Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32ste JAARGANG ZATERDAG 18 APRIL 1925 Wo* 16

De metaalfceaierfcer

Glceßblad m den Jflgemeenen Dederlandscbcn mmalbewerkcrsbond.

J . «, Arbeiders aller Landen Vereenlgt IL

REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN * Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam . ■—- Telefoon 26175 1- 1 ■-1

. t ■ Kennis Is macht, Eenheid krach t •f ~~i r

ABONNEMENT; Bij vooruitbetaling per jaar. . . I ! J ; f 1.50 Voor Buitenland verhoogd met porto. Losse nummers 0.03

Stukken van algemeenen aard moeten aiterlijk Maandags, Bondsnieuws en advertentiën Woeradagsmorgens zijn ingekomen

ADVERTENTIËN Gewone advertentiën per regel f 0.30 Aanvragen voor personeel • •••»»•• 0.20 AfdeelingsadvertentiSn ..••••••» 0.20

OPLAAG 24.400 Officieele lededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op de 16e week in het Bondsboekje geplakt. * * * Wij maken de leden van de afdeeling Hengelo attent op dein dit nummer voorkomende advertentie. Hulde P. J. van den Broeke. Er zal wel bijna geen lezeres of lezer van ons blad zijn die niet weet dat te Amsterdam op 1 October van het vorige jaar drie Nederlandsche jongemannen per vliegtuig zijn opgestegen om met trotseering van allerlei gevaren een poging te ondernemen om van Amsterdam naar Batavia te vliegen. De belangstelling van bijna iedereen vergezelde deze koene vliegers op hun moeilijken tocht en geen dag ging voorbij zonder dat morgen- of avondbladen werden doorsrelezen om te zien waar het drietal zich bevond. Teleurstelling was er bij het vernemenvan de tijding, dat tengevolge van het doen vaneen noodlanding inde vlakte der Maritsa bij Philippopel, .de machine ernstige beschadiging had opgeloopen, hetgeen langdurig oponthoudt veroorzaakte. Met groote vreugde is daarna het bericht vernomen, dat de tocht zou worden voort- 1 gezet en er was innerlijke blijdschap toen eindelijk vanuit Batayia het telegram kwam, dat het trio Vander Hoop, Van Weerden Poelman en Van den Broeke in de beste conditie daar was aangekomen. Dit alles zullen zoo niet alle, dan toch zeker het overgroote deel van onze leden weten. De dagbladen hebben ons inmiddels bericht, dat de drie landgenooten, die gezamenlijk per „Fokker F. 7” zijn (vertrokken, met het stoomschip „Patria” de terugreis naar Holland hebben ondernomen, reeds te Marseille voet aan wal gezet hebben, vanwaar zij per spoor naar Parijszijn vertrokken. Van Parijs zullen zij per vliegtuig naar Amsterdam terugkeeren en 18 April op het vliegterrein Schiphol arriveeren. -¥■ Aanleiding tot het schrijven van dit stukje vonden we inde omstandigheid, dat één van het drietal, dat de tocht naar Batavia gemaakt heeft, n.l. de mecanicien Van den Broeke, tot onzen kring behoort, lid is van onzen Bond en als zoodanig bij onze afdeeling Amsterdam staat ingeschreven. Onzen bondgenoot is reeds vele malen tegelijk met z’n tochtgenooten hulde en eer ten deel gevallen. Dat kon ook moeilijk anders. Hij behoorde met nog slechts twee andere menschen tot de bemanning van het vliegtuig en overal waar het gezelschap landde was hij er dus van zelf onmiddellijk bij. De foto’s van onderscheidene officieele huldigingen toonen ons steeds de heeren v.d. Hoop, Van Weerden Poelman en Van den Broeke broederlijk vereend. Samen uit,

samen thuis, zou men zoo zeggen. Als de heele onderneming mislukt was, het vliegtuig hier of daar ineen onherbergzaam oord of in open z»ee zou zijn neergestort, zouden ook alle drie in hetzelfde lot gedeeld hebben. De behouden aankomst op het vliegterrein te Batavia schijnt aan de broederschap een einde gemaakt te hebben. Toen de Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië namens onze regeering het driemanschap decoreerde, werden de aviateurs geridderd, maarde mecanicien werd met een doodgewone medaille afgescheept. Het klasse- en standverschil werd dair,' toen alle gevaar voor mislukking en ondergang geweken was, naar burgerlijke traditie in eere gehouden. En indien de desbetreffende berichten juist zijn, dan hebben de heeren v.d. Hoop» en Van Weerden Poelman de terugreis per schip ie klasse gemaakt, maar lieten zij Van den Broeke na den „succesvollen tocht’r inde ze klasse aan z’n lot over. Wij zijnde laatsten om het den heeren kwalijk te nemen, dat zij de eerste boven de tweede klasse verkozen, maar zij hadden dan als goede tochtgenooten moeten handelen en zich niet van den man, die voor aller welzijn toch ook veel bijgedragen heeft, moeten afscheiden. ■¥• * * Nu achteraf is gebleken dat ook hier weer het klasseverschil kunstmatig leven inge-

blazen werd, juichen wij het des temeer toe, dat onze Bond besloot ons lid op onze wijze te huldigen, d. w. z. geheel gescheiden van de officieele huldiging, welke natuurlijk weer een chauvinistisch cachet zal krijgen. De vliegtocht naar Batavia is een feit van groote beteekenis voor ons. land en zij, die hem volbracht hebben, komt zeker een woord van hulde en erkentelijkheid toe. We hoorden de opmerking maken, dat duizenden bereid zouden zijn geweest om de taak op zich te nemen welke Van den Broeke vervuld heeft. Wij nemen dat gaarne aan. Maar een oud spreekwoord zegt niet ten onrechte, dat aangeboden diensten zelden aangenaam zijn. De organisators van den vliegtocht hadden ongetwijfeld voor deze functie van mecanicien wel duizend-liefhebbers kunnen krijgen, maar zij moesten er slechts één hebben en kozen daarvoor den man die naast moed en durf ook over de noodige bekwaamheid beschikte. Wij feliciteeren op deze plaats onzen bondsmakker met z’n behaald succes, roepen hem welkom toe bij z’n behouden thuiskomst en hopen hem straks te midden van de bijeenkomst van onze, afdeeling Amsterdam te zien, waar z’n eigen kameraden en bondgenooten hem zullen huldigen op een wijze, die hem zeker groote, jade allergrootste voldoening zal schenken.

Rotterdam’ in 1924. Neen, 1924 was voor onze afdeeling Rotterdam geen slecht jaar. Wel was nog niet alles rozengeur en manenschijn. Verre van dat. Maar nemen wij als basis van vergelijking de beide onraiddellijk daaraan voorafgaande jaren,: dan in onze conclusie : 1924 was ertt best jaar 1 Minder best was de medewerking van de leden voor wat betrof de actie voor terugverkrijging van de 48-urige werkweek. Maar bij dezen eenen zeer ernstigen wanklank blijft het dan ook. Eender mooiste klanken, die in ’t afgeloopen jaar vernomen is, waren wel de stakingen tegen ’t besmette-werk van spoor” in juni-Juli 1924. De Rotterdamsche werkgévers hebben zich weer eens vergist, ’t Is de tweede groote vergissing dezer heeren inde laatste jaren. En deze is hun, naar wij gelooven, nog zwaarder gevallen dan de eerste in 1921. En aangezien driemaal scheepsrecht is, zal de derde ot>k Vel volgen. Temeer, waar de heeren in alles toonen, dat ze uit de twee voorgaande nog niet voldoende hebben geleerd. Doch waar een vergissing dezer heeren altijd gevolgen heeft voor de arbeiders, waarschuwen wij onze leden bij voorbaat op hun hoede te zijn. Maar wij dwalen af. De aanvallen van de werkgevers op de loon- en arbeidsvoorwaarden hebben zich ook in 1924 doorgezet. Het eerste Openbaarde zich dat bij P. Smit Jr. Deze firma kon een order noteeren voor Finsche rekening, een ijsbreker. Zij kon dat alleen indien rijk en gemeente een zeker bedrag als subsidie voteerden. Aan dat subsidie werd door de regeering de voorwaarde verbonden, dat door ’t personeel dan 56J uur moest worden gewerkt voor 48 uur loon. Verzet daartegen was er onder het personeel niet voldoende te verkrijgen, zoodat wij ons tenslotte bij de verkregen 5 pCt.-weekloonverhooging moesten neerleggen. In ’t eind van ’t. jaar scheen het dat er wat leven onder dit personeel zou komen, maar ’t bleek een fictie te zijn. En te brengen was het ook niet. De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij moest ook een werktijdverlenging hebben wilde ze ’t leven houden (niet lachen!) en 55 uur laten werken voor 48 uur loon. Zij deed dat voorstel aan den Metaalbond einde Februari en ’t moest reeds ingaan 6 Maart. Bij ’t Dok is men vlug werken gewoon en tegenover de vakorganisaties is veel, zoo niet alles, geoorloofd. Van behoorlijk overlegwas natuurlijk geen sprake en lag bij de-heeren ook niet inde bedoeling, ’t Personeel was ineen vergadering op 1 Maart niet in beweging te krijgen tegen de verslechtering. Tenslotte was de directie van ’t Dok zoo menschlievend om voor 55 uur werken, in plaats van 48, 49 uur lopn te betalen. Toen 6 Maart de 55-urige werkweek zou worden ingevoerd, probeerde een 400-tal van het personeel toch het geheele personeel in beweging te brengen tegen de verslechteringen door te staken, ’t Mocht, echter niet baten. Ons bleef niets anders ; over dan onze daarbij betrokken leden te-1 adviseeren deze protestactie niet langer; voort te zetten. Bij van Berkel’s Patent hebben voor en ' na tariefsverlagingen plaats gehad. Vooral aan den Keileweg gaf dat nogal aanleiding tot agitatie. Braaf’s Constructie-werkplaatsen vol-; deed met haar loonen niet aan de zeer lage : regeling van den Metaalbond. Een klacht daarover onzerzijds werd door deze organisatie niet aanvaard.

DE MECANICIEN P. J. VAN DEN BROEKE

Sluiten