Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33ste JAARGANG ZATERDAG 13 MAART 1926 No. II

De metaalfcemerfcer ' i • • , . UiccHblad eau den /Slgemeenen Rederiandscben Rletaalbewertcersbond.

-I I "" "' " " 1... Arbeiders aller Lansen REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN Kennis Is menh, – ■ Kennis is macht, eenigt U. Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam Eenheid kracht, " " ’ Telefoon 26175

ABON N EM EN T: ADVFRTPNTTF'N Bij vooruitbetaling per jaar. r 1.50 «Ugenieenen aard moeten alterlijk Maandags, Gewone adTertenlié„ ” , reM, fO3O Voor Buitenland verhoogd met porto Bondsmeuws en advertenüën Woensdagsmorgens er e tlèn ‘ * * * * per regel f ° r mei P°rto- •= infrflkompri Aanvragen voor personeel 0.20 Losse nummers nOH Zljn ‘«gekomen .. . .... „ . „ , ’ * Afdeelingsadvertentien 0.20

OPLAAG 25.050 ~ ■ ———— Officiëele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op 11e week in het Bondsbóekje geplakt. * Men gelieve er nota van te nemen, dat onze bestuurder D. W. van Hattem, Chassêsingel 32a, Breda is verhuisd naar: Frans Halsstraat 5, Hengelo (O.) * ♦ Het kantoor der afdeeling Hengelo is verplaatst van; . Tollensstraat 43 naar Frans Halsstraat 5. * * * WAARSCHUWING. Wij raden een ieder in zijn eigen belang' dringend aan nimmer tot landverhuizing naar overzeesche landen te besluiten, zonder eerst inlichtingen en raad te hebben gevraagd aan de Nederlandsche vereeniging ~ Landverhuizing”, Bezuidenhoutscheweg 97> te ’s-Gravenhage. Deze vereeniging verstrekt alle hare inlichtingen volkomen belangeloos. * * Blijkens inde burgerbladen voorkomende advertenties vraagt de directie van de Stoomtram Emmerik—Zutphen een ketelmaker en een draaier. Wij vestigen de aandacht van onze leden er op, dat ook het technisch-personeel van deze onderneming in staking is. Niemand aanvaarde dus werk aan de Mij. Zutphen—Emmerik en wij verzoeken onzen leden een wakend oog te houden, dat ook ongeorganiseerden geen onderkruiperswerk aanvaarden. Een fantaseerend correspondent De Rotterdarnsche correspondent van het xAlg. Handelsblad” zond aan zijn redactie een stuk dat in het ochtendblad van 4 Maart j-1. is opgenomen en het volgende sensationeele opschrift draagt; ~De Overwerk-vergunningen inde Rotterdamsche Metaalindustrie”. „1 April loopt de termijn af. Opnieuw strijd bij verlenging der vergunningen?” Daarop volgt dan de correspondentie, die We in haar geheel zullen opnemen; Na de stakingen van 1925 bij de Rotterdamsche Droogdokmaatschappij, N. Waterweg, Wilton en P. Smit Jr. is de Rotterdarnsche metaalnijverheid sinds eenige maanden zonder arbeidsconflicten. Niemand gelooft echter dat 1926 zonder strijd zal verloopen. Op 1 April loopt de overrverkvergunning, die aan de Rotterdarnsche scheepsbouwwerven een 53-urige werkweek toestaat, af. Omtrent de verlenging is op ’t oogenblik nog niets bekend. Waar echter de conjunctuur voor den scheepsbouw nog allesbehalve gunstig is en de werkweek in den herfst reeds van tot 53 uur verkort is, lijkt het niet aannemelijk dat de directeur-generaal van den Arbeid voor

sterke inkrimping van de overwerkuren zou zijn. De werkgevers blijven een werktijd van 53 uur ten zeerste noodig achten. Er moet in dezen tijd tot het uiterste geconcurreerd worden om orders te krijgen. Werd in dezen tijd de 48-urige werkweek eensklaps hersteld dan zou de positie van het bedrijf daardoor geschaad worden. Slechts met handhaving van de overwerkvergunning kunnen de Rotterdamsche scheepsbouwbedrijven in dezen tijd van depressie inden scheepsbouw op de wereldmarkt concurreeren. Na de invoering dezer vergunning in 1923 heeft men meer orders van beteekenisi' kunnen bemachtigen. Ook de opdrachten voor nieuwbouw van den laatsten tijd zijn verworven op basis van calculaties, waarbij op het behoud van de overwerkvergunningen werd gerekend. Hadden de werven niet dezen kleinen voorsprong dan zou er veel minder werk zijn inden Rotterdamschen scheepsbouw. Niettemin zot de Algem. Ned. Metaalbewerkersbond zijn actie voor herstel van de 48-urige werkweek voort. Als strijdleus zal van dien kant de eisch van invoering vaneen collectief contract naar voren worden gebracht. Deze leus is echter meer bedoeld voor de propaganda dan voor onmiddellijke verwerkelijking. Het naaste doel blijft de verkorting van den werktijd. Uit het verslag, van dein December gehouden Bondsraadsvergadering van den Algem. Ned. Metaalbewerkersbond, voorkomend in „De Metaalbewerker” van 16 Januari, blijkt ten duidelijkste dat het collectief contract alleen als een propaganda" aangelegenheid werd beschouwd. De meeningen waren daar verdeeld of het ontwerp al of niet bij den Metaalbond moest worden ingediend. In afwijzing -van het ontwerp-collecticf contract door den Metaalbond werd daar dooreen der sprekers (den heer v.d. Houven) geen nadeel gezien. Ten opzichte van de houding der andere bonden, die niet met den modernen bond hebben willen meedoen aan het indienen, vaneen ontwerp-contract, is daar opgemerkt dat, als zij niet meedoen, overwogen dient te worden „een bepaald lid van den Metaalbond aan te pakken. Op die wijze kan gepoogd wrorden de zaak aan het rollen te brengen.” Waar het het eerst zal „rollen” valt niet met zekerheid te zeggen. Het zou echter geenszins onwaarschijnlijk zijn als het bij één of meer van de Rotterdamsche scheepsbouwbedrijven zou zijn, omdat daar, zoo al niet in theorie, dan toch in de praktijk, gestreden kan worden voor een doel dat dichter bij huis ligt dan het collectief contract, dat inde, spheer der propaganda blijft. Propaganda mede bedoeld voor de leden der andere organisaties, die zoo min nu als verleden herfst één lijn trekken met den Algem. Ned. Metaalbewerkersbond. , Zooals het veelal met correspondenten : gaat, vermengt ook deze schrijver waarheid met fantasie en bouwt dan daarop z’n con- ]

clusies. Waarheid is dat onze Bond zijn actie tot herstel van de'4B-urige werkweek voórtzet.\Nog altijd staan we op het standpunt dat we een geleidelijken teruggang naar wat wetteiijk vastgesteld is verlangen. Een geleidelijken maar zekeren teruggang staan wij voor en gezien het verleden zullen we geen poging onbeproefd laten om het gestelde doel te bereiken. Waarheid zal de „Handelsbiad”-correspondent vermoedelijk ook wel verkondigen als hij schrijft dat d'e Rotterdamsche werkgevers nog altijd een werkweek van 53 uur noodig blijven achten. Dat onze eisch van invoering vaneen collectief-contract meer bedoeld is voor de pro-, paganda en dat de actie daarvoor uitslui- ' tend als propaganda-gelegenheid zou zijn bedoeld, berust op fantasie. De correspondent grondt z’n oordeel op hetgeen hij in het verslag van onze bondsraadsvergadering van 19 December 1925 gelezen heeft en dan meer speciaal op hetgeen schrijver dezes bij de discussie nopens het ontwerp-collectief-contract heeft gezegd. Hoe staat nu de kwestie? Het bondsbestuur stelde voor het ontwetp ongeveer April bij den Metaalbond in te dienen. Daartegen werd van enkele zijden bezwaar gemaakt en wel hierom, omdat men van oordeelwas, dat een grootsch opgezette propaganda naar buiten, aan de indiening van het ontwerp moest voorafgaan. Van dien zelfden kant vreesde men een ' mislukking als het ontwerp al te spoedig bij den Metaalbond werd ingediend. Het bondsbestuur bestreed bij monde van voorzitter en secretaris deze meening. Overwogen werd dat met de mogelijkheid, dat de Metaalbond over ons concept niet zou onderhandelen, gerekend moest worden. In dat verband werd de vraag onder het oog gezien of dan van mislukking kon worden gesproken. Woordelijk heeft Danz daarop geantwoord (we citeeren het verslag) ; „De voorzitter ziet heelemaal geen mislukking als de M. B. niet wil onderhandelen over ons concept. D belangstelling zal daardoor op ons werk gevestigd worden.” Hierop sloegen de woorden van schrijver dezes als hij sprak: „Ook spr. ziet in afwijzing door den M. B. geen nadeel.” leder die het om de waarheid en niet om fantasie te doen is zal het duidelijk zijn, dat zoowel Danz als v.d. Houven wilden laten uitkomen dat zij in afwijzing door den M. B. voor de actie als zoodanig, geen mislukzagen. Het ontwerp-contract is niet ontworpen voor „de gijn” en zal daarvoor ook niet ingediend worden. leder weet dat we een regeling van de arbeidsvoorwaarden voorstaan en derhalve de totstandkoming vaneen collectieve overeenkomst met kracht zullen bevorderen. Wat er nu zal gebeuren, indien de M. 8., zooals door sommigen gevreesd wordt, besprekingen over het ontwerp zal weigeren, is een zaak die nader onder het oog zal gezien moeten worden. Het heeft weinig nut om te gaan schrijven over wat mogelijk gebeuren kan. leder, die inde wereld van de vakbeweging geen onbekende is, weet, dat we nooit berusting prediken. Dat laten wij gaarne over aan

menschen die zich voor dat werk geroepen achten. Het is inde wereld van de metaalindustrie in ons land één groote chaos. Daarin regel en orde te brengen, is een noodzakelijk en nuttig werk en die zich daartegen verzet, zal nu en inde toekomst niet mogen rekenen op ongestoorde rust. Als onze aanstaande actie voor het ontwerp-contract propaganda moet blijven, zal dat niet aan ons maar aan de werkgevers liggen. We hebben gemeend deze opmerkingen te moeten maken om te voorkomen dat de fantasieën van den „Handelsblad”-correspondent onbesproken zouden blijven. Met betrekking tot de actie te Rotterdam zullen wede komende gebeurtenissen maar eens kalm afwachten. Wij willen terug naar de 48-urige werkweek, de werkgevers willen 53 uur blijven werken. We zullen af wachten wat de regeering doet en daarna onze houding moeten bepalen. We hebben nu weer een nieuwen minister van arbeid, een man waarvan gezegd wordt dat hij een open oog heeft voor de sociale belangen van het volk. Laat ons er het beste van hopen en den dag niet voor den avond prijzen. Bij de Eenheidsfronters. „De Arbeid,” orgaan van het N.A.S., van 6 Maart j.I. bevat een overzicht van de ledentallen der aangesloten organisaties over alle maanden van 1925- We ontleenen er aan dat de Federatie yan Metaalbewerkers niet te verwarren met de Syndicalistische Federatie op 1 Januari 1925, 461 en op 1 Januari 1926, 392 leden telde. Van het toch al zeer geringe ledental verloor deze organisatie in 1925 nog 69 leden o' 14.9 procent. Hieruit moge blijken, dat de metaalbewerkers nu nog niet bepaald staan te dringen om bij de Moscovieten Linnen gelaten te worden. Ja, dien indruk krijg je zoo af en toe als je kennis neemt van de hoogdravende pennevruchten welke de leiders in hun onderscheidene krantjes ten beste geven. Het N.A.S. telt 13 aangesloten organisaties met totaal 14.099 leden. We hebben eens1 • nagegaan hoe deze 14.099 leden over de aangesloten organisaties verdeeld zijn. In het overzicht vinden wede Bouwarbeiders met 3511, Personeel in Openb. Diensten met 3697 en de Transportarbeiders met 4960 leden. Dat zijn dus 3 organisaties met tezamen 12.168 leden. Er blijven dan over 10 organisaties, n.I. Fabrieksarbeiders, Kantoorpersoneel, Huispersoneel, Kleermakers, Landarbeiders, Metaalbewerkers, Meubel- en Houtbewerkers, Mijnwerkers, Tabaksbewerkers en Textielarbeiders. Deze 10 organisaties omvatten tezamen 1931 leden, d.i. 193 leden per organisatie. We hebben hiermee zoo’n beetje een beeld van wat het N.A.S. voor de arbeidersbeweging beteekent. Practisch staat het zoo, dat er 3 aangesloten organisaties zijn die over eenigen invloed beschikken. De rest is kachelhout.

Sluiten