Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ders uiteen beroep, waarin geen behoefte voor hun arbeid bestaat, ineen ander te drijven, waarin zij evenmin bruikbaar zijn. Ons land bedoeld wordt Engeland | wordt thans overstroomd door werklooze j mijnwerkers, scheepsbouwers, machinisten, dokwerkers en textielarbeiders. Ik zou feite- ; lijk niet weten van welk type vanwerkloozen j afgezien van enkele hooggespecialiseer- i de beroepstakken wij niet overstroomd : zijn. Wij kunnen in werkelijkheid onze i mijnwerkers niet in andere takken van industrie onderbrengen, omdat alle industrieën meer of minder in dezelfde positie j verkeeren als de mijnbouw. De gedachte ! om werkloosheid kortweg door verhoogde beweeglijkheid van den arbeid te willen verminderen, is dwaasheid. Het gaat er niet om aan werkloozen op enkele vrije plaatsen te wijzen. De • vraag naar arbeidskracht moet vermeerderen. Dat hangt echter inde eerste plaats niet af van de beweeglijkheid van den arbeid, maar van de verdeeling der inkomsten van het algemeen en van de i basis waarop de kapitalistische industrieën uitgeoefend worden. Niettemin moet er naar een grootere beweeglijkheid van den arbeid gestreefd worden. Zelfs een volledig herstel van den nationalen welstand zou niet in staat zijn om een aan het heerschende aanbod geheel beantwoordende herleving der vraag naar ■ arbeidskrachten voor de verschillende beroepstakken mede te brengen. Ik twijfel er aan of wij b.v. ooit al onze mijnwerkers zullen noodig hebben. Wij moetpn andere mogelijkheden voor plaatsing van hen zoeken, hetgeen nu wel een vraagstuk der wetenschappelijk-industrieele ontwikkeling en oordeelkundige raadgeving ten opzichte van beroepskeuze bij de intrede van jeugdige arbeiders, zoo van school, inde industrie is. De tegenwoordige positie van menigen mijndorpsbewoner zonder toereikende bezigheids- en bestaansmogelijkheid buiten de mijn mag gunstig zijn voor den mijnbezitter, maar is volstrekt oneconomisch van nationaal standpunt beschouwd. Zij veroorzaakt een beeld van mijnwerkerskrachten zonder beweeglijkheid zelfs bij jonge menschen en den nagroei. Daar kan alleen geholpen worden door wetenschappelijke toetsing van alle mogelijkheden om andere bezigheden buiten de mijn te scheppen. Inde toekomst zal het, naar ik geloof, zóó ver komen, dat het voor eiken arbeider vanzelfsprekend zal zijn om meerden één vak te beheerschen en zijn beroep, al naar bestaande behoefte en, neiging, te verwisselen. Ik ben overtuigd, dat wij ons werkloozenvraagstuk niet eerder tot een bevredigende oplossing zullen brengen, dan tot wij veel meer arbeiders met toereikende loonen inden landbouw hebben en nog meer van diegenen, welke allen mogelijken arbeid inden landbouw met industrieelen arbeid verbinden. ~ Maar kunnen deze wijzigingen onder de overheersching van het kapitalisme doorgevoerd worden ? Oprecht gezegd geloof ik het niet. De grenzen, welke de Engelsche vakbeweging aan de beweeglijkheid van den arbeid stelde, zijn broodnoodige maatregelen voor de werknemers tegen de kapitalistische uilbuting en kunnen niet prijsgegeven worden zoolang het kapitalisme overheerscht en de loon- en arbeidsvoorwaarden bij de afzonderlijke beroepen onbillijk en ongelijk verdeeld zijn. Menige vakorganisatorische beperking lijkt van ’t standpunt der industrieeL organisatie bezien nadeelig, maar zij is het onvermijdelijke antwoord op het onwetenschappelijke stelsel der kapitalistische uitbuiting. Om deze reden zullen wij eerst dan weer arbeiders naar den landbouw kunnen overplaatsen als wij grond en bodemin bezit der gemeenschap doen overgaan. Wij zullen het eerst dan bereiken dat de mijnbouw goed georganiseerd en de mijndorpen tot middenpunt van onderscheidenlijke industrieele ondernemingen worden, als wij de mijnen onder beheer der gemeenschap stellen. En vooral zullen wij eerst dan naar werkelijke behoefte en vraag goederen produceeren, als wij het privaatbezit overbrengen in ’t beheer der volkshuishouding en aldus deinproductieve aanspraken uitschakelen, welke zich tot nu remmend aan het raderwerk vastzuigen. Met andere woorden zal de beweeglijkheid van den arbeid komen met de onderdrukking van het kapitalisme, want de redenen, welke heden ten ,dage den arbeid verlammen, ontstaan direct uit het kapitalistische stelsel. Het is nutteloos te pogen het vraagstuk der werkloosheid door verhooging der beweeglijkheid van den arbeid op te lossen, want dat schept geen nieuwe vraag en helpt de kapitalisten om den loonstandaard der beter beloonde beroepen te verlagen. Hetgeen alleen doel treft, is het stelsel zelf, dat vernuftige beweeglijkheid van den arbeid onmogelijk maakt, aan te tasten en te overwinnen. Welke socialist zou wel wenschen om zijn geheele leven maar één arbeid te verrichten ? Wij zouden allen o zoo gaarne minstens een half dozijn takken van beroep

OVERZICHT van loopende Invaliditeits-, Ouderdoms-, Weduwen- en Weezenrenten en van de toegestane geneeskundige behandeling of verpleging krachtens de Invaliditeitswet. STAND OP 1 MAART 1926. . r Invaliditeitsrenten Ouderdomsrenten Weduwenrenten Weezenrenten Geneeskundige behandeling RADEN VAN 1 ~~ r : Ei i ~ I™ . TT 7 ' .~ . ~ "7 Aantal gevallen Aantal observatie- AO-Ririn a , Totaal bedrag . , 'Totaal bedrag . . . |Totaal bedrag iotaal bedrag waarin behande- gevallen, niet ot 1 ARBEID. | Aantal s Aantal j – Aantal ■ Aantal oer iaar üng of verpleging nog niet door te| | per jaar. j per jaar. Gld. Gld. Gld. Gld. Amsterdam 1435 241.750.66 6267 932.204. 960 170.047.02 842 152.839.44 2448 116 Voor het geheele land 12179 2.035.254.52 49688 7.391.436. 5979 1.058.861.96 7682 1.407.360.50 16161 1150

leeren. Dat aanpassingsvermogen, dat uit den aard der zaak met het einde van het kapitalisme moet komen, zal het sterkste bolwerk der socialistische gemeenschap zijn. Economische en Financieele Berichten NEDERLAND. Rott. Drojgdok-Mij. Winst. f 1.513.131. Afschrijving f 651.465. Dividend 10 pCt. De directie der Rotterdamsohe Droogdok-Mij. schrijft in haar zooeven verschenen verslag over 1925 o.a. : Ofschoon uit de mededeeling over onderhanden werk blijkt .dat op het oögenblifc en voor de naaste toekomst voldoende nieuwbouw onderhanden is om de beide werven bezig te – houden, dient hierbij niet uit het oog te worden verloren, dat de orders voor dezen nieuwbouw zijn verkregen na zeer scherpe concurrentie, wat nog steeds het maken van redelijke winst uitsluit. „Neemt men hierbij in aanmerking, dat de vele aanvragen voor nieuwbouw uit het buitenland bijna immer gevolgd werden door opdrachten in het eigen land, dan blijft de toekomst zorgwekkend, al hebben wij voor het oogenblik geen reden tot klagen.” De reparatie ging met toe- en afnemende scheepvaart op en neer en de dokken bleven enkele dagen zonder exploitatie. Hierbij dient, naar het verslag verder opmerkt, te worden : vermeldt, dat een vrij langdurige staking stagnatie inde werkzaamheden bracht, waarvan de resultaten den schadelijken invloed ondervonden. De directie hoopt „dat deze zeer kostbare experimenten in het vervolg kunnen worden vermeden”. » Dank zij de verkregen opdrachten wordt bij het verschijnen van dit verslag op beide i werven gewerkt met ongeveer 4500 werklieden, welk aantal – naar de directie verwacht _ verder zal worden opgevoerd. De waardeering van het, zooals reeds in het vorige jaarverslag ' vermeld, overgenomen aandeelenbezit van de i Scheepsbouw Maatschappij „Nieuwe Waterweg” is opgenomen inde balans, en de resultaten van de hiervermelde uitgevoerde werk; zaamheden zijn aan deze balans en verlies- eni winstrekening ten goede _ gekomen. ! Waar door samenwerking met de Scheepsbouw-Maatsohappij „Nieuwe Waterweg” over ' voldoende werkvolk kan worden beschikt, is i verdere uitbreiding van het Tuindorp „Heyplaat” voorloopig uitgesteld, i In 1925 werden van de werven der Dxoogdok-Maatschappij en der Scheepsbouw Maat: schappij „Nieuwe Waterweg” te water gelaten | en afgeleverd; Vier Tankschepen: „Mariana”. ! „Maruja”, „Martica” en „Maximina”, resp. 2316, 2319, 2318 en 2315 ton D.W. Zeven vrachtschepen: „Domino”, Phyllis Seed”, Queenswood”, „Monica Seed”, „Orsa” „Magician”, „Delamere”, resp. 2000, 3745, 7430, 3745, 2482, 1 ,8065, 2802 ton D.W. Een vracht- en passagiersschip : „Caribou”, 265 voet lang, welk stoomj schip speciaal geconstrueerd en versterkt is | voor het varen in ijs. Vervaardigd werden: Vier dubbelschroef i stoommachine-mstallaties, elk groot _ 1500 I. P. K. : zeven triple expansie machine-instal: laties, resp. 1200, 1800, 1400, 1400, 900, 2400, 1000 I.P.K. ; negen en twintig ketels met : 65.500 vierkanten voet V.O. j Aan het einde van het jaar waren bij beide | werven nog onderhanden; drie Tankschepen, i elk groot 10.000 ton D.W. ; twee passagiersi schepen resp. 260 en 420 voet lang ; een zelf| dokkend droogdok met 3000 ton lichtvermogen : ; hulpinrichtingen voor twee Dieselmotor-instal-1 laties van 4000 E.P.K. elk; drie Stoommachinej installaties, resp. een triple expansie-machine van 1900 1.P.K., een dubbel compoud tkleppen-I machine van 1800 I.P.E. en een quadruplei machine van 4800 I.P.K. | Verder 11 Schotsche Ketels met 24.500 vieri kanten voet V.O. en twee waterpijpketels, I totaal,sooo sq. feet V.O. | Vóór het verschijnen van dit verslag werden nog genoteerd de opdrachten voor den bouw vaneen passagiersschip van 300 voet en een tankschip van ongeveer 2300 ton D.W., beide met complete machine- en ketelinstallaties, benevens een machine- en ketelinstallatie voor ■ een in Italië te bouwen 2300 ton tanker. Gerepareerd werden aan beide werven 1054 j schepen, waarvan gedokt werden in eigen i dokken 481 schepen met 1.789.983 Bruto register I ton gedurende 1792 dokdagen, terwijl door de , Mpij. 5 schepen met 5744 bruto register ton j gedurende 17 dokdagen inde gemeentedokken behandeld werden. Dein het vorige jaarverslag genoemde uitbreidingen van de bestaande soheepsbouwloodsen en der machinale inrichting werden I voltooid en drie electrische loopkranen voor het snel vervoer van materiaal _ gemonteerd. Verder kwamen gereed: een nieuwe koper| slagerij met moderne werktuigen voor het ver! vaardigen van koperen en ijzeren pijpen met | een hieraan vastgebouwd pijpenmagazijn, een kantoorgebouw voor bazen en opzichters, terj wijl inde verschillende werkplaatsen de mei chanische uitrusting met diverse werktuig-1 machines werd uitgebreid. Voorts werd helling no. 5 met de bijbehoorende kraanbaan rond 100 voet verlengd, terwijl helling no. 6 werd verbreed. De dokputten werden op 17 M. i diepte gebracht. 1 De winst- en verliesrekening wijst baten aan i tot een bedrag van f 1.548.368 (v.j. f 850.372), waarvan winst op orders f 1.488.539 (v.j. | f 785.115), en interest f 59.829 (v.j. f 61.256).

Daartegenover werd vereisdht voor erfpacht f 30.236 (als v.j.); voor afschrijvingen wordt bestemd f 651.464 (v.j. f 113.573), waarna een te verdèelen winst blijft van f 866.666 (v.j. f 706.562). Yoorgesteld wordt uitte keeren lOipCt. oprichtersbewijs f 333 (v.j, f271) en f 115.000 aan de buitengewone reserve toe te voegen. Op de balans komen onder activa o.a. voor: kas en kassiers f 1.842.105 (v.j. f 1.313.445) ; gedeponeerde gelden f 97.317 (v.j. f 95,818) ; effecten f 659.000 (v.j. f 839.677) ; deelneming in andere ondernemingen f 1.999.466 (v.j. —); debiteuren f 1.110-673 (v.j. f 662.054) ; Scheepsbouw-maatschappij „Nieuwe Waterweg” f 526.324 (v.j. —) ; Bouw-maatschappij ,Heyplaat” f 525.391 (v.j. f 552.546) ; terreinen f 512.779 (v.j. f 503.779) ; gebouwen en vaste gereedschappen f 411.244 (v.j. f 753.659) ; Prins Hendrik Dokken I, II en 111 f 1 (als v.j.) ; magazijnvoorraad en steenkolen f 054.004 (v.j. f 941.754) ; werken onderhanden f 3,930.477 (v.j. f 1.219.126). Waartegenover onder passiva: geplaatst kapitaal f 5.000.000 (v.j. f 3.500.000) ; 5 pCt. hypothecaire obligatieleening f 400.000 (v. j. f 440.000); 6 pCt. obligatieleening f 2.000.000 (v.j. —); statutaire reserve f 100.000 (als v.j.) ; buitengewone reserve f 570.000 (v.j. f 500.000) ; agio reserve f 437.500 (v.j. —) ; crediteuren f 1.275.529 (v.j. f 655.268) ; voorschotten op welken onderhanden f2.168.963 (v.j. f 987.525)_; dividend aandeelhouders f 500.000 (v.j. f 375.000) ; dividend opridhters f 83.250 (v.j. f 67.750). Ten vorige jare iparaisseerde onder de passiva o.m. nog de post fondsbelangen personeel ad. f 124.190, waartegenover aan de actiefzijde een post belegd fonds idem f 65.547. Ten slotte toont het verslag de reorganisatie-balans per 31 Dec. j.l. van de Scheepsbouw Maatschappij „Nieuwe Waterweg”. . Daarop komen als activa voor: vastgelegde bezittingen f 3.374.056, magazijn f 350.928, kas f 4482, effecten f 23.950, debiteuren f 577.404 en onderhanden werken f 974.730. Waartegenover • het kapitaal ad f 2.400.000, kassier f 801.728, Rotterdamsohe Droogdok-Maatschappij f 526.324, crediteuren f 436.652, voorschotten op onderhanden werken f 793.608, reserve afgeleverd werk f 147.238. ♦ * m * I Buitenland. AMERIKA. Koperproductie. Volgens het Amerikaansch Bureau voor Metaal-statistiek bedroeg de wereldproductie van koper in Maart 139.000 ton tegen 129.900 ton in Februari. Daarvan produceerden de Zuid-Amerikaansche staten 121.790 ton. Zinkproductie. In Maart bedroeg de productie van zink 54.411 ton tegen 52.327 ton in Februari en 51.485 ton in Maart 1925. De Amenkaansche uitvoer bedroeg 54.191 ton tegen 47.198 ton in Februari ep 50.992 ton in Maart 1925. Loodproductie. In Maart bedroeg de loodproductie inde Vereenigde Staten en Mexico 70.769 ton tegen 63.934 ton in Februari en 67.495 ton in Maart 1925. V DUITSGHLAND. I Jzerproductie. De ruwijzer-productie in Duitschland heeft in Maart in totaal 716.654 ton bedragen, tegen 631.367 ton inde vorige maand en 990.600 ton in Maart 1925. De productie per dag is van 22.549 ton in Februari tot 23.118 ton in Maart verbeterd. Zij was inde afgeloopen maand echter belangrijk kleiner dan in denzelfden tijd van het vorige jaar,_ toen zij 31.955 ton bedroeg. In vergelijking met het gemiddelde over 1913 is de productie met 50 pCt verminderd. ♦ * * ENGELAND. De ijzer- en staaiproductie. De ruw ijzer-productie in Engeland bedroeg in Maart 1926 568.500 ton vergeleken me: 502.000 ton in Februari en 607.900 in Maart 1925. Er waren op het einde der maand 151 hoogovens in bedrijf, d.i. 5 meer dan bij het begin. De productie van ruw staal en gietstukken was totaal 784.100 ton vergeleken met 703.800 in Februari en 684.700 in Maart vorig jaar. ♦ ♦ •* OOSTENRIJK. Verhooging invoerrechten. De Oostenrijksohe regeering heeft bij het parlement een wetsontwerp ingediend ter aanvulling van 'het douane-tarief, waarbij o.m. het invoerrecht voor ijzer met 20 pCt. wordt verhoogd. Ingezonden. (Buiten verantwoordelijkheid van de redactiej In ons blad van 27 Maart 1926 namen wij onder deze rubriek een berichtje op van ons lid H. Kornfeld te Rotterdam. Naar aanleiding van dit berichtje _ ontvingen wij van den Raad vart Arbeid te Rotterdam thans het onderstaande ter opname : * * * „Naar aanleiding van het stukje van den heer H. Kornfeld in ~De Metaalbewerker” van 27 Maart j.l. deel ik u mede, dat door

den Raad van Arbeid te Rotterdam in verband met een administratieve wijziging detente boekjes (niet te verwarren met rente kaarten) niet meer worden bijgewerkt. Van de vereffening vaneen rentekaart wordt thans mededeeling gedaan aan den arbeider, dan wel aan den werkgever ingeval deze laatste de rentekaart van den arbeider in bewaring had, per daarvoor bestemd formulier. Het door den heer Kornfeld bedoelde strookje is een papiertje, dat niet van den Raad van Arbeid te Rotterdam afkomstg is. Het werd met het renteboekje Van verzekerde door dezen Raad per aangeteekende zending ontvangen en voorzien vaneen inkomststempel met den datum ii September 1925 alsmede van het rentenummer van den verzekerde, t.w. 13422, welk nummer door den verzekerde voor een bedrag werd aangezien. Daarop werd het boekje met het vorenbedoelde strookje verzegeld vaneen toelichting omtrent het niet bijwerken van het boekje aan den heer Kornfeld teruggezonden. Uit inlichtigen, welke mij door den heer Kornfeld zijn verstrekt, is gebleken, dat hij zijn renteboekje in September 1925 heeft afgegeven aan het te Schiedam gevestigde bijkantoor van den Raad van Arbeid te Delft. Ook het persoonlijk bezoek aan het slot van zijn stukje bedoeld werd aan genoemd bijkantoor gebracht. Waar de verzekering van den heer Kornfeld loopt inde administratie van den Raad van Arbeid te Rotterdam, hetgeen ook uit zijn rentekaart en boekje blijkt, kon men hem te Schiedam ook geen opheldering geven. . In verband met het vorenstaande verzoek ik u beleefd een en ander in ~De Metaalbewerker” te willen opnemen, als mededeeling van bevoegde zijde. De voorzitter van den Raad van Arbeid, (handteekening onleesbaar) CORRESPONDENTIE. c. O. te R. Bewaart voor de volgende week. RÉD. ADVERTENTIEN. Afdeeling Hengelo. JAARVERGADERING op VRIJDAG 30 APRIL, aanvang 8 uur in „V.1.0.5.” AGENDA: 1. Opening, notulen en mededeelingen. 2. Ingekomen en verzonden stukken. 3. Jaarverslag van den secretaris—penningmeester. 4. Bestuursverkiezing. 5. Belangrijke mededeelingen. Niemand blijve thuis! HET BESTUUR. Metaalbewerkers! – Den Haag Kent U allen de voordeelen als lid der organisatie bij aankoop van UW SCHOEISEL? Uw adres in DEN HAAG is, op vertoon van Uw bondsboekje Fa. A. DE VOOGD Weimarstraat 90 – Westeinde 195 Wij bieden U groote voordeelen. KAMERADEN! Nogmaals wordt in het belang der leden gewezen op het bestaan van het ZIEKENFONDS „VOORZORG VOORKOMT ZORG” voor leden aangesloten bij de Afd. Rotterdam van den Alg. Ned. Metaalbewerkersbond. Zij die nog geen 45 jaar oud en lichamelijk gezond zijn geven zich spoedig op. Contributie IS cent p. week. Secretariaat: Gr. BOS, Dirk Smitstraat 49 A. Ëöteüednils „Vooruilgaas", Keiiersgraolit 478. A'dam.

Sluiten