Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32*™ JAARGANG ZATERDAG 12 SEPTEMBER 1925 No. 37

De IHetaalDeaerfcer OleeKblad van den Algemeenen Hederlandscben roeiaalbewerkewbond.

i- t . .| , REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN | Arbeiders aller Landen I Kennis Is ma«hL Vereenlgt Uw Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam I Eenheid klacht i Telefoon 26175 { “ ■

ABONNEMENT: 1 .. ADVERTENTIËN o~ i Stukken van algemeenen aard moeten aiterlijk Maandags, _ . . ... Bij vooruitbetaling per jaarf 1.60 _ , . , „. , J 0 Gewone advertentiën ..... per regel f 0.30 r.... , ,„ „ . . . . Bondsmeuws en advertentiën Woensdagsmorgens . , „ « Voor Buitenland verhoogd met porto. . ° ° Aanvragen voor personeel , . 0.20 Losse nummers 0.03 Zl^n m°e omen AfdeelingsadvertentiSn .•••••••• 0.20

«PL.AAG 22.850 Officieele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op de 37b week in het Bondsboekje geplakt. * * * Wij maken de leden van de afdeeling VOORBURG attent op dein dit nummer voorkomende advertentie. Zij staan voor niets. In „St. Eloy” en „De (Chr.) Metaalbewerker” van Zaterdag 5 September j.l. trachten de heeren v. Abbevé en Hordijk de verraderlijke houding jegens onzen Bond en den gezamenlijk begonnen strijd aan den „Nw. Waterweg” te maskeeren door geweldig hoog op te geven van hetgeen zij zonder onze tegenwoordigheid met den Metaalbond hebben bekokstoofd. Van Abbevé was zóó inde wolken, dat hij een artikel schreef onder het opschrift „Een schitterend resultaat”. De man, blijkbaar van dolle vreugde vervuld over het feit dat het schamele weerstandskasje van z’n bond niet verder behoefde te worden geplunderd, vergeet zichzelf dermate, dat hij nog wel cursief gedrukt o.m. schrijft, dat de 48-urige werkweek in beginsel volkomen behouden is. Dat wordt gezegd door iemand, die zonder slag of stoot met den Metaalbond overeenkomt dat de werktijd aan den „Nw. Waterweg” 53 uur per week wordt. Dat noemt zoo iemand: „in-beginsel-volkomen-behouden-de-48-urige-werkweek. Waar iemand ineen vreugderoes al niet toe kan komen. En dan te weten dat deze heer v. Abbevé dezelfde man is die doordreef dat de eerste daad van verzet hierin zou bestaan, dat men weigerde langer dan 48 uur per week te werken. Hordijk is heelemaal door ’t dolle heen, hetgeen, het feit in aanmerking nemende dat bij zijn bond de financiën nóg dunner gezaaid zijn dan bij den R.-K. Bond, in ’t geheel geen verwondering behoeft te wekken. Hij schrijft dat vaneen volkomen succes gesproken kan worden en noemt het een overwinning in optima forma, d.i. een overwinning inden besten vorm. De heeren van den Metaalbond zullen toch wel fijntjes lachen als ze dergelijke hoogdravende woorden van leiders van zulke impotente hondjes vernemen. Inderdaad, ’t zou om te lachen zijn als ’t niet zoo diep treurig was. Inplaats van zich te schamen over het verraad met betrekking tot het voor eenigen tijd te Amsterdam ingenomen standpunt aan zichzelf begaan, hebben deze lieden nog den treurigen moed om zichzelf op een hoog voetstuk te plaatsen. De heer Dijkgraaf is dermate hoog ingenomen geweest met deze „overwinnaars”, dat zij hun ledenlijsten reeds ’s Zaterdags na de conferentie mochten inleveren. ’t Is toch altijd nuttig hè als een werkgever weet op welke mannetjes kan worden gerekend 1

Laat het deze lieden voor gezegd zijn, dat er niet veel achter de schermen gespeeld kan worden dat voor ons verborgen blijft. * * ♦ Men weet dat beide bonden het standpunt hebben ingenomen, dat het conflict aan den „Nw, Waterweg” eigenlijk uitsluitend of in hoofdzaak een loonconflict was. Het blad van den Chr. Bond van 29 Aug. j.l. bevatte een artikel: „Wie wierp dat strijdpunt op” en daarin schreef de redacteur 0.m.: „De strijd werd niet opgezet om de 48-urige werkweek in hoofdzaak.” Een gelijksoortige uitlating vinden we ook inden brief, dien de Chr. Bond aan den Metaalbond schreef en waarin o.m. dit voorkwam: „Wij willen hier tevens opmerken dat het conflict te Schiedam voor ons nimmer gestaan heeft in het teeken uitsluitend vaneen strijd voor de 48-urige werkweek. Het conflict is opgezet als een loonconflict en wij beschouwen dit op het oogenblik nog zoo.” Van twee een: óf de heer Grotenhuis heeft den Metaalbond hier opzettelijk wat voorgelogen, óf hij weet als redacteur van z’n krantje zelf niet wat anderen vóór hem geschreven hadden. Maar wij weten het wél, m’neer Grotenhuis. Toe, sla met ons uw blad van Zaterdag 11 Juli eens op, dan zullen we zoo samen genoeg’lijk lezen wat Hordijk schreef toen het conflict aan den „Nw. Waterweg” nog slechts enkele uren oud was. Na er aan te hebben herinnerd dat er reden was voor de Rotterdamsche arbeiders tot verheuging, omdat een begin gemaakt was met den afloop van de geweldige sabotage van den werktijd, waarvan zij (die arbeiders n.1., Red. „Metaalbewerker”) nu reeds zoolang het slachtoffer waren geweest, laat Hordijk volgen: „lets anders stond dat met de arbeiders aan de „Nw. Waterweg”. Want al werd ook daar dikwijls overgewerkt, de officieele werkweek was nog steeds 48 uur. J.l. Woensdagavond nu, den eersten Juli dus, merkten dan deze arbeiders tot hun schrik en ergernis, dat het ook voor hen hiermede uitwas.” De cursiveering van enkele woorden is van ons. Wat merkten de arbeiders van den „Nw. Waterweg” tot hun schrik en ergernis? Dat er loonsverlaging kwam ? Neen, daar wist men op dat moment niets vanaf. Er was volgens Hordijk schrik en ergernis, omdat het „ook voor hen hiermede uit was”, n.l. met de offideele werkweek van 48 uur. De sabotage, die volgens Hordijk te Rotterdam werd uitgeoefend, zou uitgebreid worden tot Schiedam. Let wel, mijne heeren „overwinnaars”, gij die den Metaalbond dan eigenlijk zouden hebben geknecht, let wel! Gij hebt in en met uw „overwinning” die verdere sabotage beregeld!

Hordijk heeft nog meer geschreven in hetzelfde artikel. Houdt je rustig, mijne heeren „overwinnaars”, er komt nóg meer. „Immers des avonds bij het verlaten der fabriek konden zij kennis nemen van een mededeeling der Directie, dat met ingang van Donderdag 2 Juli, den volgenden dag dus, de 53-urige werkweek zou worden ingevoerd. Geen wonder, dat toen reeds direct het personeel te hoop liep en plannen maakte om dit opzet te keeren.” Welk opzet, waarde heer Grotenhuis, had uw collega Hordijk hier op het oog en wat noemde hij geen wonder ? Dit toch niet waar, dat het personeel te hoop liep tegen het feit dat de 53-urige werkweek zou worden ingevoerd, want iets anders om te hoopte loopen was er niet! En even verderop schrijft uw collega u hebt toch uw blad van 11 Juli voor u nietwaar ? (Dit is gemakkelijk om te volgen) „Vanzelf werden de verschillende organisaties zoo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht en bij hen werd aangedrongen om alles in het werk te stellen, den ouden toestand te handhaven.” De cursiveering is al weer van ons. Die „oude toestand”, waarvan hier door uw collega gewaagd wordt, zeg, was dat niet de officieele werkweek van 48 uur? Bij de organisaties werd aangedrongen om ~alles in het werk te stellen” om den ouden toestand te handhaven. Gij hebt niet alles gedaan om de 48-urige werkweek te handhaven. gij hebt met den Metaalbond zitten konkelefoezen en den aandrang om ~alles te doen enz.”, verloochend. We gaan verder met te citeeren wat Hordijk schreef; ■ „Inmiddels hadden de besturen zich telegrafisch gewend tot den Metaalbond en de betrokken directie met het verzoek, dat de 48-urige werkweek sou worden gehandhaafd en een bespreking zou worden toegestaan. Ja, Hordijk schrijft toch zelf wat wij hier weer cursiveeren, n.l. dat „de besturen” (let op het meervoud) per telegram verzochten, niet om de loonen, doch om de 48-urige werkweek te handhaven, ’t Is misschien niet aangenaam voor u dat we aan dat stuk van uw collega zoo bijzonder onze aandacht schonken, maar ’t staat er toch nietwaar ? ’t Is niet een bestuurder van den Alg. Bond die zóó schreef; neen m’neer, ’t is uw bloedeigen collega Hordijk die nd den door u „gewonnen” strijd aan ons adres schreef: „wie al te groote stappen wil nemen, maakt veel kans op een breuk en wie den eenen dag veel te hard schreeuwt, kan heel vaak den volgenden dag niets zeggen”. Nu zoudt ge (we kennen de wegen van hen, die uit en door de waarheid zeggen te leven) nog kunnen aanvoeren dat uw collega dit alles wel heeft geschreven, maar dat ’t toch een loonconflict was.

Door die maas van het net zult ge ons echter niet ontglippen waarde heer! Want, nadat Hordijk al hetgeen we hier boven citeerden geschreven had, liet hij er dit op volgen: „Hierop kwam van den Metaalbond bèricht, dat Maandagmorgen te Amsterdam over het geval kon worden geconfereerd. In verband nu met dit laatste feit en met het feit, dat op de verschillende 1 ledenvergaderingen verschillende zienswijzen naar voren waren gekomen, kon Zaterdagmiddag geen beslissing worden genomen tot een positieve stap, doch werd besloten de conferentie af te wachten, wat temeer noodig was, omdat eigenlijk niemand wist hoe de nieuwe regeling zou zijn en of er ook nog financiëele gevolgen verbonden waren aan den nieuwen werktijd; m.a.w. of er ook loonsverlaging aan verbonden was. De algemeene gedachte, die gewekt was mede door mededeeling van verschillende bedrijfsleiders, was, dat voor 53 uur werken, ook 53 uur loon zou worden betaald.” Uit dit gedeelte van Hordijk’s artikel blijkt dus dat het personeel van den „Nw. Waterweg”; primo: met schrik en ergernis vervuld was; secundo: te hoop liep en plannen maakte; tertio: een groot deel van het personeel er zelfs onmiddellijk uit wilde blijven; en dat alles om den ouden toestand tehandhaven, terwijl „eigenlijk niemand wist hoe de nieuwe regeling zou zijn en of er ook financieele gevolgen aan verbonden waren” en „de algemeene gedachte was dat voor 53 uur werken, 53 uur loon zou worden betaald.” Maar toch, ’t was een loonconflict ! Tenslotte schrijft Hordijk nog: ~Langer werken dan 48 uur zou niet gebeuren.” * * Menschen die dat alles vermoedelijk denzelfden dag van het uitbreken van het conflict in hun krantje schreven of opnamen, hebben den moed tot den Metaalbond te zeggen dat het conflict is opgezet als eenloonconflict en dat het voor hen nimmer in het teeken van uitsluitend voor de 48-urige werkweek heeft gestaan. Summa summarum, de houding van deze leiders is laf geweest en nog laffer is hun houding geworden door te schrijven dat wij1 als grooten bond door hen zijn geleid. De „eerepalm”, dat zij het verder voortzetten van den strijd onmogelijk gemaakt hebben, zij hun van harte gegund. We kennen een oud aandoénlijk verhaal dat spreekt van verraad en van verloochening, van wroeging en van berouw. Die geschiedenis moet gij nog eens lezen. Gij kunt haar vinden inde Evangeliën. He geschiedenis herhaalt zich!

Sluiten