Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel hebben aan al datgene, wat de men- ■ schelijke geest ineen lange reeks van eeuwen heeft gewrocht, het streeft naar den toegang tot de geestelijke schatten der menschheid. Lang, veel te lang heeft men de onderste lagen der bevolking uitgesloten van de bronnen der ontwikkeling en beschavingen, heeft ze gehouden in onwetendheid en ruwheid, omdat men wist dat de domste schapen zich gedwee laten scheren. Nu is die ban eindelijk gebroken, de georganiseerde massa’s hebben voor zich het recht op weten en beschaving bevochten. Overal merken wij in die massa’s een hongér en dorst naar geestelijk en zielsgenot, naar artistieke en beschavende bevrediging. Deze drang naar beschaving, dat reikhalzen naar hetgeen het leven eigenlijk goed en mooi maakt, hetgeen ons het triestige aldaagsche verguldt, hetgeen ons gemoed boven hét werkdaggemier verheft, dat sterk geprononceerde streven maakt zich overal inde massa merkbaar. Daar de menschelijke behoeften zich niet beperken tot het materieele en psychische, maar ook van socialen en rechtschapen aard zijn, zoo is het verklaarbaar dat öök de eischen van het proletariaat groeien, dat de strijd voor een menschelijk bestaan zich steeds nog hooger doeleinden stelt. De eens verachte en omlaag gehouden volksmassa’s ontwaakten tot zelfbewustzijn, zij werden zich bewust van hun waarde en beteekenis, zij; maakten aanspraak op eer, achting en menschenwaarde. De sociale gelijkwaardigheid moest bevochten worden, ook de eenvoudigste arbeiders(sters) wilden als menschen geschat en behandeld worden. Dat doel is wel nog lang niet bereikt, want nog steeds zien de bovenste en middenlagen der bevolking met geringschatting, zelf minachting, op de z.g. Onderste lagen der maatschappij neer. Zij meenen iets beters te zijn dan die „gewone menschen”, dat „plebs” of „kanalje”, maar zij vergten geheel en al, dat het die „gewone menschen” zijn, die hun de mogelijkheid verschaffen, in mooie kleeren te pronken en een weelderig leven te leiden. De minachting van eerlijken arbeid drukt ondragelijk op het proletariaat en het wordt werkelijk hoog tijd, vooral in dezen tijd van algemeene verarming door de verwoestingen van den oorlog en de ontwrichting van handel en nijverheid, dat de arbeid door de menschheid als een „eer” beschouwd en daarnaar ook gehandeld wordt. Inden geest van den Griekschen dichter der oudheid, die reeds ruim twee* duizend jaren geleden zong: „Niet de arbeid schendt, maarde arbeidsschuwheid, want zij is bij góden en menschen gehaat en geminacht, welke evenals de hommels het voortbrengsel der vlijtige arbeidsbijen in luiheid verteeren. Eerst dan, als de arbeid geen schande meer is, zullen de menschelijke arbeidsbijen met fierheid naar hun bezigheid kunnen kijken. Naast de sociale gelijkwaardigheid behoort tot een menschwaardig bestaan der menschen op alle gebieden gelijkgerechtigdheid en vrijheid van zelfbepaling in het raam van het sociale organisme. Daarom maakt de moderne proletariër aanspraak op recht en vrijheid, op zelfbepaling en persoonlijkheid. Dat is de kroon van het gebouw. De zelfbewuste arbeider, die zijn plichten in elk opzicht vervult, wil ook medezeggenschap hebben in Staat en Gemeente, in het economische leven en in alle openbare aangelegenheden. Hij wil mederaden en doen, want hij is beu een rechteloos slaaf, een willoos werktuig in handen der h e er en te zijn. Verder wil hij vrij beschikkingsrecht hebben over zijn persoon, reden waarom hij vrijheid van denken, spreken en handelen eischt. Wel weet hij als verstandig mensch heel goed, dat binnen een menschh’jke gevoordeeliger zijnde arbeiders niet meer iri z.g. „vergader”- (lees; vee-) wagens naar hun afzonderlijke werkplaatsen te vervoeren, maar aan elk een toe te wijzen. Hetzelfde zou ook het geval zijn met handelsreizigers. Verlaagt de loonen slechts niet, overvraagt den kooper niet, vervult uw zakendoen met geest, met veel geest, produceert de waren steeds beter, dan zal men aan alle kanten beter gediend en gebaat zijn. » « * 111. Lage locnen onveiligheid in zaken. Goede loonen betalen is de voordeeligste manier om zaken t© doen. De ondernemer, vertelt Ford verder, wint er niets bij, als hij in gedachte tot den arbeider zegt: Hoe kan ik hem er toe brengen zich met heel weinig tevreden te stellen ? Evenmin kan de geëmployeerde er wat bij winnen, als hij zich afvraagt: Hoeveel ben ik in staat van den fabrikant af te dwingen ? Want ten slotte hebben beiden zich toch af te vragen: Hoe kan ik deze industrie zoo veilig en winstgevend maken,

meenschap een onbeperkte vrijheid onbestaanbaar is (zie: Vrijheid in wederkeerig i verband, No. 45), omdat elk rekening met zij medemenschen moet houden. Maar voor zoover hij door zijn doen en laten zijn mede- I menschen niet benadeelt of kwetst, wil hij bewegingsvrijheid. Daarboven heeft hij zich "ten doel gesteld een m'ensch te j worden inde hoogste beteekenis van het woord. Mij Wil het hoogste geluk genieten, een persoonlijkheid te zijn, steeds bereid te zijn te gehoorzamen aan de stem van zijn hooger denkend principe en daarmede aan de be- j langen der menschel ij ke gemeenschap. Dat doe! sluit in zich alles, wat tot een menschwaardig bestaan behoort. NE MO. Uit de Afdeeiingen. AMSTERDAM. Cursus Verbrandings* motoren. Het is ons door middel van de Centrale Commissie voor Arbeidersontwikkeling gelukt een cursus te doen geven over „verbrandingsmotoren”, welke zal worden gehouden op Vrijdagavonden en wel op 5, 12, ig en 26 Januari a.s. Deze cursus zal geleid worden door den heer ir. Former uit Aerdenhout, een specialiteit op dit gebied, die ook voor de Volksuniversiteit over dit onderwerp doceert. Wij hebben natuurlijk in onze afdeeling een groot aantal leden, dat dit onderwerp in ’t bijzonder aangaat. We noemen b.v. menschen van „Werkspoor”, Kromhout, Brandenburg, Fokker, Trompenburg, enz., en waar de cursus ial gegeven worden in onze zaal, 2de Jan van der Heijdenstr, 101, is de ruimte uiteraard beperkt. Zij, die er dus prijs opstellen, dezen bijzonderen cursus mede te maken, gelieven zich zoo spoedig mo g e 1 ij k op te geven. Wij rekenen er echter op, dat ieder, die zich aanmeldt, ook alle avonden present zal zijn en zoo dit niet kan, z’n plaats open te laten voor een ander. Voor onzen electriciteitscursus. door den heer v.d. Volkere te geven, was zoo groote belangstelling, dat we tot onze spijt een aantal menschen moesten afwijzen. Geeft u dus nu bijtijds op, des te geringer is de kans om te worden afgewezen. W. v. Z. * * Sf „De Nieuwe Gedachte”. Zondagmorgen 17 December a.s., te 10.30 uur, zal vanwege „De Nieuwe Gdachte”, in „De Witte Bioscoop”, Damrak, spreken J, G.Wannee, over: „De opbouw der religieuse gemeenschap”. * • • De Centrale Commissie voor Arbeidersontwikkeling bericht ons, dat op Vrijdag 29 December a.s. des avonds 8 uur precies „De Madrigaalvereeniging”, onder directie van den heer Sem Dresden, een uitvoering zal geven in het Concertgebouw voor het Amsterdamsch Comité voor Arbeidersontwikkeling tegen een toegangsprijs van 40 cents. Wie een buitengewoon kunstgenot wil smaken, moet deze hoogstaande Madrigaalvereeniging hooren. Het is ons gelukt deze vereeniging bereid te vinden voor onze leden op te treden. Een groote opkomst wordt verwacht. Men voorzie zich dus tijdig van kaarten, die op vertoon van het lidmaatschapsbewijs der aangesloten vakvereenigingen of partijafdeelingen verkrijgbaar zijn aan het kantoor van den Amsterdamschen Bestuurdersbond, Reguliersgracht 78, eiken werkdag van 10 tot 5 uur, behalve Zaterdags. Wij verwachten dat een groot aantal onzer leden van deze bijzondere gelegenheid zal profiteeren. * * * dat zij ons allen een behagelijkleven waarborgt ? Als het echter recht is, dat de leider van een onderneming hoogere dividenden tracht te behalen, dan moet het ook recht zijn te streven om hoogere loonen te betalen. Intusschen moest het duidelijk zijn, dat het met de hooge loonen inde werkplaats begint. Als daar niets voortgebracht wordt, kan ef ook niets uit het loonzakje te voorschijn komen. Nooit zal er een methode gevonden worden, die de noodzakelijkheid van werken overbodig maakt. Werk is onze gezondheid, onze achting voor ons zelf, ons heil. En de ondernemer zal gedurig, wil hij zijn plichten ernstig vervullen, nog veel harder moeten werken dan één zijner ondergeschikten. In ons werk bestaat geen tariefwerk. Een deel der arbeiders heeft dagloon, het andere uurloon, maar in elk geval is een minimumprestatie vereischt, waar beneden geen der arbeiders mag dalen. Ware anders, dan | zouden noch de arbeiders noch wij weten ! of het loon ook feitelijk verdiend is. Eerst moet er een bepaalde minimum-prestatie zijn, alvorens een bepaalde loonnorm kan

Bij ons Muziekkorps is nog behoeft aan: twee iste klarinetten, één iste piston, en één bughel. Leden van onze afdeeling, die deze instrumenten bespelen, worden verzocht zich zoo spoedig mogelijk op te geven,. ! DORDRECHT. Aan onze werkende leden deelen we mede, dat bij den bode verkrijgbaar zijn bonnetjes van 10 cent, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de werkloozen, door middel van het Comité tot Ondersteuning van Werkloozen, Winter 1922—1923. Er is vanwege dat Comité een regeling , getroffen waardoor het mogelijk is, dat de werkloozen voor f 1.40 een H.L. eerste kwaliteit eierkolen kunnen koopen. Verder zal de Coöperatieve Brood-' bakkerij „Vooruit” binnen enkele dagen het brood 5 cent per 8 ons goedkooper aan de werkloozen leveren, mits men lid van de coöperatie is of wordt. Hierdoor kunnen dus twee belangrijke zaken tegen zeer sterk verminderde prijzen worden aangekocht. Verder wordt aan onze leden medegedeeld, dat het bestuur Dinsdagsavonds van 7 tot 9 uur en Zaterdagsmiddags van 3 tot 5 uur op ons kantoor inde Adriaan van Bleijenburgstraat gzwart, voor onze leden te spreken is om over verschillende zaken inlichtingen te geven en eventueele klachten en mededeelingen in ontvangst te nemen. HILVERSUM. Het is ons opgevallen, dat dit jaar door zoo weinig onzer leden gebruik wordt gemaakt van de door de Volksuniversiteit geboden gelegenheid tot ontwikkeling. We meenen daarom goed te doen de aandacht te vestigen op de voorjaarscursussen 1923. 1. Muziek, 10 lessen door S. v. Milligen, Hoofdleeraar aan het Conservatorium te Amsterdam. 2. Het kweeken van planten, groenten, snoeien van rozen, enz., 10 lessen (met lichtbeelden), door J. K. Budde, Hortulanus te Utrecht. 3. De kleur in het leven. Drie lessen door H. Hei jenbroek, kunstschilder te Blaricum. 4. Dierenleven. Tien lessen met lichtbeelden, door A. F. J. Portielje, Inspecteur van „Artis”, te Amsterdam. 5. Het valuta-vraagstuk, door Prof. G. Mannoury, Hoogleeraar aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, welke in 3 lessen dit zoo hoogst belangrijke onderwerp zal behandelen. Inschrijving van 20 December tot 5 Januari inde openbare leeszaal, ingang Veerstraat, op Woensdag- en Vrijdagavond van 7—9 uur. Toegangskaarten op vertoon van bondsboekje. Cursus 1,2 en 4, f 1.-, cursus 3 en 5 f 0.50. Ontwikkelt u! * « • Onder de aandacht onzer werklooze leden wordt gebracht, dat zij, indien gewenscht, ter bekom ing van schoolvoeding en -kleeding voor hun schoolgaande kinderen, zich kunnen aanmelden bij de Commissie voor Schoolvoeding en -Kleeding. Voor nadere inlichtingen wende men zich tot mevr. Klarebeek—Jansen, Anemonestraat 13. K. KINDERDIJK. In „De (Chr.) Metaalbewerker” van 2 December beweerde Vitalis, dat ik voor eenigen tijd op gruwelijke wijze spotte door Christus’ woorden te vastgesteld worden. Deze opvatting deed mij in Januari 1914 een soort aandeel inde winst invoeren, waarbij onder bepaalde onderstellingen het minimumloon voor elke soort arbeid vijf dollar per dag bedraagt en de werktijd van negen op acht uur verlaagd werd. Daaraan had weldadigheid geen aandeel. Ik ging tot die verandering over, niet alleen omdat ik hooger loon wenschte te betalen en meende het te kunnen betalen, maar ik verhoogde het loon, opdat aan de onderneming een veilige basis werd verzekerd. Ik spendeerde in ’t geheel niets, ik bouwde voor de toekomst. Een onderneming met lage loonen staat steeds onzeker. Er hebben zeker weinige aankondigingen een wereldberoemder bespreking gevonden als die van de vijf dollars per dag. Deze tijding bereikte alle hoekjes der aarde. Duizenden en duizenden verlieten hun geboorteland om in Amerika die vijf dollar te verdienen. Op den dag der aankondiging i werd ons „Highland-Park-Werk” (te Detroit) door mannen en vrouwen bijna bestormd om plaatsing, mogelijk dat zij | arbeid bedoelden, terwijl ik echter geloofde,

verdraaien en deze pasklaar te maken voor de propaganda voor mijn partij. Hij schreef ‘„partij”, hoewel ik schreef voor de vakbeweging. Dat is echter bij die latijnisten hetzelfde naar het schijnt. Wat nu dat spotten betreft, ik maak me zelf daaraan nooit schuldig. Ik vermoed dat Vitalis doelde op een geval, waarbij ik mij bediende van de woorden van den profeet Amos, niet dus van Christus. Ik gewaagde van personen die wel christelijk praten, maar die onderhands bezig zijn om „Akker aan akker te trekken”, en dus niet zoo heel erg onder den indruk leven van de woorden: „Het is lichter, dat een kemel ga door het oog vaneen naald, dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk der Hemelen”. Sommige schriftverklaarders houden dié naald voor een naaldpoort van JeruSalem, d. w. z. een poort, Waar slechts één persoon tegelijk door kan gaan. Men behoefde dan niet de groote poort geopend te houden. Het is wel eigenaardig, dat wij direct bij’: de spotters worden ingedeeld zoodra wij: een bijbelsch woord aanhalen. Kort geleden las ik, dat op zeer vele plaatsen wel ovér Christus gesproken wordt, maar dat het met de naleving van zijn geboden maar treurig gesteld is. Bij de opheffing van het Christelijk dagblad „De Amsterdammer” hebben we daarvan ook mooie staaltjes beleefd. Zelfs de gelden, die ten bate van het Nansen-Comité zijn opgebracht, moeten daarbij gesneuveld zijn. Ja ja, ’t is vaak zooals eens een spreker zei: „Er is verschil tusschen Christenpraat en Christendaad”. Wat komt er inde practijk terecht van de woorden : „Die twee rokken heeft, deele mee aan hem die er geen heeft”. Indien men naar den geest dezer woorden handelde, zou de steunverleening van thans wel wat christelijker zijn. Misschien zal Vitalis opmerken, dat men dat niet zoo woordelijk moet opvatten. Ik heb daarvan ondervinding. Zoodra men sommige christenen aan een voor hen lastige Bijbelsche uitspraak herinnert, weten zij er wat op te vinden en geven een „verklaring” die je in staat moet stellen om precies te lezen wat er niet staat of omgekeerd. Onlangs was ik onder het gehoor van Ds. Knap, die zou spreken over ~Vrouwenader’. Aangezien ik van dien adel nog niet veel ondervinding had opgedaan, meende ik ook in dit opzicht m’n kennis wel eens te kunnen verrijken. Ds. Knap bestempelde de vrouw inde eerste plaats als een bundel van tegenstrijdigheden. Over de woorden, dat een vrouw niet in mannenkeeren mag loopen, liet dominé zich als volgt uit: „Dat gebod”, zei hij, „slaat niet alleen op de kleeren; zoo oppervlakkig is de bijbel niet. Neen, ook op fietsen, rooken slaat dit en evenzoo op het zwaaien met het stembiljet”. Ik wil maar zeggen, dat Ds. Knap aan de woorden van den bijbel een breede strekking geeft en waarom zou ik dat dan niet evenzoo mogen doen ? De voorbeelden met betrekking tot menschen en groepen, van menschen die wel christelijk spreken, maar op geen stukken na christelijk handelen, zouden we met talloos velen kunnen aanvullen. De Genestet heeft eenmaal gedicht: Strijd mee in onze dagen strijd, Maar met uw leven, wandel, wverk, O zeg niet wat uw mond belijdt, O zeg niet van wat naam of Kerk, Maar toon van welken geest gij zijt. Voor wie toont een goeden geest te hebben, kan men achting gevoelen, of hij christen is of niet. C. v.d. R. dat het hen alleen om die vijf dollars te doen was. De deelname inde winst was geenszins vaderlijke voorzorg. Als deze zich tegen mijn voornemen ontwikkelde, zou dat één, der redenen zijn, die ons beïnvloedde om dat geheele plan van deelname inde winst en de afdeeling voor sociale voorzorg op te heffen. De hoofdgedachte was, dooreen premie een prikkel tot betere levenswijze te scheppen. Alleen die mensch, welke een behagelijk, ordelijk leven leidt, verricht zijn arbeid geregeld. Wij hadden met de slechte gewoonte der buitenlandsche arbeiders om kostgangers te houden, dus om hun tehuis als een geldzaak, inplaats vaneen plaats voor rust en ' behagelijkheid te beschouwen, rekening te I houden. j Wij hebben, zooals gezegd, ons plan veranderd. Het beginsel bleef: Wie vaneen man verwacht, dat hij zijn tijd en kracht offert, dan moet diens loon zóó hoog zijn, , dat hij van geldzorgen bevrijd is. Dat loont j zich. Onze winsten getuigen voldoende, dat j de voordeeligste manier van zaken doen i.s, [ hooge loonen te betalen.

Sluiten