Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu het besef van de noodzakelijkheid van „samenwerking-tusschen-ondernemers-en-arbeiders-voor-altijd” ook inde kringen der „moderne” vakbeweging doordringt, zit men met de leden-propaganda-wijze en met zijn heele stelsel verlegen, De christelijke vakbeweging is voortdurend zwart gemaakt door den walm van dat socialistisch gestook; zij vege zich nog eens duchtig schoon. Argumenten te over. Wanneer in het gesprek het beginsel van saamhoorigheid van ondernemers en arbeiders voldoende belicht is, wordt het tijd om zaken te doen : het verwerven van de gelegenheid tot geregelde persoonlijke aanraking met de leiders dier onderneming. Dit krijgt ge niet gedaan als ge u den roep verwerft van „de vent, die a 1 t ij d met klachten komt.” Tot zoover de schrijver, die, in plat Hollandsch gezegd, den christelijken bestuurders den raad geeft- om te pogen „bij m’neer zelf” op het kantoor te komen, om dan te beginnen met hem wTat stroop om den mond te smeren. Nietwaar, knoop een praatje aan over „den bloei en het belang der onderneming”. Dat pakt hen altoos, m. a. w. als je daarmee begint, kun je hem allicht voor je inpalmen. Ben je zoover, dan ga je „m’neer zélf” vertellen wat een godvergeten schurken die lui van de moderne vakbeweging zijn, om te eindigen met een hosanna op de christelijk-sociale beginselen. Zoodoende verwerf je dan de gelegenheid tot „geregelde persoonlijke aanraking met de leiders dier onderneming”. Maarde christelijke bestuurder moet dan zorgen niet te worden „de vent die altijd met klachten komt”, want dan grijp je er naast en wil „m’neer zélf” je niet meer ontvangen. ’t Is een prachtpositie die Jhr. Dr. Sandberg den christelijken bestuurders in uitzicht stelt. Daarom zijn het dan ook „lijnen van beleid”. We nemen gaarne aan wat de schrijver betoogt, n.l. dat de werkgevers, als ze geen anderen overlast van de vakbeweging ondervinden dan dat de representant zoo af en toe eens een koffiepraatje komt hou<len, een zeer welwillende houding zullen aannemen. De schildering, die hij van onze beweging geeft, zullen we laten voor wat ze is. Allicht zal deze of gene christelijke bestuurder hem wrel eens op enkele vergissingen wijzen. Sinds wanneer om nu maar eens één voorbeeld te noemen hebben wij als moderne vakbeweging beweerd, het. met onze klassenstrijdleer alleen wel af tet kunnen? Wij hebben ons altijd het meest strijdbare deel van de vakbeweging betoond. ;Dat is inderdaad juist. Maar daarbij hebben we dan tevens getoond het met onze klassenstrijdleer alléén niet af te kunnen. * * Eén ding blijkt uit het gansche betoog ivan den heer Sandberg wel heel duidelijk. Hij wil de christelijke vakbeweging zooveel doenlijk, zooveel als de omstandigheden toelaten, terugvoeren naar haar oorspronkelijke basis. Onder den drang der omstandigheden is ook de chr. vakbeweging genoodzaakt geweest zich als strijdorganisatie aan te dienen. Zij deed dat, m’neer Sandberg, uit overwegingen van ledenwinst. Maarde nieuwe leden, die men poogde te winnen, kwamen niet. Het ideaal van de behouders, door ontwikkeling van de christelijke vakbeweging, de vrije vakbeweging in ons land den voet dwars te zetten en den voortgang te belemmeren, is radicaal mislukt. In welk mom de christelijke vakbeweging zich ook vertoonde, nimmer heeft zij ’t vertrouwen der massa weten te winnen. De ledenwinst kwam niet ondanks het meedoen zoo af en toe aan daadwerkelijken strijd. Jhr. Dr. Sandberg geeft nu nieuwe „lijnen van beleid”, die hierop neerkomen, dat de chr. vakbeweging zich meer zal gaan toeleggen op de taak: het vertrouwen der ondernemers te winnen. Dat beteekent niet anders dan, terug naar 'de oude paden eenmaal door Klaas Kater betreden. Wij gunnen de chr. vakbeweging deze popsitie van ganscher harte, maar zij zelf zal zich nog wel eens bedenken alvorens de raadgevingen ter hand te nemen, al.vorens „de lijnen van beleid” van den heer Sandberg te volgen. Samenwerking tusschen vakbeweging en bedrijfsleiding is zeker geen fata morgana, geen luchtspiegeling. Zij zal eenmaal dromen, maar niet .vóórdat de arbeidersklasse zichzelf een machtspositie heeft veroverd, die haar als gelijkwaardige partij en niet als ondergeschikte doet samenwerken. Jonkheer Doctor Sandberg verbeeldt zich flat de arbeiders nog ineen stadium verfceeren, waarbij zij zich aan den schijn, ver-JïgfigFU

Zou er niet een uit z’n eigen kring opstaan die hem eens flink aan ’t verstand brengt dat men van z’n goedkoope „lijnen van beleid” niet gediend is? Het „veilige” huis. (Vs.) Hoewel onze Metaalbewerkersbond in deze geen belangrijke rol heeft kunnen spelen, mogen wij toch zeggen dat de strijd voor behoorlijke volkshuisvesting een voorname plaats in het werken der arbeidersbeweging heeft ingenomen. De vrije tijd, die na zooveel vruchtelooze pogingen eindelijk toch ‘veroverd was, moest doorgebracht kunnen worden ineen woning waar de zonnestralen gedurende eenige uren lachend hadden rondgedanst. Waar inden zomeravond bij een lichte koelte ook het ritselen der bladeren kon worden gehoord. Waar de lucht ook bezwangerd was met den geur van bloemen en planten. In onze goede stad Rotterdam was het vooral de „N. R. Ct.”, die zich altijd weer in diepgaande economische beschouwingen verzette tegen de betere of liever tegen de goede arbeiderswoningen die de voorwaartsschrijdende klasse met doelbewustheid op haar bouwprogram had geplaatst. De hetze tegen de slaapkamer-wmning en het vurig pleidooi voor de alkoven, ligt ons allen nog versch in ’t geheugen. De gezondheid van, de gezelligheid voor de slovers raakte haar kleeren niet. Alles ging echter onder de mom, van liefde tot de arbeiders, die de zooveel duurdere slaapkamer-woningen immers toch niet zouden kunnen betalen ? Sedert eenige dagen werkt nu aan genoemd blad een „Schetsboek”-schrijver mede die, zonder er rekening mede te houden dat ook proleten zijn pennevruchten bestudeeren, ineen zijner schetsen zijn „bourgeois-hart” lucht heeft gegeven over de eentonigheid en de troosteloosheid der arbeiderswijken. ’t Kwam zoo. Mijnheer had dev Pinksterdagen doorgebracht ineen, hoewel regenbekletterd, serretje vaneen buitenhotel. Doordat hij met zijn auto bij het huiswaarts keeren altijd de z.g. verkeersstraten hield, zag hij van het wonen der industrieele troepen natuurlijk nooit veel. Doch de spade-ridders van plaatselijke werken hadden alle breedere straten opengebroken en uitgegraven, zoodat hij (wij geven nu het woord aan hem zelf) „moest dolen door de griezelige mistroostigheid van allemaal eendere straatjes en uniforme huisjes ineen kleur van Engelsch leer, een geur van kaantjes en bloemkool en het druSchende verkeer inde krombochtigheid der binnenstad.” Zoo van streek was hij door dezen tocht, dat hij zijn beschouwingen eindigt met de verzuchting; „Wij hebben zee-, rivier- en havenloodsen. Ik verwacht eerlang ook stadsloodsen die mij, na mijn volgende Pinkstertrip, zonder hartkloppingen, dwars door het verkeerskarnaval zullen leiden naar mijn veilige woning.” Wij gelooven dat er in onze rijen weinig gevonden zullen worden die de droefgeestigheid en het monotone van de tot trieste huizenblokken geregen arbeiderswoningen met minder woorden scherper kunnen illustreeren. Welk een trots spreekt er echter uit dien laatsten volzin, waarin over „mijn veilige woning” gesproken wordt. De trots van iemand die zich ver verheven weet boven het gedierte dat daar inde krotten en inde stegen ten-onder-gaat inde troosteloosheid van de scheppingen der kapitalistische wanorde. Zooals deze menschen de woningen en de woonwijken der voor-hun-kapitalenverzamelende proleten verfoeien, zoo verfoeien zij hun geheele armoede-bestaan. Zij wachten zich er echter wel voor het te zeggen ineen kring waaruit de een of andere meer-sociaal-voelende droomer het zou kunnen verder dragen. Alleen op een oogenblik, waarop een schetsboek-schrijver zich niet geheel kan beheerschen, produceert hij aanklachten als hiervoor gesignaleerd. * * * Het bestuur van den Metaalbond heeft ook getracht in breedvoerige diepgaande economische beschouwingen aan te toonen dat een metaal-industrie, waar een behoorlijk minimumloon zou gelden, een „te duur huis” voor den metaalbewerker zou zijn. In hun hart verfoeien zij evenwel den onzekeren toestand waarin hun arbeiders verkeeren even sterk als de schetsboekschrijver de „uniforme huisjes ineen kleur van Engelsch leer”. Zoowel het waarborgen vaneen behoorlijk minimumloon, als het opruimen van de een-mensch-onwaardige woonwijken kost hun echter geld, waarom zij; aan geen van beide medewerken. Tenzij . . .? Tenzij de metaalbewerkers en zeker onze leden, vurige propagandisten worden voor den eisch tot verbetering van de arbeidsvoorwaarden in het algemeen en de vastgtpllipg yap het door ons in ons ontwerf)

genoemd minimumloon in het bijzonder. In meerdere artikelen in ons blad is reeds aangetoond dat de industrie een betere positie voor de werklieden zeker geven kan. Laten de metaalbewerkers daarom in nog veel grooter aantallen dan thans onze organisatie als loods kiezen, dan zal deze hen dwars door de zich-met-hand-en-tandverzettende troepen van den Metaalbond, het veilige huis van het minimumloon en verbeterde arbeidsvoorwaarden binnenleiden. Rotterdam Excelsior. Het in dit nummer van ons blad opgenomen overzicht van den toestand van den Bond op i Juni j.l. doet ons zien, dat de afdeeling Rotterdam met 67 leden het zesde duizendtal heeft overschreden. Op x October 1925 telde de afdeeling 4948 leden en was daarmede de vijf duizend dicht genaderd. Door de conflicten, die toenmaals plaatsvonden, ging het in één maand tijds met een grooten sprong omhoog, zoodat we een maand later, op 1 November, reeds 5614 leden boekten. Broodetende profeten wisten toenmaals met groote nauwkeurigheid te vóórspellen, dat heel die nieuwe aanwas slechts uit* ééndagsvliegen bestond. Ook aan werkgeverszijde was men die meening toegedaan. ’t Is anders geloopen. Niettegenstaande geen nieuwe conflicten zich na November 1925 voordeden, is niet alleen de aanwas behouden, maar heeft sedert dien de groei zich langzaam maar regelmatig voortgezet. Met 6067 leden heeft Rotterdam haar positie van grootste afdeeling nog wat versterkt. ’t Zou bij zulk een groot aantal geen verwondering behoeven te wekken indien een kleine terugslag het ledental weer beneden 6000 bracht. Maar we weten dat de Rotterdammers niet gemakkelijk een eenmaal behaald resultaat prijs geven. Het overschrijden van het zesde duizendtal <s in elk geval een historisch moment, dat w;e meenden te moeten memoreeren. ’t Is het resultaat van onvermoeid werken onzer beste leden onder leiding van onze vrienden Oosterhoorn, Wacht en Visser. Wij feliciteeren onze Rotterdamsche afdeeling met het behaalde succes en wenschen haar moed en kracht toe om op den ingeslagen weg voort te gaan. Vooruit, Rotterdammers, naar het 7e duizendtal! Uit de Afdeelingen. DEVENTER. (H.) Beweging onder het gieterijpersoneel van Nering Bögel. Eindelijk is er dan onder het gieterijpersoneel van Nering Bögel eenige beweging gekomen, hetwelk haar oorzaak vond in een mededeeling van den gieterijbaas, dat voortaan voor wrak gegoten gietwerk geen vergoeding meer zou worden gegeven. Voorheen werd dit bij uitzondering nog gedaan, maar daaraan wilde de directie nu voorgoed een einde maken, aangezien dit steeds aanleiding gaf tot eindelooze gesprekken en gezeur met de betrokken arbeiders. Voorwaar een radicaal geneesmiddel, maar daarvan werden de vormers en kernmakers het slachtoffer. Geen vergoeding beteekent meer schuld en vele vormers zitten daar reeds tot de ooren in. Bedragen van 60, 70 en 90 gulden zijn geen zeldzaamheid en daarvan is het gevolg, dat ingeval van overgeld dit voor delging van de schuld wordt aangesproken. Daarover is met de menschen vergaderd en werd besloten, dat de besturen der organisaties over deze grieven met de directie een bespreking zouden aanvragen. Deze bespreking heeft plaats gehad en het resultaat is gering. De directie gaf toe dat haar voornemens tot onbillijkheden aanleiding konden geven, maar daarvoor een regeling te treffen was zeer moeilijk. Aan ons verzoek tot het kwijtschelden der Schulden kon niet worden voldaan en het eenigste middel om niet inde schuld te komen was, de uurloonen verlagen of ontslag. Dit is een standpunt van vóór 10 jaar terug; daartegen dient krachtig verzet der arbeiders. Door de organisaties is het volgende voorstel voor vergoeding voor wrak gegoten gietwerk en een premie-regeling aanhangig gemaakt. a. Voor werk t/m f 2.50 tarief 75 pCt. van het uurloon; b. Voor werk boven f 2.50 tarief 100 pCt. boven het tarief. Premieregeling: a. Voor werk tot een totaal tariefloon t/m f 30 10 pCt.; b. Voor hetzelfde werk en tarief, goed afgewerkt zonder eenig gebrek 20 pCt. ; c. Voor werk met een totaal tariefloon boven f 30 15 pCt. ; d. Voor hetzelfde werk en tarief, goed afgewerkt zonder gebrek 25 pCt Onder totaal tariefloon wordt verstaan : vorm- inclusief kerntarief. i Verder is voorgesteld een commissie te

benoemen, welke in gevallen van wrak gegoten gietwerk, waarover verschil van meening bestaat, zal onderzoeken en beslissen. Deze commissie zal paritair zijn samengesteld. Over dit voorstel is nog geen bericht van de firma ontvingen, maar wij weten nu al, dat deze inde vergadering der fabriekskern te kennen heeft gegeven, dat ons voorstel onaannemelijk is. Het verschil in standpunt is groot en wij zijn er ons van bewust, dat met praten niet veel meer valt te bereiken. Er zal derhalve wat anders moeten geschieden en daarover kan straks het personeel beslissen. Laten wij hopen dat iedere vormer en kernmaker, alsook de handlangers, hun plicht weten te doen en lid worden van den Alg. Ned. Metaalbewerkersbond. Zonder krachtige organisatie is er bij de firma Nering te bereiken en met mopperen en opscheppen komt men er niet. Aanpakken is daar het parool. * * * Actie Overijselsche Ijzergieterij. Hef bestuur der R.K. Vereeniging van Werkgevers inde Metaalnijverheid is door ons in kennis gesteld met het rechtskundig advies inzake de vordering der directie op het bezit van het opgeheven Onderlinge Ondersteuningsfonds van de werklieden. Het eenparig advies der drie rechtskundigen luidt, dat de directie geen recht kan doen geiden. Deze directie houdt het saldo groot 2200 gulden onder haar berusting en wil het personeel verplichten tot het stichten vaneen pensioenfonds te besluiten en in welk fonds dit saldo gestort moet worden. Mef algemeene stemmen is dit afgewezen en even hardnekkig houdt de directie dit saldo in haar bezit. De heer Kortenhorst heeft ons doen berichten, dat zijn organisatie zich buiten deze kwestie zal houden en spreekt zelfs vaneen juridische zaak. Er zit dus niet anders op dan langs gerechtelijken weg dit geld van de firma op te vorderen. Wat onze overige verzoeken betreft inzake verhooging der uurloonen en tarieven, alsmede een afdoende stukwerkregeling voor de poetsers, werd ons medegedeeld, dat daarvan niets kan komen, gezien de moeilijke tijdsomstandigheden waarin het bedrijf verkeert. Men overweegt zelfs, hoewel noodgedwongen, het bedrijf op Zaterdagen stop te zetten. Dit dreigement blijkt een patent middel te zijn om alle verzoeken den hals om te draaien. Het personeel zal dus moeten beslissen. DORDRECHT. (J. v. H.) Machine* fabriek de „Biesbosch”. Deze onderneming zal nu ook de vroegere scheepswerf „Dordrecht’’ gaan exploiteeren. Men begint met een pont voor de gemeente Amsterdam en twee groote sleep-; booten voor andere rekening. Er -worden nu weer een aantal ijzerwerkers en klinkers aangenomen. Het is verblijdend, dat deze werf weer in bedrijf komt, omdat weer verscheidene handen daar werk zullen kunnen vinden. Inmiddels moeten we onze aandacht aan de loonen wijden. De loonen van de menschen nog werkzaam aan de scheepswerf „Dordrecht” gingen reeds met 2 h 3 cent omhoog. * * * Firma H. J. Koopman. Deze firma berichtte ons, dat zij onze loonvoorstellen in handen van de Afdeeling Dordrecht van den Metaalbond had gesteld. Nadien hoorden we nog niets. Laat het personeel zich paraat houden. V Zomerfeest Breda. Het gaat nog niet hard met de opgave tot deelname. Laten onze leden zorgen, dat onze afdeeling een goed figuur slaat. Bij onzen bode kan men spaarzegels bekomen. De totaalkosten bedraagt f 1.25. ROTTERDAM. (Vs.) Een jubileum. A.s. Dinsdag zal het 25 jaren geleden zijn dat de voorzitter onzer afdeeling, C. Oosterhoorn, als lid tot den Bond toetrad. Het ligt niet in onze bedoeling deze gelegenheid te benutten om een levensbeschrijving van hem te maken. Zelfs willen we niet spreken over de voile 25 jaar gedurende welke hij in het ledenregister van den Bond bekend is geweest. Misschien doen anderen, die hem langer hebben gekend'dan wij, dit wel. Een enkel woord over hem en zijn werken in onze afdeeling moeten we echter toch zeggen. In het algemeen betwijfelt men in onze rijen tegenwoordig, of de structuur van onze maatschappij wel van dien aard is, dat de juiste man wel op de juiste plaats komt, Kees Oosterhoorn is echter het levend bewijs, dat in onzen Bond nog voldoende helder inzicht aanwezig is om de leden, die wat beloven, tot de plaatsen te nooden waar zij heilzaam werk voor de organisatie verrichten kunnen. Wij gebruikten hier het woord nooden, want het lag niet in het karakter van hem om zichzelf voor een plaats aan te bieden j:

Sluiten