Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontworpen en in zijn werkplaats vervaardigd- Aan weerszijden van den schoorsteen een door Jan Rot vervaardigd schilderij. Links de_ oorkonde, aangeboden door de leden bij het geschonken meubilair (tafel, stoelen en boekenkast). Rechts een schilderij door Jan Rot persoonlijk aangeboden, waarop inden linkerbenedenhoek (op de foto niet zichtbaar): „Aan den Alg. Ned. Metaalbew. Bond, 15 Januari 1927, Kameraadschappelijk van Jan Rot.” Boven de tafel de lichtkroon, vervaardigd fen ontworpen door Jan Eisenloeffel, geschenk van het N. V. V. en de aangesloten bonden. De onderste rand van de lichtkroon bevat de woorden: „Aan den Alg. Ned. Metaalbew. Bond, van de moderne

De eerste halfjaarlijksche balans van het Europeesche ruwstaalkartel. door Paul Ufermann. Op X October 1926 werd het Europeesche ruwstaalkartel gesticht. Inde pers van de Ruitsehe groot-industrieelen wordt thans een verslag over het eerste halfjaar gepubliceerd. De resultaten van de productie en de financieele uitkomsten zijn zeer 'interessant. Zooals men weet, werd oorspronkelijk het ruwstaalkartel gevormd door Duitschland,

Reisindrukken. (H. W.) Met mijn beide bondsmakkers van Zijll en Zachte vormden wij het'drie- dat in opdracht van onze organisatie aangewezen was om ter bestudeering van de „vakopleiding” der metaalbewerkers een reis door Duitschland te maken. Van de kennis en het rijke materiaal, op °nze studiereis opgedaan, zal en mag jk jhans geen melding maken. Ons „rapport” ls daarvoor de geëigende plaats. Kennende de welwillendheid van onzen redacteur, wagen wij het er op hem wat Plaatsruimte te vragen om bondsmakkers en verderen lezers van ons vakblad, naast eigenlijke doel onzer reis, eenige reislrMrukken weer te geven. Wel wetende dat in het buitenland op net gebied van de vakopleiding voor ons Hollanders zeer veel te zien en te leeren is, karnen wij o. m. onze Duitsche zusterorganisatie, den Durtschen Metaalbewerkersbond, inden arm, wiens bestuurders °ns met de meest mogelijke welwillendheid W zijde stonden. Na eenige correspondente over en weer, was ons plan spoedig Samengesteld en introduceerden onze Duit-Sehe vrienden ons voor een bezoek aan de Sfootste Duitsche machinefabrieken. Rekening houdende met den tijd en v°oral niet te vergeten met de hooge koster>, was de keuze uit het ons voorgelegde Programma spoedig vastgesteld. Alles in Ogenschouw te nemen wat onze Duitsche Ollega’s ons hadden medegedeeld, was tiet mogelijk en bepaalde ons bezoek zich

vakbeweging”, welke woorden in doorschijnend emaille gevat zijn. Op de tafel twee inktstellen en 5 aschbakjes, uitgevoerd in koper, aangeboden door de drukkerij „Vooruitgang”. Verder een waterstel van geslepen kristal, geschenk van onze afdeeling Utrecht en een voorzittershamer, geschenk van 1 den meubelfabrikant, den heer Spee, die overigens alle meubelen en de betimmering vervaardigd heeft. De andere foto toont ons de zijde tegenover den schoorsteen; de fraaie boekenkast is goed te zien. Aan weerszijde van de boekenkast hangen pastelteekeningen van den kunstschilder Heyenbrock, voorstellende een gieter en een vuurwerker aan den arbeid.

Frankrijk, België, Luxemburg en het Saargebied. Op I Januari 1927 hebben ook de centraal-Europeesche landen: Oostenrijk, Hongarije en Tsjecho-Slowakye zich aangesloten. Het hangt nog inde lucht of de overige Europeesche landen zich aansluiten. Met Engeland, Polen, Zweden en Italië 'wordt nl. reeds maanden onderhandeld. Het Europeesche ruwstaalkartel heeft tot taak de productie vast te stellen. Tegenwoordig wordt in totaal een productie van 31.583.772 ton bereikt. Voor de centraal-Europeesche landen (Oostenrijk, Hongarije en Tsjecho-Slowakjm) bedraagt het aandeel daarin 2.296.772 ton. Voor de west* Europcesche landen is het aandeel inde hoe-

tot de wereldvermaarde fabriek van de Fa. Krupp te Essen, de Machinefabriek „Demag” te Duisburg en ten slotte de locomotievenfabriek van „Börsig”, de machinefabriek van Ludwig Löewe en de A. E. G., alle drie gevestigd te Berlijn. Alles voorbereid en de data van ons bezoek aan de bovengenoemde fabrieken vastgesteld, zou onze „Abfahrt” den isten Mei beginnen. Als punt van samenkomst voor ons vertrek was de plaats waar schrijver dezes woonachtig is, Arnhem, vastgesteld. Daags te voren,'Zaterdag dus, zouden we als commissie eveneens te Arnhem nog een vergadering houden, waar Je hoofdpunten voor ons onderzoek nog eens grondig zouden worden nagegaap. Prompt op tijd arriveerden met de overige drie commissieleden, m’n beide reismakkers des middags te Arnhem. Het ging 'ons wel wat aan het hart om zoo op den isten Mei, onzen arbeidersfeestdag, verwijderd van vrienden en kennissen, het onbekende tegemoet te snellen. Met een „saluut Arnhem.” en nagewuifd door familieleden van ondergeteekende en de roode zijden vlag, die vroolijk van het balcon mijner woning in het stralende zonlicht hing te wapperen, pakten we nu een zorgzaam „hebben jullie nu alles bij je” de tram naar het station. Bepakt, als waren we wereldreizigers, stapten we welgemoed inden D-trein. Spoedig hadden wede Duitsche grens bereikt. Alls gevoel van onwennigheid en vreemdheid hadden we reeds van ons afgeschud, temeer waar we wisten dat op dezen xsten Meidag ook over de grenzen onze

Op onze foto is er slechts één en dan nog zeer onduidelijk zichtbaar. Deze schilderijen zijn ons door de afdeeling Rotterdam aangeboden. Vermelden we nog dat de eikenhouten ramen en balcondeuren, die we niet op de foto konden krijgen, ons door de afdeeling Amsterdam zijn aangeboden. Het geheel is thans af en wij zijn nu in ’t bezit vaneen bestuurskamer, onzen Bond waardig. Alles, meubelen en betimmering, is in mooi eikenhout, versierd met coramandeihout, uitgevoerd. De leden, die bijgedragen hebben aan de meubelen, ook nu nog een woord van dank voor hun offervaardigheid.

veelheid van het laatste kwartaal van 1926 en wel op 29.287.000 ton, vastgcsteld. Aan deze totale productie dragen de verschillende landen een procent’elijk aandeel bij. Dat aandeel bedraagt voor Duitschland 43.176, voor Frankrijk 31.181, voor België 11.560, voor Luxemburg 8.301, voor het Saargebied 5.782, voor Tsjecho-Slowakye 5, voor Oostenrijk 1.3 en voor Hongarije 0.9%. door .de tegenwoordige uitbreiding van he-Europeesche ruwstaalsyndicaat moet dus op 107.2% gerekend worden. Uit het, toegewezen aandeel blijkt, welk aandeel inde productie de verschillende landen te leveren hebben. Wordt er meer dan deze hoéveelheid ruwstaal geproduceerd.

kameraden met een roode-bloem getooid en in feeststemming de „Internationale” hoog tegen de huizen heten opklinken. Nog terwijl Zachte zich in het stralende zonlicht ineen hoekje van onzen coupé zat te koesteren, inspecteerde een douane den trein en triomfeerend wedijverden wij met ons drieën om onzen pas te toonen. Alles werd in orde bevonden en we konden de grens passeéren. Na onze horloges 40 minuten vooruit te hebben gezet wij waren op dat moment 40 minuten met onzen tijd bij Duitschland ten achter arriveerden wij te Oberhausen, waar wij, om Essen te bereiken, moesten overslappen. Natuurlijk boekten we een strop. Onze trein waste laat en hadden we te Oberhausen een uur oponthoud doordat wede aansluiting misten. Met een „Bitte, wie spat fiihrt der nachste Zug nach Essen” kregen we vaneen der treinbeambten de geruststellende mededeeling dat we nog tijdig in Essen konden aankomen. Het moet gezegd, we spraken een aardig mondje Duitsch en lachend ontsnapte ons de verzuchting, dat we gedrieën met de taal en zonder „Basdeker” ons inde komende acht dagen er wel doorheen zouden slaan. Zachte was echter nog niet zeker van het zaakje en omkijkend bemerkten wij dat hij was achtergebleven en voor alle zekerheid .nog maar eens aan het vragen was wanneer en van welk perron de trein naar Essen vertrok. Tijdens ons oponthoud te Oberhausen vonden we gelegenheid den inwendigen mensch wat te versterken en ons te overtuigen of de Duitsche kost ons verwende

dan moet volgens paragraaf 6 van het verdrag per ton overproductie een boete van 4 dollars betaald worden. Produceert een land minder dan de hem toegewezen hoeveelheid, dan heeft het volgens art. 7 van de overeenkomst recht op een schadeloosstelling van 2 dollar per ton dat het minder geproduceerd heeft. In artikel 1 is omschreven, dat de contributie voor elk land per ton ruwstaalproductie 1 dollar bedraagt. De balans van het eerste halfjaar sedert de oprichting van het ruwstaalsyndicaat is zeer interessant, hetgeen uit de volgende samenstelling blijkt: « ét: óts o-* ,5 g* °]aJ ïgo rio —1 ■Oa >*; o «s_o o * .5 os S fi u*o »- Ö jEj*—• fl ®£ï, gj « g-H «e g g g-gf 65-a K-o ™ Duitschland 7.694 6.183 43-176 1.511-f- Frankrijk 4.202 4.237 31.181 235— België 1-883 i-66x 11.560 222-f- Luxemburg 1.181 1.185 8.301 4 Saargebied 932 825 5.782 107-}- De financieele resultaten van deze productie hebben een extra belasting voor die landen, die hun aandeel inde productie overschreden hebben en een schadeloosstelling voor die groepen, die hun aandeel niet bereikten, tot gevolg. Het financieele resultaat ziet er als volgt uit; 4> U fcr ** ® 33 §2-2 c ® ® gg 1 5, O'S Oct. 1926—Maart 1927 *|,g | gg» ® c £ Et. £ § aScL In 1000 dollar Duitschland 7.694 6.044 J3-738 Frankrijk 4.202 4.202 470 België 1-883 885 2.768 Luxemburg 1.181 1.181 8 Saargebied 932 428 1.360 Artikel 8 van het verdrag bepaalt een verdeeling van het door bovenstaande prestaties bereikte kassaldo. Of daaraan werkelijk voldaan wordt, is nog niet zeker. De verdeeling zal geschieden volgens het aandeel, dat ieder land toegestaan werd. De Duitsche groep ontvangt dus een deel van het door haar meer betaalde terug. Nochthans wordt er van de meer geproduceerde groepen, vooral van die van Duitschland, Â’n niet geringe belasting gevraagd, terwijl de overige landen overeenkomstige toeslagen ontvangen. Het voor verdeeling bestemde bedrag van de werkelijk betaalde contributie in mindering gebracht, resp. bijgeteld, geeft over het eerste halfjaar het volgende beeld. Meer te betalen hadden; Duitschland 3.906.440 dollars. – België 135-I2X „ Saargebied 43-9°S Schadevergoeding ontvingen: Frankrijk 3.368.094 „ Luxemburg 717.372 „ _ Uit de betalingen, die Duitschland boven zijn gewoon aandeel, te doen heeft, blijkt een meerdere belasting van Mk. 2.13 per ton productie in het eerste halfjaar van het bestaan van het kartel. België had een extra belasting van Mk. 0.30 en het Saargebied een van Mk. 0.20 te dragen. Aan den anderen kant heeft Frankrijk een mindere belasting van Mk. 3.37 en Luxemburg een van Mk. 2.5 te boeken. Het onderscheid tusschen Duitschland en Frankrijk bedraagt dus pet ton ruwstaal Mk. 5.50. De Duitsche zwaarindustrie heeft voor haar meerdere

Hollanders wel zou smaken. Het moet gezegd het was dik in orde. Ja, ja, waarde lezers, na alle „Ersats”-jaren, die Duitschland had meegemaakt, was de vraag bij den aan vang van de reis ook gesteld; hoe zou het met het eten in Duitschland gesteld zijn. Ik had mijn beide reisgenooten reeds op dit punt gerust gesteld, daar ik mij in Augustus van het vorige jaar te Bremen reeds had kunnen overtuigen dat de „gastronomische” verzorging van Duitschland weer in orde was. De tijd van vertrek was gekomen en we heschen ons weer inden coupé van het gemoedelijke boemeltreintje en voort ging het van Oberhausen naar Essen. Wij voelden ons al geheel in onze nieuwe omgeving ingeburgerd, terwijl Zachte zich door zijn Germaanschen lichaamsbouw al verbeeldde dat niemand hem voor een Hollander zou aanzien en ondergeteekende met een beroep op zijn voornaam voor zich hetzelfde gevoel uitsprak, konden we niet nalaten om van Zijll voor te stellen een Volendammer costuum aan te trekken. Van Zijll protesteerde en meende dat het „von” voor zijn naam hem evenwel recht en aanspraak gaf om ook in dit opzicht den drieéénheid tijdens onze reis niet te breken. Den draak stekende met alle nationalistische gevoelens, overtuigde internationalisten als wij waren, bereikten we al boemelende inden met ons locaaltreintje het station Essen. Essen, de stad van Krupp, waar wij het eerst onze kennis m het belang eener goede vakopleiding in Holland, zouden verrijken.

Sluiten