Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32ste JAARGANG ZATERDAG 31 JANUARI 1925 No. 5

De IfletaalDemerfcer

CUceKMad van den Hlgetnecnen Dederlandscbcn lüetaalbewerßersDond.

i I Arbeiders aller Landen Vereenlgt IL "i ■ "

REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam Telefoon 26175

Kennis is macht, Eenheid kracht «■«■■■■MMHMMMMMMMMnMMMMM'WMTSannMHaMHMaMaHBa m

ABONNEMENT; Bij vooruitbetaling per jaar. . . ; ; J ; f 1.50 Voor Buitenland verhoogd met port». Losse nummers 0.03

Stukken van algemeenen aard moeten ui terlijk Maandags, Bondsnieuws en advcrtvntien Woensdagemorgens eön ing»k«men

„ . AD VERTEN TIEN gewone a vcrtentiön . . , , . per regel f 0.30 Aanvragen voor personeel 0.20 Afdeeling»advertentien 0.20

OPLAAG 24.400 Officiëele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op de 5é week in het Bondsboekje geplakt* ★ ★ ★ WAARSCHUWING. Wij maken onze afdelingsbesturen er op attent, dat de firma Van Maaren te Apeldoorn, waarmede onze Bond sedert 22 Sept. 1924 in strijd gewikkeld is, hard* nekkige pogingen aanwendt om in ver= schillende deelen van ons land vaklieden, zooals koperslagers, forceurs e.d., als sta* kingbrekers aan te werven. Onze afdeelingen zijn hiermee gewaar* schuwd en wij verzoeken hun dringend nauwlettend toe te zien, dat geen onder* kruipers geronseld worden. De Internationale Verhoudingen en Wij. De groote pers heeft gedurende de laatste 14 dagen melding gemaakt vaneen aantal orders voor de Nederlandsche Scheepsbouwindustrie, welke alle in scherpe concurrentie met de Engelschc industrie zijn veroverd. De regeering van New Foundland heeft den bouw vaneen stoomschip opgedragen aan de Mij. „Nieuwe Waterweg”* te Schiedam, terwijl volgens een bericht, dat we aan „De Maasbode” ontleenen, de Anglo Saxon Petroleum Cy. te Londen den botw van twee groote tankbooten aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gegund heeft. De Engelsche bladen klagen steen en been over deze Hollandsche concurrentie en zij maken er den Engelschen vakbonden een verwijt van dat zij de industrie zoodanige belemmeringen inden weg leggen, dat daardoor het werk naar Holland gaat. Ineen hoofdartike! inde „Daily Mail” van 17 Januari wijdt de redactie van dit blad een uitvoerig artikel aan den toestand inde Engelsche scheepsbouwindustrie en somt zoo een en ander op wat als oorzaak van de Hollandsche concurrentie moet worden aangemerkt. Het blad heeft dooreen specialen correspondent in Nederland een onderzoek laten instellen en deze beweert nu o.m. »dat de Hollandsche ondernemingen niets te betalen hebben in vergelijking met de zware plhatselijke belastingen, welke de Engelsche firma’s moeten opbrengen, en die nog verzwaard worden door hooge werkloosheidsondersteuningen. Sinds twee jaar kosten die ’n Britsche firma meer dan 3' per ton van te water gelaten schepen. De Nederlandsche ■ arbeidsweek bedraagt 55 Uur tegen de Engelsche 48.” Verder schrijft deze dan nog het volgende:

„De Nederlandsche arbeider is vlijtiger dan de Engelsche en werkt prompt van aanvangs- tot sluitingstijd, hetgeen 7J pCt. scheelt. De Hollandsche nacht- en dagloonen zijn dezelfde en gedurende de eerste twee uur overwerk wordt slechts 25 pCt. extra loon betaald.” We mogen ook hier weer uit concludeeren, dat onze Hollandsche arbeiders nOg niet zulk een beroerd soort uitmaken als onze werkgevers willen doen voorkomen. Eigenaardig doet het aan nu van Engelsche zijde te vernemen, dat de werkgevers daar te lande zooveel moeten opbrengen aan belasting en hooge bijdragen moeten storten voor de werkloosheidsverzekering. We hebben in ons land klachten van ongeveer gelijke strekking vernomen met dit onderscheid, dat ze toen betrekking hadden op ons land en dienst moesten doen om het nadeel van de Nederlandsche industrie tegenover de Engelsche te demonstreeren. Dat g'eschiedde toen door niemand minder dan den Stork in z’n „Fabrieksbode” van 5 October 1923. Deze heer probeerde toen duidelijk te maken dat men voor een juiste vergelijking tusschen de Engelsche industrie en de onze niet alleen had te letten op de loonverhoudingen, maar ook op de algemeene kosten. En haarfijn wist de heer Stork toen zijn arbeiders voor te rekenen dat de algemeene verplichte onkosten'in ons land 3 a 4 pCt. hooger waren dan in Engeland. Maar even haarfijn weet nu de correspondent van de ,Daily Mail” den Engelschen arbeiders voor te rekenen, dat de Engelsche industrie zw-aarder belast is dan de Nederlandsche. Zoo wordt ook hier weer bevestigd, dat de opsomming van al die kleinigheden niets dan muggesiftcrij is en uitsluitend diehst moet doen om toch maar gelijk te hebben. Uit alles blijkt bovendien dat ook bij de ondernemers elke zuivere kennis omtrent den buitenlandschen toestand ontbreekt. Flet te Liverpool verschijnend „Journal of Commerce”heeft onlangs ineen van zijn nummers een vergelijkenden loonstaat van Engeland en van Nederland gegeven, welke het volgende beeld te zien geeft: Engeland : Nederland : ! Plaatwerkers . . . f f32.13 f Timmerlieden. . . -28.91 -32.13 Klinkers – 26.77J – 28.16J ; Ongeschoolden , . – 22.91 – 23-.Ó5 1 Deze loonen zijn alle berekend op een j 48-urige werkweek. Het is de „Nieuwe Rot- [ terdamsche Courant” van 23 Januari j.1., welke deze cijfers publiceert, blijkbaar met de bedoeling om nog eens te laten uitkomen, dat de loonen hier hooger zijn dan in Engeland. Als w7e nu de gemiddelde loonen van de eerste gemeenteklasse nemen volgens de cijfers van het N.A.M. van x Juli 1924, dan komen we tot weekloonen (bij 48 uur) van f 30.72, f 27.36 en f 23.04, respectievelijk voor geschoolden, geoefenden en ongeschoolden. Tegenover Engeland pronken w'fe echter met die gemiddelde cijfers van de eerste

gemeenteklasse wat al te zeer. Engeland heeft voornamelijk de concurrentie van Rotterdam en Schiedam het hoofd te bieden en daar was en is de toestand nog heel wat slechter. Te Rotterdam waren over het xe halfjaar 1924 de weekinkomens van de drie groepen respectievelijk f 28.32, f 25.92 en f 22.08. Men is in Engeland blijkbaar niet al te best ingelicht omtrent den toestand ten onzent en omgekeerd kan wel hetzelfde gezegd worden. Het is bovendien de vraag of men in Engeland weet dat hier uitsluitend met gemiddelde totaal-inkomens gerekend wordt. Maar af gezien hiervan blijft dit feit, dat men hier te lande steeds schermt met loonen die hooger zouden zijn dan in Engeland en dat men aan de overzijde van de Noordzee precies hetzelfde doet. We hebben het bovenstaande gegeven, om nog eens duidelijk te laten zien met welke groote moeilijkheden wij in onze industrie te kampen hebben. Het is niet voldoende dat we weten hoe de arbeidsverhoudingen in dex diverse plaatsen van ons eigen land zijn, neen, we hebben te rekenen met een groot aantal andere landen. Daarom juist zijnde internationale verhoudingen en de kennis daarvan voor een organisatie als de onze van het allergrootste belang en is internationaal oriënteering een gebiedende eisch. Verrassingen ? In het blad van den R.-K. Metaalbewerkersbond van de vorige week komt een artikel voor, getiteld De Metaalbond te Rotterdam”. Het opschrift deed vermoeden, dat er over genoemde werkgeversvereeniging zou worden geschreven. Dat is echter in dat artikel maar zeer zijdelings het geval. De hoofdinhoud is een verslag betreffende een conferentie met het bestuur van de afdeeling Rotterdam van den M.B. De schrijver J. v. A(bbevé) deelj dan mede, dat de K. C. N. (Kath., Christ. en Neutr. Bond) in verband met de slechte positie van de metaalbewerkers te Rotterdam een bespreking heeft aangevraagd met den M. B. en dat ze die ook gekregen heeft op 16 Jan. j.I. Verder, dat daarbij aanwezig waren van werkgeverszijde de heeren Verloop, Wilton, Dijkgraaff, Conijn, Schouten en De Kanter. In dat verslag wordt dan vervolgens weergegeven, dat van de zijde der K. C. N. daar uiteengezet is, dat de toestand voor de arbeiders slecht is en dat er ~wat door de werkgevers diende te gebeuren” om verbetering in dien toestand te brengen. Van de zijde der werkgevers werd betoogd, dat er wel ruimer werkgelegenheid gekomen was, doch dat het nog wel wat te vroeg was om verbetering van positie voor de arbeiders te bereiken. Het schijnt op deze conferentie van K. C. N. en de Rotterdamsche werkgevers intusschen zeer genoegelijk geboterd te hebben, v. Abbevé is er tenminste over in de wolken. Hij schrijft;

Hoe het zij, onze indruk van de gehouden besprekingen en het overleg in deze zaak, geeft de gedachte, dat de werkgevers moesten erkennen, dat er wat door hen gedaan moet worden, voor zoover de bedrijven daartoe in staat zijn, Of dit nu een loonsverhooging moet zijn of een wekelijksche toeslag op het loon, is een kwestie, die op de tweede plaats ter beoordeeling komt. Bovendien wordt deze gedachte bij ons versterkt, aangezien het bestuur van den Metaalbond, afdeeling Rotterdam, gehoord onze uiteenzetting, verklaarde bereid te zijn, voor zijne leden ten spoedigste een vergadering te doen houden, al waar de situatie, door ons besproken en het verlangen door ons geuit, aan het oordeel der werkgevers-leden kan worden voorgelegd. Staande de conferentie kon moeilijk een beslissing worden genomen, daai voor een dergelijke beslissing tot verbetering inden toestand der metaalbewerkers de goedkeuring van de leden van den Metaalbond wordt vereischt. Wij moesten ons met dit rèsultaat voor-' loopig tevreden stellen, vertrouwende, dat het bestuur van den Metaalbond, afd. Rotterdam, ten spoedigste zijn leden bijeen zal roepen en, gezien den toon der besprekingen en de motieven, door ons aangevoerd, hunnen leden sterk zullen adviseeren tot het nemen van maatregelen die tot het door ons gewenschte doel zullen leiden. Op de beslissing van die ledenvergadering zullen wij dus even moeten wachten, alvorens wij verdere conclusies kunnen trekken. Voorloopig kunnen wij vaststellen, dat wij het genoegen hebben gehad inde gelegenheid te zijn gesteld ineen rustige stemming, waarin dus de gemoederen der menschen ondergeschikt zijn aan het verstand, met de Rotterdamsche metaalindustricelen te praten en ineen ernstig overlegde schrille positie van hun eigen arbeiders onder het oog te brengen. (~Die rustige stemming” is kostelijk en is dan bepaald verkregen doordat de Algemeene Bond er niet bij was.) Vervolgens raakt de schrijver in vervoering en vervolgt: Moge dit het begin zijn vaneen lichtenden dageraad door den nevel der ternis, die wij langs de Maas geruimen tijd hebben gekend. Het wel en wee van duizenden arbeidersgezinnen staat hierbij op het spel! Het zou ons kunnen spijten, dat wij bij dit onderhoud niet tegenwoordig zijn geweest, alleen maar omdat wij nu van deze vervoering verschoond moeten blijven. Wij zijn er echter niet bij uitgenoodigd. De K. C. N. heeft ons gepasseerd en de oorzaak ligt dus niet bij ons dat wij dit alles misgeloopen zijn. Als er dus loonsverhooging of toeslag komt, weten onze leden, dat ze dit niet aan ons te danken hebben.

Sluiten