Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een voorlichter? Inde „Fabrieksbode” van Wilton hangt v.d. W.(oude) eèn beeld op van de staking aan deze onderneming en geeft er zijn inzichten over aan de arbeiders van die fabriek. Deze man schijnt zoo geheel van alle eigen inzicht inzake kwesties tusschen arbeiders en werkgevers gespeend te zijn, dat hij immer en als vanzelfsprekend den kant van zijn baas kiest. Het geheele artikel is geschreven als veroordeeling van het conflict, omdat v.d. W. nu eenmaal elk conflict (staking) veroordeelt als niet in het belang van het bedrijf. Wij willen met v.d. W. niet van gedachten wisselen over het door hem ingenomen standpunt omdat dit toch boter aan de galg gesmeerd zou zijn, doch wij willen hierbij wel eens op zijn inconsequentie wijzen. Vander Woude, die bij elke gelegenheid de directie tegen de organisatie in bescherming neemt, heeft wel heel veel gezegd tot afkeuring van de staking, doch over de gestelde eischen geen woord van afkeuring gesproken. Integendeel, hij heeft een van de belangrijkst eischen, het betalen van de ingelmuden al uur loon, overgenomen. Wij nemen zelfs aan en meenen te weten dat door hem namens de Personeelvereeniging al eerder over die twee en een half uur met de directie was gesproken zooals hij dat ook over het eene uur bij de laatste verkorting van 54 op 53 uur gedaan had, echter dit alles zonder eenig succes. Nu vragen wij, is het nu wel erg heldhaftig om te pochen op het verkregen resultaat van de 2J uur die hij, naar hij beweert, voor de middagschaft al had weten overeen te komen, doch -wel te verstaan nadat de staking een feit geworden was en te schelden op het terrorisme van hen die buiten de poort stonden. Aan ieder, die het hooren wilde, heeft de heer Wilton zelf rondweg verklaard dat alles, wat hij nu heeft toegestaan, hem afgedwongen is geworden. Het eene uur eerst door de dreiging met de staking en de zj uur door de staking zelf. v.d. W., die dat alles natuurlijk ook weet, doch met de Personeelvereeniging achter de feiten aan moest hinken, tracht zich nu een figuur te geven met allerlei wijsheden ( ?) te verkondigen over het voordeel van onderhandelen. Volkerenbond- en Locarno-systeem noemt hij het tegenover de nadeelen van den strijd. Wij vragen, wat koopen de arbeiders voor dergelijken kletskoek die altijd en alleen maar verkocht kan worden na den strijd omdat hij vóór den strijd niets en nog eens niets voor de menschen opbrengt? Laat v, d. W. eens probeeren zijn Volkerenbond- en Locarno-systeem er bij de directie in te brengen, of laat hij het maar niet probeeren, want resultaat heeft het toch niet of er moet eerst gestreden zijn. Vander W. deelt de arbeiders in twee partijen in. Het liefst zou hij het zoo doen: de Personeelvereeniging aan den eenen kant, waarvan hij de leider is en de leden van den Vakbond aan den anderen kant. Dat gaat echter niet, want van de Personeelvereeniging waren er ook meer buiten de poort dan er binnen. Toch tracht hij een scheidingslijn onder de arbeiders te trekken en de bokken en de schapen te scheiden. Dat ging nu nog w'el omdat de staking maar 2 dagen duurde en er nog een aantal waren die de kat uit den boom wilden kijken. De ondervinding heeft ons allen nu toch al lang wel geleerd, dat als de staking doorgezet had moeten worden er geen sprake rheer van twee partijen zou zijn geweest. Als er gestaakt moet worden, blijven de arbeiders niet aan het werk. Zeker niet als er zooveel eenstemmigheid bestaat als hier het geval was over de gestelde eischen. Verder ademt het artikel een anti-vakvereenigingsgeest, zooals men alleen ineen fabriekskrant vaneen werkgever of vaneen door hem betaalden schrijver zou kunnen verwachten. Hij spreekt vaneen opgehitste massa, van terrorisme en dat de arbeiders die staakten maar zeggen: „Ik staak”. Reden is bijzaak. En anderen, die kort daarvoor nog collega’s waren van de.stakers, zijn nu ineens „lafaards” en „onderkruipers” geworden. Op deze wijze tracht deze man, die persoonlijk heel goed weet dat hij hier niet anders doet dan zijn baas stroop om den mond smeren en tegen beter weten inde dingen verkeerd voorstellen, leiding en opvoeding aan de arbeiders te geven inde fabriekskrant. Van heel de voorgeschiedenis tot dezen strijd, die om den drommel maar zoo niet eens even dooreen paar menschen in elkaar gezet is zonder eenige reden, zooals de voorlichter inde fabriekskrant het wil doen voorkomen, zegt de man niets. Hij zanikt wat over zijn werk en dat van de fabriekskern, wat geen Fabriekskern is,

en over het belang van het bedrijf. Doch dat de uitbarsting tenslotte geheel te wijten is aan de houding van de directie zelf en dat hij dat zelf ook meent, daarover schrijft hij niet en durft hij niet schrijven. En wij klagen dergelijke menschen, die telkens weer om de feiten heen blijven draaien en de schuld trachten te werpen op heethoofden, zooals zij ze believen te noemen en op de vakbonden, even sterk aan als hun meesters. Ja eigenlijk zijn ze nog meer schuldig, omdat ze tegen beter weten inde feiten verdoezelen en hun baas inden waan brengen of houden dat het zoo’n vaart niet loopen zal en dat het zoo erg niet is. Dergelijke menschen, die iederen dag op de fabriek mee maken hoe de stemming onder de arbeiders is en die zelf mee ervaren dat de toestand van de menschen bij iedere gelegenheid verslechterd wordt en dan niet anders weten te doen dan zeuren over de erge gevolgen vaneen strijd, zijn een gevaar voor de arbeiders. Kom eens recht voor de waarheid uit v.d. W. en zeg ook eens dat al jullie pogingen, om de ingehouden uren betaald te krijgen, wat zelfs uw directie een inconsequentie noemde, tevergeefs zijn geweest. Vertel er ook eens bij dat dein 1923 vastgestelde vergoeding voor de nachtwerkers verloren is gegaan, een bedrag van 4 of 5 ets. per uur. Zeg er ook bij dat het gemiddelde uurinkomen van de geschoolde arbeiders bij Wilton reeds meer dan een jaar niet aan het door den Metaalbond vastgestelde minimum komt en dat het ongeveer 6 a 8 cent lager is dan het gemiddelde voor Rotterdam. Dit wat betreft de loonen. Wat den werktijd aangaat, zullen wij maar zwijgen omdat wij bang zijn dat tot u op de plaats, waar gij nu gezeteld zijt, niet kan doordringen de groote verheffende gedachte die bij de arbeiders yoorzit in hun strijd voor den korter en werktijd. Wij willen dit wel zeggen aan v.d. W., dat wij met hem en zeker ook alle betrokken arbeiders, betreuren dat het tot staking moest komen en dat wij hopen dat het nooit meer behoeft te geschieden. Als hij echter meent daartoe te kunnen medewerken, dan willen wij hem wel er bij vertellen, dat hij dan nu op een volkomen verkeerden weg is. C. O. De Labour Party geen socialistische partij ? In ons vakblad van 7 November j.l. hebben wij een artikel geschreven, getiteld : ~De propaganda inden Gelderschen Achterhoek” en daarin een voorstel 0v..: fusie op den grondslag van de Engelsche vakbeweging aan het adres van den R.,K. bond gelanceerd. Naar aanleiding van dit voorstel dient Prinsen, lid van het hoofdbestuur van den R.-K. bond, ons in ~St. Eloy” van 14 November van antwoord. Natuurlijk wordt het voorstel, waarmede Prinsen alzoo het bewijs geleverd heeft dat al het geklets en geschrijf door R.-K. vakvereenigingsleiders over deze materie niets anders is dan boerenbedrog, van de hand gewezen. Men wil hier in Holland van R.-K. zijde van eenheid inde arbeidersbeweging nu eenmaal niets wreten, ook niet op de basis van de Engelsche vakbeweging. De wordingsgeschiedenis van de confessioneele vakbeweging in ons land is trouwens daar om te bewijzen dat andere motieven daarbij hebben voorgezeten dan het dienen van het arbeidersbelang, hetwelk het meest door eenheid gediend wordt. Dit begrijpen ook de R.-K. arbeiders en zoodoende valt bij hen altijd en overal een drang daartoe w'aar te nemen. Alleen het dreigen met het roode spook en het schermen met de bewering, dat onze beweging gevaarlijk is voor hun ziéleheil, is tot nog toe in staat geweest de R.-K. arbeiders te weerhouden, althans in massa, tot ons te komen. Sedert echter de uitspraken van verschillende Engelsche geestelijken meer en meer bekend worden, gaat zulk steeds moeilijker en het eenigste middel is nu nog maar, den Hollandschen R.-K. arbeiders wijs te maken, dat de Engelsche vakbeweging geen, de Hollandsche vakbeweging wel een socialistische zou zijn. • Nu blijkt uit het heele geschrijf van Prinsen, dat hij omtrent de Engelsche arbeidersbeweging een bedroefd schijntje weet en dat hij daardoor genoodzaakt is een ander na te praten. In dit geval prof. Aengenent. Inde „Maasbode” van 8 October j.l. is prof. Aengenent aan het wroord geweest en heeft bij die gelegenheid geprobeerd, door op slinksche wijze uit het boek van Sidney en Beatrice Webb, „Dertig jaren”, te citeeren, aan te toonen, dat de Engelsche Labour Party geen socalistische partij zou zijn. Hierover is professor door Henri Polak flink op zijn nummer gezet en de conclusie van H. P. was, dat prof. Aengenent iets anders moest verzinnen om den Nederland-

schen R.-K. arbeiders wijs te maken dat zij n ie t en de Engelsche R.-K. arbeiders wel in moderne vakbonden en ineen socialistische partij kunnen zijn. Prof. Aengenent, die schijnbaar een hard vel voor het hoofd heeft, komt inde „Maasbode” van 24 October nogmaals op dit thema terug en voert nu Philip Snowden, eender meest vooraanstaande figuren uit de Labour Party, aan om zijn argumenten kracht bij te zetten. Uiteen artikel van de hand van dezen Engelschen socialist, voorkomende in het „Reconstruction-Number” van „The Manchester Guardian Commercial” van 26 October 1920 worden nu eenige brokstukken geciteerd. De manier van citeeren uit de Webb’s „Dertig jaren”, door prof. Aengenent toegepast, was nu juist niet geschikt om vertrouwen te wekken en daar H. P. het blad, waaruit geciteerd werd, niet in zijn bezit had, besloot hij Philip Snowden zelf om inlichtingen te vragen. Het antwoord, dat binnen kwam, luidde als volgt: „Eden Lodge, Tilford, Surrey, 29 October 1925. Waarde partijgenoot, Ik heb uw brief betreffende de door u gevoerde polemiek over de vraag of de Britsche Labour Party on-socialistisch is, ontvangen. Ik ben verbaasd te vernemen, dat mijn artikel in het „Reconstruction Number” van de „Manchester Guardian” van October 1920 aangehaald is geworden tot staving van de bewering, dat de Britsche Labour Party-niet socialistisch is. Integendeel ; het geheele artikel was een argument, gestaafd met aanhalingen uit de statuten en het program van de Labour Party, om te bewijzen, dat de Britsche Labour Party socialistisch is. Datzelfde artikel is dan ook op uitgebreide schaal hier te lande door de tegenstanders van het socialisme gebezigd geworden, om op mijn gezag te bewijzen, dat de Labour Party een socialistisch lichaam is. Ik machtig u uitdrukkelijk om te verklaren : ten eerste, dat het bedoelde artikel aantoont, dat de Labour Party socialistisch is; ten tweede, dat hoegenaamd niet betwijfeld kan worden dat het program van de Labour Party socialisme is en dat er inde verkiezingscampagnes van de Labour Party geenerlei poging gedaan wordt om dit feit te verbergen, doch integendeel het socialisme sterk op den voorgrond Avordt gebracht. Hoewel het geen punt van veel belang is, mag ik er toch op wijzen, dat inde Britsche anti-Labour-pers de Labour Party altijd omschreven wordt als een socialistische partij en-dat ,bij verkiezingen onze politieke tegenstanders ons om ons socialisme aanvallen. Ik hoop, dat dit antwoord u van dienst zal zijn en blijf, met broederlijken groet, uw toegenegen (w. g.) PHILIP SNOWDEN.” Het wil ons voorkomen dat Prinsen wel de artikelen van prof. Aengenent inde „Maasbode”, maar niet de weerleggingen daarvan door H. P. in „Het Volk” gelezen heeft, anders zou hij het wel uit zijn hoofd gelaten hebben zich op Philip Snowden te beroepen. Of denkt Prinsen soms; lieg maar raak, er blijft altijd wel wat van hangen? Waar wij het niet voor onmogelijk houden, dat men in het R.-K. kamp met den dooddoener zal aankomen; nou ja, Philip Snowden zal zijn Hollandsche partijgenooten wel de hand boven het hoofd houden, vinden wij het wenschelijk ook een niet-socialist als getuige aan te voeren en wel niemand minder dan Vincent Mac-Nabb, één van den meest, zoo al niet den meest voornaamsten Roomsch-Katholieken priester van Engeland. Deze zeide op een R.-K. massabetooging in Zuid-Londen tot zijn R.K. hoorders : . „Ik ben geen socialist, maar ik geloof, dat onder de huidige omstandigheden het socialisme, vertegenwoordigd door de Arbeiderspartij, de eenige kracht is, waaraan het roer van het schip van staat moet worden toevertrouwd.” Wij nemen aan, dat de uitspraak van dezen getuige, dien Prinsen wel onder de getuigen zal willen rangschikken die hij oneindig hooger schat dan ondergeteekende en zijn geheele hoofdbestuur, voor hem afdoende zal zijn. Geloof ons man, u kunt gerust probeeren je zelf in duizend bochten en kronkels te wringen, het zal u toch niet gelukken met steekhoudende argumenten voor den dag te komen. Al het water van de zee wascht niet weg, dat den Nederlandschen R.-K.

arbeiders met een beroep op hun zieleneil verboden wordt wat de Èngelsche R.-K. arbeiders wel mogen, n.l. lid te zijn van de algemeene, zelfstandige vakbeweging. Verder vraagt Prinsen ons of wij wel weten, dat de Èngelsche Labour Party den klassenstrijd principieel verwerpt en de socialistische (leest: moderne. S.) vakbeweging hier te lande principieel den klassenstrijd aanvaardt en sterk propageert ? Ja Prinsen, dat laatste, dat weten wij wel en wij waren en zijn ook de meening toegedaan, dat de Èngelsche vakbeweging den klassenstrijd aanvaardt en propageert. Hierin zijn wij nog gesterkt nadat wij kennis hadden genomen van de volgende resolutie, die op het in September j.l. gehouden vakvereenigingscongres te Scarborough met 2.456.000 tegen 1.2x8.000 stemmen werd aangenomen. „Dit congres verklaart, dat de vakbeweging zich moet organiseeren tot voorbereiding, van den strijd, in samenwerking met de politieke partij, voor de omverwerping van het Kapitalisme. Te zelfder tijd waarschuwt het Congres de arbeiders tegen alle pogingen van invoering van kapitalistische plannen van co-partnership, die den arbeiders in het verleden nooit eenige positieve rechten hebben'gegeven, maar doorgaans hebben gediend om den vooruitgang te belemmeren; Het Congres is voorts van meening, dat sterke goed georganiseerde fabriekscommissies onmisbare' wapens zijn in den strijd om de kapitalisten te dwingen hun heerschappij over de industrie los te laten, en zal daarom allés doen wat in zijn vermogen is, om de bedrijfsorganisatie te ontwikkelen en te versterken.” Wij zijn van meening, dat deze resolutie aan duidelijkheid niets te wenschen overlaat en dat hiermede duidelijk is uitgesproken, dat ook de Èngelsche vakbeweging den klassenstrijd aanvaardt en propageert. En niettemin wekt de heer Serrarens, de leider van het C. I. V., de Èngelsche R.-K. arbeiders op, actieve leden te zijn van de bestaande vakbonden! , W. H. S. De afdeeling Rotterdam en haar Feest, De afdeeling Rotterdam heeft Zaterdag 29 November op waardige en grootsche wijze den groei van het ledental (overschrijding van het TSTg-tST Jec"n'jwen Ben" afloop van den gevoerden strijd herdacht. Het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, dat voor deze gelegenheid aïgehuurd was, was tot inde uiterste hoeken gevuld. En , velen moesten, omdat geen plaatsen meer beschikbaar waren, worden afgewezen. De voorzitter Oosterhoorn opende met een krachtig speechje. Vander Houven sprak de feestrede uit. Dijk, de secretaris van den Bestuurdersbond feliciteerde de afdeeling namens alle modern georganiseerde Roterdamsche arbeiders en Danz heeft met enkele toepasselijke woorden de nieuwe afdeelingsvlag onthuld. De Rotterdamsche Jeugd heeft daarbij een indrukwekkende vlagenhulde gebracht. Herman van Dijkhuizen, redacteur-verslaggever van de „Voorwaarts”, die tijdens de stakingen bij Wilton en P. Smit Jr. zoo vol ijver gewerkt en zoo innig den strijd meegeleefd "heeft, werd als herinnering en waardeering een gouden met inscriptie aangeboden. Hij dankte ineen aardig speechje voor dit blijk van waardeering. Jo Sternheim heeft met z’n declamatie niet weinig tot het welslagen van den avond bijgedragen. 1 Zijn, op verzoek, voorgedragen nummers „De Daad” en „Te Wapen” van Adama van Scheltema, deden het als altijd en verwekten groote geestdrift. Het danspaar de Frankly’s zorgde voor de vroolijke afwisseling en de beide Volendamnper-zangers brachten de aanwezigen zoo in vervoering dat aan het applaus geen einde scheen te komen. Alles tezamen een mooi geslaagde bijeenkomst. Er heerschte veel geestdrift onder de aanwezigen, het was één uiting van kameraadschap. Rotterdamsche makkers, nu we.er „vooruit”, want ge hebt nog een geweldig terrein braak voor u liggen. Dezen winter aan den slag en zoo mogelijk naar de 6000. * -¥■ ’ * Een Roterdamsche kameraad, geïnspireerd door den geest van kameraadschap die op den feestavond heerschte, heeft onderstaand gedicht vervaardigd. Van onze' streng vastgehouden gewoonte, geen amateur-dichters aan t wroord te laten, hebben we voor ditmaal eens afgeweken. .V

Sluiten