Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taten. Sneevliet en Bouwman hebben hun eigen standje, het N. A. S., te lief om aan dat streven van de meerderheid hun zes:en te geven. ’t Moet erkend worden, dat Wijnkoop c.s. meer objectief tegenover, het vraagstuk der juiste methoden staan dan de N. A. S.-communisten, die er allen (ook persoonlijk) belang bij hebben om het N. A. S. te doen -yoortleven. Sneevliet c.s. hebben hemel en aarde bewogen om het N. A. S. in het vaar-- watér van Moskou te sturen en zij van hun kant kunnen dus moeilijk anders doen dan Hen eenmaal gekozen weg blijven bewandelen. * * * Voor ons, die dat gevecht om de massa slechts met een meewarig schouderophalen aanzien, doet het er al heel weinig toe, welke van de beide richtingen het zal winnen. We Jrreezen niet het voortbestaan van het N.A.S. en evenmin vreezen weden cellenbouw, «waarvan Wijnkoop .zooveel heil verwacht. leder die bij ons komt om cellen te bouwen, gaat er onverbiddelijk uit. De communistische partij doet dat trouwens zelf ook. Op het congres is hevig te keer gegaan tegen He z.g. fractievórming inde partij en zoojdra Moskou zich geheel met de tactiek der partij zal hebben verzoend, zal iedere fractieyorming uitgeroeid worden. Wij hebben onlangs een 3-tal leden van een onzer afdeelingen geroyeerd. De betrokkenen hebben daarover als speenvarkens geschreeuwd, maar ’t is achteraf gebleken dat we een goede greep gedaan hadden. Terwijl zij in beroep waren gegaan bij den bondsraad, gaven de heeren een pamflet uit, mede onderteekend dooreen aantal persoden, welke, zooals later na ingesteld onderhoek is gebleken, het bestuur vormden van He afdeeling der C. P. H. ter plaatse. Die bij ons komt, om disharmonie te kweeken, gaat er dus onverbiddelijk uit en we handelen daarmee precies inde lijn, die ook door het N. A. S. gevolgd wordt. De heer Burink uit Rotterdam heeft op het congres o.m. gezegd (wé citeeren niet „Het Volk” doch het „Handelsblad”) : „In Rotterdam smeet het N. A. S. een geheele afdeeling van de Federatie van Metaalbewerkers uit het N. A. S.-verbond en niet minder dan 70 menschen joeg het N. A. S.-bestuur naar het Burgerlijk Armbestuur! En daar weet jij alles van, Bouwman!” Onder geweldig lawaai, dat op deze onthulling volgde, repliceerde Bouwman: „Ja, jij gaat er ook uit en wie het N. A. S. kapot willen maken, gaan er uit. Die gaan er allemaal uit. (Groot tumult.) Precies, gelijk heeft-ie, maar wij zullen l>iet zachtzinniger optreden als het noodig mocht zijn. Behoudens het eene geval, waarop we hierboven doelden, hebben we echter van onorganisatorisch optreden van wie dan ook, in onzen Bond geen last ondervonden. Het congres van de communisten heeft ons intusschen een aanschouwelijk beeld gegeven van hetgeen we in ons land van het eenheidsfront te wachten zouden hebben. De meest volhardende schreeuwers ■om en de meest fanatieke predikers van het eenheidsfront gunnen elkander het licht inde oogen niet. Van Ravesteijn kon de herrie Hie onderling heerscht niet beter karakteriseeren dan hij deed met de woorden: „Ceton heeft gelijk, wij zijn geworden twee partijen, die elkaar tot op het mes bekampen.” Ziedaar inde meest schrille kleuren de praktijk van de eenheids-maniakken geteekend. m —n» TROUW AAN DEN BOND SOLIDARITEIT! -:- IJVERIGE PROPAGANDA! WIE DEZE DRIE ZAKEN FLINK EN NAAR BESTE KRACHTEN BEHARTIGT, DOET ZIJN PLICHT. -:- -;- .k

Medezeggenschap en Bedrijfsorganisatie door P. DANZ.

Voorkoming van werkloosheid,- verbetèring der vakopleiding ligt in 'de lijn van de bedrijfsorganisatie, wat door individueele ondernemingen zonder organisch verband niet mogelijk is te bereiken; het kweeken en beperken van arbeidskrachten naar de behoefte zal wel te benaderen zijn door de organisatie die het bedrijf min of meer beheerscht. Alles wat in deze richting gedaan wordt is voor de toekomst van groot Kortom, alle punten, die in dit artikel staan, zijn op zich zelf van beteekenis; zij vormen tezamen de basis die de ondernemingen ineen bedrijf voor socialisatie geschikt maken. De bedrijfsraad kan verder nog bij .verordening bepalen, dat het bedrijf gesloten, wordt. Ineen aldus gesloten bedrijf kan een nieuwe onderneming slechts worden, opgericht krachtens vergunning van den Minister, op advies van den centraaleconomischen raad. Mij rest nu uiteen te zetten wat de centraal-ecohomische raad, waarover reeds in enkele bepalingen is gesproken, beteekent. In het wetsontwerp staan eenige bepalingen die ons een inzicht geven, doch ook in het rapport zelf vinden wij een passage die vrij, duidelijk weergeeft wat dit instituut te doen heeft in het stelsel der medezeggenschap. Zij luidt: Als centrale organisatie denken wij ons boven de bedrijfsraden een centraaleconomischen raad, waarheen iedere bedrijfsraad 3 of een veelvoud van 3 afgevaardigden zendt, ieder der 3 groepen evenveel. Het juiste aantal worde bij algemeenen maatregel van bestuur bepaald naar evenredigheid van de belangrijkheid van ieder bedrijf. Dit aantal leden wordt door dé volksvertegenwoordiging, door de centrales van werkgevers en door die van werknemers aangevuld met een aantal leden, voor ieder dezer 3 groepen gelijk. Aldus zal eenerzijds ook de centraaleconomische raad de drieledige samenstelling vertoonen, terwijl anderzijds zoowel de bijzondere bedrijfsbelangen als het algemeen bedrijfsbelang er vertegenwoordigd zullen zijn. De centraal-economische raad kan besluiten van bedrijfsraden wegens strijdig met de wet of met het algemeen belang vernietigen. Verordeningen van bedrijfsrader zijn aan zijn goedkeuring onderworpen. Hij is college van. advies in alle economische aangelegenheden. De centraal-economische raad is, zooals uit het voorgaande blijkt,.‘de top der medezeggenschap en bedrijfsorganisatie, het z.g. economisch parlement, zoo iets als; onze Eerste Kamer, dat waakt voor het algemeen belang en een goeden gang van zaken bevordert. Het is immers niet uitgesloten dat bepaalde bedrijfsorganisaties, hoewel de paritetische samenstelling en de aanwezigheid van consumenten-vertegenwoordigers dat vrijwel onmogelijk maken, de consumenten het gelag laten betalen. Maar ook al ware dat niet het geval, er moet voor deze belangrijke zaak e.en centraal lichaam zijn dat allés kan overzien en regelen. Ik zal nu pogen aan de hand van het rapport en de wetsontwerpen een schets te geven hoe het inde metaalnijverheid zai gaan als een en ander verwezenlijkt is. Om te beginnen zullen wij het terrein van de metaalnijverheid moeten afbakenen en bepalen welke ondernemingen er bij behooren. Daarbij dient dan overwogen te worden of het aanbeveling verdient één, of meerdere bedrijfsraden te stichten, b.v. voor den scheepsbouw,' de machinéfabrikatie,' het gieterijbedrijf, de automobiel- en rijwielindustrie, de metaaiwarenindustrie enz. tezamen of elk afzonderlijk. Het komt mij voor dat separatie inde metaalindustrie zeer moeilijk is, omdat tal van ondernemingen artikelen pror duceeren die in meerdere groepen zijn onder te brengen. Deze vraag is echter thans nog niet van belang; zij wordt pas actueel als de invoering der bedrijfsorganisatie werkelijkheid wordt. Laat ons dus voorloopig aannemen dat de metaalindustrie één geheel vormt en alles onder één bedrijfsraad valt. Gemakshalve stellen wij vast, dat er een collectief arbeidscontract bestaat, dat afgesloten is tusschen de vakvereenigingen en den Metaalbond; de arbeidsvoorwaarden zijn dus geregeld. Wij nemen dan verder aan dat alle werkgevers in de metaalindustrié bij; den Metaalbond zijn aangesloten. Er zouden dan 114 ondernemingen zijn waarin een ondernemingsraad of een raadsman optreedt. Aangezien de meeste ondernemingen meer dan 20 arbeiders! hebben, zal het meerendeel een ondernemingsraad krijgen. Dat beteekent dan

dat er ruim 100 ondernemingsraden zullen komen, verdeeld óver 37 gemeenten, waarin de leden van den Metaalbond gevestigd zijn. Deze ondernemingen verdeelen wij dan als volgt ; 5 ondernemingen met ieder 2000 arbeiders krijgen elk een ondernemingsraad van 25 leden, waarvan 5 z.g. hoofdarbeiders, totaal 125. 5 ondernemingen met 1000 arbeiders krijgen ieder 17 leden, waarvan 4 hoofd-, arbeiders, totaal 85. 10 ondernemingen met 500 arbeiders krijgen elk 11 leden, waarvan 3 hoofdarbeiders, totaal 110. 20 ondernemingen met 200 arbeiders – krijgen ieder 9 leden, waarvan 2 hoofdarbeiders, totaal 180. 20 ondernemingen met 100 arbeiders krijgen elk 7 leden, waarvan 2 hoofdarbeiders, totaal 140. 50 ondernemingen, met 50 arbeiders krijgen ieder 5 leden, waarvan 1 hoofdarbeider, totaal 250. 4 ondernemingen met 10 arbeiders krijgen elk een raadsman, totaal 4. Zoodat alles bijeen genomen 894 vertegenwoordigers vraagt, waarvan 190 De Metaalbewerkersbonden zullen dus tezamen 704 vertegenwoordigers moeten leveren, waarvan, volgens evenredige vertegenwoordiging plm. 60 pCt. of 420 door. onzen bond, 22 pCt. of 144 door den – R.-K. bond, 12 pCt. of 84 door den Christelijken bond; de overige zullen dan door den Neutralen Bond èn eventueel door de Federaties te bezetten zijn. De 10 ondernemingsraden, die ieder meer dan 15 leden tellen, zullen uit hun midden een bestuur van 5 leden moeten kiezen, waarvan dan volgens evenredige vertegenwoordiging 3 plaatsen door leden van onzen bond, x door den R.-K. en 1 door den Christelijken bond zijn te bezetten. Hierbij! is natuurlijk van de gedachte uitgegaan, dat de verhouding in elke onderneming dezelfdé is; inde praktijk zal dat wel anders zijn, zoodat de verdeeling dan eenigszins verschilt met de hierboven aangegevene. De 100 ondernemingsraden, die minder dan 15 leden tellen, zullen ieder uit hun midden een voorzitter en een secretarispenningmeester kiezen. Hierbij is echter moeilijk rekening te houden met evenredige vertegenwoordiging. Inde praktijk zal het wel zóó gaan, dat de sterkste partijen een bestuursfunctie krijgen te bekleeden. Inde ondernemingen die slechts recht 1 lebben op één raadsman, zal de sterkste partij de meeste kans hebben. De 190 vertegenwoordigers voor de groep hoofdarbeiders (dat zijn het administratief- en technisch personeel) zullen uit de bonden van Handels- en Kantoorbedienden en Technici moeten kómen. Het zal gewenscht zijn deze groep ook één, als het mogelijk is twee, vertegenwoordigers) inde besturen der grootste raden te geven en haar inde kleinere raden eender beide bestuursfuncties te laten bekleeden. Voor een goede verstandhouding en loyale samenwerking ;s dat noodig en, naar ik meen, ook in het belang van het geheele personeel. ' De verkiezing van deze raden zal ongeveer'zoo. gaan. De verschillende richtingen van organisaties, de moderne, de R.-K., de Christelijke, de Neutrale en eventueel ook de syndicalistische en communistische federaties, dienen voor elke onderneming een candidatenlijst in, met de candidaten in volgorde naar keuze door de leden der organisaties gesteld. De stemgerechtigde leden brengen hun stem uit op dezelfde wijze als dat geschiedt bij de verkiezingen voor openbare lichamen, die ook volgens evenredige vertegenwoordiging plaats hebben, Hierbij zullen de organisaties van hand- en hoofdarbeiders van eenzelfde richting zich mét elkaar hebben te verstaan, teneinde de verkiezing vaneen naar verhouding of naar wenschelijkheid voldoend aantal van iedere groep te verzekeren. Met de verkiezing van groepsraden, die, zooals ik reeds vroeger heb aangegeven, op verzoek van belanghebbenden kunnen worden ingesteld en 3 a 9 leden, volgens de sterkte de*r groep mogen hebben, gaat het even eenvoudiger, omdat daarbij als regel alleen, hand- of hoofdarbeiders betrokken zijn. Hoeveel dezer groepsraden er inde metaalindustrie zullen noodig zijn, is moeilijk te zeggen. Volgens mijn meening behoort het instellen van groepsraden beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke. (Wordt vervolgd.)

Uit de Afdeelingen. DEN HAAG. Op ons verzoek aan de firma Van ITeyst om doorbetaling van het minder te werken uur, kregen wij van de firma de mededeeling, dat ons verzoek zou worden ingewilligd. De wéekinkomsten blijven alzoo gelijk. Zoo gaat ’t inde goede richting. Werktijdverkorting gepaard met loonsverhoog>ng! Doorwerken, makkers van v. Heyst, aan het versterken van onze organisatie! Onze invloed aan deze fabriek wordt merkbaar. F. S. ROTTERDAM. Overzicht der werkzaamheden van de vakafdeeling Metaalindustrie, der Gemeentelijke Arbeidsbeurs, over de maand April 1925 :'Aanvragen van werkgevers 108 volwassenen, 27 jeugdigen ; aanbiedingen van werkzoekenden 572 volwassenen, 80 jeugdigen; plaatsingen van werkzoekenden 125 volwassenen, 15 jeugdigen ; voldane aanvragen van werkgevers 96 volwassenen, 14 jeugdigen. SCHIEDAM. De Scheepsbouw=Mij. „Nieuwe Waterweg”. Deze onderneming is nu in handen gekomen van de R. D. M. te Rotterdam. Voorheen buiten den Metaalbond staande, was mede door de democratische opvattin-1 gen der bedrijfsleiders de mogelijkheid steeds open voor behoorlijk overleg. De nieuwe directie en vooral de heer Knape, wil hiervan niets weten. Integendeel, de laatste heeft de arbeiders er al voor gewaarschuwd om niet naar den Bond te loopen, want dan zou hij eens laten zien wie hij was. Was dus voorheen de toestand zoo, dat klachten, grieven of verzoeken voor verbeteringen behoorlijk werden behandeld, thans is dat anders. De directie en de heer Knape negeeren de organisaties. Zelfs wanneer eenige medewerking van haar of hem wordt verzocht ter beoordeeling vaneen ontslag, geven de heeren zich niet thuis. Dat zijn nu lieden van stand en opvoeding, die van anderen fatsoen verlangen. Eerst dan pas, als de werklieden buiten de poort staan, zijn deze potentaten voor de vertegenwoordigers der arbeiders te spreken. Dat is dus de echt Rotterdamsche toestand dien wij tot heden niet gekend hadden, doch die voor de- werkgevers in deze omgeving de meest ideale schijnt te zijn en dus met den heer Knape naar Schiedam is overgewaaid. Het „neen!”, Genestet-man in „De (Chr.) „Metaalbewerker”, zal hier spoedig- weerklinken en dan moedig tegen de Directie, nietwaar? De maat loopt vol, dat staat vast. De weg, dien wij .gaarne bewandelen, is het niet, maar . . . zelfs aan geduld komt een einde en de groep timmerlieden is er nu in gebleven, nadat men genoodzaakt was concessies te doen, die wij gevraagd hadden. Voor deze groep van arbeiders was het loon 72 cent per uur plus gemiddeld 30 pCt. tarief. De achteruitgang van de positie der geschoolde arbeiders is volgens de laatst verschenen gegevens in- „Mededeelingen no. 19” 27 pCt. T’ ans verdienen deze werklieden van 50 tot 58 centen per uur. De meesten hebben 50 centen. Dezelfde arbeiders verdienden dus voorheen: * 48 x 72 ets. + 30 pGt. = f 45.30 en nu : 48 x 50 ets. + 20 pCt. = f 28.80. Dat is maar / 16.50 per week of ruim 36 pCt. minder. Met de arbeiders, die boven de 50 centen per uur verdienen, is het wel wat beter gesteld, doch dat is het meerendeel niet en bovendien zijn daarbij nog weer heel wat van 54 en 55 centen per uur en die een verslechtering van maar 30 pCt. te pakken hebben. Ete, lezer zal zich afvragen, hoe of het mogelijk is, dat een zooveel grootere verlaging voor den persoon kan plaats hebben. Deze rekensom was voor de heeren de meest gemakkelijke. Zij gaven eerst aan alle werklieden het percentage verlaging dat niet te keeren was. Wie hieraan dikwijls de medeschuldige was of waren, daarover zullen wij het hier niet hebben. Was die ver ' laging voor de heele groep doorgevoerd, dan ontsloeg men voor 4,5 of 6 weken een, aantal werklieden en zoo gaat het nu nog. De'ontslagenen, ook de meest goede vak-# lieden, die vóór het ontslag het hoogste loon verdienden, werden dan weer aangenomen op het laagste loon, dikwijls een verschil van 8 & 9 centen per uur. En zoo hebben wij meegemaakt, dat eerst met 15 pCt. verlaging genoegen was genomen en na acht weken bij het aanvaarden van het werk weer 12 pCt. uurloonsverlaging moest geslikt worden. Een verlaging van uurloon beteekent tevens verlaging van weekinkomen en aldus was het loon van zoo’n arbeider in 3 maanden tijd met 30 pCt. omlaag getrapt. Het allermooiste van dit is nu, dat de heer Knape, die zijn organisatie machtig en sterk heeft gemaakt met geen andere bedoeling dan om de hem ondergeschikten zoo goed mogelijk uitte buiten en de reeds verworven positie van zijn arbeiders te ver-

Sluiten