Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23STE JAARQAMG ZATERDAG 6 JÜNi I@2S No 23

De me taatb e«i e rKe r

CUeeßblad oan den nederlattdscfoett Ittetaalbewerkmboml.

4—« L Arbeiders aller Landen Vereenlgt IL – .

REDACTEÜR; G. VAN DER HOUVEN Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam " 1 1 ■ Telefoon 26175 ■

m MMMMMMMüMWnMMHMMMWIHSStKB m Kennis Is macht, Eenheid kracht * .

ABONNEMENT: By vooruitbetaling per jaar, * » ! Si f 1.50 Voor Buitenland verhoogd met porto. Losse nummers 0.03

Stukken van algemeenen aard moeten ui terlijk Maandags, Bondsnieuws en advertentiön Wcensdagsmorgens zijn ingekomen,

ADVERTENTIËN Gewone advertentiön . , , , , per regel f 0.30 Aanvragen voor personeel ••••«.,, 0.20 AfdeelingsadvertentiSn .ïïïïSïï, 0.20

QgILAAG Officiëeie lededeelingen. Deze week wordt het contributiezegd op de 23e week in het Bondsboekje geplakt, V Wij maken den leden van de afdeeiing Delft attent op dein dit nummer voorkomende advertentie. De weg moet gebaand worden. Zooals onze leden o.m. ook uit het in dit nummer van ons blad opgenomen verslag van de vergadering van den bondsraad zullen vernomen hebben, is onzerzijds de laatste hand aan een ontwerp-collectief contract voor de metaalindustrie gelegd. Aan de afdeelingen zijn exemplaren er van voor uitreiking aan de leden toegezonden en ook de R.-K., Chr. en Neutr. organisaties ontvingen het ontwerp ter kennisname. Het concept is in onze eigen kring grondig behandeld en toegelicht. In alle afdeelingen zijn ledenvergaderingen gehouden en onze bestuurders zijn het land doorgetrokken om de leden in te lichten. Met op- en aanmerkingen is, voor zoover dit practisch mogelijk was, voldoende rekening gehouden en het schema, zooals het nu door onzen bondsraad definitief bekrachtigd is, ziet er dan ook op bepaalde punten anders uit dan het oorspronkelijke. Behandeling van het ontwerp met onze leden hebben we opzettelijk vooraf laten gaan aan eventueele behandeling met de besturen der andere organisaties. Daarbij heeft deze gedachte voorgezeten, dat ons bestuur geen enkelen stap naar buitenuit wilden zetten alvorens we in eigen kring omtrent de hoofdlijnen van het ontwerp zoo volledig mogelijk overeenstemming hadden verkregen. Besprekingen met de andere organisaties zullen nu wellicht volgen, waarbij zal moeten blijken of overeenstemming te bereiken is. Lukt dit, dan is de weg gebaand om in samenwerking de actie er voor naar buiten te voeren en kan gezamenüjk gepoogd worden de belangstelling van de groote massa der metaalbewerkers te winnen. V Belangstelling wekken bij de arbeiders I Ongetwijfeld moet dit werk als schakel inde reeks van pogingen om het doel te bereiken, voorop staan. Een ontwerp indienen bij den Werkgeversbond is vrij gemakkelijk, maar welk onthaal het daar zal ten deel vallen, hangt voornamelijk af van den geest, welke de arbeidersklasse beheerscht, We weten hoe het met belangstelling voor groote vraagstukken als regel gesteld is. Hemel en aarde moeten bewogen worden om den achterban, de groote massa, „die het wel gelooft”, de groote waarde en beteekenis vaneen afdoende regeling der arbeidsverhoudingen duidelijk te maken. En dat op zich zelf is ook niet voldoende. Lukt bet de groote massa inzicht bij te brengen, dan moet daarnaast gewerkt worden om haar in beweging te krijgen en tot het brengen van

offers te bewegen, 'Alleen als deze beide pogingen in succes bekroning zullen vinden, zal het den werkgevers duidelijk worden dat de rijzende stroom niet langer is te keeren. We kennen den geest die onze Nederlandsche werkgevers beheerscfit, In 1919, toen er veel werk was en de arbeiders wrat meer belangstelling en durf aan den dag legden, waren zij nolens volens tot voorstanders vaneen contract bekeerd. .Toen echter in 1920 het getij begon te verloopen, verliep daarmede tevens hun liefde voor de collectieve arbeidsovereenkomst. En wat was het dan nog voor een contract? Alle bepalingen, die er in voorkwamen, waren niet vee! meer dan een minimale regeling van het minimum. Er zijn er onder ons die het later, gezien de omstandigheden, betreurd hebben, dat in 1920 niet opnieuw een, zij het ook gansch en al onbevredigende regeling, is tot stand gekomen. Ik reken me niet tot hen. Wil een arbeidsovereenkomst voor onzen bond waarde hebben, dan moet zij bij de groote meerderheid onzer leden waardeering wekken. Die waardeering was er in 1920 voor het bestaande contract niet, althans niet voldoende. Maar bovendien, ook al was het in 1920 tot contractshernieuwing gekomen, dan was het slechts uitstel van executie geweest zijn. De groote malaise begon in 1921, het jaar ook waarin de ondernemers hun politiek van loondmk hebben ingezet, waarmede zij het verzet van de organisaties uitlokten. We zijn na ultimo 1920 een contractloos tijdperk ingetreden en niemand onzer gevoelde er ook maar iets voor om tijdens den duur der groote malaise, waarbij de werkgevers niet enkele, maar zoo goed als alle troeven inde hand hadden, over hernieuwing vaneen contract te gaan spreken. Het zou ook te dwaas geweest zijn om alleen te loopen. Een konrng, die eens met een van z’n onderdanen zat te pandoeren, moet eens gezegd hebben; „Speel troef, of ik laat je den kop. afhakken.” In ongeveer dezelfde positie zouden wij gedurende de crisisjaren bij eventueele contracts-onderhandelingen tegenover de ondernemers gestaan hebben. v * * Ons nieuwe concept bevat punten, waartegen de werkgevers zich opnieuw zullen keeren. Daar is inde eerste plaats de kwestie van het persoonlijk minimum-loon, een zaak die voor ons urgent blijft. De werkgevers hebben hun bezwaren, die vermoedelijk door redeneering niet zullen zijn weg te nemen. Het persoonlijk minimum-loon komt er niet tenzij den ondernemers kan getoond worden dat het móét. Wij van onzen kant kunnen die kwestie niet loslaten, omdat in elk ander industrieel land van eenige beteekenis practisch getoond is, dat een minimum-loon mogelijk is en de industrie tot concurrentie tegen ons land met zijn malle stelsel van gemiddeld minimum-loon, in staat is. ’t, Moge voor den Metaalbond een principe zijn, welke hem zich tegen het persoonlijk minimum-loon doet keeren, voor ons is het evenzeer een

principe dat ons ef voor zal doen blijven strijden. V We hebben enkele punten hierboven in ’t geding gebracht om onzen leden duidelijk te maken, dat een collectieve arbeidsovereenkomst met eenige waarde voor de metaalbewerkers slechts tot stand zal komen, indien het ons gelukt de belangstelling van de massa daarop te concentreeren. Onvermoeide propaganda van man tegen man om onze denkbeelden ingang te doen vinden is het eerst noodige en daartoe wekken wij al onze leden bij vernieuwing op. Slechts door ijverige voor-propaganda züllen we straks, wanneer we naar buiten kunnen optreden, een geëffend pad vinden, waarlangs we ons stelling-materiaal kunnen verplaatsen. Slechts door den ernstigen wil van de . massa zal een waardevol bezit verkregen kunnen worden en dat .is de boodschap aan welker verbreiding wij allen onze krachten en.gaven dienstbaar te maken hebben. Wiens brood men eet enz. H.et komt den laatsten tijd niet zooveel meer voor dat arbeiders zoo rechtstreeks in het openbaar stelling nemen tegenover hun collega’s inde vakvereeniging en vóór hun werkgever. Volgens de patroons komt dat doordat de arbeiders tegenover den grooten invloed van de vakvereeniging den moed missen voor hun afwijkende meening uitte komen. De heer Dijkgraaf beweerde zelfs het vorige jaar inde „Nw. Roti. Crt.”, dat een groot deel der arbeiders het heelemaal niet eens is met de leiders van de vakbonden en de heer Wilton heeft zich daarover ook meer dan eens in die richting uitgelaten. Wij hebben nu twee van die menschen, leden van de personeelvereeniging van Wilton, inde fabriekskrant van die onderneming aan het woord gehad. Dit was naar aanleiding van ons strooibiljet bij Wilton verspreid, waarin wij onder den titel: „Wat is Wilton toch goed”, de winsfverdeeling en de wijze waarop deze winst verkregen is, onderhanden hadden genomen. Wij moeten echter voorop zeggen, dat hun producten ons geen hoogen dunk geven van hun zelfstandigheid of eigen oordeel. Afgezien nu van de onbeholpen napraterii van wat men dagelijks in bladen als „Rott. Nieuwsblad” en „Rott. Dagblad” kan vinden, wordt met geen woord getracht de door ons aangebrachte feiten te weerleggen. De heer v. dl W(ouden), voorzitter van de fabriekskern wij; willen hierbij even opmerken dat vaneen fabriekskern eigenlijk geen sprake kan zijn, want het is een personeelvereeniging, maakt'zich van de genoemde feiten al heel gemakkelijk af. Wij willen hier echter vooraf enkele uitlatingen,, waarmede hij Wilton verdedigt, laten volgen. Ze zijn niet onaardig. Hij zegt b.v. den raad, dien wijden arbeiders' in ons strooibiljet gegeven hebben, om zich van de genoemde feiten eens goed rekenschap te geven, opgevolgd te hebben en als hij: dan Wilton vergelijkt met de zich inden distributietijd aangekondigde hulpvaardi-

gen, doch die zich' ontpopten als de meest geraffineerde uitzuigers, dan zou hij moeten zeggen, waarlijk Wilton is goed.1 Deze vergelijking is niet van ons, docli van den voorzitter van de personeelvereeniging en wij kunnen ons zoo Indenken, dat de heer Wilton zal zeggen : God bewaar me voor miji vrienden, met mijn vijanden speel ik het zelf wel klaar. Zoo gaat het als je door een ander het werk laat doen wat je eigenlijk zelf moest doen. v.d. W., die ook lid van onzen bond is geweest, heeft waarschijnlijk op vergaderingen wel eens geluisterd en leest ons nu de les, dat wij eigenlijk den strijd moeten voeren tegen het kapitalistische stelsel. De Wilton’s zegt hij, zijn gewone menschen net als andere, n.l. „ze halen er uit wat er inzit”. Precies zeggen wij, dat hebben wij juist betoogd. De Wilton’s halen wat er te halen is en trekken zich van den toestand* van hun werklieden een bijzonder klein beetje aan. v.d. W. en enkele anderen in de personeelvereeniging vinden het al heel mooi, dat ze aan ’t werk hebben mogen blijven en zoo nu en dan een afgekloven been toegeworpen krijgen. Hij zegt over de meerdere of mindere juistheid van de cijfers inde brochure hij bedoelt daarmee ons strooibiljet —■ willen wij ons hoofd niet breken. De cijfers dus, waarmede wij aantoonden, dat de familie Wilton ƒ 1.750.000. winst uit het bedrijf deelde, behalve de salarissen, die daar geheel buiten staan, laten hem koud. Ook dat het uurinkomen van de groep geschoolden 53 cent was, terwijl het gemiddelde voor Rotterdammer 8 cent hooger bleek en alleen daardoor ineen half jaar een ton aan loon bespaard werd uit de zakken van deze groep. Waarover v.d. W. en het tweede „kernlid”-inzender in deze „Fabrieksbode” zich wel het hoofd breken, is de afschrijving van ƒ 6.000.000.— op het kapitaal van deze onderneming. De 6 millioen liggen ons nog frisch in het geheugen, zegt v.d. W. en het „kernlid” zegt met deze cijfers het kapitaal van 25 millioen verminderd tot 19 millroen, is een winstuitkeering van ƒ r.750.000 enz. geheel normaal. Deze vrienden, arbeiders van Wilton, zijn er dus met die cijfermanipulatie handig ingevlogen. Wij willen het geheugen van deze collega’s pchter een beetje opfrisschen en ze herinneren dat het oorspronkelijk kapitaal van deze onderneming niet 25, doch slechts i| millioen was. Met heel het cijfergegoochel, dat in 1921 plaats gehad heeft, toen plotseling inplaats van ij millioen het cijfer van 25 millioen als kapitaal genoemd werd, hebben wij eigenlijk niets te maken. De groote winsten, die in 1919 en 1920 gemaakt waren *— volgens „De Haagsche Post” uit die dagen alleen in die twee jaren 14 millioen heeft Wilton de groote terreinen, dokken en wat dies meer zij, aangeschaft. Deze groote winsten zijn alle verkregen door het werken van de oude onderneming met het reeds genoemde kleine kapitaal van ij millioen en den arbeid die er door arbeiders en bedrijfsleiders verricht is.

Sluiten