Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Medezeggenschap en Bedrijfsorganisatie door P. DANZ.

XVIII.

Zoo goed als alle politieke partijen hebben zich met het vraagstuk der medezeggenschap en bedrijfsorganisatie moeten bezighouden. Zoo goed als alle richtingen inde arbeidersbeweging hebben het vraagstuk bestudeerd en zich min of meer voor oplossing uitgesproken. Diverse professoren en sociaal-economen van naam hebben hun meening ervan gezegd. Zelfs werkgevers hebben niet geschroomd een pleidooi er voor te leveren. Onder deze omstandigheden kunnen wij met vertrouwen onze propaganda en actie voortzetten en alle arbeiders doordringen van de noodzakelijkheid der bedrijfsdemocratie. Als zelfs „De Standaard”, het uitgesproken conservatief hoofdorgaan der Anti-Revolutionnaire Partij, moet schrijven, dat de bedrijfsorganisatie niet meer alleen is een onderwerp van studie, doch getrokken in de sfeer van het practische leven, dan wil dat wat zeggen. Als zelfs Prof. Bordewijk vindt dat medezeggenschap der arbeiders geleidelijk en binnen zekere grenzen behoort te worden ingevoerd en in publiekrecht haar erkenning te vinden, dan is onze eisch niet meer, zooals de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers ineen resolutie verklaarde „onaannemelijk”, doch voor verwezenlijking vatbaar. Als de „R.-K. Vakbeweging” thans reeds schrijft dat ons „ontwerp-bedrijfsradenwet” van dien aard is dat er met bepaalde aanvullingen en het aanbrengen van correcties wel overeenstemming zou zijn te bereiken, dan hebben wij vertrouwden inde doorwerking onzer verdere agitatie. Als Prof. Bruins ineen vergadering van het Fabrikantenverbond als zijn meening te kennen geeft dat medezeggenschap en bedrijfsorganisatie zullen komen wanneer de kringen van den arbeid voor deze taak rijp zijn, dan zeggen wij; Laat dat maar aan ons over, voor dat rijp maken zullen wij wel zorg dragen. Als Prof. Treub zegt: De vakbeweging is bestemd aan de arbeiders een toenemende medezeggenschap te geven inde regeling van het bedrijf en voor de alleenheerschappij der werkgevers inde fabriek steeds meer het constitutioneele stelsel inde plaatste doen treden, dan mogen wij aan de tegenstrevende werkgevers de vraag stellen : wat wilt gij toch met uw conservatief reactionnair standpunt bereiken ? Denkt ge een zoo algemeen levende gedachte als de medezeggenschap, een zoo gröot verlangen naar bedrijfsorganisatie met een resolutie van de baan te schuiven? Wie geen vreemde is in het Jeruzalem der arbeidersbeweging, die weet dat als die arbeidersbeweging haar 'schouders zet onder een eisch die inde massa leeft, dat die eisch dan ook, hetzij goed- of kwaadschiks, verwezenlijkt moet worden. Luistert liever naar de uitlatingen en raadgevingen van verstandige menschen en houdt er rekening mede, dat zelfs in uw eigen kring de noodzakelijkheid van medewerking wordt betoogd. De heer O. Gunning, directeur eener machinefabriek, heeft ineen brochure, uitgegeven door het Genootschap voor Zedelijke Volkspolitiek, o.a. geschreven; „De Economié neme, als zeer wezen-lij k e bestanddeelen van dat deel der Wetenschap, dat zij omvat, Ethica en Psychologie daarin op. Aan de houders van de productiemiddelen heeft zij te leeren, dat ware welvaart alleen kan ontstaan en blijven bestaan, indien het welzijn van allen in het oog wordt gehouden, dat het eigen b e-1a n g van den fabrikant, den handelaar het beste wordt gediend, indien hij zich beschouwt als in dienst van het algemeen belang- Zij heeft te verkondigen, dat het bevorderen van de welvaart inde eerste plaats moet worden gezocht in het vermijden van onnoodige uitgaven, het organiseeren van maatschappij en bedrijf en" niet door het neerdrukken van het levenspeil.” En verder : „Het is duidelijk, dat aan den arbeider een andere plaats moet worden toegekend dan tot nu toe het geval was. Het beeld, dat wij inde laatste tijden voor oogen zien, schijnt hem die plaats reeds eenigszins toe te kennen, maar in werkelijkheid is hier meer schijn dan wezen. Het „overleg” tusschen werkgevers en werknemers is menigmaal niet veel meer dan een camouflage van het oude „sic volo sic jubeo” (zoo wil en beveel ik het), waarbij niets of weinig wordt gedaan om den werklieden vertrouwen inde goede bedoelingen van de werkgevers in te boezemen. En inderdaad hebben genen het volste recht, dit vertrouwen te weigeren, zoolang het mogelijk is, dat groote ondernemingen een staking vaneen paar maanden wegens

loonsverlaging ondergaan en niettemin over het jaar, waarin die staking viel, dividenden'van 10 tot 25 pCt. uitkeeren.” Ik ben niet zoo naïef te meenen, dat de heeren werkgevers zullen luisteren naar goeden raad ook al komt die uit eigen kring. De ervaring heeft mij geleerd "dat elk stukje verbetering in het lot der arbeidersklasse slechts door machtsvorming en vaak hevigen strijd te bereiken is. Ik stel mij ook niet voor dat de medezeggenschap, die voor de arbeidersklasse zulke groote perspectieven opent, zonder slag of stoot zal worden verkregen. De hierboven weergegeven uitlatingen zijn slechts bedoeld om aan te toonen dat het onderhavige vraagstuk thans in allerlei kringen en richtingen voorstanders heeft. Het vraagstuk der medezeggenschap is een internationaal probleem dat inde naaste toekomst om oplossing vraagt. En het zijn niet alleen de arbeiders en arbeidersorganisaties die daarop aandringen. Het economisch leven is zóó ontwricht en de schade daardoor ontstaan is zóó enorm, dat men algemeen gaat beseffen dat er iets hapert aan de huidige voortbrengingswijze en dat er naar middelen en wegen gezocht dient te worden die leiden kunnen naar de grootst mogelijke medewerking van allen die bij de voortbrenging betrokken zijn. Het Internationaal Congres voor Sociale Politiek, het vorige jaar in Praag gehouden, heeft zich met het vraagstuk ernstig beziggehouden en een resolutie aangenomen, die voor onze propaganda van groot nut kan zijn ; „Het Internationaal Congres voor Sociale Politiek staat op het standpunt, dat het doelmatig is, de arbeiders zoowel in het kader van hun beroep als ook van hun land bij de methodische bedrijfsleiding te betrekken, in het belang vaneen verhooging der productie. Het verlangt daarom, dat inde ondernemingen, langs wettelijken weg en onder aanpassing aan de bijzondere verhoudingen inde verschillende landen, vertegenwoordigers der arbeiders en employé’s worden aangesteld met de taak, in overeenstemming met de vakvereenigingen te waken over de uitvoering der arbeidsovereenkomsten en mede te werken aan de uitwerking en naleving der fabrieksreglementen in alle vraagstukken, die in het bijzonder betrekking hebben op den rusttijd, het verlof, de uitbetaling der minimumloonen, die inde collectieve overeenkomst zijn vastgesteld, de loonnormen, de hygiënische maatregelen, de voorkoming van ongevallen en beroepsziekten, de technische inrichting en verbetering der bedrijven en de industrieele en technische opleiding. Het Congreswas van meening, dat naast de schepping dier inrichting, ook de samenwerking moet worden bevorderd tusschen de vakvereenigingen en de organisaties der ondernemers, ten opzichte van belangrijke vraagstukken op het gebied van sociale en economische politiek. Tot dit doel zou moeten worden voorzien inde instelling van speciale organen, waarbij reke- I ning dient te worden gehouden met de bedrijfsraden, welker grondslag, samenstelling en bevoegdheden geregeld moeten worden in overeenstemming met de verhoudingen inde afzonderlijke landen.” Ook de Internationale Vereeniging voor \ de Wettelijke Bescherming der Arbeiders heeft zich gedurende haar elfde vergadering te Bazel bezig gehouden met het vraagstuk 1 van de bedrijfsraden. De vereeniging, die reeds sedert twee jaar inde verschillende landen een enquête houdt te dien opzichte, heeft een resolutie aangenomen, waarin de volgende passage voorkomt: Overwegende dat het nut van de bedrijfsraden inde landen, waar zij wettelijk bevestigd zijn, algemeen erkend is; dat zij door de werkgevers meer een meer aanvaard zijn en dat zij beschouwd worden als eender meest aanbevelenswaardige middelen om de verhoudingen tusschen de werkgevers en de werknemers te regelen en bij te dragen tot de voortdurende verbetering van deze verhoudingen ; overwegende dat de bedrijfsraden en de daarmee overeenkomende instellingen in hun principes en in hun werking de gelegenheid geven om de rechten en plichten van de arbeiders inde onderneming op nieuwe juridische gronden vast te stellen door hen in het belang van de heele gemeenschap in staat te stellen een economischen leertijd door te maken, zonder welken hun rechten waardeloos zouden blijven j is van meening, dat het van ’t grootste belang is de ontwikkeling van de bedrijfsraden in alle landen en in welken vorm ook, geregeld te bestudeeren. 1 (Wordt vervolgd.)

De staking aan de „Nieuwe Waterweg” te Schiedam. Natuurlijk heeft de burgerpers als altijd allerlei berichten over dit belangrijke conflict verspreid, komende uit den koker van de werkgevers, waarbij het standpunt van de arbeiders wordt bestreden en in dit geval zelfs als geheel berustende op een misverstand wordt voorgesteld. Door onzen Bond, in samenwerking met de andere betrokken vakvereenigingen, is nu het onderstaande communiqué aan de pers verstrekt, waaruit kan blijken, ook voor onze leden, hoe de feiten zijn. * ♦ * In verband met het door den Rijksbemiddelaar, den heer Van IJsselstein, verstrekte communiqué van de besprekingen betreffende het conflict aan de Scheepsbouw-Mij „Nieuwe Waterweg” te Schiedam, wenschen onze besturen enkele opmerkingen te maken. De conclusie in bedoeld communiqué getrokken, dat deze staking grootendeels op een misverstand zou berusten, is onvolledig en onjuist. Dit laatste zou ook aan den Rijksbemiddelaar gebleken zijn, als hij, vóórdat hij deze conclusie stelde, eerst een nader onderzoek had kunnen instellen naar de nieuwe loonen. Doch vervolgens is er ten opzichte van de verlenging van den werktijd van 48 op 53 uur in ’t geheel geen misverstand gebleken. Wat nu de aanleiding geweest is om ten opzichte van de loonen vaneen misverstand bij de arbeiders te spreken, zullen wij hier in ’t kort uiteenzetten. Woensdag 1 Juli werd inde fabriek aan de arbeiders door aanplakking bekend gemaakt, dat vanaf heden de werktijd 53 uur per week zou zijn. Daarbij werd omtrent de nieuwe loonen niets vermeld. De arbeiders, die zich onmiddellijk tegen deze verlenging van de normale werkweek verzetten, werden door de besturen der vakvereenigingen geraden aan het werk te blijven en een conferentie af te wachten, die telegrafisch bij de betrokken Directie en het Bestuur van den Metaalbond werd aangevraagd. De vakvereenigingsbesturen kregen van den Directeur van den Metaalbond een uitnoodiging om Maandag 6 Juli in Amsterdam te komen spreken. Daar ontvingen zij inlichtingen omtrent te beteekenis van de nieuwe arbeidsvoorwaarden namens de Directie van de R. D. M. en „Nieuwe Waterweg”. Ofschoon hieruit dus niet anders geconcludeerd kan worden dan dat de Metaalbond ook voor deze onderneming de kwestie met de vakbonden behandelt, verklaarde de heer Dijkgraaf op de conferentie bij den Rijksbemiddelaar, dat de werf „Nieuwe Waterweg” niet is aangesloten bij den Metaalbond en die Bond dan ook niets te maken heeft met deze zaak en wat nog erger is, de vakbondsbestuurders hadden zich wat laten wijsmaken en op onjuiste gegevens de staking geproclameerd. Wij zullen nu de zakelijke mededeelingen van den Directeur van den Metaalbond en die van den Directeur van de R. D. M. en „Nieuwe Waterweg” tegenover elkaar plaatsen, om te laten zien wat er nu van dat misverstand overblijft. Inde conferentie met den Directeur van 1 den Metaalbond op Maandag 6 Juli, toen het conflict er dus nog niet was, deelde deze aan de 5 aanwezige bestuurders van l de vakbonden mede, dat de nieuwe voor-I waarden, waarop de arbeiders zouden werken, waren : ie. dat de 48-urige werkweek veranderd was ineen 53-urige. Daarvoor zouden de arbeiders 49J uur loon ontvangen ; 2e, dat de loonen en de tarieven zouden worden zooals ze aan de R. D. M. geldende zijn ; 3e. dat de premiebetaling en de uitkeeringen van het ziekenfonds en de werktijdregeling en vergoeding voor de nachtploeg geregeld zouden worden als aan de R.D.M. Denzelfden dag, dat deze mededeelingen door den Directeur van den Metaalbond aan de bestuurders van de vakbonden werden gedaan, werd inde fabriek de volgende mededeeling aangeplakt: „Aan de werklieden wordt bekend gemaakt, dat in verband met den verlengden werktijd de uurloonen der werklieden met ingang van Donderdag 9 Juli 1925 in overeenstemming zullen worden gebracht met die van de R. D. M„ zoodat het weekloon zal bedragen 53 maal het overeenkomstige uurloon bij de R.D.M. vermeerdert met een toeslag van IJ maal dit uurloon, zoolang als deze overwerkvergunning loopt.” Waar zit nu het misverstand en de onjuistheid door den heer Schouten verwekt en begaan volgens den heer Dijkgraaf ? Dat is het volgende: Op de vraag vaneen

der bestuurders om nu eens precies te zeggen waarop de nieuwe loonregeling neer| kwam en waarop de arbeiders met hun nieuwe, aan de R.D.M. gelijkgemaakte loonen konden rekenen, zei de heer Schouten dat 54J maal het nieuwe loon gelijk is aan 49J maal het oude loon. En of deze berekening onjuist is, zullen wij uit het volgende rekensommetje kunnen opmaken: Het uurloon voor de bekwaamste vaklieden. aan de Mij. „Nieuwe Waterweg” is 60 ets. Dit vermenigvuldigd met 49J, is f 29.70. Het uurloon voor dezelfde vaklie-' den aan de R.D.M. is 56 ets. Dit genomen maal 54J is f 30.52. Het voordeel bij 5 uur langer werken zou dus 82 ets. bedragen. Neemt men hierbij echter in acht dat de tarieven, die bij de loonen van de metaalbewerkers een belangrijke rol spelen, voor de. ~Nieuwe Waterweg” ook gelijk gesteld zullen worden met die van de R.D.M., een in bijna alle opzichten beter geoutilleerd, bedrijf, dan valt ook dit voordeel volkomen weg en komt er een belangrijk financieel nadeel voor inde plaats. De heer Van IJsselsteyn heeft naar onze meening te gemakkelijk de redeneering van den werkgever, dat de 53-urige werkweek ook hier moet worden aanvaard en dat de staking voor wat de loonen betreft, op een’ misverstand berust, overgenomen en een nadere motiveering van deze conclusie tegenover de arbeiders ware gewenscht. Wij ontkennen dat de heer Schouten noch de arbeiders zich vergist hebben. Doch wanneer op onjuiste gegevens dit conflict zou zijn uitgebroken, ligt daarvan de schuld volkomen bij de Directie van de onderneming, die ons met geen woord inlichtte en de behandeling overliet aan den Metaalbond. Wij merken hierbij nog op, dat, toen de heer Dijkgraaf, directeur van de R.D.M., dit zoogenaamde misverstand dan constateerde, hij, niettegenstaande dat, toch aan den Rijksbemiddelaar elke inlichting omtrent de nieuwe loonen weigerde en ten an< woord gaf: „Dat zullen de arbeiders we; zien als ze weer tewerk komen”. Naar onze meening had dit laatste zeker wel den heer Van IJsselsteyn aanleiding moeten geven m voorzichtiger te zijn met zijn conclusie. C. O. Uit de Afdeelingen. AMSTERDAM. De Gemeente-Arbeidsbeurs (met inbegrip der met het Gemeentebureau voor' Beroepskeuze Verbonden Jongeliedenafdeeling) boekte over de maand Juni 1925 voor het Metaalbedrijf 2748 aanbiedingen van werknemers, 56 aanvragen van werkgevers en bracht 30 plaatsingen tot stand. Op ’t einde der maand stonden nog a' niet geplaatst ingeschreven 1994 werkzo kenden, tot genoemd bedrijf behoorend. HENGELO. Die wind zaait, zal stor oogsten. Dat de loonen inde metaalindustrie buitengemeen laag zijn, behoeft geen betoog meer, want het wordt spreekwoordelijk. Daaraan parallel loopen de loonen der jongeren, die hoe langer hoe meer ontevreden worden, hetgeen bij de halfjaarlijksche loonsherziening bij de firma Stork en Co. alhier spontaan tot uiting kwam in meer dan één afdeeling. Op verzoek vaneen aantal jongens hadden wij 7 Juli met hen een bespreking over hun loonen en de loonsherziening. Wij hebben daar eerst in algemeene lijn het nut en de noodzakelijkheid van organisatie betoogd, gewezen op het verderfelijke van het gemiddelde uurinkomenstelsel en ten slotte' zeer positief en onomwonden onze meening gezegd overeen directe actie, waartegen wij stelling namen. Buitengewone ontevredenheid over de' arbeidsvoorwaarden kwam naar voren en zij wilden zonder meer direct optreden. Tot slot werd afgesproken, dat wijdoor middel vaneen bespreking zouden probeeren verbetering inde loonen te brengen. Be-_ doeld onderhoud had reeds Woensdag 8 Juli, des v.m. plaats. De heer Beets stond ons namens de directie te woord. Erkend werd de algemeen lage loonstandaard der metaalbewerkers, ook van dien der jongeren. Verdere loonsherziening zou echter voor, de jongens der modelmakerij en gieterij, alsmede voor die der mechanische werkplaatsen, moeten Wachten op de terugkomst der respectievelijke chefs, welke door vacantie uitstedig waren. Medegedeeld werd, dat inde ketelmakerij verdere loonsherziening gegeven was kunnen worden, eerstens doordat gebleken was dat het peil er algemeen lager bleek en ten tweede doordat de chef van bedoelde werkplaats wel aanwezig was. Vaneen en ander deden wijden jongens Donderdagsavonds verslag. Zij waren blijkbaar niet voldaan en betreurden, dat niet meer positieve toezegging was gedaan omtrent de waarde van verdere loonsherzie-

Sluiten