Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Het maeie boek. j 4. Lectuur op wetenschappelijk- en kunstgebied. 5. Vakliteratuur. 6. Propagandistische lectuur. 7. Het oude Boek. 8. Het Tijdschrift. 9. Een geheel afzonderlijke stand van de werken van Heijermans en Adama van Scheltema. Een groot aantal uitgevers heeft hiervoor de noodige boekwerken ter expositie toegezegd. De afd. Kunstnijverheid en wandversiering zal het volgende omvatten: a. Kunstnijverheid, smeedwerk, glas, aardewerk, batiks, weefwerk, beeldhouwwerk en enkele meubelen. b. Wandversiering: voornamelijk zwartwit-kunst, zooals: houtsnede, litho’s, etsen, isografieën, reproducties en enkele schilderstukken. Ook voor deze afdeeling is door verschillende personen en ondernemingen voldoem de ter expositie beschikbaar gesteld. Liet eerste gedeelte van de tentoonstelling staat onder leiding van den heer Feiten, chef boekhandel „Voorwaarts” en het tweede gedeelte wordt opgesteld door den heer Aug. v. Gils, terwijl namens het pestuur aan deze twee heeren is toegevoegd R. J. Dijk, secretaris van de afd. Inst. voor Arb. Ontw., die de zorg voor de algemcene organisatie dezer tentoonstelling op zich heeft genomen. R. J. DIJK, Secr. afd. Inst. v. A. Ontw. 19 Nov. 1925. ZALT-BOMMEL. Er is hier een commissie gevormd om te trachten een afdeeling van de Arbciders-Jeugd-Centrale op te richten. Op Zaterdag 28 November a.s. zullen om te beginnen een 30-tal A.J.C.-ers(sters) uit Arnhem overkomen om hier een uitvoering te geven. Wij behoeven onze leden zeker niet meer op het groote belang van zulk een afdeeling te wijzen en wekken onze leden op met hun vrouw en kinderen deze uitvoering bij te wonen. HET BESTUUR. Het Troelstra-oord. (H. J. J. E.) Het moest eigenlijk niet noodig zijn voor de verdere financiering van het Troelstra-oord, een stichting van zoo groote en onschatbare culturecle waarde, een aanbevelend woord te schrijven. Maar we zijn nu eenmaal verstandig genoeg, om ons aan de noodzakelijkheid te onderwerpen er. moeten daarom ook nu weer een beroep doen op de offervaardigheid der arbeiders, van wie voortdurend veel wordt gevraagd, maar die toch immer weer bereid zijn voor goede, mooie en groote dingen belangrijke offers te brengen. Is de stichting van het Troelstra-oord een goed, mooi en groot ding, een daad van onze beweging? Is die stichting voor den verderen strijd onzer klasse van zoo een overwegend belang, dat hiervoor financieele steun van onze arbeiders kan worden gevraagd ? Is er werkelijk behoefte aan zoo’n stichting ? Wie durft hierop „neen” te zeggen ? Wie durft zich in dit geval aan het brengen vaneen offer te onttrekken omdat hij zelf wellicht nooit zijn vacantie in het Troelstra-oord zal doorbrengen of niet in de gelegenheid zal zijnde cursussen te volgen ? Wie van onze menschen is nog zoo klein en bekrompen van opvatting, zoo ultraegoïstisch, dat hij zijn kwartje, vijftig cent of één gulden niet wil geven, omdat hij zelf misschien géén kans heeft, ooit van de weldaden dezer stichting te profiteeren ? Wie durft de hem aangeboden lijsten ongeteekend te laten voorbijgaan met bemerking: „dat ding heeft voor mij geen waarde”? Er zullen er, naar wij hopen, niet veel zijn, doch als ze er z ij n, dan zal hun door de menschen van breeder opvatting en beter begrip van de behoeften onzer beweging duidelijk gemaakt moeten worden, dat ook hier „de cost voor de baet uitgaat”. Dat wil zeggen, dat de thans voor het Troelstra-oord gebrachte offers, het ploegen, zaaien en bemesten van den grond is, die eenmaal rijke cultureele vruchten zal dragen. Maar ja, tja . . . hum . . . cultureele vruchten kan je toch niet eten, zeggen de bekrompenen en onverschilligen. Waar, zeer waar, het zijn geen appelen, peren of perziken ... en toch zijn het de allerbeste vruchten, die aan de markt gebracht kunnen worden en waarvan er thans helaas nog veel te weinig aan de markt komen. Want het is vooral door gebrek aan opvoeding en beschaving en doof afwezigheid van gevoel voor kunst en schoonheid, dat een belangrijk deel onzer

klasse het goede en mooie, wat onze beweging reeds bracht, niet kan begrijpen en waardeeren. En daarin willen wij een voor de arbeidersklasse gunstige verandering brengen. Wij willen: ie. het aan hen, die door den voortdurenden strijd onzer klasse in het genot van vacantie zijn gesteld, mogelijk maken, die vacantie rustig en met weinig financieele middelen te kunnen doorbrengen; 2e. ook de vrouwen gelegenheid geven daar één of twee weken te kunnen uitrusten na hun moeizamen arbeid inde huishouding en de beweging; 3e. jonge, frissche en ernstig willende mannen en vrouwen in staat stéllen de kennis te vergaren, die noodig is om nog energieker dan in het verleden, den strijd tegen de bezittende klasse te kunnen voeren ; 4. voor den man Pieter Jelles Froelstra die in velen onzer het bewustzijn naar een hooger streven heeft gewekt, menschen van ons heeft gemaakt en dientengevolge de_ geheele arbeiders: klasse onschatbare diensten heeft bewezen, een blijvend monument te stichten, waaraan noch de scherpe bek van het kapitalisme, noch de tand des tijds zóó zal kunnen knagen, dat dit kostbaar bezit onzer klasse ooit van de wereld zal kunnen worden weggevaagd. Men weet dus nu wat w ij willen ... en als allen dat willen, dan komt er voor het I roelstra-oord méér dan f60.000 bijeen. Dertig jaren stoomturbine en omwentelingen inde kraehthuishouding. (Slot.) Een verdere onverwachte beteekenis kregen de reeds genoemde resultaten in het midden-Duitsche gebied, welks industrie op de aanwezigheid van bruinkolen gebaseerd is. De aardachtig, waterige gesteldheid van deze 'bruinkolen maakt de verzending op grooten afstand te kostbaar, omdat het bereikte stookeffect per ton in geen verhouding zou staan tot de kostèn van het vervoer per .on. Een industrieel gebruik der bruinkolen komt daarom alleen in nabijheid van den mijnput in aanmerking. Voor groot-kracht-ontwikkeling en over; brenging op groote afstanden werd het nu mogelijk de bruinkolenvelden voor nieuwe doeleinden te openen en groot-krachtcen' tralen onmiddellijk bij de bruinkolenputten te stichten. Naast dat feit was het de dikwijls reusachtige afmeting der krachtcentralen, welke hun huishoudelijkheid waarborgde, de grootheid, welke alleen bepaald werd door de toepassing van de grootste stoomturbines. Wij brengen hierbij in herinnering, dat b.v. de stroomvoorziening van Berlijn geschiedt door de 8 turbines van elk 30.000 P.K. bevattende reuz'en-centrale Zschornewitz bij Bitterfeld (130 K.M. van Berlijn , verwijderd) en het electrisch spoorwegbedrijf tusschen Leipzig en Maagdenburg, ’t Zelfde gebeurt op andere plaatsen, waar bruinkolen productief gemaakt worden hetzij voor krachtvoorziening op groote afstanden, hetzij om naburige industrieën groote hoeveelheden energie te leveren, zooals b.v. voor de aluminiumfabricatie, welker economische basis in Duitschiand eerst door de ontwikkeling der stoomturbine is gelegd. Het is niet gemakkelijk een juist begrip te vormen van den omvang van al deze vernieuwingen. Wij zullen ons daarom vooreerst bij het hoofdstuk krachtopwekking zelf bepalen. Mén hoeft daarbij nog niet te denken aan de reuzen-turbines, van 80.000 P.K., welke ineen enkele machine hetzelfde zouden presteeren als tot nu toe de vervullingsmogelijkheid eener groote krachtcentrale omvat en toereikend is voor een geheel district met fabrieken, trams, kleinbedrijven, tyoningen enz. Reeds de tegenwoordige turbines van 30.000 P.K. zijn wonderen in technisch en economisch opzicht. „Klein” inden geest van het dagelijksche spraakgebruik kan natuurlijk een samenvatting, die zulk een geweldige energie opwekt, nauwelijks genoemd worden. Als men dus van relatief bescheiden afmetingen spreekt, dan wil dat zeggen: in verhouding tot de reusachtige prestatie. In werkelijkheid zijn het ijzeren en stalen monsters, waarbij de menschelijke gestalte in ’t niet zinkt. Het gedrongene, compacte, het ontbreken van zichtbaar beweegbare organen verleent aan hun vorm het karaktér van het massale dat de reusachtige lasten wel laat gissen en dat massale snort en trilt onder de macht eener vreesaanjagende snelle omwenteling. Poogt men echter zich eens juist voor te stellen wat 30 x 1000 paardekrachten te beteekenen hebben, dan verandert de indruk en is men bijna geneigd te vragen, hoe de turbine i dat klaarspeelt en hoe groot daartegen wel de Goliath eener zuigerstoommachine zou 1

moeten zijn om hetzelfde te kunnen pres-1 teeren. Bij zulke overdenkingen wordt ons een ander voordeel, dat met het wezen der stoomturbine nauw verbonden is, duidelijk. Al veroorzaakt zij ook trillingen, zoo maakt zij toch maar één zuiver draaiende beweging, waarbij stoóten en schokken ver! meden zijn, welke van de heen en weer■ gaande zware deelen der zuigerstoommachine afkomstig zijn. Mocht men zulke 1 werktuigen voor dezelfde totale prestatie ontwerpen, dan zou men niet alleen voor fondatie en machinekamerruimte, maar ook voor een bijzonder fondament geheel : andere getallen in rekening moeten bren-1 | gen, welke de economie ten ongunste der zuigerstoommachine zouden beïnvloeden. Een ander voordeel berust inde eigenaardigheid der stoomturbine, dat haar drijvende deelen vrijliggend inde trommel loopen, dus zonder eenige wrijving; daarom worden alleen de tussenblokken gesmeerd, echter niet de binnenvlakken, | waarlangs de stoom gaat, waardoor de afgewerkte stoom vrij van olie is. Hij kan | door oppervlakscondensatie gekoeld worden en het condensatiewater bevat dus noch : olie, noch ketelsteen, is dus als goed voedingswater voor den stoomketel geschikt. De uitbuiting van de brandstof is – daardoor beter, de veiligheidsfa.ctor in het I stoomketelbedrijf gunstiger. Nog een ander voorbeeld blijkt uit het wegvallen der binnensmering. Men verhoogt de economie vaneen stoomkrachtaanleg tegenwoordig algemeen door de oververhitting van den stoom, welke men bij zuigerstoommachines niet boven een bepaalde grens kan drijven omdat de smeerbaarheid van de cylinderoiie daardoor zou lijden. Bij de turbine kan men, wegens het ontbreken der binnensmering, de oververhittingstemperatuur van den stoom hooger stellen. Wij zien dat door de stoomturbine de technische en economische beginselen der krachtvoorziening van het begin uit omgevormd en wezenlijk verbeterd zijn, hun ontplooiing bespoedigd is. Deze, ons ten deele uit het economische leven reeds bekende verschijnselen, hangen dus met de ontwikkeling der stoomturbine nauw tezamen en daarmee ook de verandering yan stoom- in electromotorisch bedrijf op talrijke plaatsen waar men vroeger eigen stoomkracht benutte. De uitwerkingen deden zich naar alle : richtingen gevoelen, zelfs op de arbeidsmarkt, voor den een meer, voor den ander minder verheugend. Deze door economische wetten geboden ontwikkeling had men echter toch nooit kunnen remmen, want elk der kleine stoombedrijven kon toch maar weinige procenten der kolenwarmte in kracht omzetten en haar veelvuldig, versplinterd kleinbedrijf beteekende daarom een nuttelooze kolenverkwisting. Eén enkele teuzen-turbine, welke de brandstof veel | | beter uitbuit, is in staat met procentsgewijze minder kolenverbruik hetzelfde aantal kleinbedrijven langs electrischen weg te verzorgen. De veiligheid van onze huis-I houding gebiedt in plaats van verkwisting, het sparen der delfstoffen, welke wel opgej dolven en verbruikt, echter niet nieuw ge; schapen kunnen worden. Het bestaan der ; tegenwoordige samenleving berust op de aanwezigheid der kolen, dat der komende geslachten eveneens. Zij zullen echter in een toekomstigen tijd, waar beschaving en techniek één zijn, veel beter nog dan wij wegen vinden om met deze schatten der j aarde zuinig te werken en ze scheikundig en mechanisch zóó uitte buiten, dat dein het zonlicht opgebouwde kolen ook weder «on aan de menschen brengt. A. J. Economische en Financieele Berichten. AMERIKA. Amerikaansche Ijzer, en Staalmarkt. „Iron-Age” voorspelt, dat de staalproductie van 1925 die van 1923 overschrijden zal. Wanneer de produktie gehandhaafd wordt op het ; i percentage van October is het mogeüjk, dat, het oorlogsrecord weer bereikt zal worden. De koperproductie. De koperproductie inde Ver. Staten wordt over October aangegeven op 121.639 ton, de | verzending op 117.791 ton tegen in September 1 resp. 108.426 en 112.307. De voorraden bedragen, thans 72.855 ton tegen 137.000 ton terzelfder tijd Van het vorige jaar. Pe Wereldzinkproductie. De wereld-zink-productie bedroeg ia September 89.806 ton. ♦ * •» BELGIE. Metaalnijverheid in België. Inde metallurgische nijverheid werden in September, evenals in Augustus, 33 hoogovens in bedrijf genomen. Hieronder volgen de productiecijfers in tonnen: Aug. Sept. | Gietijzer 166.300 170.280 J Ruw staal 147.100 159.050 Halffabrikaten ..... 3.200 5.530 Afgewerkt staal 121.120 134.010 ~ ijzer 3.950 4.520 Ruw zink 12.990 13.350 Deze stijging der productie houdt verband met de hervatting der werkzaamheden na de , staking. I * * * t * ,

DUITSCHLA NO. Duitsch Zinksyndicaat. Men verwacht, dat het Duitsohe syndicaat voor den tijd van één jaar zal worden verlengd. Bij de onderhandelingen maakt ook een punt van bespreking uit het toekomstige grensverkeer tusschen Polen en Duitschiand en de gevolgen op de zinkmarkt. ' De voorgenomen oprichting vaneen internationaal zinksyndicaat stuit op nieuwe moeilijkheden, temeer waar de organisatie op andere wijze moet zijn ingericht dan dit vóór den oorlog het geval is geweest. Met name zijn er rneeningsverschillen ' gerezen tusschen de Belgische en Engelsche belanghebbenden over de-sterkte hunner positie in het syndicaat, j Voorbands rekent men dan ook nog niet op het tot stand komen vaneen internationaal i zinksyndicaat. Niettemin worden de onderhandelingen voortgezet. De Duitsohe staalproductie. De Duitscho productie van ruwstaal heeft in September 870.571 ton bedragen, tegen 899.501 ton in Augustus en 866.510 ton in September 1924. De productie bedroeg 59.9 pCt. van die in 1913. ENGELAND. Engelsche ijzer- en staalnijverheid. De productie van ruw ijzer in Engeland ia October bedroeg 473.700 ton tegen 448.700 toa in Sept. en 586.400 ton in Oct. verleden jaar. Aan het eind van de maand waren er 136 hoogovens in bedrijf, dat zijn 7 meer dan op het eind van de vorige maand. De productie van ruw staal en gietijzer beliep 647.100 ton, vergeleken met 640.100 ton in Sept. en ton in Oct. 1924. ♦ ♦ FRANKRIJK. Fransche ijzer- staalproductie. Inde eerste negen maanden van dit jaar heeft de Fransche ruw-ijzerproductie 6.244.314 ton bedragen en de staalproductie 5.441.167 ton. * * * LUXEMBURG. Metaalindustrie Luxemburg. De „Echo de I’industrie” vat den toestand der metallurgische industrie in het Groot-Hertogdom Luxemburg aldus samen : De' veranderingen inde wisselkoersen, onder meerde daling van den Franschen franc, hebben de concurrentie nog verzwaard en de vrees doen ontstaan, dat een nieuwe daling inden uitvoer zal intreden. ïot nu toe bleek echter de depressie niet toegenomen te zijn en ondersteld mag worden dat de Fransche producenten, waarvan velen met verlies werken, zuilen trachten hun prijzen in vreemde munt te handhaven. In Luxemburg wordt met zoo kleine winst gewerkt, dat de prijzen leitelijk niet meer kunnen worden verminderd. Doch een daling inden cokesprijs mag worden verwacht ingevolge de voorstellen van het Duitsohe syndicaat aan de Fransche industrie, om op voordeeliger voorwaarden groote ho.veelheden te- leveren. In die omstandigheden zal de plaatsing van Bel_mche en Hoflandsche cokes moeilijker worden. ■» * NEDERLAND. N.V. Van Berkei’s Patent. Aan het verslag der directie is het volgende ontleend : Het afgeloopen boekjaar kenmerkte zich door een verdere bevredigende ontplooiing van den afzet van snijmachines en automatische weegschalen. In verband met technische redenen ging do directie er toe over de fabricage van j deze laatste artikelen van die van de | snijmachines te scheiden en bracht haar onder ineen deel van de fabrieksgebouwen aan den Keileweg. De fabricage van snijmachines handhaafde zij .inde fabriek aan den Boezemsingel. De buitenlandsehe organisaties konden zich krachtig ontwikkelen en uitbreiden en tot tevredenheid van de directie rendeeren. De liquidatie van de motoren-afdeeling is thans in zooverre geëindigd, dat alleen nog een gering bedrag te incasseeren overblijft. Dit bedrag werd opgenomen onder debiteuren. De nog overblijvende kleine voorraad onderdeelen werd geheel afgesohreven, de reserve, destijds voortgesproten uit het saldo der kapitaal-reductie na de toenmaals gedane extra afschrijvingen, naar de gewone reserve overgebracht. ïer toelichting van de posten op de balans zegt de directie o. a. : De rekening panden en erven verminderden wij met dezelfde aftchrijvingspercentages als het vorige jaar. De rekening fabrieksinridhting en electrische installatie brachten wij dit jaar met slechts f 1 op de balans, terwijl wij op de rekeningen machines, werktuigen, 1 gereedschappen en automobielen, evenals het vorige jaar, ruime afschrijvingen toepasten. De betrekkelijk geringe daling van deze laatste posten ten opzichte van het vorige jaar. vindt verklaring inde noodzakelijke aanschaffingen. Evenzoo is de stijging van het bedrag geïnvesteerd in voorraden en materialen toe te schrijven aan de uitbreiding, welke de productie in het afgeloopen boekjaar onderging. De belangrijke stijging van de rekening dochtermaatschappijen en aanverwante ondernemingen houdt verband met de verhoogde activiteit in het buitenland. I Omtrent de winst- en verliesrekening wordt gezegd: i In het saldo exploitatie der fabrieken Boezemsingel en Keileweg ad f 1.007.143 (v. j. f 767.201) komen de aanmerkelijk vergroote afleveringen tot uitdrukking._ De winsten op deelnemingen in dochtermaatschappijen en aanverwante ondernemingen ad f 1.341.514 (y. j. f 707.256) wijzen er op, dat de plaats vindende ontwikkeling van de buitenlandsehe ondernemingen met stijgende rendementen gepaard gaat. Na afboeking van alle lasten en afschrijvingen blijft er, met inbegrip van het restsaldo van het vorige jaar ad f 29.188, een nettowinst van f 1.525.634, waarvan, zooals boven , reeds gezegd, wordt voorgesteld, f 1.077.484 aan de reserve toe te voegen_ en te besluiten tot een uitkeering vaneen dividend van 8 pCt. * *■ * Belangengemeenschap Walzdrathfabriken. Tusschen de fabrieken van de Duitsche Walzdrahtverband en de organisatie van Belgische walsdraadfabrieken is _ een overeenkomst gesloten, welke voorloopig tot de afzetgebieden beperkt blijft. Er wordt onderhandeld overeen overeenkomst nopens de prijzenpolitiek.

Sluiten