Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het conflict „N. Waterweg”— R.D.M. ineen nieuw stadium! Inde afgeloopen week is de situatie in ’t conflict bovengenoemd belangrijk gewijzigd. Blijkbaar duurde het niet werken van belangrijke groepen arbeiders van de R.D.M.' de directie dezer onderneming te lang de heer Dijkgraaf is nu eenmaal iemand die niet houdt van halve maatregelen en stelde ze dus het nog werkend personeel voor de keus: bereid zijnde „Lobytho” klaar te maken of de poort uit. Dat ging zoo: Woensdagmiddag j.1., dén 29 Juli, werd er een half uur vroeger afgeblazen en moest het personeel zich verzamelen voor de ketelmakerij, waar hun door den voorzitter van de fabrieksvereeniging of-te-wel „platte-pettenclub” kond werd gedaan, dat de „Lobytho” moest worden klaargemaakt. Ze zou daartoe worden versleept naar de „Nw. Waterweg” en daar moest ze door het personeel van de R. D. M. worden klaargemaakt. Hieromtrent moest het personeel zijn meening kenbaar maken en zij die daartoe bereid waren, moesten rechts en die daartoe niet genegen waren links gaan staan. Natuurlijk ging bijna het geheele personeel als één man links staan, slechts een 9-tal ging aan den rechter kant staan. De conclusie van den voorzitter dezer vergadering dat uit deze stemming positief bleek, dat het personeel weigerde de betrokken boot af te maken. Den volgenden morgen werd dezelfde wij zeggen niet comedie vertooning nog eens herhaald en w’d afdeelingsgewijs. Onder leiding van den heer Knape, directeur van de „Nw. Waterweg”, moest men inde afdeelingen nog eens weer links of réchts gaan staan en konden de linkschen de poort uit. Circa een 100-tal, waaronder een aantal ouden van dagen, bleef binnen. Daarmee lag de R. D. M. stil. Wanneer de heer Dijkgraaf het nu nog eens wil hebben over: de arbeiders zijn het werken van de organisaties beu, niet de arbeiders Rebben bezwaar tegen mijn maatregelen, maarde bestuurders der organisaties, dan zullen wij hem dit herinneren. Hier toch stonden de arbeiders niet onder onzen invloed, maar onder den niet geringen druk van de directie der R.D.M. lederen anderen werkgever zou een soortgelijke houding van zijn personeel misschien heel veel zeggen en hem doen nopen er rekenschap mee te houden. Of echter de Directie der R. D. M. reeds zoover is, wij hopen het, maar vreezen van niet. Intusschen blijkt uit de houding van het personeel, dat dit zijn arbeidershart op de rechte plaats heeft zitten en dat belooft wat voor onze organisatie, speciaal bij de R. D. M. Voor den heer Dijkgraaf is geldig het oude woord: „Wie wind zaait, zal storm oogsten”.- Het conflict Waterweg is nu zijn derde phase ingetreden. Wij gelooven niet dat het daarmee gedaan is. Het conflict kan zich zoo ontwikkelen, dat we nog maar, ondanks de drie phasen, in ’t beginstadium zijn, De afgeloopen week hebben wede zaak met al de betrokken stakers en bovendien in buitengewone vergadering met onze leden besproken. Unaniem keurde men goed de handeling van het bestuur en gaf opdracht den strijd voor terugverkrijging van de 48-urenweek met alle middelen door te zetten. Onze vrienden, de stakers, behoeven we niet op te wekken, door te vechten. Dat doen ze zonder dat wel, wat wel de goede stemming die onder hen heerscht, bewijst. Maar wat wel noodig is, dat is, dat onze leden overal, in Rotterdam zoowel als daarbuiten, uitkijken opdat ze niet voor besmet werk worden geplaatst. En gebeurt dat, dan zonder aarzelen weigeren. Intusschen gaan wij onverzwakt en onyermoeid door. Ons parool is; Geen werktijdverlenging, geen loonsverlaging, terug naar de 48-urenweek, J. W.

Medezeggenschap en Bedrijfsorganisatie door P. DANZ. XXI.

De ondernemingsraden in Tsjecho= Slowakije en de daarmede opgedane ervaringen. In Tsjecho-Slowakije bestaan twee Metaalbewerkersbonden, die beide op modern standpunt staan en aangesloten zijn bij den Intern. Metaalbewerkersbond. De eene organiseert hoofdzakelijk de Duitsch sprekende metaalbewerkers in het z.g. Duitsche gebied; zijn zetel is in Komotau. De andere is de Tsjechische organisatie met zetel in Praag, die het overige deel van Tsjecho-Slowakije bestrijkt. Ik heb mij dus tot de beide hoofdbesturen gewend om een inzicht te krijgen over de ervaringen van de ondernemingsraden in dat land. Zij hebben beide aan mijn verzoek voldaan en hun meening er over gezegd. Ik meen goed te doen beide overzichten zoo volledig mogelijk weer te geven al zal daardoor over bepaalde punten ongeveer hetzelfde worden gezegd. Allereerst komen dan onze Duitsch-Tsjechische kameraden aan het woord. * ♦ In Tsjecho-Slowakije bestaan de ondernemingsraden reeds vier jaar. Tot 1921 hadden wij in onze ondernemingen z.g. vertrouwenslieden, welke door de arbeiders gekozen werden. In alle bedrijven, waar de arbeiders lid van onzen Bond waren, werden deze vertrouwenslieden ook door de ondernemers erkend. Inden vóóroorlogstijd hadden wij slechts zeer weinig bedrijven -waar de ondernemers het vertrouwensliedenstelsel erkenden. Eerst in den na-oorlogstijd, dus vanaf 19x8, werd dat beter. In 1921 kregen wijde wet over „de oprichting van ondernemingsraden”, waardoor de vertegenwoordiging van alle arbeiders in ondernemingen, die meer dan 30 arbeiders in dienst hadden, wettelijk geregeld werd. Sedert dien vonden reeds vier maal verkiezingen der ondernemingsraden plaats en als graadmeter voor de practische beteekenis dezer ondernemingsraden voor de arbeiders kan dienen de groote deelname der arbeiders aan de verkiezing van nieuwe ondernemingsraden. Naar aanleiding van de verkiezingsresultaten inde bedrijven waar onze leden werkzaam zijn, kunnen wij constateeren dat de deelname aan de verkiezingen gemiddeld 90 tot 95 pCt. bedraagt. Deze verkiezingsdeelname toont het beste, dat de ondernemingsraden voor de arbeiders zeer waardevol zijn. Ware dit niet zoo, de arbeiders zouden niet zoo sterk aan de verkiezingen deelnemen. Over de taak der ondernemingsraden zegt de wet in § 3: „(1). De ondernemingsraden hebben tot taak de economische, sociale en cultureele belangen der arbeiders inde ondernemingen te behartigen en te bevorderen. In het bijzonder hebben zij de volgende plichten: (a) zij hebben toezicht te houden op het naleven der loon- en arbeidsovereenkomsten en verordeningen, mede te werken aan de afsluiting der arbeidsverordeningen voor zoover deze niet door de tusschen de vakorganisaties afgesloten collectieve overeenkomst vastgesteld werden ; (b) zij hebben, indien gewenscht, door een hiervoor aangewezen lid van den ondernemingsraad met een vertegemvoordiger van de onderneming de loon- en salarislijsten te controleeren. Betreft het ! lijsten van beambten, dan kan voor deze taak slechts een beambte aangewezen worden ; (c) zij hebben met medewerking der organisaties der werknemers en werkgevers bepalingen aan de tusschen de bedoelde organisaties afgesloten collectieve overeenkomsten toe te voegen voor zoover deze overeenko'msten dit toelaten ; (d) zij hebben voor de nakoming en de controle der tusschen de contracteerende partijen afgesloten contracten alsmede voor de uitspraken van het scheidsgerecht zorg te dragen. (e) zij hebben toezicht te houden op de nakoming der wettelijke bepalingen betreffende de bescherming der arbeiders, in het bijzonder met het oog op de beveiliging tegen ongevallen, gezondheidsvoorzorgsmaatregelen in het bedrijf, de verzekering der arbeiders, de leiding der onderneming opmerkzaam te maken op geconstateerde gebreken en de bevoegde regeeringsautoriteiten te verzoeken toe te staan, dat ook een lid van den ondernemingsraad deelneemt aan alle daarmede in verband staande door de toezicht uitoefenende regeeringscommissies ih te stellen onderzoekingen en te houden vergaderingen. (f) zij hebben aan de handhaving der discipline en orde in het bedrijf mede te

werken en voor een goede verstandhouding tusschen de leiding der onderneming en de arbeiders inde ondernemingen zorg te dragen. Voornamelijk moeten zij ook geschillen, die ontstaan door het aangesloten zijn bij religieuze-, politieke- of vakorganisaties, onpartijdig beslechten; ! (g) zij hebben op adviseerende wijze bij collectief door de werkgevers gegeven ontslagen Om redenen die buiten de arbeidsverhoudingen gelegen zijn, evenals bij ont- | slag van afzonderlijke arbeiders, die langer | dan drie jaar in het bedrijf werkzaam zijn, | op de volgende wijze mede te werken: Met de opzegging vaneen gedurende i minstens 3 jaar onafgebroken inde onder- j neming werkzamen arbeider of beambte ! -wordt direct de ondernemingsraad door de fabrieksleiding in kennis gesteld. Acht de ondernemingsraad deze opzegging onge- j grond, dan kan hij de zaak binnen drie j dagen met zijn advies aan het scheids- • gerecht voorleggen, die binnen zeven dagen definitief beslist. Zoolang het scheidsgerecht niet beslist heeft, wordt geacht dat 1 de betreffende arbeider of beambte met verlof is; (h) zij hebben de voor het welzijn der arbeiders bestemde instellingen te besturen of aan hun beheering mede te werken, j voorzoover dit niet door tot 1921 uitgevaardigde statuten of oprichtingsoorkonden, i buitengesloten is; (ch) zij hebben voorstellen tot verbete- ' ring van het bedrijf, n.l. die tot vervolmaking der technische inrichting, de arbeidersbeveiliging, de werkmethoden en dergelijke in te dienen.” , Het zijn dus een groot aantal belangrijke plichten die de wet den ondernemingsraden i toewijst. Allereerst moeten wij, alvorens verder te gaan, constateeren, dat door deze wet het standpunt van de werkgevers van „baas- , in-eigen-huis” tamelijk besnoeid werd. Kon vroeger de ondernemer iederen arbeider, dien hem niet aanstond, ongehinderd ontslaan, zoo is deze vrijheid, die voor de arbeiders dikwijls zeer noodlottig werd, nu ten deele vervallen. De werkgever heeft slechts nog vrij en ongehinderd beschikkingsrecht in zooverre het arbeiders betreft die nog geen' 3 jaar in dezelfde onderneming werkzaam zijn. Maar ook in dit opzicht is nog een beperking gemaakt en wel deze, dat wanneer meerdere dezer arbeiders gelijktijdig ontslagen of opgezegd worden, de ondernemingsraden in zulk een geval ook hun medewerking hebben te verleenen. Door deze bepaling is de zekerheid, dat men werk heeft, grooter, wat nog meer het geval is als men meer dan 3 jaar in dienstbetrekking is. Uit de practijk der scheidsgerechten inden loop der jaren sedert het in werking treden van de onderrtemingsradenwet is gebleken, dat ontslag van arbeiders slechts dan gegeven werd, wanneer deze zich schuldig maakten aan een overtreding van het fabrieksreglement, die den ondernemer het recht gaf het dienstverband zonder een termijn van opzegging te beëindigen. In die ondernemingen, waarin we over een sterke organisatie beschikken, hebben onze collega’s inde ondernemingsraden het weten klaar te spelen, dat zij bij het aannemen van nieuwe arbeiders gehoord worden. Voor deze ondernemingen komt slechts de arbeidsbemiddeling van onzen Bond in aanmerking en dat dit werken van onze ondernemingsraden den ondernemers zeer onaangenaam is, heeft onze laatste groote strijd bewezen. De ondernemers wilden onder alle omstandigheden onze arbeidsbemiddeling uitsluiten. Het gelukte ons echter dit plante verijdelen, zoodat wij, evenals voorheen, voor de arbeidsbemiddeling zorg dragen. Ook in andere bedrijven, waar de organisatie niet zoo sterk is, wat beteekent waar wij niet alle arbeiders georganiseerd hebben, hebben onze collega’s inde ondernemingsraden bereikt hun invloed bij het aannemen van arbeiders te verzekeren. Het is duidelijk dat er aan den anderen kant ook bedrijven zijn waar wij bij het aannemen van arbeiders nog niets te vertellen hebben. Wij Ijopen echter dat het ons nog gelukken zal ook deze ondernemers van het voordeel, dat de medezeggenschap biedt, te overtuigen. De werkgevers hebben reeds voor een deel ingezien, dat de ondernemingsraden eerst dan inden zin van punt f van paragraaf 3 der wet medewerken kunnen, indien hun bij het aannemen nieuwe arbeiders medezeggenschap toegekend wordt. 1 I (Wordt vervolgd.) i

Verdienstelijk? ■ Onder het opschrift „Een verdienstelijk werk” schreef „St. Eloy” van 18 Juli een stukje waarin gewezen wordt op de denkbeelden welke in het buitenland inzake de christelijke vakbeweging in Nederland gangbaar zijn. Het blad constateert dat men in het buitenland zich daaromtrent een geheel verkeerde voorstelling gevormd heeft en dat zou dan in het bijzonder in Engeland het geval zijn. j „St. Eloy” deelt dan verder mede dat „onze vriend” Serrarens voor eenigen tijd terug op verzoek naar Engeland geweest is om ! \ „door middel van eenige lezingen eens aan de bewoners, van den overkant van | den grqoten plas het een en ander te komen vertellen over onze beweging, ons j werk en ons doel.” i ! We zullen verder hieronder „St. Eloy” aan ’t woord laten, opdat we uit de meest onverdachte ,bron zullen vernemen wat j m’neer Serrarens gezegd heeft. j j Hij heeft eerst een groote lezing gehouden in Preston, de hoofdstad van het katoendistrict Lancashire, daartoe uitge-1 noodigd door Catholic Social Guild I (Katholiek Sociale Gilde) ineen „week end "-school (tweedaagsche cursus), waarbij hij als onderwerpen behandelde: 1 „de vakbeweging op het vasteland van i Europa”, „de christelijke Internationale ’ Vakbeweging en haar program” en j „Katholiek Leven in Holland”. Te Liverpoöl en te ' Cheffield hield hij l eveneens lezingen over de christelijke i vakbeweging, waarvoor ook daar het Katholieke Sociale Gilde bijeenkomsten belegde. Te Stonyhurst, in het seminaire der Paters Jezuieten, behandelde vriend Serrarens eveneens bovengenoem-I de onderwerpen. Bij de drie eerstgej noemde lezingen, die openbaar waren en de belangstelling genoten van ver; schillende bestuurders der Trade Unions, legde de spreker er den nadruk op, dat hij niet naar Engeland was gekomen om te trachten daar christelijke of katholieke vakorganisaties te'stichten, maar dat zijn doel was, uiteen te zetten, waarom het socialistisch karakter van de moderne vakbeweging op het vasteland van Europa de christelijke en katholieke arbeiders gedwongen had tot het oprichten van eigen vakorganisaties. 1) Spr. vroeg van de katholieke arbeiders dat zij inde Trade Unions hun plicht zouden doen , en deze niet j zouden overlaten aan het drijven vaneen socialistische of communistische meerderheid, wier invloed zich vooral in den laatsten tijd sterk deed gelden. Inde meetings werden tal van vragen gesteld,. i waardoor de spreker gelegenheid had meerdere misverstanden uit den weg te ruimen. Het valt inderdaad rtiet te ontkennen, dat de heer Serrarens heel verdienstelijk werk gedaan heeft, tenminste voor een deel. Hij heeft de katholieke arbeiders niet aangeraden om den algemeenen. vakbond te verlaten, een specifiek katholieke organisatie te vormen, doch hen veeleer aangespoord te blijven waar ze eenmaal zijn. Let nu ééns goed op welke tactiek de roomfeche leiders er op na hóuden. Als ze in Engeland zijn, wijzen ze de katholieke arbeiders er op dat ze inden algemeenen vakbond moeten blijven om daar tegenover het drijven vaneen socialistische of communistische meerderheid stelling te nemen. Maar hier in Holland worden de roomsche arbeiders met hel en duivel bezworen om bij ons vandaan te blijven. Dat is een tactiek die uitsluitend voortvloeit uit de positie, welke de Kerk in bepaalde landen inneemt. Ze zien geen kans in Engeland om daar de vakbeweging zoo hopeloos te versplinteren als ze ’t hier gedaan hebben e'n daarom was Serrarens wel zoo politiek aangelegd om den Engelschen geloofsgenoot anders te behandelen dan de gedweeë en onderworpene landgenooten. In Engeland is deze heer uitsluitend opgetreden om eèn clement oordeel over en voor de Hollandsche vakbeweging-saboteurs te verwerven. Hij heeft zich verontschuldigd en duidelijk gezegd waaróm de katholieken in ons land alles in ’t werk gesteld hebben om den groei en ontwikkeling van één groote sterke vakbeweging te verhinderen. In het buitenland denkt men daar lang niet malsch over en daarom moést een leider van de R.-K. beweging naar Engeland om z’n handen in onschuld te wasschen en de menschen daar wat te sussen. Als nu m’neer Serrarens nog maar precies de waarheid gesproken had. j Maar dat is ’t ’ra juist; hij heeft zooal I niet gelogen dan toch evenmin de geheele ' waarheid gezegd. *) Cursiveering van ons. Bed. „Metaalbewerker”.

Sluiten