van alle eventueels gevolgen (wat een dwaasheid) een staking aan deze fabriek willen proclameeren, dan zuilen wij u in die daad niet bemoeilijken (wat aardig) evenmin in dien strijd tegenwerken. Zooals wij reeds aangaven is deze brief,. aan ons adres verzonden 15 Juli. Dat op Zaterdag. En Maandag d.a.v., toen wij hem ontvingen, was het 17 Juli, de fatale datum, waarop de arbeiders voor de verlaagde loonen moesten gaan werken en zij met onze volledige instemming het werk weigerden. De heer V. Abbevé noemt dat directe actie” en „staak, maar raak tactiek”, omdat hij van ons niet ontving afschrift van het ultimatum, wat wij niet gesteld hebben om de eenvoudige redenen, dat de heer v. Abbevé zelf door zijn- antwoord zoo lang vast te houden, het onmogelijk maakte om nog vóór dat de verlaging inging, van de gelegenheid tot het stellen vaneen ultimatum gebruik te maken. Nu willen wij tevens ter meerdere leering van den vakvereenigingsbestuurder, Van Abbevé, die zich zoo uitslooft ten gelieve van de werkgevers en deze staking doodverft als „directe actie”, wel even vertellen, dat waar het hier geldt het afweren vaneen aanval van de werkgeefster op het loon van de werklieden, noch formeel, noch feitelijk van directe actie van de arbeiders gesproken kan worden. Het lust ons niet, op allen onzin, in dit artikel aangeveerd, in te gaan. Wij willen echter vaststellen, aan de hand van de feiten, dat waar hij spreekt aan ons adres vaneen Roode Te rxeu r, hier, bij deze staking geen andere terreur in het spel is dan die van de zwarte reactie, die reeds begonnen! is met de loonsverlaging en de door ons geweèrde werktijdverlenging van den Metaalbond, die door de Kath. en Christel, organisaties met een %eschud door de komst vaneen ouden man, die de ledige plaats naast mij op de bank bezette en mij vroeg of ik niet eens gebruik wilde maken van zijn kijker. Het leek mij, een stoere zevèntiger; oud, maar nog recht van lijf en leden, als was ook zijn hoofd wat gebogen. Wij knoopten een praatje aan. De oudé vertelde me, dat hij permissie had van den heer van het landgoed om als gids te'fungèeren. Al eenige jaren achtereen was hij hier inden omtrek om den vreemdelingen te vertellen op welke punten men van hier het uitzicht had en ook mij begon hij nu, ongevraagd, te vertellen hoe deze en gindsche heuveltop genoemd was en met uitgestoken hand wees hij rniji de richting van Nijmegen, Kleef enz. enz. En hier, m’neer aldus vervolgde hij zijn uit het hoofd geleerde explicatie hier is nu de Kluizenaarsberg. Deze weg, die langs den top voert, is misschien wel 5000 jaar oud. In Oude tijden kwamen hier de reizigers langs, ziet u, van Apeldoorn naar Arnhem en daar hij wees met zijn vinger naar het hoogste topje van den heuvel . a waarop we ons bevonden daar stond toen

zeer kleine minderheid tegenover de groote meerderheid van de arbeiders, is aanvaard. Dat verder ook schriftelijk gedane beloften voor deze menschen niet gelden, wanneer ze daardoor hun patroonsvriendelijke houding zouden moeten prijsgeven. Den eersten Maandagmorgen van de staking zijnde heeren van den Kathi en Christelijken bond naar den werkgever gegaan en hebben daar onder den druk van de staking van de werklieden, die zij afkeurden, de toezegging verkregen, dat de verlaging van de loonen 4 weken zou wor- | den uitgesteld,, in welken tijd onderhandeld j zou kunnen worden. Dit succes was voor j die heeren voldoende, terwijl, ze dien werkgever even goed kennen als de arbeiders, hun leden onder de bedreiging van geen uiW keering te krijgen de fabriek m te jagen. Dat verraad aan de arbeiders, die in strijd zijn tegen den loonaftrek, heeft zich echter onmiddellijk aan hen zelf gewroken. ■ Van het vijftal leden der Roomsche organisatie lieten zich onmiddellijk drie bij onzen bond overschrijven. Van beteekenis is voor de arbeiders tevens, om vast te stellen, dat deze R.-K. organisatie, zelfs met een zoo gering aantal leden, bij een werkgever, waarvan zij zelf zeggen, dat hij opnieuw zijn belofte schond, toch het stellen vaneen ultimatum, omdat er een strijd aan vast kon zitten, ongewenscht achten. Wanneer een dergelijke organisatie ons eischen stelt omtrent den vorm vaneen te voeren strijd, dan zijn wij zoo vrij die met een schouderophalen- te beantwoorden en onzen eigen gang te gaan. C. O. lets overeen bliksemafleider. Inde „Chr. Metaalbewerker” van j.l. Zaterdag vonden we een artikel, getiteld „De bliksmafleider.” Hierin wordt beweerd, dat de Alg. Bond, bevreesd als hij is, dat hij zal worden getroffen, misschien wel vernietigd door de ontevredenheid der metaalbewerkers over de wijze waarop hij in dezen tijd van malaise hun belangen verdedigt, zich tracht te voorzien vaneen bliksemafleider om genoemde ontevredenheid af te leiden en zoxJdoende aan beschadiging of algeheele vernietiging te ontkomen. Volgens dat artikel zouden daarvoor dé Chr. bonden warden gekozen. Heel leuk is als onderschrift aan dat epistel het volgende .toegevoegd; „Men is van de goede werking vap. een bliksemafleider verzekerd, wanneer zij aan de volgende yoorwaarden voldoet. ie. Zij moet hooger staan dan hetgeen zij moet beschermen. 2e. Zij moet van het edelste metaal vervaardigd zijn. VITALIS.” De schrijver bedoelt als zijn meening weer te geven, dat wij zeer ongelukkig in onze keuze zijn, doch komt daardoor tot de door hem ongewenschte verklaring, dat ie. de Chr. Bond nu juist niet een punt is, dat hooger gelegen is dan onze Alg, Bond en 2e, dat de Chr. Bond niet van het edelste metaal vervaardigd is. Thans willen wij wel verklaren, dat wij al jaren deze meening zijn toegedaan; wij vdrbeugen ons nu echter in het feit, dat dit ook dooreen schrijver uit het Chr. kamp wordt bevestigd. We meenen echter den geachten schrijver te moeten mededeelen, dat wij wel de noodzakelijkheid vaneen bliksemafleider hebben ingezien, doch dat wij 01S bovengenoemde redenen de Chr. Bonden daarvoor allerminst geschikt achten. Ook wij waren van meening, dat waar de Chr. en de Neutrale broeders weigerden zich met ons te verzetten tegen de verslechteringen van bet levenspeil der metaalbewerkers en dus deze reeds werden of nog zullen worden toegepast, de metaalbewerkers ontevreden zouden worden over het optreden dér organisaties. En daar wij een koepel waarin de reizigers konden overnachten. Vandaar de naam „Kluizenaarsberg”. En ginds ligt de Emma-piramide, zoo vervolgde hij. De meeste menschen noemen die dén Kluizenaarsberg. Maar dat is niet waar. Hiér is-ie, en niet ginds en die oude koepel is nu voor ongeveer 35 jaren weggebroken. Je bent hier zeker goed bekend hè, vroeg ik mijn ouden metgezel. Goed bekend, niÂ’neer, dat zou Â’k denken, Â’k Ben hier gewonnen en geboren. Al dat hout, dat ge hier inden omtrek ziet, heb ik meegeplant. Dat is nu al weer jaren geleden. Vóór dien stonden hier veel grootere, reuzen van boomen. Alles omgehakt, mÂ’neer, en verkocht om te dienen voor mijnhout. Eh, zou Â’k denken ; boomen die f 300 per stuk hebben opgebraeht. De tegenwoordige eigenaar heeft heel dit-landgoed, tot aan den IJse! toe, met alles wat er op stond voor 22 ton gekocht. Maar hij heeft zÂ’n geld er al lang uitgehaald, mÂ’neer, geloof dat maar gerust. En nu vertelde de oude allerlei j wetenswaardigs omtrent de plek waarop we |

vreesden, dat ook wij volgens de erkenning Van den Chx. schrijver als hoogere punt door de blimsernschichten dier ontevredenheid zouden worden getroffen, besloten wij onze propaganda, welke toch van het edelste metaal is, te bezigen als bliksemafleider, om daarmede de verontwaardiging der massa te voeren naar de reeds 'meer genoemde organisaties, teneinde deze zoo mogelijk te versplinteren of te vermorzelen door de groote kracht, die een dergelijke massabeweging kon ontwikkelen, omdat de I Chr. Bonden en niet wij, de oorzaak zijn. Ivan het onrecht, de arbeiders aangedaan. I Dat deze vermorzeling is uitgebleven, is het gevolg van het feit, dat .schrijvers als die , van bet bestreden artikel, reeds jaren bezig zijn hun giftige gasaanvallen te richten op het naar meer levensgeluk strevende en strijdende deel der arbeiders, waardoor niet die machtsontplooing is tot stand gekomen als voor het welvaartspeil der; metaalbewerkers wel wenschelijk is. Dit willen we echter als slot 41en schrijver nog medegeven op zijn levensweg. Wij zullen vcortgaan om de metaalbewerkers in te lichten omtrent de lamlendige houding der Chr. en Neutrale bonden. Wij zullen voortgaan om de masa op te voeden inden strijd die voert tot de ontvoogding ook der metaalbewerkers en we twijfelen niet, of eenmaal zal de zege ons zijn. Ééns komt die blijde schoone dag. Vs. Onze loonstandaarcl en de internationale strijd tegen het militairisme. In ons vorig artikel hebben wij aangetoond, dat de depressie van onzen loonstandaard haar oorsprong vindt inde internationale toestanden en machtsverhoudingen, en dat opheffing dezer depressie alleen kan geschieden door .het wegnemen der belemmerende factoren ten opzichte van koopkracht der volkeren en internationaal verkeer. Het spreekt dus ook vanzelf, dat, waar de basis van onze volkswelvaart ’— en dat is de loonstandaard zoo nauw samenhangt met de internationale verhoudingen, dat deze voor de organisaties van arbeiders objecten van diepgaande beteekenis zijn, en wij er dus terdege onze aandacht aan moeten wijden. Van het allergrootste belang is dan ook om na te gaan, wat de oorzaak is, waardoor de internationale toestanden dusdanig zijn géworden, dat we op het oogenblik van een economische inzinking van de wereld kunnen sprekten. En als wij dan de oorzaken beschouwen, , dan constateeren we eerst een groote tegenstelling van belangen van verschillende groote kapitaalgroepen, welke hun basis vinden in samentrekking van groote’ industrieën tot machtige trusten en cartels, welke elkander den voorrang, betwisten. De invloed van die groepen, welker belangen we ook weer terugvinden bij kolonisatie-vraagstukken, heeft zich geleidelijk aan zoo uitgebreid, dat zij voor het grootste gedeelte reeds de nationale politiek beheerschte. Het spreekt dus vanzelf, dat inden strijd tusschen de verschillende, industrieele en kapitalistische belangengroepen, van dien invloed inde staatspolitiek gebruik werd gemaakt, met het onvermijdelijke gevolg: de, ontzettende wereldoorlog, dien wij pas achter den rug hebben. Hierin schuilt voor de arbeiders een les voor de toekomst, welke wij goed onder de oogen hebben te zien en naar waarde te schatten. Want dit moet toch vaststaan, dat, waar wijden verwoestenden invloed vaneen dergelijkfen wereldoorlog van nabij hebben kunnen aanschouwen, wij alle middelen zulons bevonden en de omgeving waarop we uitzicht hadden. Enne, zoo informeerde ik verder, nou heb je zoo een rustig leventje op je ouden dag, hé ? Want zoo’n landeigenaar, die rijk is en zoo heel veel van de opbrengst genoten heeft, zal toch z’n arbeiders wel behoed hebben voor een armoedigen ouden dag? En toen kwam de oude eerst recht los. M’neer, ik verdiende hier 40 centen per dag evenals andere arbeiders van ’s morgens 6 tot ’s avonds 7 uur. Die Emmapiramide daar, die is niet door de natuur gevormd, maar is gemaakt. Daar heb ik ook aan meegewerkt. Dat was werkverschaffing en werd betaald met 60 cent per dag. Neen, rijk hebben we het hier nooit gehad m’neer. En nou baas: kan je nou zoo nog al door ’t leven komen ? Héb je nou ’n pensioentje van den landheer ? Niet veel m’neer. fi.so inde week. Daar kon ik niet van leven en toen ben ik in ’t Armhuis gegaan, weet u. Jawel, zoo i merkte ik op, maar é, je hebt nou toch ook niet waar?;

Sluiten